Peru                                                                                                                                             Terug naar de kaart

Langs de kust naar het zuiden via de Pan Am  3 oktober - 9 oktober 2004

Arequipa en de Cañon del Colca - el condor pasa 10 - 15 oktober 2004

In het land van de Inca’s en Lake Titicaca – Cusco, Machu Picchu, de Sacred Valley en Puno – 16 – 25 oktober 2004

 

Langs de kust naar het zuiden via de Pan Am  3 oktober - 9 oktober 2004

 

We komen midden in de nacht aan in Lima. Een bus vervoert ons naar de aankomsthal waar we aansluiten in een lange rij voor de douane. Na een uur knikkebollend gewacht te hebben krijgen we eindelijk de benodigde stempels in ons paspoort. Onze bagage kunnen we gelukkig direct meenemen en de ATM geeft ons zonder problemen een paar honderd soles... we hebben alleen geen idee hoeveel het waard is....maar dat zoeken we later wel op. We zijn klaar voor Peru! Omdat we midden in de nacht aankomen en Lima niet echt bekend staat als een veilige stad waar je in het donker rond gaat lopen dwalen op zoek naar een hostel, hebben we voor de verandering een hostel geboekt via internet. Omdat bij de beschrijving stond dat ze een service hebben die je ophaalt van het vliegveld, hebben we er nog een mail achteraan gestuurd met het verzoek ons op te komen halen. We hebben alleen nooit antwoord gehad, dus geen idee of het bericht is doorgekoen. Niet dat het veel uitmaakt. We hebben het adres meegenomen,dus we kunnen altijd een taxi nemen naar het hostel en iedereen daar wakker bellen. Maar het bericht was wel degelijk doorgekomen, want als we de grote hal binnen komen lopen staat er iemand met een bordje "Anja Krijnberg" te wachten. Da`s toch een lekker gezicht, zo midden in de nacht. De man die ons ophaalt blijkt de man van de eigenares te zijn en is supervriendelijk. De man is ook blij om ons te zien, want omdat het vliegtuig vertraging had stond hij er al een tijdje. Mijn naam hebben ze letterlijk overgeschreven ... uitspreken kan hij het niet. De komende weken heet ik hier gewoon "Anga". Marc lukt nog wel... achternamen doen we al maanden niet aan.... Met een taxi gaan we naar het hostel dat in een rustige wijk van Lima ligt. De taxichauffeur is nachtblind, rijdt op het midden van de weg en gaat als een camikaze pilot met een slakkegang door Lima. Auto’s gieren toeterend om ons heen, maar we bereiken uiteindelijk veilig het hostel. Het blijkt dat deze mensen van een deel van hun woonhuis een hostel hebben gemaakt. De mensen zijn erg aardig en hebben ook veel nuttige informatie voor ons.

Als we lekker een paar uurtjes geslapen hebben gaan we eerst maar eens de omgeving bekijken. We wandelen rond in de omgeving van het hostel en gaan wat inkopen doen in de plaatselijke supermarkt. We zijn allebei gek op supermarkten in vreemde landen. Dat is een toeristische attractie op zichzelf. Natuurlijk gaan we gelijk de Inca Kola  uitproberen, een knalgeel mierzoet goedje wat eigenlijk best  goed smaakt. `s Middags gaan we naar Miraflores, een heerlijke wijk om  rond te slenteren. Ze hebben hier winkeltjes, stalletjes op straat, schilders en muzikanten. Natuurlijk hoor je overal "el condor pasa" op de panfluit. Midden op het plein hebben ze een grote ronde kuil met trappen naar beneden waar je op kunt zitten. In het midden van de kuil staan een paar jongens muziek te maken en wij gaan, zoals zoveel mesen, lekker op de trappen zitten luisteren. Hierna volgen we de straat tot aan de kust. We staan bovenaan de klif, beneden zien we het strand liggen. Het uitzicht is niet zo denderend, omdat er een enorme mist hangt. Maar je kunt hier wel lekker mensen kijken. Het is zondag en hele gezinnen slenteren lekker langs de boulevard. Hierna lopen we weer terug en komen we weer langs de kuil met trappen. Inmiddels heeft iemand hier een muziekinstallatie aangesloten en een hele groep bejaarde Lima bewoners is lekker aan het stijldansen. Ze vermaken zich duidelijk uitstekend. Andere mensen zitten lekker op de trappen en kijken hoe de mensen zich vermaken. Als de muziek is afgelopen gaat iedereen zitten en als het nieuwe nummer start staan de mannetjes weer op om een vrouw ten dans te vragen. Heerlijk!

Hierna gaan we  lekker eten in een restaurant wat ons is aanbevolen door ons hostel. Ze hebben  een kaart in het spaans en in het engels, maar de vertaling helpt niet veel. Voor het eerst sinds tijden zitten we weer naar een menukaart te staren die ons echt helemaal niets zegt. Als we aan het meisje vragen of ze ons iets kan aanbevelen wijst ze zonder aarzelen het duurste gerecht op de kaart aan.... Op goed geluk kiezen we een of andere vis uit en het blijkt een heerlijk gerecht te zijn. Hierna wandelen we terug naar ons hostel. Het is nog een aardig stukje lopen, maar gelukkig is dit een veilige wijk. Er is hier opvallend veel politie en bewaking op straat en mensen sluiten hun huis hermetisch af. In het hostel is iedereen ook vroeg binnen. Niet veel mensen wagen zich `s avonds op straat. Al helemaal niet in het centrum.

 De volgende dag gaan we buskaartjes kopen naar Pisco. Als dat geregeld is nemen we een taxi naar een grote markt vol met souvenirs. We moeten een beetje wennen aan Zuid-Amerika. Het is weer zo anders reizen dan Australië en je moet hier weer extra op je spullen letten. Maar kooptherapie werkt altijd om je aan te passen… En er zijn hier zulke gave dingen te koop. Alleen de kleuren zijn al heerlijk om naar te kijken. Terug in het hostel blijkt mijn spaans wat te ‘ontroesten’, want met behulp van soms een woordenboek en handen en voeten voeren we hele gesprekken met Hermana, de eigenares, in het spaans. We gaan nog even een hamburger eten bij een stalletje in de buurt van het hostel en lopen dan nog een beetje rond in de straatjes hier in de buurt. We slaan ergens rechtsaf en lopen opeens een straatje in vol met fruitwinkeltjes. Ons hostel ligt niet in een toeristische buurt, dus in zo’n achteraf straatje is zeker geen toerist te bekennen. We staan bij een van de kleine winkeltjes te kijken als de eigenares, een rond, tandeloos vrouwtje, glimlachend naar ons toekomt. Ze vindt het helemaal geweldig dat ze buitenlanders in haar winkel heeft. Ze vraagt waar we vandaan komen en wil van alles over Nederland weten. Ze laat ons vruchten proeven waar we nog nooit van gehoord hebben. We kopen een hele tros appelbanaantjes en een paar ‘granatas’ voor het enorme bedrag van 1 sol 20 (30 cent). Het vrouwtje zwaait ons vriendelijk uit. Heerlijk, we zijn er weer bij, we zijn weer op reis!

Terug in het hostel willen Hermana en haar man nog met ons op de foto en vermaken we ons de rest van de avond met Inca Kola en dobbelstenen. De volgende ochtend staan we vroeg op om naar het busstation te gaan. Hermana is speciaal vroeg opgestaan om ons gedag te zeggen. Ze houdt een taxi voor ons aan om te zorgen dat we de goede lokale prijs krijgen en we krijgen nog een stevige omhelzing voor we gaan. De bus is heel comfortabel. We zitten helemaal voorin op de bovenste verdieping van de dubbeldekker en hebben dus een geweldig uitzicht. We hadden eigenlijk niet zo’n voorstellling van Peru en zijn dus best verbaasd als de bus de stad uitrijdt en Lima midden in een woestijn blijkt te liggen. Alles is zand en stof. Soms zien we de zee, maar de lucht is niet helder, dus de uitzichten zijn niet erg spectaculair.   

In Pisco worden we op het busstation direct belaagd door een horde mensen die ons hotelkamers en tours willen verkopen. Ze spreken ons zelfs in het Nederlands aan!  We volgen er een met een betrouwbaar gezicht (voor wat het waard is) en belanden in een heel behoorlijk hotel aan de rand van het kleine centrum. De straten hebben hier nog net een wegdek, verder buiten het centrum is het alleen maar zand. De huizen zien eruit als betonblokken en overal steken de  betonijzers aan de bovenkant nog uit. Alsof niets af is.
Na de lunch boeken we een tour naar de Islas Balistas voor de volgende dag bij een bijzonder bijdehand, maar erg grappig ventje. Hij spreekt verschillende talen, is een rasverkoper, kletst met ons over de politiek in Peru en runt zonder problemen het tourbureautje.
Ik schat ‘m een jaar of 14. … Hij heeft het wel over school, maar wanneer hij daar dan heen gaat?? Terwijl we dicussiëren over de tour en de prijs komen Christian en Constanze aangewandeld. Twee duitsers die net aan hun wereldreis begonnen zijn. Het klikt direct, dus we besluiten met z’n vieren te boeken. De rest van de middag gaan we het stadje verkennen. Tegen etenstijd beginnen de restaurants steeds meer pogingen te ondernemen om ons in hun restaurant binnen te krijgen. In een van de straatjes staan een stuk of vijf meiden met menukaarten die ieder een restaurant vertegenwoordigen. Ze ‘omsingelen’ ons en gillen allemaal door elkaar dat we hun restaurant moeten kiezen. Ze proberen ons hun hele menu voor te lezen. Ze gillen zo door elkaar dat we ze niet eens kunnen verstaan. Het lijkt wel een kippenhok. Uiteindelijk gaan we met een van de meiden mee en krijgen we een tafeltje op het balkon vanwaar we uitzicht hebben over de hele straat. Een groep jongens gaat gitaar en panfluit spelen in de straat. Ze zijn echt goed en we vinden het jammer dat ze ophouden en doorlopen. Een van de ‘menukaartmeisjes’ ziet dat en haalt ze terug, met het gevolg dat ze naar boven komen en ze aan onze tafel komen spelen. Een beetje opgelaten prikken we in onze spaghetti. Maar de muziek is wel heel gaaf.

De tour naar las Balistas is leuk. Ze noemen deze eilanden ook wel de ‘poor mans Galapagos’, maar dat lijkt me zwaar overdreven. Maar het is absoluut de moeite waard. We varen in een klein bootje over een vrij ruwe zee naar ‘la Candalera’, een grote tekening van een kandelaar of cactus aan de kust waarvan de oorsprong niet bekend is. Daarna gaan we door naar de eilanden waar we een uur rondvaren met uitzicht op pinguïns, zeeleeuwen en allerlei soorten zeevogels. De ‘guano’ – wat heel mooi klinkt maar niet meer betekent dan ‘vogelstrond’ – ligt metershoog op het eiland en wordt zelfs geëxploiteerd en geëxporteerd als mest. De bestuurder van de boot doet nog even grappig en vaart vol gas door een laag schuim van een halve meter. We krijgen de volle laag en zitten helemaal onder het schuim…. Wat niets anders is dan in het water gevallen ‘guano’ en als het opdroogt zitten we dus gewoon lekker onder een laag plakkerige, stinkende vogelpoep…. ‘s Middags brengen we een bezoek aan het nationaal park. De wandeling door het zand naar een grot waarbij we over rotsen vol hagedissen moeten klimmen is gaaf. Het bezoek aan de flamingo’s niet zo. Om de vogels niet te storen mogen we niet dichterbij komen dan een uitkijktoren. We zijn blij dat we onze verrekijker bij ons hebben, want zo kunnen we nog net zien dat de stipjes in de verte roze zijn… ‘s Avonds gaan we met z’n zessen eten (Christian en Constanze en een stel zwitsers die inmiddels ook zijn gearriveerd). We kletsen in een mengsel van engels, duits en spaans en het is erg gezellig. Christian en Constanze gaan de volgende dag ook naar Nazca, maar met een andere bus en op een andere tijd, dus we spreken af elkaar in Nazca weer te ontmoeten.

De volgende ochtend lummelen we eerst even lekker rond in onze hotelkamer en dan besluiten we om nog even door het stadje te gaan dwalen en de middag te vullen met internetten en het bijwerken van de site. Onze bus gaat pas laat in de middag, dus we hebben wat tijd te doden. We checken uit uit ons hotel en wandelen naar de Plaza del Armas (ieder dorp of stad in Peru heft een centraal plein dat zo heet). Als we daar aankomen valt ons ineens op dat het wel heel stoffig is hier. Er is net een ‘paracas’, een zandstorm, opgestoken. De hele stad is een stofbende en werkelijk overal zit zand. We besluiten om dan maar gelijk een internetcafé in te duiken, maar het blijkt dat de stroom is uitgevallen…. Er zit dus niets anders op dan buiten in de stoffige stad rond te hangen. We strijken neer op een bankje op het plein en kijken naar een zeer chaotische parade ter ere van een of ander festival. De fanfare speelt, kinderen marcheren op de muziek waarbij ze hun gestrekte benen zo hoog mogelijk optillen en de vlag wordt ceremonieel gehesen. We houden een paar oude mannetjes voorzien van een camera uit de jaren ’50 nauwlettend in de gaten. Af en toe wordt namelijk het volkslied gespeeld, dus als de mannetjes gaan staan doen wij dat ook maar. Na een uurtje wordt de wind, het zand en het stof echt te gek, dus gaan we maar ergens koffie drinken. We zitten hier iets meer beschut, maar de voorkant van het restaurant is open en een kiertje is al genoeg om alles onder het stof te laten zitten. Na een paar uur zit echt alles onder, onze tassen, kleren, neuzen, haren, het is niet tegen te houden. Buiten is het een grote gele wolk en het belangrijkste waar je mee bezig bent is je ogen beschermen om te zorgen dat er geen zand in waait. Om 2 uur komt in ieder geval de stroom weer terug en vluchten we het internetcafé in. Hier blijven we tot het tijd wordt om onze rugzakken op te gaan halen en naar het busstation te gaan. De jongen achter de balie doet ernstige, maar naar ons idee volstrekt nutteloze pogingen om z’n balie schoon te houden. Regelmatig veegt hij de toonbank schoon met een doek, maar na 5 minuten kan hij weer opnieuw beginnen.

Als een uur te laat de bus arriveert blijkt het een belachelijk luxe bus te zijn met gigantische stoelen met armleuningen en voetenbankjes. We betalen duidelijk onnodig veel voor dit ritje, maar het is wel lekker.. Het loopt al tegen tienen als we in Nazca aankomen en we zitten net te bedenken hoe we erachter kunnen komen in welk hotel Constanze en Christian zijn beland, als we worden aangesproken door een ‘toeristenjager’. Of we uit Nederland komen en Marc en Anja heten. “Ja”, zeg ik verbaasd. Hij vertelt ons dat onze duitse vrienden in zijn hotel zitten en dat die hem hebben gevraagd ons op te wachten op het busstation . Hij heeft een auto klaar staan om ons naar het hotel te brengen. Zo makkelijk hebben we nog nooit een hotel gevonden! Christian zit ons al op te wachten en we boeken gelijk een vlucht boven de Nazca lijnen voor de volgende dag. We wassen al het zand van ons af en gaan lekker slapen.

De volgende morgen staan we al heel vroeg op, omdat we de eerste vlucht hebben. Dan is namelijk het licht het beste. Het advies is om niet te ontbijten, omdat nogal wat mensen misselijk worden in de kleine vliegtuigjes. Maar het is helaas nog te mistig om te vliegen, dus we moeten wachten tot 10 uur. Toch eerst maar even ontbijten dus… Om 10 uur gaan we eerst inderdaad naar het vliegveld waar we eerst een video te zien krijgen van alle theorieën omtrent te Nazca lijnen. Dan moeten we wachten tot we toestemming krijgen op te stijgen. Dat duurt tot een uur of één… dan gaan we eindelijk. Met z’n vieren en een japans meisje stappen we in de Cessna. De piloot heeft een mariabeeldje op z’n dashboard staan, dus we voelen ons wel veilig. We krijgen allemaal een headset op tegen de herrie en om de piloot te kunnen horen praten en dan stijgen we op… We maken een rondje van een half uur waarbij de piloot steeds een rondje draait boven de figuren, eerst linksom en dan rechtsom, zodat iedereen het kan zien. Daarbij gilt hij dan luidkeels in z’n beste engels ‘astronaut’…’parrot’….’condor’… en zwaait daarbij uitgebreid naar links of rechts. De eerste figuren zijn veel kleiner dan we hadden verwacht, maar met name de lijnen en de beroemde kolibrie en condor zijn schitterend en heel goed te zien vanuit de lucht. Het is wel lastig om foto’s te maken, want het vliegtuig hotst en botst en schudt en je armen voelen raar zwaar aan. Niet iedereen kan al dat rondjes draaien ook even zeer waarderen. Ik zie Christian naast me steeds groener worden en hij zwaait op goed geluk met z’n camera voor het raam om foto’s te maken. Constanze zit met ‘r hoofd tussen d’r benen en ook het Japanse meisje wordt steeds stiller. Marc en ik zitten nog steeds vrolijk om ons heen te kijken en vinden de vlucht geweldig. Betonnen magen zeker… Hoewel ik moet toegeven dat m’n benen wel wat zwabberig voelen als ik weer uitstap…

De volgende dag gaan we met z’n vieren nog een excursie doen naar het mummiekerkhof in de buurt. We spreken een prijs af voor ons vieren, maar dan blijkt dat Renaldo, onze toeristenjager, ons met z’n vieren plus chauffeur in een auto van het formaat notedop wil stoppen. Dat gaat natuurlijk niet passen, dus na de nodige onderhandelingen (wij willen uiteraard niet meer betalen) en gebakkelij komt ‘ie met een grotere auto: een oude Amerikaanse Dodge. Geweldig! De begraafplaats met al de mummies is absoluut interessant om te zien. Onze gids weet er erg veel van te vertellen. En hij graaft zelfs speciaal voor ons (¡) een stuk kaakbeen op uit een hoekje, zodat hij kan laten zien hoe de oorspronkelijk kleur van het bot was. Gezien de achterbak van z’n auto graven ze wel vaker rond het kerkhof...  Hierna worden we nog langs een goudmijn en een aardewerkfabriek geloodst, wat helemaal nergens op slaat. In 2 minuten wordt verteld wat ze daar doen en dan kan je vervolgens veel te dure souvenirs kopen. Om 4 uur zegt onze chauffeur/gids ineens dat hij moet gaan, omdat hij geen tijd meer heeft. We zijn te lang op de begraafplaats gebleven…. Maar geen probleem, iemand anders neemt het wel over. Hij verdwijnt in het niets en binnen 5 minuten staat z’n vader voor onze neuzen, die vrolijk de laatste 10 minuten van de tour afmaakt….

In het hostel ontmoeten we weer een hoop oude en nieuwe bekenden en na het eten wachten we met een hele groep in de lobby van het hotel tot ieder zijns weegs en zijns bus’ gaat. Wij vertrekken per nachtbus naar Arequipa. We moeten even goed kijken als we onze bagage in de bus gooien, maar inderdaad we zien het goed: Er slaapt iemand in het bagageruim! Toch een lekker idee dat we onze rugzakken in onze flightbags en op slot hebben gedaan… De bus is veel te laat en stopt al na een half uur voor een plaspauze van 3 kwartier. In de bus ontmoeten we Jerry en Conny waar we gezellig een tijdje mee kletsen tot we een poging doen om te slapen. Dat valt niet mee, want de bus stopt om de haverklap om mensen in en uit te laten stappen. Het is wel duidelijk dat we dit keer minder geld uitgegeven hebben aan ons buskaartje… De volgende ochtend komen we veilig aan in Arequipa op 2300 meter. Weg van de kust… het begin van de Andes.

Top

Arequipa en de Cañon del Colca - el condor pasa 10 - 15 oktober 2004

Arequipa is een mooie stad met schitterende gebouwen, een gezellige plaza met een prachtige kathedraal, gekke kleine steegjes, straten met keitjes en niets van het zand en de mist aan de kust. Er hangen alleen wel heel veel uitlaatgassen in de stad. De plaza is volgepakt met taxi's (volgens Marc de doperwtjes brigade, gezien het formaat van de taxi's) en in de straten er omheen rijden de collectivo's af en aan. Ze stoppen op iedere hoek van de straat en daar brult de 'charmante assistente' een riedel straatnamen waar het busje naartoe rijdt. De stoep staat volgepakt met mensen die op een van de collectivo's staan te wachten. Hoewel we pas op 2300 meter zitten voelen we toch al behoorlijk het verschil met zeeniveau en met name Marc heeft wat protesterende organen. We besluiten dus om hier een paar dagen rustig aan te doen en aan deze hoogte te wennen voor we verder stijgen. We bekijken op ons gemak de stad, de kathedraal, de souvenirwinkels en de markten en natuurlijk het klooster. Dit is een van de belangrijkste bezienswaardigheden in Arequipa.
Het klooster is enorm complex, een stad in een stad, waar je makkelijk zou kunnen verdwalen. De muren zijn wit met azuurblauw en terra en overal bloeien bloemen in allerlei kleuren. We dwalen uren rond en bekijken de complexen waar de nonnen leefden en werkten. Vanaf het dak hebben we een schitterend uitzicht over de stad en over de vulkaan, el Misti.

Na een paar dagen hebben we Arequipa wel gezien en gaan we naar de Cañon del Colca. We nemen een lokale bus naar Cabanaconde via Chivay. De bus wordt volgeladen met dozen, tassen, in doeken geknoopte dingen en de rugzakken van het handjevol backpackers. De weg begint buiten de stad direct omhoog te lopen en de bus klimt gestaag naar boven. Al snel houdt het asfalt op en worden we omgeven door schitterende bergen. Af en toe komen we langs een weitje waar lama's en alpaca's staan te grazen. Plotseling klinkt er een harde knal....een klapband. Met vereende krachten gaan de chauffeur, de jongen van de bagage (charmante assistente 1) en de jongen van de kaartjescontrole (charmante assistente 2) aan de slag onder het toeziend oog van de passagiers. Na een half uurtje kunnen we weer verder. Er stapt een moeder in met kind, die moeten blijven staan omdat de bus vol is. De moeder gaat op een armleuning zitten en probeert het kind op schoot te nemen. Dat werkt natuurlijk niet, dus Marc zet het meisje bij hem op schoot. Binnen een paar minuten slaapt ze. Dat moet best lekker zijn.. op schoot bij zo'n grote, stevige buitenlander....

We bereiken het hoogste punt van de pas met 4800 meter. Daarna daalt de weg af naar Chivay op 3700 meter, waar we zo'n 5 uur na vertrek aankomen. Vanaf hier is het gedaan met de 'bus directo'. In ieder dorp met 3 huizen en vaak zelfs in de middle of nowhere stopt de bus om mensen in of uit te laten stappen. Iemand komt ineens 'billetos turisticos' verkopen aan alle buitenlanders, omdat we de cañon in gaan. We moeten maar liefst US$ 6,- per persoon betalen. Ze weten in Peru wel te verdienen aan de toeristen... We rijden nu in de cañon en het landschap is drastisch anders dan op de pas. We kijken uit over een gigantisch diepe kloof - een van de diepste ter wereld - met aan de wanden terrassen die nog gemaakt zijn door de Inca's, waar mensen hun gewassen verbouwen. We passeren talloze kleine dorpjes met huizen gemaakt van stenen van klei en dus in dezelfde kleur als de omgeving. Veel mensen hebben muren van klei om hun erf gebouwd. Om hun erf af te schermen hebben ze prikkels op de bovenkant van de muur geplaatst, maar dan niet in de vorm van lelijk prikkeldraad... ze planten hier gewoon cactussen op de muur.

Door ons oponthoud met de lekke band is het al donker als we Cabanaconde bereiken. Een vriendelijke man in de bus vraagt waar we heen gaan en als we het hotel noemen wat we in gedachten hebben, houdt hij voor ons in de gaten waar we moeten uitstappen. De bus blijkt voor de deur van het hotel te stoppen. Dit blijkt het beste hotel te zijn wat we tot nu toe gehad hebben. Grote kamer met uitzicht op het dorp, een redelijke betrouwbare warmwater voorziening, een uitgebreid ontbijt en ze komen zelfs een pot thee op onze kamer brengen, omdat ik hoofdpijn heb! Dat laatste is natuurlijk ook niet zo gek na die busrit over die hoge pas in de volle zon.. en ik heb natuurlijk veel te weinig gedronken... Maar ja, dat is altijd weer een dilemma bij een 7 uur durende busrit met weinig plasgelegenheid...

De volgende ochtend nemen we na het ontbijt de bus richting Chivay met de bedoeling om uit te stappen bij Cruz del Condor. Hier in de buurt nestelen condors en het is dan ook een bekend uitzichtpunt om condors te spotten. Ik vraag nog speciaal aan de kaartjesverkoper of hij wil zeggen waar we eruit moeten, maar dat was niet echt nodig geweest, want het punt is duidelijk herkenbaar aan de vele toeristen. Gelukkig gaan alle tours op de tijd dat je de meeste kans hebt om condors te zien (terwijl de condors toch echt geen horloge
om hebben) en beginnen ze dus al snel na onze aankomst te verdwijnen. We installeren ons aan de rand van de kloof en genieten van het uitzicht. Opeens horen we wat tumult onder de mensen en verschijnt er vlak voor onze neus een condor. Hij draait een rondje boven de mensen een stukje verderop en suist dan vlak onder ons voorbij... groot...stil.. machtig en dan... weg.. de kloof in... Het loopt tegen half 10 en de meeste mensen vinden het nu tijd om op te stappen. Na een tijdje zijn we nog als enige over. Er is jammer genoeg geen condor meer te zien, maar de kloof op zichzelf is ook al geweldig mooi. En er zitten genoeg andere leuke dieren, zoals een zeer ijverig heen en weer wippende kolibrie. Na een uurtje hebben we het wel gezien. Blijkbaar komen de condors toch alleen maar voor half 10, dus we beginnen rustig het pad terug naar boven te lopen. We zijn nog niet echt gewend aan de hoogte, dus hoewel het maar een klein stukje is, is het toch een vermoeiend stukje. Ik zie dan ook voornamelijk mijn schoenveters. Bovengekomen kijk ik voor het eerst weer op, onder de rand van mijn hoed door... om recht naar een condor te kijken die vlak voor m'n ogen blijkt te vliegen! En hij blijkt nog wat vriendjes en vriendinnetjes bij zich te hebben. Het komende uur zien we nog 6 condors naast ons en boven ons! Rondcirkelend alsof ze duidelijk willen maken dat het luchtruim van hun is en ze zich niets aantrekken van kijkende mensen. Het vliegen, of eigenlijk meer zweven, lijkt ze totaal geen moeite te kosten. We krijgen stijve nekken, maar blijven naar boven kijken tot de condors nog maar hele kleine stipjes zijn. Als uiteindelijk de laatste condor aan de horizon verdwenen is stappen we maar eens op. We wandelen terug naar Cabanaconde. Een schitterende wandeling van ruim 2,5 uur langs de kloof. Het klinkt cliché, maar echt moe en echt voldaan komen we terug in het dorp.

Na het nodige vocht aangevuld te hebben gaan we nog een tijdje rondkijken in het dorp. Aan de rand vinden we een soort arena waar een meisje van een jaar of 4-5 een fikkie zit te stoken. Eerst vragen we ons af wat ze daar doet in d'r eentje, tot ze wegrent achter een stel schapen aan die stonden te 'grazen' (er staan 2 grassprieten op de kale grond) in de buurt van de arena en nu iets te ver afdwalen. Blijkbaar is ze door pa en moe ingezet als schapenhoedster. Ze drijft de beesten weer terug de arena in en gaat onverstoord verder met haar vuurtje. Wij lopen nog een stukje door en vinden een schitterende plek aan de rand van de kloof, waar we een tijdje lekker gaan zitten genieten. Als het teveel begint af te koelen lopen we terug richting de plaza in het dorp. Aan de rand van het plein zijn een stuk of 5 mannen begonnen muziek te maken op trommels, trompetten, trombones, etc. Het klinkt als fanfaremuziek, maar ze hebben gewoon hun versleten overhemden en truien aan. Later blijkt dat ze aandacht willen vragen voor een politieke partij in verband met de verkiezingen en voeren ze een minioptocht aan, waarbij vrouwen in hun traditionele kledij (die ze dagelijks dragen) met blauwe ballonnen rondlopen. Op de een of andere manier past het niet bij elkaar. Hier lijkt de moderne tijd een lang vervlogen tijd te raken, maar voor deze mensen zijn beide werelden 2004....

In de hoek van het plein heeft een groep jeugd een volleybalveld opgetuigd, midden op de straat. Verkeer is er toch niet.... behalve de politiewagen vol met hangende agenten die klaarstaat voor het geval er een rel uitbreekt in verband met de verkiezingen (?!). Het volleybalnet zit met touwen aan het hek van de kerk gebonden en wordt aan aan de andere kant met touwen om stenen gewikkeld en zo strak gespannen. Jong en oud, jongens en meisjes, groot en klein, zeer getalenteerd en met een balgevoel van een alpaca... alle speelt door elkaar. En ze hebben vreselijk veel lol...! We blijven staan kijken tot het donker en koud wordt. We sluiten de dag af met heerlijke champignonsoep en alpacabiefstuk in het hotel.

De volgende dag nemen we de bus terug naar Arequipa. Maar die vertrekt pas aan het einde van de ochtend, dus we hebben nog ruim de tijd om mensen te kijken op het plein. Kinderen die spelen met kroonkurken, oude mannetjes die de krant lezen, vrouwen die brood verkopen en het hele dorp rond moeten om wisselgeld te vinden als iemand met het enorme bedrag van 10 soles (2,50 euro) betaalt... De kinderen vinden het geweldig als je foto's van ze maakt met de digitale camera, die ze dan vervolgens op het scherm kunnen bekijken. Ze prikken met hun vingertjes in het scherm alsof ze zichzelf er doorheen willen boren... de vingers zullen er wel nooit meer af gaan... Een uur te laat vertrekt de bus. De bus is oud en hobbelt, maar dat interesseert ons niet. We zijn helemaal onder de indruk als we zien dat er een eerste hulp kastje - echt wit met een echt rood kruis - in de bus hangt. Tot duidelijk wordt dat het kastje alleen maar wordt gebruikt om het kaartjesboekje van de kaartjesverkopen in op te bergen. Verder is het leeg. Hoe kon het ook anders....
Na de nodige stops komen we aan in Chivay waar de bus even stopt voor hij doorrijdt naar Arequipa. Als ik vraag hoe laat we weer verder gaan zegt de chauffeur doodleuk "half 4"... dat is pas over ruim 2 uur...! En dat heet een directe bus.... Nou ja, je leert hier snel af om je om dat soort dingen druk te maken. Dus eten we wat, zittend op de stoeprand en wachten we geduldig tot we weer verder gaan.

Het is allang donker als we in Arequipa aankomen. We nemen een taxi naar het familiehotel waar we eerder ook geslapen hebben en we het grootste deel van onze bagage hebben achtergelaten. De taxichauffeur neemt allemaal kleine steegjes en in een land als dit vraag je je dan altijd weer af of de chauffeur gewoon een handige, snelle route weet of dat je straks in een donker achteraf straatje beroofd gaat worden. Gelukkig blijkt het weer het eerste... We worden warm onthaald door de familie en na enige reorganisatie van onze rugzakken gaan we nog even naar de 'polleria' waar we je voor een habbekrats (1 euro) een kwart
(ik) of een halve (Marc) gegrilde kip met salade en patat kunt eten. De volgende ochtend staan we al weer vroeg klaar om naar Cusco te vertrekken. Op naar het land van de Inca's......
 

Top


In het land van de Inca’s en Lake Titicaca – Cusco, Machu Picchu, de Sacred Valley
en Puno – 16 – 25 oktober 2004

Onze bus uit Arequipa vertrekt op tijd van het busstation om…. op het aangrenzende busstation voor locale bussen weer te stoppen en een half uur te blijven staan…. De logica ontgaat ons, maar we klagen niet, want we zitten in een van de meest luxe bussen die we tot nu toe hebben gehad en dit keer waren het niet eens dure kaartjes. In de stoel voor ons zit een soort ‘plank’ die je uit kunt klappen en die aansluit op de zitting van je stoel. Hiermee creëer je een super-de-luxe voetenbankje! De busrit naar Cusco heeft schitterende uitzichten op de Andes, dus we zijn blij dat we geen nachtbus hebben genomen. Ook met deze bus krijgen we onderweg een lekke band. Dit keer moet de meneer van de bagage het alleen opknappen. De chauffeur heeft een net wit overhemd aan en waagt zich niet aan de vieze autoband en de kaartjes worden hier gecontroleerd door een vrouwelijke charmante assistente met een stewardessen uniform en nagels met een lengte die doen vermoeden dat ze niet het type bandenwisselbaar is. In de loop van de dag krijgen we van haar een lunch geserveerd. De Big Mac achtige doosjes doen heel wat vermoeden, maar helaas zit er niet meer in dan een timbaaltje droge rijst, een fluddertje instant aardappelpuree en 2 vierkante centimeter vlees die wel heel erg lekker gekruid is. Als toetje krijgen we jello, die best lekker fris is. Het is maar goed dat we honger hadden…

Tegen de avond komen we aan in Cusco en nemen we onze intrek in het zelfde hostel als Christian en Constanze, inmiddels team Germany 1 genaamd. Wij zijn, voor de hand liggend, team Holland 1 en er is ook een team Schweiz, team Germany 2 en team Holland 2. Hoewel iedereen op zichzelf reist komen we elkaar steeds weer tegen op de populaire ’gringo’ route door Peru. De volgende dag is het zondag en gaan we ontbijten op het balkon van een restaurant aan de plaza. Onder ons trekt de wekelijkse processie voorbij, terwijl wij lekker nippen aan onze coca thee. De rest van de dag besteden we aan regelwerk. We hadden de Incatrail willen gaan lopen, maar we zijn inmiddels tot de ontdekking gekomen dat het een ongelooflijk massaal, toeristisch gebeuren is en dat ze in Peru erg goed weten hoe ze geld aan toeristen moeten verdienen. Tot 2 keer toe probeert een van de reisorganisaties ons er op een relatief vroege datum tussen te krijgen, maar zonder succes. Over 2 weken zijn we de eerste… Een andere organisatie beweert nog wel ons eerder binnen te kunnen krijgen, maar dan krijgen we een kopie van een paspoort van iemand anders en moeten we erg goed oefenen op de naam… Als de autoriteiten door hebben dat de naam niet overeenkomt met die in ons originele paspoort , dan krijgen we niet ons geld terug (en we praten hier over ‘slechts’ $ 200,- per persoon). Lijkt me niet dus… Eigenlijk zijn we het hele gedoe al snel zat en na een paar dagen beslissen we de Incatrail de Incatrail te laten en op een andere manier naar Machu Picchu te gaan.

Maar eerst doen we nog een paar dagen Cusco. Dit keer ben ik degene met protesterende ingewanden en doen we nog even rustig aan om zo ook aan 3500 meter te kunnen wennen. Cusco is een erg mooie stad en je kunt hier uren rondlopen over de pleinen, de markten en door de straatjes. Er zijn zoveel leuke dingen te zien (en te koop….!) Je wordt alleen om de 5 minuten aangesproken door een stel kinderen of je ansichtkaarten wilt kopen of je schoenen wilt laten poetsen. Op de markt zitten oude vrouwtjes in kleine, volgepakte stalletjes hun waren aan te prijzen. Terwijl we onderhandelen over de prijs van een echt Peruaanse muts van ‘bébé-alpaca’ besluiten mijn opstandige organen dat het tijd wordt voor een bezoek aan het openbaar toilet.
Ik moet daar voor betalen, maar da’s geen probleem, het ziet er keurig schoon uit en ik had er dringend een nodig. Pas als ik klaar ben zie ik dat de toiletten helemaal niet zijn aangesloten op de waterleiding. Als ik na een paar besluiteloze ogenblikken de deur open doe, staat de toiletjongen al klaar met een grote emmer water om het toilet door te spoelen…. Onderdeel van de service…..
Dit is behoorlijk gênant, dus ik maak dat ik wegkom...

We beklimmen alle trappen van ‘Sexy Woman’ (Sacsayhuaman) zoals iedereen de naam van de Inca ruïnes bij Cusco onthoudt. We worden beloond met een schitterend uitzicht op zowel de ruïnes als op Cusco. Vlakbij staat een groot Jezusbeeld wat waakt over de hele stad. Onder het beeld stikt het van de souvenirverkopers en kinderen in folklore kostuum die tegen betaling met hun lama op de foto willen. ‘s Avonds koken we zelf in ons hostel. Heerlijk al die verse groenten.... We bieden Maria, de vrouw die het hostel beheert, ook wat aan en blijkbaar heeft ze zelf niet veel te besteden want ze zegt direct ja.
Als we de volgende avond terugkomen in het hostel zitten en twee oudere dames op de bank te kletsen. We gokken dat het bezoek van Maria is. De bel gaat en nog meer bezoek van Maria kondigt zich aan. De dames vertellen ons dat het Maria’s verjaardag is. Marc glipt snel weg om een cadeautje voor haar te kopen.
Als hij terugkomt nodigt ze ons uit om mee te eten met haar verjaardag diner… Gelukkig dat we iets voor haar hebben gekocht. Inmiddels is de hele familie gearriveerd en daar zitten we dan, tussen zo’n 20 Spaans sprekende ooms, tantes, nichtjes en neefjes op een doorgezakte bank. Marc krijgt een bord met een stuk kip en een heerlijk salade op schoot. Ik loop het feestmaal mis en eet droge rijst in verband met de protesterende organen. We krijgen er een feestelijk glaasje Inca Kola bij. Een paar nichtjes spreken gelukkig wat engels. Na het eten wordt er gezongen en wordt er een grote verjaardagstaart aangesneden. Als die op is vertrekt iedereen weer…

De volgende dag vertrekken we naar Machu Picchu. Eerst lopen we naar het busstation, wat we bijna hadden gemist omdat het niet meer is dan een moederpoel met oude bussen. Hier nemen we een bus naar Urumba. Je moet namelijk eerst in Ollantaytambo zien te komen en daar treinkaartjes kopen. Er gaat wel een trein vanuit Cusco, maar die is meer dan drie keer zo duur. De rit van ruim een uur naar Urumba verloopt vlotjes. Onderweg hebben we een schitterend uitzicht op de Sacred Valley. De bus is klein en oud en vol. We passen precies in de stoelen met onze dagrugzakken op schoot en kunnen ons vervolgens niet meer bewegen. Het wordt nog even ingewikkeld als we de bus moeten betalen en geld uit onze broekzakken moeten zien te krijgen, maar met wat acrobatische toeren lukt dat ook wel weer. In Urumba staat er al een collectivo te wachten die naar Ollantaytambo gaat. Het busje zit al aardig vol en we gaan vertrekken.
Na een paar kilometer staan er wat mensen aan de kant van de weg die ook mee willen. We schikken allemaal wat in en zo past het precies. Maar na een paar kilometer staan er nog wat mensen aan de kant van de weg die mee willen. We schuiven voor zover mogelijk nog wat dichter naar elkaar en zowaar, met enige creativiteit passen deze mensen er ook nog bij. Er zitten nu 13 mensen in het minibusje. Maar dan staan er een stuk verderop nog 5 mensen op de collectivo te wachten. Dit kan echt niet meer, denken wij, die mensen hebben pech... Maar daar denken ze hier toch anders over. Bijna letterlijk met een schoenlepel worden ook deze 5 mensen nog in de collectivo gepropt. Een of twee vinden nog de punt van een stoel of bank, maar de meesten moeten blijven staan. Aangezien de collectivo daar niet hoog genoeg voor is, hangen ze een soort voorovergebogen over de andere passagiers heen. Iedereen houdt z’n buik in en dan kan de deur net dicht. Wij zitten helemaal in een hoekje achterin geperst en voor ons zien we alleen maar een kluwen van ledematen.

In Ollantaytambo gaan we op zoek naar het treinstation. We vragen het nog één keer voor de zekerheid… we moeten de trein hebben van kwart voor 8 vanavond, want dat is de ‘normale’ trein waar 2 ‘backpackers-wagons’ aan zijn toegevoegd. Voor deze wagons kun je een kaartje kopen voor $12,- (usd) enkele reis. Treinkaartjes voor de ‘locals’ kosten 15 soles (3,75), maar die kun je als toerist niet kopen. Er gaat ook nog een trein eerder op de dag, maar daarvoor kost een kaartjes maar liefst 35 dollar. We gaan dus voor de avondtrein! Het is nu pas half 12. Ze hadden ons verteld hier vroeg te zijn en dat blijkt een goed advies, want vlak na ons zijn de kaartjes uitverkocht. Met onze kaartjes op zak ploffen we op een bankje om wat crackers te knabbelen en water te drinken, als een soort verlate brunch. Dit keer omringd door bedelende honden in plaats van bedelende mensen. We wandelen op ons gemak naar het dorpsplein en bekijken de markt. Dan slenteren we naar de Inca ruines. Tegen de bergwand bevindt zich hier een enorm Inca complex met steile trapeen omhoog. We beklimmen de enorme traptreden en bewonderen de vernuftige bouwstijl van de Inca’s en het uitzicht.
Als we bovenaan de grote trap zijn nemen we paadje naar links. We lopen om een grote steen heen en om de hoek zitten daar Jerry en Connie (uit de bus naar Arequipa) op een steen in het zonnetje. Da’s toevallig… Zij waren onderweg naar beneden, dus we spreken af elkaar later in het dorp te ontmoeten. We dwalen nog een hele tijd door de ruïnes tot er een erg donkere lucht aan komt drijven en het gaat regenen. We schuilen onder een afdakje, maar als het blijft plenzen bekijken we de waterwerken van de Inca’s toepasselijk in de stromende regen. Daarna hebben we onze grote mok met maté de coca wel verdiend. Ze serveren ze hier zoals het hoort met de hele, verse blaadjes. Dat geeft je wel een beetje het idee dat je een heg aan het opdrinken bent… maar het smaakt echt heerlijk.

We zitten met Jerry en Connie voor een van de restaurantjes en bekijken de mensen die langskomen. Sommige fietsers proberen met een aanloop de steile helling in de straat te nemen, met wisselend succes. Het levert ons een leuk uitzicht op. Een man komt naar beneden, lopend voor z’n bakfiets met z’n armen gespreid en alle z’n krachten inspannend om de bakfiets tegen te houden. Hij kan duidelijk wel een paar nieuwe remmen gebruiken. Het begint flink koud te worden. We waren de dag begonnen met t-shirtjes, maar nu heb ik 2 truien aan. … We gaan binnen in het warme restaurant de heerlijkste champignonsoep eten die ik ooit op heb en dan wordt het al weer tijd om naar de trein te gaan. Het is gezellig in de trein en dankzij de volle maan kunnen we zelfs in het donker nog van het uitzicht op de snel stromende rivier genieten. Voor we het weten zijn we in Aguas Calientes. Samen met Jerry en Conny gaan we op zoek naar een hotel. We vinden er één, goedkoop, maar wel erg basic, met 24 uur per dag warm water. De gordijnen hangen scheef, er is alleen een raam wat uitkijkt op een smalle gang, het is donker en ruikt wat muffig, maar het is schoon en de bedden zijn goed. … en het water in onze eigen badkamer is inderdaad warm, wat willen we nog meer….
Als we eenmaal hebben ingecheckt en betaald wil ik me even opfrissen en draai de kraan open… helaas, er komt helemaal geen water uit… Volgens de vrouw van het hotel is het een probleem van het hele dorp… ja, ja… We gaan een stuk verderop in het dorp maar wat drinken. We bestellen een cola en 2 grote bier op een terrasje. De eigenaar kijkt even achterom naar de overkant van het smalle straatje en zegt dan dat het goed is. Vervolgens loopt hij naar de overkant om daar in de supermarkt 2 bier en 1 cola te kopen en zet die bij ons op tafel…. We hebben hier eerder gezien dat ze eerst boodschappen moesten doen als je iets bestelde, maar dit geeft wel heel erg het idee dat je het net zo goed zelf in de supermarkt had kunnen kopen… Dit is wel heel erg komisch….

De volgende dag staan we vroeg op om naar Machu Picchu te gaan. Er is nog steeds geen water, dus het wordt een zeer mager kattenwasje met laatste paar druppels uit een fles drinkwater. We nemen de bus die ons in talloze haarspeldbochten 800 meter naar boven brengt. Dan lopen we naar binnen,het gigantische complex in. We klimmen eerst naar boven om het uitzicht vanaf de ´caretakers hut´ te bewonderen. Dit is hét beroemde plaatje dat je altijd op de foto´s ziet. Het uitzicht is geweldig, adembenemend, bijna mystiek. Het lijkt wel of je hier de ziel van een oude beschaving kunt voelen. Er hangt hier iets wat je even je mond doet houden en rustig de omgeving in je op laat nemen. We nemen uitgebreid de tijd om foto´s te maken en rustig rond te kijken. Je kijkt van bovenaf op een complex met zeer vernuftig gebouwde stenen bouwwerken. Daartussen groeit gras wat enorm groen is en mooi kort gehouden wordt door de grazende lama´s. Er omheen staan grote steile bergen, die een soort stompe punten vormen en het complex voor de buitenwereld lijken te verbergen. Niet zo gek dat de Spanjaarden dit nooit hebben gevonden. Heel ver beneden kronkelt een rivier. Het is goed weer, maar er hangt wat bewolking die het hele plaatje een dramatische sfeer geven.

We hadden hier nog wel veel langer kunnen zitten kijken, maar we zijn ook nieuwsgierig naar de rest, dus langzaam dalen we af. Zwervend tussen de stenen, wooncomplexen, badhuizen, tempel van de zon, de tempel van het water, Pacha mamma, de condor... het is geweldig! Rond een uur of 11 komen we bij de ingang naar Wayna Picchu. Dit is de bekende top die je altijd op de foto´s van Machu Picchu ziet. Je kunt ´m beklimmen , maar de klim staat bekend als zeer steil en op sommige punten gevaarlijk. Je moet je registreren en na 2 uur mag je niet meer aan de klim beginnen. Ik weet dat ik het afdalen niet leuk ga vinden en hetzelfde geldt voor Marc voor het stijgen, maar het is natuurlijk wel gaaf om op die punt gestaan te hebben. Het is een behoorlijk pittige klim, met het nodige klim en klauterwerk. Gelukkig hebben ze hier en daar ijzeren stangen en touwen aangebracht, anders is een misstap en een val van een paar 100 meter zo gemaakt. Nu valt het met het gevaarlijke wel mee... Het laatste stuk van de klim beginnen de ruïnes en klimmen we over de steile, smalle Incatrappen. Dan volgt er nog een stuk waarbij we zelfs door tunnels moeten kruipen, maar dan zijn we eindelijk boven. Het is de moeite waard. We zitten als adelaars op het topje van Wayna Picchu en kijken uit over Machu Picchu ver beneden ons in de diepte. De afdaling betekent inderdaad op sommige punten nagels in de stenen, maar we hebben gelukkig de tijd.... Om 2 uur staan we veilig en wel weer beneden. We zwerven nog 2 uur door Machu Picchu, af en toe gewoon zittend op een steen en af en toe stiekem dralend in de buurt van de enkele toeristen groep die er nog rondloopt om de uitleg van de gids op te vangen. We zijn de toeristenhordes mooi misgelopen. Het is heerlijk rustig nu.... uiteindelijk zijn we volgezogen met Machu Picchu, hoewel we ons er nog met moeite van los kunnen maken en begeven we ons naar de uitgang. We waren eigenlijk van plan terug naar beneden naar Aguas Calientes te gaan lopen, maar Conny geeft aan dat ze erg moe is en liever met de bus naar beneden zou gaan. Wij hebben weinig overtuiging nodig om ons hier bij aan te sluiten. Terwijl de bus de haarspelden weer naar beneden afdaalt holt een Peruaans ventje in hetzelfde tempo het wandelpad af wat recht naar beneden loopt. Iedere keer als de bus de bocht om komt, komt het ventje net het pad af tussen de struiken door hollen en staat breed lachend naar ons te zwaaien. Bijna beneden laat de chauffeur hem de bus in. Natuurlijk is hier niets voor niets en gaat hij dus met z´n muts rond, maar eerlijk is eerlijk, het is een leuk ventje, hij is origineel en hij heeft hard gewerkt voor z´n geld....

Terug in het hotel komt het moment suprème... we draaien de kraan open en ...ja!  er is water! Het is nog redelijk warm ook. Na deze dag met lopen, klimmen en klauteren is een douche meer dan welkom. We hebben ook enorme honger gekregen. Eerst bestellen we een grote pizza voor 4 personen met bier, daarna hebben we allemaal nog zo´n trek dat we er nog een compleet drie gangen menu achteraan bestellen. Het is érg gezellig en érg lekker! Na het eten voelt het alsof het middernacht is. Hoewel het in werkelijkheid pas 8 uur is gaan we terug naar het hotel en en vallen als een blok in slaap. De volgende ochtend moeten we weer vroeg op, want als je in de goedkope trein terug wilt, moet je wel die van 5.45 uur nemen. De terugreis is weer gezellig en om 10 uur zijn we weer in Cusco.

´s Middags lopen we nog een rondje over de lokale markt. Ze verkopen hier de meest bizarre dingen. Kleding, fruit, kruiden die ik niet herken, zelfgemaakte chocola, dode en levende kikkers en zo ongeveer alle ingewanden van dieren. Je kunt hier ook verse koeienhersens kopen. Dan wordt er een koeienkop van onder de kraam te voorschijn gehaald en op een hakblok gezet. Met een grote bijl waar wij het openhaardhout mee hakken wordt met luid kabaal de schedel open gehakt. Je hoort het helemaal kraken. Dan wordt met een mes de hersenen eruit gesneden, in een zakje gedaan en netjes afgewogen. Het is in ieder geval wel vers.... Jammer dat de ´slagersjongen´ niet op de foto wil. De dag daarna bezoeken we de grote zondagsmarkt in Pissac. Geweldig wat een kleuren en wat een mensen! We hadden nog een vaag plan om ´s middags de incaruïnes in Pissac te gaan bekijken, maar we besluiten dat we genoeg stenen hebben gezien. In plaats daarvan gaan we lekker op de stenen trappen zitten kijken naar Peruaanse vrouwen die in de beek de was doen en de kleren in de struiken te drogen hangen en drinken we versgeperste jus d´orange bij een kraampje van een oud vrouwtje aan de rand van de markt.

Het wordt tijd om het Incaland achter ons te laten en we nemen dus een bus naar Puno en lake Titicaca. Het hoogst gelegen navigeerbare meer ter wereld op 3800 meter hoogte. Puno zelf is niet erg bijzonder, maar we boeken een excursie voor een dagje Titicacameer en dat is wel heel gaaf. Eerst bezoeken we de drijvende eilanden. Dit zijn eilanden gemaakt van riet. Honderden jaren geleden zijn mensen uit de bergen gevlucht voor hun overheersers en zijn ze begonnen deze eilanden te maken en hier te leven. We zien hoe de mensen hier leven en wonen en we varen zelfs een stukje op een echte rietkano! Dan varen we een heel stuk over het meer naar een van de eilanden, Taquile. Het bezoek hier is wat toeristisch, maar toch wel leuk. We beklimmen de steile trappen naar het dorpsplein op het topje van het eiland. Onderweg zien we vrouwen die wol staan te spinnen met een spintol, waar het eiland om bekend staat. Hoewel we sommigen ervan verdenken dat ze een bolletje al gesponnen wol zeer ijverig heen en weer bewegen voor de toeristen, maar er weinig gesponnen wordt.... We zien hier erg veel fotogenieke mensen. Het is hier een echt telelens paradijs. We wandelen nog een stuk over het eiland, lunchen op het dak van een klein lokaal restaurant en dalen dan weer af naar de boot. Het stikt hier van de tourgroepen, wat het geheel wat minder leuk maakt. Maar wat wel heel leuk is, is hoe de eilandbewoners hier mee om gaan. Alles wordt hier gedeeld en voor de restaurants geldt dan ook een roulatiesysteem. Zodra een groep op het eiland arriveert hoor je van de eilandbewoners welk restaurant er aan de beurt is voor een bezoek, zo blijft alles gelijk verdeeld.

De volgende ochtend maken we ons klaar voor vertrek naar Bolivia. We hebben een busrit geboekt naar Copacabana en de busmaatschappij komt ons zelfs ophalen van ons hotel. Vijf minuten voor de afgesproken tijd gaan we met onze rugzakken naar beneden. Daar horen we van de jongen achter de receptie dat er 5 minuten geleden al iemand voor ons is geweest, maar dat die over een paar minuten weer terug komt. Te vroeg? In Peru...? Het moet niet gekker worden... We wachten dus geduldig in de lobby. We wachten en wachten, maar niemand verschijnt. Tot er 5 minuten voor het vertrek van de bus een taxi voor komt rijden. Waarschijnlijk pasten we niet meer in de planning van het busje en hebben ze nu maar snel een taxi voor ons ingezet. De Taxichauffeur rijdt ons in ijltempo door de stad en zo zijn we nog op tijd voor de bus. De busrit is schitterend met steeds uitzicht op het Titicacameer. De bus stopt bij de Peruaanse douane waar we eruit moeten om onze stempels te halen en we geld kunnen wisselen. Terwijl de bus doorrijdt, lopen wij over de grens naar de Boliviaanse douane. Tsjak! De stempels staan er weer in! We zijn in Bolivië! We stappen weer in de bus die ons in een klein half uurtje naar Copacabana brengt..

Top