Vietnam                                                                                                                                        Terug naar de kaart

Hanoi en Halong Bay - van reizigers naar toeristen

Van lekker toeren rond Hue tot decadent shoppen in Hoi An  - 4 april t/m 12 april

Van onder de palmbomen in Mui Ne tot varen door de Mekong Delta naar Cambodja – 14 tot 24 april

Praktische informatie Vietnam

 

 

Van onder de palmbomen in Mui Ne tot varen door de Mekong Delta naar Cambodja – 14 tot 24 april                                                         Top

Mui Ne is zo’n plaats waar de tijd lijkt stil te staan en je ineens wakker wordt en tot de ontdekking komt dat er al een week voorbij is gegaan. We komen hier midden in de nacht aan. We vertrouwen er op dat de bus ons wel af zal zetten bij een hotel wat nog open is om half 2 en dat gebeurt ook. We hadden er al rekening mee gehouden dat we de volgende dag zouden moeten verkassen naar een hotel dat we zelf uit kunnen kiezen, maar dat is niet nodig. Het ‚beach ressort’ waar we zijn gedumpt is perfect. We hebben een bungalow met fan en badkamer aan het strand. Het strand is wit, langs de rand staan kokospalmen, de zee is blauw en warm, op het strand liggen een soort grote rieten tobbes waar de vissers ‚s morgens de zee mee opgaan en het mooie is... het strand is nagenoeg leeg. We komen hier ook Raph weer tegen, de Brit die samen met ons in de trein zat van China naar Vietnam. In Vietnam reist iedereen wel zo ongeveer dezelfde route van noord naar zuid of andersom. Je komt dus nogal eens dezelfde gezichten tegen.

Mui Ne is eigenlijk niet veel meer dan een weg langs het strand met rijen beach ressorts… sommige lijken wel spooksteden. Het ressort naast ons heeft rijen luxe strandbedden met parasols staan.  ‚s morgens komt iemand er mooie kussens op leggen. Vervolgens bewaakt hij de strandstoelen. Iedereen die niet bij dat hotel hoort wordt van de ligbedden gestuurd. ‚s Avonds ruimt hij de kussens ongebruikt weer op. Het hotel is leeg......

Wij staan ‚s morgens om 6 uur op om een paar uur in de zee te gaan zwemmen. Om 10 uur is de temperatuur opgelopen tot boven de 35 graden en wordt het tijd voor een plek in de schaduw met een briesje. Aan het einde van de dag kan je eventueel nog even afkoelen in de zee, daarna wordt het rijd voor vers gebarbecuede vis en en garnalen en een verse kokosnoot.... Een enkele keer zorgt een onweersbui ‚s nachts voor wat afkoeling. De elektrische bedrading is alleen niet bestand tegen al dat regenwater. De vlammen slaan uit de draden en de stroom valt uit. Het wordt dus een candle light dinner.

Een dag hebben we een actieve bui en willen we de zandduinen gaan bekijken. We willen dit lekker op eigen houtje doen en huren dus een motor en gaan lekker rondrijden. Dit is natuurlijk veel leuker dan een excursie. Maar nu blijken die excursies toch ook wel nuttig te zijn, want we kunnen die zandduinen helemaal niet vinden. Tegen de tijd dat we weten waar ze zijn is het veel te warm om er nog naar toe te gaan. We blijken er trouwens al lang langs gereden te zijn. Het maakt niet uit. De rit langs de kust, door het duingebied in de zinderende zon is schitterend. We vragen ergens de weg bij een hutje wat een restaurant blijkt te zijn. Als we vragen of we ergens kunnen tanken, blijkt het hutje ook een benzinepomp te zijn. Wat inhoudt dat ze een oude limonadefles, gevuld met benzine, in onze tank leeggieten.

Buiten deze ene actieve dag in Mui Ne genieten we van het luie leven. Na een week besluiten we met tegenzin dat het toch wel tijd wordt om weer door te reizen en vertrekken we naar Saigon (Ho Chi Minh City). Saigon is wel een mooie stad, maar het is gewoon veel te warm om een stad te bekijken, dus we blijven hier maar een dag.

De volgende dag gaan we naar de Mekong delta. We hebben toch maar besloten om een excursie te boeken. Het is gewoon veel handiger dan als je het allemaal zelf moet regelen. Dit keer pakt het heel goed uit. We hebben een prima gids en de groep is lekker klein en gezellig. We zijn tussen een stel fransen en Franstalige Belgen terecht gekomen. Horen we ook weer eens een andere taal om ons heen... We vertrekken eerst naar Mytho waar we een boottocht gaan maken over de Mekong. We bezoeken een kokosnotensnoepjes fabriek en lunchen in een boomgaard onder begeleiding van lokale live muziek. Met de bus gaan we verder naar het zuiden, naar Cantho. Hier stappen we op een kleiner model boot. Onze rugzakken moeten op het dak. Aangezien het voor mij met m’n knie wat lastig is om met een zware rugzak op wiebelende bootjes te stappen, draagt Marc z’n eigen rugzak op z’n rug en die van mij op z’n buik. Het lijkt wel een gigantische schildpad.

We varen langs paalwoningen waar hele gezinnen bezig zijn met allerlei dagelijkse dingen. Mensen gaan met kleren en al in bad in de rivier (of ze er schoner van worden...?) en allerlei soorten boten varen langs ons. Van gigantische vrachtboten met ogen op de boeg geschilderd tot roeiboten waar in mensen staande roeien. En natuurlijk de ‚long tails’, een soort houten pramen met een motor die wel wat weg heeft van een staafmixer. Na een paar uur relaxed varen komen we aan bij een soort bungalowpark in een  boomgaard. Hier overnachten we. We krijgen ons diner geserveerd tijdens ons laatste boottochtje van vandaag. Hierna spelen we pool en drinken we een biertje met de Belgen.

De volgende dag gaan we natuurlijk weer varen (wat zou je anders doen in de Mekong delta...) Dit keer in een long tail. We zitten achter elkaar in de boot en kunnen alles rustig bekijken terwijl we genieten van het rustieke, oorverdovende geplof van de motor. Op de drijvende markt is het een chaos van boten waar we ons doorheen wringen. Ze verkopen hier van alles vanaf boten, vooral veel fruit en groente. Als er een partij meloenen is verkocht, worden ze stomweg een voor een overgegooid van de grote boten naar de kleine roeibootjes. Je kunt bij een kleiner bootje ook gewoon een bakkie thee bestellen.  Na de markt varen we een heel stuk door smalle kanalen. Al het leven speelt zich hier af op en rond het water. Af en toe zie je een fietser op een van de smalle paadjes langs de oever. Langs de kant staan weer paalwoningen. Kinderen staan overal enthousiast naar ons te zwaaien. Het heeft wel wat weg van de Biesbosch, alleen zitten hier krokodillen (eigenlijk alleen in een wat zuidelijker rivier) in plaats van bevers en staan er bananenbomen in plaats van populieren. Je zou het ook kunnen vergelijken met een boottocht over de Vecht op een mooie zomerdag, alleen moet je je dan enthousiast zwaaiende kinderen in paalwoningen voorstellen in plaats van BN-ers in luxe villa’s.....

We brengen nog een bezoekje aan een rijstfabriek en een fabriek waar ze noedels maken. Absoluut heel interessant om te zien. Daarna is het alweer tijd voor de lunch. Na de lunch gaan we naar Chau Doc, de grensplaats met Cambodja. We nemen afscheid van de Belgen. Zij deden maar een tweedaagse excursie en gaan terug naar Saigon. Onderweg naar Chau Doc maken we een stop bij een krokodillenfarm die van ons niet had gehoeven en daarna gaan we bekijken hoe ze incense stokjes maken. Dit is wel weer interessant (en het ruikt hier ook beter....). Vlak voor zonsondergang komen we aan in Chau Doc. Hier rennen we nog even snel door een pagode en een tempel en dan een heuvel op vanwaar je de grens met
Cambodja kan zien. Op zich wel leuk, maar niet heel spectaculair. We zijn toe aan ons diner en vooral aan een douche. Het is extreem plakkerig weer vandaag. We drinken liters water op en dag die we er net zo hard weer uitzweten.

De volgende dag gaan we weer met een boot de Mekong op. We brengen nog een bezoekje aan een fish farm die vooral erg sterk ruikt en aan een klein moslim dorpje. Hierna varen we twee uur naar de grens. Bij de grens stappen we uit. Natuurlijk hebben ze hier een restaurantje. We delen een noedelsoepje van onze allerlaatste dongs. In de tussentijd zorgt onze gids voor de nodige stempels van de Vietnames douane in ons paspoort. We lopen nog even met onze rugzakken langs een x-ray en dan wandelen we de grens over. De grens is hier niet meer dan een hekje op een zandpad langs de rivier. Er ligt alweer een boot voor ons klaar. De gewone boot is vandaag kapot, dus in plaats daarvan gaan we in een speedboot. We varen een klein stukje en leggen dan aan bij de Cambodjaanse douane. We moeten de boot uit en lopen naar een gebouwtje waar twee douanebeambten ieder aan een bureautje zitten. Er staat een rijtje plastic stoelen waar we op kunnen zitten terwijl we wachten. Een voor een nemen we plaats aan een bureau van de douanebeambten en krijgen we weer de nodige stempels in ons paspoort. De mannelijke douanebeambte probeert hier nog heel streng bij te kijken, maar de vrouwelijke beambte zit er vriendelijk bij te kijken. Als de hele groep gecontroleerd is, zit het werk er voor hun weer op tot de volgende boot langskomt. Onze bagage hoeft niemand te zien, die ligt gewoon nog in de boot. Dit is wel een heel simpele grensovergang.

We stappen weer in de speedboot. Het is een gaaf bootritje, hoewel we een blikken kont krijgen van de harde bankjes en we geen enkele bescherming hebben tegen de brandende zon. We passeren weer een heleboel zwaaiende kinderen en waterbuffels die hun naam eer aan doen en verkoeling zoeken in de rivier, ze komen nog net met hun neus boven water uit. Na een uurtje leggen we aan bij een huisje. Een klein meisje wijst ons de weg door het huis naar de voorkant. Hier gaan we maar op een bankje zitten. Blijkbaar moeten we hier wachten op het busje dat ons naar Phnom Penh moet brengen. Na een kwartiertje stoot de franse jongen tegen een hangmat waar een man in ligt te slapen... een gebruikelijke gewoonte in Vietnam in Cambodja op het heetst van de dag. De man schrikt wakker en kijkt wezenloos om zich heen als hij ziet dat er 15 mensen om hem heen zitten. Hij heeft een briefje in z’n handen waar 7 namen op staan, waaronder die van ons. Het blijkt onze chauffeur te zijn. In een onverwacht luxe busje met airco brengt hij ons naar Phnom Penh. We zijn in Cambodja!

Hanoi en Halong Bay - van reizigers naar toeristen                                                        Top

 
In Hanoi wordt je direct opgezogen door de stad. De scooters, fietsen en vooral de verkopers zwermen om je heen. Vanuit onze hotelkamer kijken we uit over de smalle straten van het oude deel van de stad. In vergelijking met onze kast in Hong Kong is onze hotelkamer hier een balzaal. De kamer is eigenlijk voor 4 personen, heeft aan 3 kanten ramen een een balkon om de hele kamer heen en ligt op de 6e verdieping. Het is een soort rustpunt boven het stadsgewoel. Je kunt hier geen 2 meter lopen zonder dat iemand je geprobeerd heeft iets te verkopen.
Ze proberen daarbij niet een op een originele manier hun waren aan te prijzen. Sommige roepen gewoon 'wanna buy something...?' op een zeurderige toon met een vage, onechte glimlach die ook gelijk weer verdwijnt als je niets koopt. Degenen die nog wel hun spullen proberen aan te prijzen duwen je dan ook een voor een hun hele assortiment onder je neus... hello, where you from, wanna buy book, buy postcard...cyclo, one hour tour, very cheap, motobike...Je wordt er wel een beetje gestoord van.
 
Het verkeer is een grote chaos. Als er al regels zijn dan houdt niemand zich er aan. Tenminste niet het soort verkeersregels zoals wij die kennen. De regels die hier gelden zijn: de grootste mag eerst en slalom al toeteren zoveel mogelijk om obstakels (lees: andere weggebruikers) heen. Oversteken is hier en vak apart. Op sommige plaatsen hebben ze zebra's met voetgangerslichten, maar die kan je net zo goed negeren. Het feit dat die op groen staan is namelijk geen enkele garantie dat de rest van het verkeer stopt. De enige manier om hier over te steken is om gewoon te gaan. Het ziet er namelijk wel heel chaotisch uit, maar het verkeer is hier niet zo snel, dus ze slalommen keurig om je heen. De eerste keer is het wel even slikken als je midden op de weg staat en je een straatbreed leger scooters en motoren op je af ziet komen. Maar als je rustig
doorloopt en geen onverwachte bewegingen maakt, gaat het vanzelf goed. Je moet alleen even oppassen op de auto's en de bussen.
 
We bekijken Hanoi op ons gemak - je kan weinig anders met de kleffige warmte. We zitten uren op een schaduwrijk bankje in de temple of literature, we drinken coca cola op de stoep van het anti kapitalistische Ho Chi Minh museum, lopen langs het mausoleum van Ho Chi Minh en geven een ton uit aan bier en nem (Vietnamese loempia's). We pinnen 4 miljoen dong en er komt een gigantische stapel bankbiljetten uit de pinautomaat. Jammer dat het maar iets meer dan 200 euro is..... We vinden Hanoi wel leuk, maar niet erg bijzonder. Het is gewoon
weer een andere stad. 
 
Wat we wel heel gaaf vinden is het waterpoppentheater. Dit is een 1000 jaar oude traditie die is ontstaan in de rijstvelden. Het toneel bestaat uit een bak met water met op de achtergrond een Vietnamees plattelandhuis als decor. Het decor dient tevens als de schotten waar de poppenspelers achter staan. De poppen zitten aan lange stokken die die onder de schotten doorsteken en vanachter de schotten bedienen. De felgekleurde, glimmend gelakte vissersmannetjes vangen de snelbewegende vissen en de tijgers, waterbuffels en vuurspuwende draken (vuurwerk!) vertellen hun verhalen uit de rijstvelden. Het lijkt net echt. Het geheel wordt begeleid door live gespeelde folklore muziek. Het theater is oud  en kneuterig, er worden waaiers uitgedeeld en als je een plaats vooraan hebt krijg je ook nog de muziek mee op een cassettebandje met bloemetjes erop. De
spelers spelen dit stuk dag in dag uit, drie keer per dag. Het geheel heeft zeker z'n charme. We vermaken ons uitstekend.
 
's Avonds in het hotel horen we ineens iets ritselen. Na een uitgebreid onderzoek blijkt er een muis in onze prullenbak gekropen te zijn. We kunnen 'm daar moeilijk laten zitten, maar 'm op de gang zetten is ook zo wat. Uiteindelijk pakt Marc de prullenbak op, stapt er mee in de lift naar beneden en gaat de muis afgeven bij de receptie. Daar weten ze ook niet zo goed wat ze ermee moeten. Het zal waarschijnlijk wel niet iedere dag gebeuren dat er iemand een muis komt afleveren. De jongen achter de receptie haalt het vuilniszakje uit de prullenbak en staat een beetje besluiteloos te kijken. Hij begint met de zak rond te draaien, zodat de muis er niet uit kan en aangezien hij blijkbaar nog niet heeft bedacht wat hij er vervolgens mee gaat doen, blijft hij er maar mee ronddraaien. Na een paar minuten staat hij nog steeds met de zak rond te slingeren. Marc vertelt hem nog dat de muis nu wel duizelig is en laat het muisprobleem verder aan hem over. 
 
Vanuit Hanoi doen we een tweedaagse excursie naar Halong Bay. Halong Bay is schitterend, maar eigenlijk zijn dit soort georganiseerde tripjes niet zo 'ons ding'. Maar het is verreweg de makkelijkste en vooral de goedkoopste manier om er te komen. We negeren maar even het strak geplande dagschema, de stops bij de souvenirwinkels en de soms vreselijke mensen die aan dit soort excursies meedoen. Er waren natuurlijk een heleboel aardige, bescheiden mensen in de grope, maar er zitten er altijd weer een paar tussen die het nodig vinden een hele bank in de bus voor zichzelf in te pikken en niet eens de moeite nemen om plaats te maken als andere mensen in de bus blijven staan. We kunnen ons ook
altijd verbazen over het gebrek aan interesse in een andere cultuur. Wij vinden het altijd interessant om wat te weten te komen over de gewoontes en gebruiken van een land en ons daar zovel mogelijk aan aan te passen of op z'n minst te respecteren. Als het hier bijvoorbeeld de gewoonte is om de soep na de rijst te eten en juist wel (China) of niet (Vietnam) uit de kom te drinken, dan doen we dat dus ook. Maar onze tafelgenoten zijn er zelfs niet in geďnteresseerd en schuiven gewoon de hap naar binnen. Nou ja, niet iedereen is hetzelfde....
 
Halong Bay zelf is schitteren. Het is een baai met duizenden kleine eilandjes die als een soort stompe bergjes uit het water steken. We varen er tussendoor naar Cat Ba eiland. Een relaxt boottochtje met een stop halverwege om een grot te bekijken. Aan het einde krijgen we nog een flinke plensbuit op ons dak, dus moeten we binnen in de boot zitten. Op Cat Ba hebben we een eenvoudig, maar net hotel, waar we 's nachts met onze zaklantaarn door onze kamer lopen, omdat de stroom uitvalt. Dat is op zich wel handig, want dan hebben we tenminste gelijk geen last meer van de t.v. van de buren. 's Avonds storten we ons in het 'nachtleven van Cat Ba', wat er op neerkomt dat we met een stel Israëliërs een
bak koffie drinken in een met sfeervolle t.l.buizen verlichte en naar vis ruikend restaurant. De sfeer is er niet minder om..... Op de terugweg hebben we heerlijk weer en kunnen we lekker op het dak van de boot zitten. Het uitzicht op de eilanden en de kleurige vissersbootjes is geweldig. De terugrit met de bus is niet helemaal goed georganiseerd, want we hebben een vreselijke oude bus (en dus blauwe billen tegen de tijd dat we in Hanoi zijn) en er zijn te weinig plaatsen. Bovendien dropt de bus ons ergens aan de rand van de stad in plaats van ons weer netjes bij het hotel af te zetten. Op zich niet erg, maar vertel dan tenminste waar we zijn. Er staan genoeg taxichauffeurs te wachten om iedereen naar zijn hotel te brengen. Het blijkt dat we vlak bij het hotel zijn, dus we nemen geen taxi maar gaan lopen. Een paar Koreanen die in hetzelfde hotel zitten als wij lopen met ons mee, omdat wij heel overtuigend roepen dat het maar een klein stukje is. Onder mijn bezielende leiding en een onduidelijk kaartje uit de lonely planet lopen we nog drie keer verkeerd.... Gelukkig is het inderdaad niet ver en bereiken we na een paar keer vragen veilig het hotel.
 
Terug in Hanoi gaan we ons mentaal voorbereiden op de busreis naar Hue. Busreizen voor toeristen worden hier heel goedkoop aangeboden, omdat de touroperators provisie krijgen van de restaurants en hotels waar wordt gestopt. Het is zo goedkoop dat we er toch voor zwichten. In Vietnam voelen we ons duidelijk meer toerist dan reiziger, zoals in China. Met de bus naar Hue betekent dat we een nachtbus moeten nemen van 14 uur lang en we hebben gezien hoe het verkeer hier is..... we zullen zien.... Eerst nog meer even lekker lunchen in ons favoriete restaurantje met de vogelkooitjes en wat inkopen doen voor onderweg, dan komen we de tijd vanzelf wel door.
 
                                                                                                                                                                                    Top  

 

Van lekker toeren rond Hue tot decadent shoppen in Hoi An  - 4 april t/m 12 april                                                                                                                                                                        

De busrit naar Hue valt 100% mee. Het is een vrij nieuwe touringcar met heel behoorlijke stoelen, de airco werkt en er zitten maar 15 mensen in de bus. We kunnen dus zoveel plek inpikken als we willen. Het lukt ons zelfs nog om wat te slapen. In Hue aangekomen stopt de bus bij een hotel waar ze natuurlijk willen dat je een kamer neemt. Hoewel het hotel er best goed uitziet willen we uit principe niet het hotel nemen waar we door de bus zijn afgezet, dus we hangen onze rugzakken op en lopen naar een straatje met hotels wat we in de lonely planet hebben uitgezocht. Uiteindelijk hebben we onszelf met onze principes, want de kwaliteit van de hotels hier valt een beetje tegen, maar we hebben geen
zin meer om het hele stuk nog een keer terug te lopen. Uiteindelijk vinden we een kamer die redelijk lijkt, in ieder geval niet duur is, in een hotel met vriendelijke mensen. Als we ingeschreven zijn en we op het bed gaan zitten merken we pas hoe dun het matras is. De 'satellite t.v.' geeft alleen maar storende zenders, maar goed we kunnen wel zonder tv en als je op het bed gaat liggen in plaats van zitten, dan valt dat matras nog wel mee. In ieder geval heeft deze kamer airco en aangezien het buiten ver over de 30 graden is, is dat wel lekker. De airco was uit toen we aankwamen, omdat er een stroomstoring was. Als we 'm 's avonds aanzetten blijken er twee standen op te zitten: aan en te koud (en met veel te veel herrie) en uit en te warm. Er liggen hier alleen maar lakens op het bed, maar met die ijskoude airco is een deken toch wel lekker.
Als we er naar vragen krijgen we een oude eenpersoonsdeken. We zeggen dat dat te klein is, dus krijgen we er een oud vod bij. Als we willen gaan slapen blijkt de lamp niet uit te gaan, dus demonteren we de t.l. buis maar. Geweldig die principes van ons....
 
In de loop van de dag belanden we in het 'stop-and-go café'. Een typische backpackersplek die er uit ziet als een garage, maar een gezellige tent blijkt te zijn. De eigenaar heeft lang, witblond haar wat een aparte combinatie vormt met zijn verder Vietnamese uiterlijk. hij is schilder en ziet er ook wat artistiek uit, hoewel je 'm ook heel goed op 'n motor kunt voorstellen. We maken hier voor het eerst kennis met een heerlijke Vietnamese specialiteit: je rolt wat groente en een soort kebab in een velletje rijstpapier, trekt vervolgens het stokje uit het vlees en je houdt een soort loempiaatje over die je doopt in een speciale pindasaus. Om je vingers bij op te eten. Terwijl we eten en een biertje drinken laten ze ons een hele stapel boeken zien met foto's en aanbevelingen van de excursies die ze organiseren. Ze doen hier allerlei tours op de motor in plaats van per touringcar, dus dat zien we eigenlijk wel zitten. We besluiten om de volgende dag de DMZ tour te doen. DMZ staat voor de demilitiarized zone' tussen noord en zuid Vietnam er er zijn hier nogal wat overblijfselen uit de oorlog te zien.
 
Marc rijdt op een eigen motor en ik achterop bij een gids. We vertrekken al om 7 uur, want het is ruim 300 km rijden. Ik merk dat ik het toch wel even spannend vind om op de motor te stappen. Ik heb sinds dat stomme fietsongeluk niet meer op iets met 2 wielen gezeten en het heeft me toch wel doen realiseren hoe kwetsbaar je eigenlijk bent. Maar statistisch gezien is de kans dat er 2 keer zo'n stom ongeluk gebeurt wel heel klein en dat soort dingen gebeuren ook altijd op momenten dat je het niet verwacht, dus het spannende gevoel duurt gelukkig niet langer dan een paar minuten en vanaf dat moment is het echt genieten. Marc was daar al vanaf de eerste seconde mee begonnen. We zitten in ons shirt en met sandalen op ons 100 cc motortje. De snelheidsmeter werkt niet, maar heel hard gaat het niet. Je voelt de nog koele ochtendwind op je huid. De
stad is nog bezig wakker te worden. Het belooft een warme dag te worden. 
 
Onze gids is geweldig. Hij heeft er duidelijk zelf lol in en is prettig gestoord. Hij rijdt luidt toeterend over de weg, zwaait met z'n arm in de lucht en roept ' Holland, Holland, football, football'. Als hij een hond ziet hangt hij over z'n stuur om er naar te sissen en roept hij 'crazy dog', zoals iedere koe die de weg oversteekt een 'crazy cow' is. Hij rijdt overigens heel voorzichtig. Hij houdt bij het afstappen netjes rekening met m'n knie en houdt continu z'n spiegels in de gaten om te zien of Marc er ook nog is. Hij vindt Marc een 'very good driver', maar vindt wel dat hij wat meer mag toeteren.....
 
We rijden langs allerlei overblijfselen van de oorlog - monumenten, begraafplaatsen, achtergelaten tanks, de oude grens tussen noord en zuid - en
komen uiteindelijk bij de Vinh Moc tunnels uit. Deze tunnels zijn niet zo laag als die in de Mekong Delta, maar laag en donker genoeg om te bedenken dat je hier niet een paar jaar wilt zitten terwijl je de bommen hoort neerploffen. Ze hadden hier zelfs een kraamkamer waar tijdens de oorlog een aantal kinderen geboren zijn. Na 20 minuten gebukt lopen komen we bij de uitgang aan zee en staan we weer in de brandende zon en kijken we uit over het blauwe water. Het ziet er hier zo rustig en vredig uit, dat je je niet kunt voorstellen dat hier ooit een oorlog aan de gang was. Na de tunnels maken we een stop bij Cua Tung beach. Een idyllisch plekje met een mooi strand en kleurige vissersbootjes. Er komt net een bootje binnen en Phan, onze gids, gaat een hele zak krab bij ze kopen. De levende krabben worden in een plastic zakje aan de zijkant van de
motor gehangen met de bedoeling om ze later ergens klaar te laten maken. Na een simpele, maar heerlijke lunch, gaan we naar een van de slagvelden. Dit was een strategisch punt met een bunker op een heuvel. Op het eerste gezicht lijkt het gewoon een glooiende vlakte met woekerende struiken, maar na de opmerking van Phan dat er af en toe nog een 'crazy cow' op een mijn loopt  ga je er toch iets anders tegen aan kijken. Op het pad zie je de steekgaten van waar ze naar mijnen hebben gezocht. We passeren een groepje boeren die met metaaldetectors
de omgeving staan af te zoeken, op zoek naar mijnen. De paden zijn veilig, maar daarbuiten moet je absoluut niet komen. Als je dan met je motor over die 40 cm brede kronkelpaadjes met kuilen rijdt, waar je dus niet vanaf mag wijken, dan krijg je wel het echte tour of duty gevoel. Op het laatst kijk ik zelfs of er geen boobytrap draadjes over het pad gespannen zijn.... iets teveel Vietnam films gezien misschien. Het is spannend, maar geweldig. Hier kom je niet met een touringcar.
 
Onze volgende stop is een groot monument. Op een paar grote plateaus worden de verhalen van de oorlog uitgebeeld en een opschrift in het Vietnamees zegt iets in de zin van 'voor alles wat ons volk of onze helden hebben bereikt'. Het is opvallend hoe de communistische overheid hier de oorlog positioneert. De oorlog wordt hier de 'Amerikaanse oorlog' genoemd  en wordt neergezet als een oorlog tegen Amerika, waarbij ze steeds heel trots aangeven dat ze Amerika hebben verslagen. Dat het in feite een oorlog was tussen Noord en Zuid, die nog 3 jaar heeft geduurd nadat de Amerikanen weg waren, wordt op z'n zachts gezegd iets genuanceerd weergegeven. Overigens denkt niet de hele bevolking er zo over.
Phan bijvoorbeeld is behoorlijk pro-Amerikaans. Maar dat is ook niet zo gek. Hij was 8 toen z'n opa levend werd begraven door de Noord-Vietnamezen. Oud genoeg om zich de verschrikkingen van een oorlog te herinneren. Z'n vader was politieagent in het zuiden en om die reden kan Phan nu nog geen baan bij de overheid krijgen en mag z'n zoon niet naar de universiteit. Het doet er eigenlijk niet zoveel toe of je al dan niet pro-Amerikaans bent. Die hele oorlog was verschrikkelijk als je hier om je heen kijkt en de verhalen hoort. Maar dat is iedere oorlog natuurlijk.
 
Zo'n 55 km voor Hue stoppen we bij een restaurantje langs de weg. Hier laten we onze krabben koken. We zitten op plastic stoeltjes aan een laag tafeltje. De kleine stoeltjes zijn op magere Vietnamezen gebouwd. Ik pas nog net aan tussen de leuningen, maar voor Marc wordt er een van achter uit het huis een normale stoel getoverd. We krijgen de krabben opgediend in een soort metalen afwasteil met een leeg dienblad en een aanzetstaal om ze open te timmeren. We plukken het verse krabbevlees eruit en dopen ze in een bakje met wat peper en zout en we drinken er een kopje rijstwijn bij. Een goede maaltijd kan soms zo simpel zijn.... Het is inmiddels al 6 uur geweest, dus we moeten de laatste kilometers
naar Hue in het donker afleggen. Wat lastig als je alleen een zonnebril bij je hebt, maar ondanks de wegopbrekingen en spookrijdende tegenliggers komen we veilig aan in Hue. Het was een heerlijke dag. Het was echt geweldig om zo een dag op de motor rond te rijden. Dat in combinatie met onze leuke gids en de interessante dingen die we vandaag hebben gezien, maakt dit is de leukste dag van onze wereldreis tot nu toe!
 
We nemen nog een dag de tijd om Hue te bekijken. Met als hoogtepunt de citadel, die we van schaduwplek naar schaduwplek bewonderen. 's Avonds gaan we eten in een vegetarisch restaurant. We zijn een beetje sceptisch over de menukaart waar allemaal 'vleesgerechten' opstaan die dus stiekem geen vleesgerechten zijn. We bestellen 'hert' en 'kip' met citroengras in de hoop iets behoorlijks opgediend te krijgen. Het is meer dan behoorlijk. Het is de lekkerste maaltijd die we tot nu toe in Vietnam gegeten hebben. Op de een of andere manier ziet het er uit als hert en kip, smaakt het ernaar en heeft het zelfs de structuur van herten- dan wel kippenvlees. Heerlijk! 
 
De volgende dag gaan we door naar Hoi An. Een paar uurtjes met de bus over de Hai Van pas die schitterende uitzichten moet hebben. Daar zien we niet zoveel van, want het stortregent vandaag. Het reizen met de bus bevalt ons tot nu toe goed. De bus is weer half leeg, dus we hebben lekker de ruimte. We hebben allerlei spookverhalen gehoord over dat de bus tig keer zou stoppen bij souvenirwinkels en zo, maar dat valt nogal mee. Er wordt wel een paar keer gestopt om wat te eten of te drinken, maar dat lijkt me vrij normaal als je lang in de bus zit. Hoewel ik moet toegeven dat een lunchstop om 12 uur als het daarna nog maar een half uurtje rijden is, misschien wat overdreven is. We worden hier weer afgezet bij een hotel. We worden natuurlijk direct besprongen door mensen die ons een kamer willen laten zien, maar je kunt je hier vrij makkelijk aan onttrekken. We gaan naar een hotel dat ons is aanbevolen door een Zweedse gids die we in Hanoi zijn tegengekomen. Goede aanbeveling. Het hotel is prima! Goede kamer, niet duur, een terras met uitzicht op de rijstvelden waar je kunt ontbijten en gezellig giechelende meiden achter de receptie. Ze staan er op mijn nagels te lakken...
 
Hoi An is een gezellig stadje met oude straatjes, mooie huizen, een drukke markt, een gezellige haven en leuke restaurantjes. Je kunt hier heerlijk eten. Vooral de lokale specialiteiten 'fried wontons' - een soort deeg met vleesvulling, 'cao loa' - een soort speciale noedelsoep en ' white rose' -
garnalen in een rijstdeeg, opgediend in de vorm van een roos, moeten we natuurlijk uitproberen. Verder zijn we inmiddels verslaafd aan vis of vlees in 'lemon grass' en alle soorten vruchtensapjes en lassi's. Vooral de dragon fruit juice is erg lekker. Wat ook erg lekker is, is dat ze hier baguettes hebben overgehouden aan de franse tijd. Hoi An is bekend om z'n kleermakers. In het kleine stadje zitten zeker meer dan 200 kleermakers die in een dag een complete nieuwe garderobe op maat voor je kunnen maken. Niet zo gek dat 'same same but different' hier dé kreet is. We kunnen ook de verleiding niet weerstaan om onze beperkte backpackers garderobe iets uit te breiden met wat lichte zomerkleding.
Marc laat een knaloranje broek maken, waarvan hij op 2 plaatsen de pijpen kan afritsen en ik een vrolijke groene driekwartbroek. Ik laat ook nog een zwart hesje maken en een ingewikkelde lap die je omknoopt en er dan uitziet als een broek. Ze maken hier zelfs schoenen op maat, dus voor een paar dollar laten we ook nog ieder een paar leren slippers maken. Lekker decadent! Hoi An is echt een stad waar we later nog een keer terug gaan met een grote lege tas en een stapeltje dollars. We kunnen nu niet al teveel meenemen en bovendien denken we dat onze maten nog wel eens kunnen veranderen tijdens onze reis. We zouden er trouwens ook terugkomen voor de sfeer. Hoi An is absoluut een gezellig stadje.
De mensen zijn hier ook leuker dan in het noorden. Ze willen je hier ook van alles en nog wat verkopen voor veel te veel geld, maar ze blijven ook lachen als je niets koopt.
 
We huren een motortje en gaan een middag naar het strand bij Hoi An. Hier zitten we een hele tijd te kletsen met een lief Vietnamees meisje dat ananassen verkoopt. Ze vindt haar werk eigenlijk niet leuk, omdat ze er een hekel aan heeft om de toeristen steeds lastig te vallen als ze net op het strand aankomen. Volgens haar willen mensen eerst zonnen en zwemmen en dan pas ananassen eten, maar nu zijn haar collega's haar steeds te vlug af. Op zich is het geen slecht werk, want per verkochte ananas kan ze een paar duizend dong zelf houden. Ze heeft ook in een restaurant gewerkt, maar daar verdiende ze 10.000 dong per dag (iets meer dan een halve euro) voor 16 uur werken! In een hotel willen ze haar niet aannemen, omdat ze te klein is. Ze is inderdaad maar 1 meter 50, maar haar engels is vloeiend. Als ik hoteleigenaar was zou ik het wel weten. Er zijn bijna geen toeristen op het strand en het is grappig om te zien hoe de Vietnamezen zich op het strand vermaken. Ze zitten in grote groepen bij
elkaar en zitten lekker te eten of spelen voetbal. Als ze de zee in gaan doen ze dat met al hun kleren aan. Of dat nou is omdat ze preuts zijn, omdat ze niet bruin willen worden of gewoon de moeite niet nemen om ze uit te trekken, is ons nog niet helemaal duidelijk. Ze stappen rustig met hun natte kleren weer op de motor, het wordt vanzelf weer droog. 
 
Vanuit Hoi An doen we ook nog een dagje My Son. Een ruďne van Cham tempels. Nog niet wijs geworden van onze ervaringen in Halong Bay boeken we nog een excursie. Simpelweg omdat het weer goedkoop en makkelijk is. Achteraf geen slechte keus, want na twintig minuten naar het geleuter van een gids (een Nederlander met een afschuwelijk accent) sneaken we weg uit de groep en bekijken het complex op eigen houtje. Erg mooi en fotogeniek. We gaan met de boot terug. Omdat de boot vol is hebben ze een kleine extra boot erbij geregeld, waar wij op gaan zitten met een klein groepje. Voor we vertrekken moet eerst even het luik open worden gemaakt, zodat de motor kan worden aangezwengeld. Dan gaat het luik weer dicht en vertrekken we met luid geplof. Het is een lekker tochtje over de rivier.
 Het wordt tijd om Hoi An te verlaten. Vanaf hier gaan we in één keer door naar Mui Ne, 16 uur met de bus. Mui Ne is een klein plaatsje aan het strand. Tijd voor palmbomen en kokosnoten.......

                                                                                                                                                                                          Top

Praktische informatie Vietnam

Hotels
In Hanoi verbleven wij in het Viet Anh hotel (www.vietanhhotel.com). Prima hotel met een heerlijke grote kamer met badkamer. Het hotel heeft ook een eigen reisbureau waar je excursies en tickets kunt boeken. Voor onze kamer betaalden wij $ 15,- inclusief ontbijt en gratis internet. Dit kan goedkoper in Hanoi, maar de kamer was het absoluut waard.

In Hue zaten we in het Phuong Hoang hotel (Le Loi). Geen aanrader, maar mogelijk omdat we in de allergoedkoopste kamer zaten die ze hadden
($8,-)

Ons hotel in Hoi An kunnen we absoluut aanbevelen. Het Thien Thanh hotel (34 Nhi Trung II straat, www.hoianthienthanhhotel.com) is heel sfeervol en heeft mooie, schone kamers met airco en ligbad. De grote kamers hebben een balkon. De kleine kamers alleen een klein raam aan de binnenkant van het hotel. Het gebruik van internet is hier goedkoper dan in de internetcafés (100 dong per minuut, internettelefoon 300 dong per minuut) en ze kunnen diverse tickets en excursies voor je regelen. Wij betaalden $8,- voor een kleine kamer met airco. Ze zitten wel altijd vol, dus het kan handig zijn om te reserveren: thienthanhhotel@dng.vnn.vn.

Het Ngoc Bich hotel in Mui Ne is ook een aanrader. Wij betaalden hier $8,- voor een strandbungalow met fan, klamboe’s, douche en toilet. Ze hebben een paar eenvoudige strandbedden onder de palmen op het strand en een restaurant waar je lekker kunt ontbijten en lunchen. Aan de overkant van de weg zijn wat winkeltjes en restaurants. Vlakbij zit ook een internetcafe, maar dat is geen aanrader. De eigenaar is onvriendelijk en het is hier veel te duur. 10 minuten lopen richting het vissersdorpje vind je CoCo cafe. Hier kost internetten 10.000 dong per uur. Als je een ticket koopt mag je een uur gratis internetten.

Open bus tickets
Dit is de goedkoopste en makkelijkste manier om door Vietnam te reizen. Nadeel is dat je alleen met andere toeristen reist en altijd wordt afgezet bij hotels waar ze provisie krijgen, maar het voordeel is dat je altijd wordt opgehaald bij je hotel, je een bus hebt met airco en dat het vele malen goedkoper is dan de trein of het vliegtuig. Je kunt een open bus ticket kopen van Hanoi naar Saigon of andersom, waarbij je aangeeft in welke plaatsen je wilt stoppen. De data waarop je reist kun je later bepalen, je laat gewoon een dag van tevoren je busrit bevestigen.
Een open bus ticket kost ongeveer $29,- (afhankelijk van het aantal stops). Wij wilden zo flexibel mogelijk blijven en nog niet van tevoren vastleggen welke plaatsen we gaan bezoeken. Wij hebben daarom steeds losse kaartjes gekocht. Dit is net zo duur, hoewel wij ze vaak in het hotel kochten en die rekenen soms provisie. Buskaartjes zijn bij ieder hotel en reisbureau te koop.

Geld
De munteenheid in
Vietnam is de dong. 15.000 dong is 1 Us$. Er wordt ook veel in dollars gerekend. Meestal betaal je in winkels en restaurants in dongs. De wat grotere bedragen, zoals hotelkamers en excursies worden meestal in dollars geprijsd. Je kunt dan ook wel in dong betalen, maar er wordt dan vaak een ongunstige koers gerekend. Het is dus handig om zowel contante dollars als dong op zak te hebben. Wij hebben onze dongs steeds gepind. Je kunt per transactie maximaal 2 miljoen dong pinnen, maar je kunt wel meerdere keren achter elkaar pinnen (waarschijnlijk kunnen er gewoon geen dikkere stapels bankbiljetten in de geldautomaat). Volgens de reisgidsen en websites kun je pinnen in Hanoi en Saigon, maar wij hebben ook al een pinautomaat gevonden in Hue (Le Loi, op de hoek bij ons hotel) en in Hoi An (Cua Dai).

Internet
Internetcafes zijn overal te vinden in Vietnam. De prijzen varieren per stad. Wat ook erg handig is en wat je in Vietnam veel ziet is internettelefoon. Hierbij bel je via een computerprogramma met een headset op. Dit is veel goedkoper dan de gewone telefoon. In Hoi An was dit extreem goedkoop voor 300 dong per minuut in het hotel en 1000 dong per minuut in een internetcafe, ongeacht waar je heenbelt. In  Saigon kochten we een telefoonkaart voor 75.000 dong ($5,-). De prijs per minuut is afhankelijk van het land waar je heenbelt. Wij konden op deze kaart 111 minuten naar Nederland bellen.

Excursies
Excursies worden in Vietnam overal aangeboden en zijn extreem goedkoop. Onze 2-daagse excursie naar Halong Bay hebben we geboekt in ons hotel. We betaalden $20,- p.p. en dat is inclusief vervoer, gids, entreegeld, alle maaltijden en hotelovernachting op Cat Ba. Wij vonden deze excursie niet zo geslaagd, met name door de grootte van de groep. We hebben mensen gesproeken die leukere excursies naar Halong Bay hebben gedaan, dus het is waarschijnlijk de moeite waard om een beetje rond te shoppen.

In Hue hebben wij onze DMZ excursie (zie het reisverslag) geboekt bij Stop and Go Travel, 10 Ben Nghe St., (054)827051. Wij betaalden voor 1 motor met gids en 1 motor zonder gids sam en $25,- voor de hele dag. Dit was inclusief het entreegeld voor de Vinh Moc tunnels. Ze bieden nog veel meer excursies aan. Op de motor of in kleine groepen met een minibus. Absoluut een aanrader!

In Hoi An hebben we een excursie geboekt naar My Son. Het ging ons in feite vooral om het vervoer. Wij betaalden $3,- p.p. voor de bus heen en de boot terug, inclusief een bescheiden lunch en een gids. De entreeprijs voor My Son (50.000 dong) is niet inbegrepen.

In Saigon hebben wij onze excursie naar de Mekong Delta geboekt bij An Phu. Deze organisatie werd ons aangeraden door een zweedse gids en het is absolut heel goed bevallen. Er zijn verschillende mogelijkheden in aantal dagen en het programma. Wij boekten onze excursie voor 3 dagen met doorreis naar Phnom Penh voor $30,- p.p. Dit is inclusief overnachtingen, alle maaltijden, gids, vervoer, entree, enz. enz.

Visa
Wij hebben ons visum voor Vietnam geregeld in Hong Kong en China (zie praktische informatie over deze landen). Als je de andere kant op reist is het waarschijnlijk goedkoper. We hebben in Cambodja aanbiedingen gezien voor een Vietnam visum voor $25,-. Als je eenmaal in Vietnam bent is het overigens niet al te moeilijk om je visum te verlengen.
Veel reisbureaus kunnen dit voor je regelen. In Vietnam geldt echt „if you got the money, they’ve got the stamps….”

Ons visum voor Cambodja hebben wij in Saigon geregeld. Er zijn ook reisbureaus die het voor je kunnen regelen, maar daar moet je uiteraard provisie voor betalen. Bij het consulaat kost een visum $25,-. Wij leverden ‚s morgens ons paspoort in en konden het ‚s midaags na 4 uur weer ophalen. Hou wel rekening met de openingstijden. Lunchpauzes zijn lang in Saigon en beginnen al om half twaalf.

Restaurants
Er zijn genoeg leuke restaurantjes te vinden in Vietnam. Vooral in Hue, Hoi An en Mui Ne hebben we erg lekker gegeten voor een paar euro per persoon. Wat je echt moet proberen is het vegetarische restaurant in Hue: Tinh Tam (4D Chu Van An) en een familierestaurant in Mui Ne: Trung Duong (Khupho 1) een paar minuten lopen van het hotel. Je kunt het charmante dochtertje van de eigenaar dat uitzonderlijk goed engels spreekt gewoon niet weerstaan. Ze barbecuen de verse vis voor je aan tafel.

Boeken
In Vietnam zijn ze erg goed in het namaken van dingen. Je kunt hier veel boeken dan ook in ‚kopie-versie’ kopen voor een paar dollar. Erg handig als je bijvoorbeeld een lonely planet nodig hebt van een volgend land waar je heengaat.
 

                                                                                                                                                                                            Top