Nieuw Zeeland                                                                                                                                             Terug naar de kaart

Kennismaking met de kiwi's en andere Nieuw Zeeland bewoners - 28 mei - 4 juni

Via de pinguïns naar het zuidelijkste puntje van het Zuidereiland - 4 t/m 9 juni 2004

Via de westkust weer terug naar het noorden 10 t/m 17 juni 2004

Terug op het Noordereiland 18 t/m 28 juni 2004

Praktische informatie Nieuw Zeeland

 

TOP   

Kennismaking met de kiwi's en andere Nieuw Zeeland bewoners - 28 mei - 4 juni                          

We landen 's morgens om half 4 in Auckland. De meeste hotels zijn nog gesloten, maar gelukkig weet de dame van de informatiebalie een motel in de buurt van het vliegveld waar we op dit onmogelijke uur nog kunnen inchecken. iemand komt ons met een busje ophalen. De chauffeur is een gezellig kwebbelende, maar onmogelijk verstaanbare man. Op goed geluk geven we antwoord op z'n vragen. Blijkbaar verstaat hij ons wel, want als we bij het motel aankomen begint hij gelijk enthousiast tegen z'n collega te vertellen dat we al helemaal in Rusland en China zijn geweest... We worden naar onze kamer begeleid, waar we ons bed induiken en een gat in de dag slapen. Als we wakker worden maken we gelijk goed kennis met Nieuw Zeeland. Het regent en het wordt de hele dag niet meer droog.
  
De volgende dag schijnt de zon gelukkig weer. Vandaag halen we mijn ouders op van het vliegveld die ons komen opzoeken in hun vakantie. Gek idee om hier weer te zien aan de andere kant van de wereld. Ze hebben een vierpersoonscamper gehuurd met alles erop en eraan. Die halen we op en richten we in, stoppen de koelkast vol met boodschappen en we zijn klaar om af te reizen naar het zuiden. We hebben van zoveel mensen gehoord dat het Zuiderleiland het mooiste is en bovendien is het Zuidzee-eiland op deze tijd van het jaar relatief droog, terwijl het in het noorden juist veel regent. We hebben dus besloten eerst naar het Zuidzee-eiland te gaan.
 
Op zondag komen we langs een kiwihuis in Otorohanga. We moeten natuurlijk wel een kiwi gezien hebben in Nieuw Zeeland, dus hier gaan we even kijken. Voor de duidelijkheid; een kiwihuis is geen fruitplantage of zo, maar een huis waar kiwivogels leven. Kiwi's zijn sterk bedreigd en de kans dat je ze in het wild tegenkomt is erg klein, omdat ze 20 uur per dag slapen en dan in een hol in de grond zitten, 's nachts 4 uur wakker zijn en dan ook nog erg schuw zijn. Door heel Nieuw Zeeland vind je kiwihuizen waar ze een paar kiwi's verzorgen en zo de soort beschermen tegen uitsterven. We hebben geluk, het is net voedertijd. Een lieve vrouw die duidelijk gek is op de kiwi's gaat het hok in om de 2 vogels een soort pap te voeren. Een van de twee is een aanhalig type. Hij klimt bij de vrouw op schoot om een lekker te gaan kroelen. De beesten weten dat ze eten krijgen en lopen enthousiast door het hok te hippen. Het ziet eruit als mega-kiwifruit met een nek en een kop op poten als springveren. Het is een geweldig gezicht. Op de een of andere manier lijken ze incompleet, alsof ze d'r vleugels of armen verloren zijn. Na de kiwi's bekijken we nog even de rest van het vogelpark. De paraplu's die ze beschikbaar stellen hebben we helaas hard nodig..... We overnachten op een camping aan de rivier bij Taumarunui. We kunnen nog net een kort boswandeling langs palmvarens meepikken voor het echt pikdonker wordt.
 
De volgende dag rijden we verder door naar het zuiden. Bij National Park (een dorpje, geen nationaal park..) slaan we af richting Pipiriki. We willen langs de rivier verder afzakken naar het zuiden. Dat moet een hele mooie route zijn. Na een paar kilometer houdt het asfalt ineens op en gaat de weg over in een gravelroad. Alle kopjes en glazen in de camper staan te rammelen en in de bochten moeten we ons achterin vasthouden om niet van de banken te glijden. Het getril en gerammel is nog niet zo erg, maar het regent flink en de weg wordt steeds modderiger en gladder. Af en toe voel je de achterkant van de camper uitbreken. Het is flink sturen om 'm goed op de weg te houden. Na kilometers (28) rijden komen we goed en wel aan in Pipiriki, waar de mooie weg langs de rivier gaat beginnen. We draaien de bocht om en daar staat een bord: 'major landslide, no campervans allowed'. Er zit niets anders op.... we gaan dezelfde weg maar weer terug. We bereiken veilig weer het asfalt en volgen de 'normale', maar overigens ook schitterende weg naar Wanganui. We overnachten deze nacht in Levin. De eerste de beste camping die we zien rijden we op. Het blijkt dat dit een paar kampeerplaatsen zijn bij een congrescentrum. Het congrescentrum is leeg en wij mogen de faciliteiten gebruiken. Dat betekent een grote badkamer met douche, wastafel, toilet... helemaal privé.
 
Dinsdag nemen we de ferry naar het Zuidzee-eiland. Handig zo'n camper, want terwijl we wachten op de ferry kunnen we mooi een potje dobbelen achterin. De boottocht is schitterend en de zon schijnt. We kunnen voor op de boeg staan en kijken uit over de zee en de schitterende kustlijn. Als we aankomen in Picton begint het al te schemeren. We rijden de ferry af, de weg op richting Momorangi en bij het uitzichtpunt moéten we gewoon even stoppen. De zonsondergang is geweldig mooi. Het is al donker als we doorrijden naar een camping. Het kantoortje van de camping is al dicht, maar als we achterom lopen kunnen we aanbellen en komt er een vriendelijke meneer naar ons toe. We hebben inmiddels de kiwi's - in de zin van Nieuw Zeelanders - een beetje leren kennen en een
ding hebben we al geleerd: zeg 1 woord tegen ze en je kunt achterover gaan hangen... ze blijven kletsen. De mensen zijn echt supervriendelijk hier. Deze man vormt geen uitzondering. Na 'even' gezellig gekletst te hebben en nog wat handige reistips meegekregen te hebben, verwijst hij ons naar een plaatsje aan de rand van de baai. 's Morgens worden we wakker met een schitterend uitzicht! De zon schijnt... er is geen wolkje te zien.... het water is glashelder... de lucht zuiver... er is geen mens... het is heerlijk hier!

Na het ontbijt rijden we op ons gemakkie langs de kust en door Marlborough country met glooiende wijnvelden in fantastische herfstkleuren. Het is hier een aaneenschakeling van wijnhuizen. We stoppen bij Mudhouse. We willen de Nieuw Zeelandse wijn natuurlijk wel even proeven! (Hoewel we dat eigenlijk al wel hadden gedaan, want we hadden natuurlijk best al een wijntje bij het eten gedronken...). We krijgen allerlei soorten witte en rode wijnen te drinken. Het wordt steeds gezelliger... Natuurlijk kopen we een paar flesjes. Ze hebben ook een hele afdeling met likeuren. Hun specialiteit is 2 soorten; een heldere en een romige, die je op elkaar schenkt. Dit hebben ze in verschillende smaken... jammie!  Natuurlijk kopen we een paar flesjes... Het wordt een gezellige boel in de camper. Ze hebben ook nog lekkere olijfolie soorten en dressings en die laten we natuurlijk ook niet staan. Na deze culinaire onderbreking gaan we onderweg naar Kaikoura, want daar hebben we voor de volgende dag een walvistocht geboekt. De weg loopt langs de kust en kijkt uit op de zee en de rotsen. We stoppen bij een camping iets ten zuiden van Kaikoura aan het strand.  Weer zijn de eigenaren een paar schatten van mensen. We krijgen een plek aan het strand en ze komen met een quad een vuurkorf en een stapel hout brengen. We eten vanavond dus buiten bij het kampvuur.
 
's Morgens moeten we op tijd op.... tijd voor de walvissen. Het weer zit ons mee: de zon schijnt, de lucht is blauw en de zee is kalm. We worden met een bus naar de boot gebracht; een modern, snel schip met alle apparatuur er op en er aan. Terwijl zij met een hydrofoon aan het luisteren zijn waar de walvissen zijn, wordt ons in de tussentijd uitgelegd dat er vlak langs de kust een hele diepe kloof ligt (meer dan 1000 meter diep), waardoor de walvissen zo dicht bij de kust komen. We krijgen ook nog een hele uitleg over alles wat hier zoal leeft met behulp van een hele mooie animatie. Er is een walvis gespot, dus we gaan in volle vaart naar de plek waar hij gezien is. De boot remt af, de glazen deuren gaan open en iedereen rent naar de reling. En daar is hij... enorm, gracieus, ik zou willen zeggen majestueus en onverstoorbaar zwemt de potvis vlakbij de boot. Hij blaast en spuit iedere keer als hij boven komt. Wat een
magnifiek beest! Dan maakt hij zich klaar om te duiken. Hij kromt zich en in een langzame, vloeiende beweging duikt hij onder. Precies zoals op de bekende walvisfoto's zien we z'n staart boven water. Het lijkt wel of het beeld een paar seconden stilstaat en dan verdwijnt hij onder water. Een grote plek op het water, wat ze z'n 'footprint' noemen is het enige waar je aan kunt zien dat hier net zo'n enorme kolos zwom. Nu is hij weer ergens onzichtbaar in de diepe zee. De bemanning is al weer druk aan het zoeken naar meer potvissen. Het is hier gebruikelijk dat je tijdens een tour 1 of 2 potvissen ziet. Alles wat je meer te zien krijgt is een bonus. Als de boor rustig aan het cruisen is, op zoek naar dieren, kun je lekker naar buiten, maar als hij op volle snelheid vaart, moeten we binnen op onze stoelen plaatsnemen. We worden weer naar binnen geroepen..... ze hebben er weer een gelokaliseerd. En weer sprinten we naar
buiten zodra de boot afremt om zo lang mogelijk naar dat immens grote beest te kijken wat zich niets van ons aantrekt en al blazend en spuitend voor ons uitzwemt. Hij gaat weer duiken en weer laat hij ons z'n staart zien. We verdienen bonuspunten vandaag, want we krijgen ook nog een derde potvis te zien. De vierde die de bemanning vindt, duikt helaas net onder als we aankomen. Dan is het op, meer potvissen of andere walvissen zijn er niet in de buurt vandaag. Ze gaan nog wel op zoek naar ander 'zeeleven' voor ons. We gaan kijken bij een troep albatrossen, die met een spanwijdte van 3 meter enorm zijn. We varen langs rotsen waar zeeleeuwen lekker van het zonnetje genieten en spelen aan de waterkant. En we zien hele scholen met dolfijnen. De dusky dolphins hebben zin om te spelen, dus gaan vlak naar de boeg in de boeggolven van de boot mee zwemmen. Recht onder ons springen de dolfijnen uit het water de golven
in en uit. Geweldig wat een beesten, ze stralen zo'n lol en energie uit... heerlijk. We moeten eigenlijk weg, want we lopen gigantisch uit de tijd, maar ze laten ons nog even genieten van deze superbeesten. Dan moeten we echt gaan en varen we terug naar de kust. Het was helemaal geweldig!
 
De rest van de middag lummelen we lekker rond in Kaikoura en genieten we van het mooie weer. We eindigen weer op een camping ten zuiden van Kaikoura aan het strand. Ik laat Marc de camper 3 keer anders parkeren om toch echt het mooiste uitzicht over zee te hebben, maar dan staan we ook echt geweldig. Als we 's morgens wakker worden en naar de toiletgebouwen lopen, blijkt er een hele kudde zeerobben (fur seals) op de rotsen te zitten. We trekken snel wat aan en gaan, gewapend met camera's op de rotsen naar de beesten zitten kijken. We zitten op slechts een paar meter afstand van ze en ze voeren een hele show voor ons op. Twee gaan in gevecht en een stel begint een uitgebreide liefdesdans. Verder wordt er natuurlijk druk achter oren gekrabbeld, omgerold, met staarten geflipperd en van rotsen afgegleden. Een grote dikke, luie zeerob gaat op een gegeven moment zitten en begint druk te hoesten en ongemakkelijk te bewegen. Er zit blijkbaar wat vis dwars, wat er op een gegeven moment lekker uitkomt. Het lijkt wel een vlokkentest... Nadat we een rolletje volgeschoten hebben met zeerobben, gaan we terug naar de camper om te ontbijten. Tijdens het ontbijt komt er nog een op de rotsen voor de camper zitten, zodat we nog even een leuk uitzicht hebben. Dan gaan we door... verder richting Christchurch.
 

TOP   

Via de pinguins naar het zuidelijke puntje van het Zuidereiland - 4 t/m 9 juni 2004

We doen even een bliksembezoek aan Christchurch en zakken dan verder af naar het zuiden. We overnachten in Ashburton en gaan dan landinwaarts richting Mt Cook, het hoogste punt van Nieuw Zeeland. We hebben weer geluk, want het is strakblauw en helder en we kunnen dus de hele weg van letterlijk adembenemende uitzichten genieten. Je kijkt kilometers over een licht glooiend landschap met herfstkleuren met in de verte besneeuwde bergtoppen.... verder is er gewoon niets. Dit zijn van die landschappen die je als het ware kunt 'opzuigen' of inademen als je je daar iets bij kunt voorstellen.

Na iedere bocht is het weer anders en het wordt steeds mooier. De bergen komen steeds dichterbij. We maken een stop bij lake Tekapo. Over het smaragdgroene water heb je weer een schitterend uitzicht op de bergen. Er staat hier een klein kapelletje ' de kapel van de goede herder'. Hoewel de meeste kerken donker zijn van binnen, heeft deze kapel een groot raam achter het altaar met uitzicht over het meer en de bergen. Met zo'n uitzicht kan het niet anders dan dat de kerkgangers hier de meest serene en inspirerende gedachten zullen krijgen. We vervolgen onze weg naar lake Pukaki. Hier lunchen we met uitzicht op Mt Cook. In het Maori heet Mt Cook 'wolkenprikker', omdat hij meestal in de wolken ligt, maar wij zien hem helemaal wolkenvrij wat waarschijnlijk vrij uniek is. Op de weg naar Mt Cook stoppen we nog een keer bij een uitzichtpunt om een paar foto's te maken. We kunnen er geen genoeg van krijgen. De weg loopt langs lake Pukaki naar de voet van Mt Cook. De hele weg hebben we uitzicht over het gletscher meer en de bergen. De weg stijgt nauwelijks, maar als we in de buurt van Mt Cook komen blijkt de weg toch net genoeg te stijgen om de sneeuwgrens te passeren. We zitten maar zo'n 700 meter hoog en we rijden een witte wereld in. In het dorpje aan de voet van Mt Cook moeten we natuurlijk even door de sneeuw lopen en sneeuwballen gooien. Het is inmiddels het einde van de middag en we zitten in de schaduw van de berg, dus het knap fris. Voor het echt donker wordt gaan we een klein stukje terug naar Glentanner, waar we overnachten. Hoewel we hier weer net onder de sneeuwgrens zitten, is het maar goed dat er kachels in campers zitten! De volgende ochtend kijken we uit de raampjes van onze poppenkast (wij slapen in de ruimte boven de cabine van de auto en aangezien je die af kunt sluiten met gordijntjes, noemen we die de poppenkast...)... alles is wit! Het heeft vannacht flink gevroren. De wand van de berg waar we op uitkijken wordt half verlicht door de opkomende zon.. tijd om uit bed te komen en foto's te maken. Uit bed komen is altijd weer een hele expeditie, want daarvoor moet ik dus eerst over of langs Marc en dan een trappetje afklimmen. Dit trappetje is een sta-in-de-weg voor de keuken en de buitendeur, dus het is altijd weer een kwestie van goed timen als je met z'n vieren in een camper leeft.

's Avonds en 's morgens hebben we een heel ritueel: de overtollige bagage moet van onze poppenkast naar de voorstoelen en vice versa en achterin wordt de zithoek omgebouwd tot bed en weer terug. Natuurlijk is er tijdens al deze activiteiten altijd wel iemand die even naar buiten of naar binnen wil en wil er ook altijd wel iemand alvast water opzetten voor een kopje thee. Onze kleren liggen 's nachts op het gasstel en als iemand zich wild omdraait in z'n slaap (en ik geloof dat we allemaal wilde slapers zijn) dan schudt de hele camper heen en weer. Persoonlijk vind ik dat dat kneuterige gedoe wel iets heeft. Als er iemands 's nachts uit wil dan heeft die ook steevast ruzie met het slot van de deur dat een eigen leven lijkt te lijden. Het zit altijd op slot als je denkt dat het open is en andersom en heeft allemaal verschillende palletjes waar je aan kunt draaien... net een puzzel. Het kan dan ook gebeuren dat de deur wel open gaat, maar dan toch op slot blijkt te zitten als je de deur achter je dicht doet en buiten staat.... ik spreek uit ervaring. Marc ook, want ik moest hem wakker maken om de deur voor mij open te doen.... We zouden natuurlijk ook ons tentje op kunnen zetten, maar gezien de hoeveelheid regen en sneeuw houden we het toch maar op de poppenkast.

Na heerlijk genoten te hebben van de zon, de bergen en de letterlijk frisse lucht , gaan we verder afzakken naar het zuiden. Het landschap blijft mooi, maar het weer niet. De lucht wordt grijs en het begint te regenen. We buigen weer af naar de kust en passeren een paar interessante rotsen mer Maori tekeningen. We bekijken ze in een druilerige regen. Aan de kust maken we een stop bij de Mouraki boulders. Op het strand ligt een hele verzameling grote ronde stenen kogels van een meter doorsnee die door een raar erosie verschijnsel ontstaan. Sommige zijn in stukken uit elkaar gevallen, anderen liggen nog helemaal intact in de branding. We moeten nog een aardig stukje over het strand lopen, het waait flink en het begint weer te regenen. We komen koud en hongerig aan bij de camper.. en dat is dan weer het voordeel dat je je hele hebben en houwen bij je hebt, want we gaan ons even lekker verwennen met gebakken eieren met bacon.

Na deze heerlijke, late lunch rijden we door naar Dunedin. Het begint al te schemeren, maar we besluiten om toch door te rijden naar Otago Peninsula. De weg is smal en bochtig en loopt pal langs het water. Het asfalt grenst direct aan de oceaan, aan bermen doen ze hier niet. Af en toe spoelt het water over het wegdek en in het donker en de regen is het zicht niet altijd geweldig. Maar voor wie ooit wel een langs bijvoorbeeld de Reeuwijkse plassen gereden heeft, is het nog steeds een 'peulenschilletje', dus we komen zonder problemen aan in Portobello. We hebben de hele camping voor onszelf De hele nacht en ochtend regent het, maar net als wij 's middags besluiten om albatrossen en pinguïns te gaan kijken, klaart het weer op. Het albatrossencentrum is geweldig. Dit is de enige plaats ter wereld waar albatrossen broeden op bewoond land. Er zijn een stuk of 6 nesten waar jonge, pluizige albatrosenkuikens inzitten. Af en toe doen ze een soort ochtendgymnastiek met hun vleugels, wat er nogal komisch uitziet. Er landt een vader of moeder albatros om een jong te voeren. Wat een gigantisch grote beesten zijn dit, ze kunnen een spanwijdte tot 4 meter hebben!
Het opstijgen is een schitterend gezicht: hij loopt rustig tegen de wind in naar de rand van de rotsen (neemt dus geen aanloop zoals in 'de Reddertjes'), spreidt z'n vleugels uit en zweeft weg op de wind. Speciaal voor ons cirkelt hij nog een keer boven ons hoofd en weg is hij....

Nu is het tijd voor pinguïns. Bij 'Penguin Place' kun je een rondleiding boeken door een soort reservaat waar een kolonie geeloogpinguïns woont. De kolonie woont in hun natuurlijk woongebied, maar doordat de bomen waarin ze nestelden verdwenen, dreigden ook de pinguïns te verdwijnen. Nu hebben ze nestplaatsen gemaakt in het gebied waardoor de kolonie is gered. In het reservaat hebben ze een soort loopgraven aangelegd van waaruit je ze van heel dichtbij kunt bekijken. We worden ontvangen door onze gids... een ongelooflijk enthousiaste man met een wildgrijze haardos en een nog wildere grijze baard. Hij straalt aan alle kanten uit dat hij gek is op de pinguïns en trots is op het reservaat. In z'n lange groene regenjas en met z'n verweerde gezicht en grijns van oor tot oor ziet hij er uit als een soort 'aardkabouter'. We worden eerst in een soort bestelauto met banken aan de zijkant geladen. Het is een oud barrel, het piept en kraakt, maar wekt de indruk hier nog jarenlang te zullen rijden. Eenmaal in het reservaat worden we rondgeleid door het doolhof van gangen. Alles gaat op fluistertoon om de pinguïns zo min mogelijk te storen. Onze gids rent zo ongeveer door de gangen om ons zoveel mogelijk uitzichtpunten te laten zien waar 'er waarschijnlijk een hele mooie zit'...
We staan echt op een meter afstand van de pinguïns. De meeste zijn vandaag thuis gebleven, omdat het zo stormt vandaag. Ze staan lekker voor een hokje met hun vleugels wijd om af te koelen (wij staan zo al te vernikkelen). Eentje zwemt lekker rond in de vijver. Vanaf een afstandje zien we er een uit de zee het strand opkomen. Hij waggelt door de branding en moet het een paar keer opnieuw proberen, omdat hij door een golf omver wordt gegooid. De pinguïn lijkt wat terughoudend om aan de kant de komen, waarschijnlijk omdat er een enorme zeeleeuw op het strand ligt die zich uiteindelijk log naar de rand van het strand beweegt en lekker de beschutting van een duinpan gaat opzoeken.

Onze gids weet van geen ophouden en brengt ons van de een naar de andere pinguïn, ondertussen de een na de andere pinguïn-anecdote fluisterend. Je moet je nog behoorlijk concentreren om z'n Nieuw-Zeelandse engels te verstaan. We staan naar een pinguïn te kijken die op een meter afstand van ons met z'n vleugels wijd staat af te koelen. Hij staat met z'n rug naar ons toe en wil natuurlijk niet even mooi voor de foto z'n kop opzij draaien en z'n gele oog laten zien. Totdat de portofoon van de gids toevallig piept en de pinguïn daarop reageert. Als we dit aan de gids vertellen, drukt hij op het testknopje zodat er opnieuw een harde piep klinkt.
De pinguïn kijkt weer opzij en precies op tijd maken we een foto. Ondeugend lachend zegt de gids dat onnodig geluid maken eigenlijk niet mag... Het is al laat en alle andere rondleidingen zijn allang terug (waren nota bene later begonnen dan die van ons) als onze gids ons uiteindelijk terugbrengt. We hebben 18 pinguïns gezien en dat is meer dan gebruikelijk. Het was geweldig om te zien, hoewel ik eigenlijk niet weer wat ik leuker vond: de pinguïns of de gids.

Na nog een overnachting in Portobello gaan we naar Dunedin. Een gezellig stadje in de ban van rugby en de 'All Blacks'. Dat is echt een soort mythe hier. Het hele land lijkt All Blacks fan te zijn en er hangt een hele sportieve sfeer omheen. Niets van de agressiviteit die je bij het voetbal vaak ziet. Terwijl de 'Maori krijgers dans' (de Harka) waar de All Blacks iedere wedstrijd mee beginnen er toch behoorlijk strijdlustig uitziet. Er gaat een soort primitieve, indrukwekkende kracht van uit. Na een paar uurtjes Dunedin, waarvan de halve tijd bezig waren een passend parkeerplekje voor de camper te vinden, zakken we af naar 'the Catlins'. We lopen naar Nugget Point een uitzichtpunt bij een vuurtoren. We staan een tijdje te kijken naar de rotsen als we ineens beneden iets zien bewegen. Er zitten een paar zeeleeuwen op de rotsen. We pakken de kijker erbij (op dit soort momenten weet je weer waarom je dat ding al die tij
meesjouwt) en we zien nu pas dat de rotsen bezaaid liggen met zeeleeuwen en pelsrobben. 10-tallen beesten spelen in de poelen of liggen lui op de rotsen, soms zo hoog dat je je afvraagt hoe ze daar ooit gekomen zijn. Vlak bij Nugget Point is een strand waar vaak vlak voor zonsondergang pinguïns aan land komen.

We verstoppen ons in een schuilhut en na een tijdje wordt ons geduld beloond: op de golven dobbert een pinguïn die probeert vaste grond onder de voeten te krijgen. Hij wordt een paar keer omver gespoeld door een golf, maar dan lukt het 'm om het strand op te dribbelen. Bij ieder obstakel...een stuk zeewier of een schelp... stopt hij en springt hij er met 2 poten tegelijk overheen, dan waggelt hij weer verder. Af en toe blijft hij een tijdje staan met z'n vleugels wijd en dan waggelt hij weer verder richting de duinen. Terwijl hij nog druk bezig is met waggelen duikt er een andere pinguïn op in de golven die aan dezelfde waggeltocht begint. Bij de duinrand aangekomen huppen de pinguïns een smal paadje op wat uiteindelijk leidt naar hun nest boven in de duinen.
Blijkbaar lopen ze warm met al dat gehup omhoog, want ze blijven regelmatig staan om te koelen. Inmiddels zijn ook pinguïn nummer 3 en pinguïn nummer 4 aan de uitdaging begonnen om uit de branding en vervolgens bij hun nest te komen.
We blijven staan kijken tot de laatste op het favoriete koelplaatsje halverwege het pad staan te koelen. Dan gaan we ervandoor. We zijn inmiddels zelf te veel afgekoeld en het wordt bovendien te donker om ze nog te kunnen zien. We hoeven nog maar een paar kilometer te rijden naar een camping in Kakapoint. Maar als we hier aankomen blijkt het onmogelijk om hier te overnachten. Als we tenminste de volgende dag weer weg willen... de hele camping is zo drassig dat we er onherroepelijk tot onze assen in de grond weg zouden zakken. Er zit niets anders op dan om 30 kilometer in het stikdonker, onverhard door te rijden naar Papatowai, de dichts bijzijnde camping die gelukkig wat droger blijkt te zijn.

Vanaf Papatowai wordt de weg door de Catlins onverhard, dus de kopjes en de bordjes rammelen gezellig onderweg. Af en toe rijden we door dicht regenwoud en dan weer langs de kust. Mc Lean forest is het mooiste stukje regenwoud dat we ooit hebben gezien. We volgen de borden richting Slope Point, het zuidelijkste punt van het Zuidereiland. De borden stoppen bij een hek aan de rand van een weiland. We zullen door het weiland moeten lopen om er echt bij te komen.
Natuurlijk willen we wel op het zuidelijkste puntje gestaan hebben nu we er zo dicht bij zijn, dus we hijsen ons in regenkleding en bergschoenen. Bij de eerste stap in het weiland zakken we al tot onze enkels weg in de modder. We zoeken het beste 'pad', maar kunnen daarmee niet voorkomen dat de modder opspat tot boven onze knieën. Onze broeken en schoenen zien er niet uit. Maar dan zijn we er... een baken in een weiland aan de rand van een klif. Een bord vertelt ons dat we bijna even ver van de evenaar als van de zuidpool verwijderd zijn.

Als we naar het zuiden kijken zien we zee.... zee.... en zee.... het einde van de wereld.
 

TOP   



Via de westkust weer terug naar het noorden 10 t/m 17 juni 2004

Via Queenstown trekken we langzaam weer naar het noorden. We willen via de Crowns Range naar Wanaka rijden. Dit is de hoogst gelegen weg in Nieuw Zeeland en het schijnt nogal een gevaarlijke, bochtige weg te zijn. De weg is afgesloten voor verkeer met aanhangers. Borden waarschuwen ons voor sneeuw, ijs en grind en we besluiten dus om niet tot laat in de middag te wachten om ons niet onnodig in de problemen te brengen. We rijden tenslotte met een zware, lompe camper. Direct vanaf de start begint de weg stijl te klimmen en zitten er een paar scherpe haarspeldbochten in de weg, maar alles is nog heel makkelijk te sturen. Langs de weg zijn havens gemaakt om je sneeuwkettingen om te kunnen leggen, maar buiten wat ijs in de berm zien we nog niets om ons zorgen over te maken. Dan maakt de weg een scherpe bocht naar links en ...rijden we de volgende 50 kilometer over een volledig rechte, vlakke weg. Iets spannenders kunnen we er niet van maken. We zijn dan ook veel vroeger dan verwacht in Wanaka. We gaan naar een schitterende camping aan de rand van het meer in Glendhu Bay. De lucht is blauw en de bergen spiegelen in het meer, de zon schijnt nog niet op de rand van de bergen. Het lijkt wel een ansichtkaart. Ze zeggen terecht dat Nieuw Zeeland een van de mooiste landen ter wereld is. Vooral het Zuidereiland is geweldig mooi. Steeds wisselende soorten landschap liggen op korte afstand van elkaar en al die dieren maken het extra leuk.

De volgende dag ben ik jarig en dat vieren we helemaal in stijl. Als ik 's morgens terugkom van de douche is de ontbijttafel gedekt, compleet met feestmutsen, een verjaardagstaartkaart, cadeautjes en een 'happy birthday' ballon over de hele breedte van de camper. 's Middags vinden we een gezellig cafeetje met joekels van taartpunten en lekkere koffie en 's avonds gaan we echte Nieuw Zeelandse lamsbout eten. Marc gaat ook nog voor de de echte Bluff oesters en de groenlippige mosselen. De Nieuw Zeelandse wijn ontbreekt uiteraard ook niet en na de koffie krijgen we nog een speciaal soort Nieuw Zeelandse port van het huis. Het is wel een heel bijzondere verjaardag zo aan de andere kant van de wereld.

Het is hier op het Zuidereiland en zeker in de bergen behoorlijk koel, dus in de camper doen we 's avonds en 's morgens lekker de kachel aan. Maar vanavond heeft de kachel er niet zo'n zin meer in... hij blaast alleen nog maar koude lucht en heeft het verder opgegeven. Het is een ingebouwde kachel/airco en we hopen niet dat we hiervoor een dag in een garage of zo kwijt zijn. Eerst zijn we plan de volgende ochtend even met Maui (de campermaatschappij) te bellen, aangezien het toch al 6 uur is geweest en we vanavond toch uit eten gaan en warm in een restaurant zitten. Maar het is toch wel heel erg koud, dus we besluiten maar even te proberen of ze bereikbaar zijn. En dan blijkt het leven soms zo simpel te zijn... natuurlijk zijn ze bereikbaar en de oplossing is simpel en eigenlijk voor de hand liggend: We kunnen de volgende dag voor $40,- een draagbare elektrische kachel kopen, het geld krijgen we van hun terug . Verder geeft de telefoniste ons als tip om te kijken of we er voor vanavond een kunnen huren op de camping. De vriendelijke mensen op de camping willen ons er geen een verhuren maar er wel een lenen... en zo zitten we er 10 minuten later weer lekker warm bij!

We trekken over de Haast Pass, absoluut een schitterende weg met het ene mooie uitzicht na het anderen. We doen er lekker de hele dag over, omdat we steeds uitstappen om door het regenwoud en naar watervallen te wandelen. Uiteindelijk bereiken we de westkust en hebben we weer uitzicht op zee en op zeeleeuwen.  Onze laatste wandeling vandaag leidt naar een strand waar mogelijk pinguïns zitten. Helaas zijn de pinguïns niet thuis, maar het strand is erg mooi. Nadeel van naar Nieuw Zeeland gaan in de winter is dat het erg vroeg donker is, dus we moeten een uur door het (schemer)donker teruglopen. Vooral de wiebelende hangbrug in het donker doet het erg goed. De lucht is vannacht helder, dus we kunnen lekker romantisch sterren kijken en met behulp van onze sterrenkaart de sterrenbeelden van het zuidelijk halfrond proberen te ontdekken. Tot het te koud wordt en we een stijve nek krijgen. Dan is het weer tijd voor een glaasje wijn....

We zijn inmiddels aangekomen bij Fox Glacier. Een van de twee beroemde gletschers die bijna tot aan de kust lopen. Het blijft altijd weer een imposant en machtig gezicht zo'n gletscher, hoewel we heel eerlijk moeten zeggen dat we die in Noorwegen en Canada eigenlijk mooier vonden. Het is wel grappig om te zien dat veel mensen ongeveer dezelfde route rijden en we komen nu alweer hetzelfde Japanse stel tegen dat we voor het eerst in de buurt van Queensland zagen. We zwaaien naar elkaar als oude bekenden, we hebben nooit een woord gewisseld. We doen een rondje Mirror Lake, waarin je heel mooi gespiegeld Mt Cook kunt zien, maar Mirror Lake spiegelt helaas weinig vandaag, vanwege de regendruppels. Het weer wordt weer echt slecht, dus we besluiten Franz Josef Glacier maar voor morgen te bewaren. Het regent niet alleen veel in Nieuw Zeeland, maar het weer is ook ongelooflijk veranderlijk. Het kan van het ene moment in het andere omslaan... ook naar goed weer gelukkig, want de volgende dag is het weer mooi. Geen strakblauwe lucht, maar mooi genoeg om naar de gletscher te lopen.

We reizen verder naar het noorden. De uitzichten over het strand zijn geweldig, ruig en open, ongerepte natuur. Er wonen maar zo weinig mensen hier, dat alles nog lekker onbedorven is. We maken regelmatig een praatje met 'praatgrage kiwi's' (waarschijnlijk zijn ze blij als ze weer iemand zien...) en het is grappig om ze te horen klagen over het Noordereiland, met name over Auckland.
Dat is zo'n grote drukke stad... ze noemen ze JAFA's (just another fucking Aucklander). Wij staan ze in opperste verbazing aan te kijken. Er wonen 1,3 miljoen mensen in Auckland.... ze hebben geen idee waar ze het over hebben...

Shantytown is een klein stadje wat een soort museumpje heeft gemaakt over de tijd van de goudkoorts. Ze hebben hier een aantal huizen, winkels, bank, ziekenhuis, Chinatown, e.d. uit die tijd en je kunt hier een stukje met een stoomtrein meerijden. De machinist komt aanwaggelen... de man lijkt niet bijster intelligent en ziet eruit alsof hij met een schoenlepel in de locomotief geholpen moet worden. Hij is wel heel vriendelijk, zoals al het personeel hier. De sfeer is heel gemoedelijk. Wat wel opvallend is dat om 5 voor 5 alle huizen dicht gaan en om 1 voor 5 al het personeel buiten staat. Ach, het is tenslotte laagseizoen... Wij hebben het park overigens inmiddels helemaal gezien en waren meer dan welkom om de volgende ochtend op hetzelfde kaartje terug te komen als dat niet het geval was geweest. Om echt het 'goudzoekergevoel' te krijgen kun je hier ook 'goldpannen'. We krijgen een bak met zand en steentjes en instructies hoe we dit moeten 'wassen' en 'schudden' en er steeds wat zand uit moeten laten lopen. Dat valt nog niet mee. De goudzoekers van vroeger moeten engelengeduld en een vaste hand hebben gehad. Als we het nodige zand hebben weggespoeld zien we goud glinsteren, we beginnen de goudkoorts te begrijpen. Uiteindelijk houden we een aantal goudschilfers over die we mee naar huis mogen nemen. Echt, zelf gedolven goud! Marc heeft zelfs een klein granaatje gevonden.

Hierna zetten we koers richting Punakaiki, maar eerst gaan we in Greymouth nog even boodschappen doen. Het parkeerterrein bij de winkel is druk en onoverzichtelijk. Op zoek naar een plekje horen we ineens een luid geknars.
Shit, hier zitten we nou de hele tijd zo op te letten en dan in een onbewaakt ogenblik gebeurt het toch.... we zijn met ons dak tegen de overhang van de winkel gereden. Er staan hier ook geen paaltjes in de grond die de overhang van de winkel aangeven en de profosorisch op de wand getimmerde platen doen vermoeden dat we niet de eersten zijn die dit overkomt. Omdat we zo rustig reden valt de schade gelukkig mee. Aan de winkel valt niks te zien, maar wij hebben wel een gat in ons dak. Gelukkig zijn we hier voor verzekerd, dus is er verder niets aan de hand, maar het is toch effe schrikken. Na overleg met het camperbedrijf besluiten we het gat tijdelijk te dichten met speciaal plakband, zodat we gewoon door kunnen rijden. We hangen dus het trapje waar we normaal mee in de poppenkast klimmen aan het zijraam en zo balancerend plakken we het gat dicht. Aan de rand van het parkeerterrein zitten een paar meiden in schooluniform zich waarschijnlijk vreselijk te vervelen en blijken hevig geïnteresseerd te zijn in ons en onze camper. Ze vragen ons het hemd van het lijf: of het leuk is in een camper, of het een automaat is, of we Greymouth leuk vinden, waar we heen gaan, enz. enz. Ze roepen allemaal door elkaar heen en tussendoor wordt flink gegiecheld. Ze vragen of ze de camper mogen bekijken en aangezien we niet zouden weten waarom niet, staan er ineens 4 meiden te giechelen in de camper. Ze vragen ook nog of ze een rondje mee mogen rijden, maar we hebben niet voldoende zitplaatsen... dus dat doen we maar niet..

In Punakaiki zijn de pannenkoekrotsen. Het lijkt inderdaad net of er hele stapels pannenkoeken aan de kust liggen. De zee beukt er wild tegenaan. Het begint weer te regenen, dus we duiken gauw een restaurantje in om... hoe kan het ook anders.... pannenkoeken te eten! We stoppen vandaag in Moana bij lake Brunner. Dit is een van dé vismeren van Nieuw Zeeland, dus Marc gaat z'n geluk beproeven. We staan net een half uurtje aan het meer als het begint te druppen.. .harder begint te druppen...door begint te regenen...en uiteindelijk
begint te plensen. Natuurlijk (?) laten we ons niet afschrikken door een paar spetters, maar als we na een half uurtje volledig doorweekt zijn gaat de lol er wel een beetje af. We druipen (letterlijk) af zonder vis. We maken het ons gemakkelijk in de camper.. het wordt niet meer droog vanmiddag. Hoewel er voor de volgende dag beter weer voorspeld wordt, rijden we Arthurs Pass toch in een grijze lucht en regelmatig met buien.

Ondanks dat is het een schitterende route en door het weer zijn de watervallen vol en wild en heeft het dus juist wel iets moois dat het regenachtig is. Halverwege stoppen we bij een uitzichtpunt dat uitkijkt op de bergen en de pas. Ineens zit er voor onze neus een kea. Een grondpapagaai met hele mooie rode veren onder z'n vleugels. Hij zit ons vanaf een rotsblok geïnteresseerd aan te kijken. Kea's zijn gek op rubber, dus hij wandelt lekker eigenwijs onder de auto en begint aan de banden te knabbelen.  Gelukkig is hij wel zo slim om weer onder de auto vandaan te komen als we de motor weer starten. We vervolgen onze weg over de pas en zitten weer met onze neus tegen de ruit gedrukt om van het uitzicht te genieten. We overnachten weer in de buurt van Kaikoura op de 'zeerobbencamping', zodat we nog een keer van dichtbij naar de fur seals kunnen kijken. De volgende ochtend rijden we in één keer door naar de boot. We hebben een half uurtje over, dus terwijl andere mensen verveeld in hun auto in de wacht rij hangen, gaan wij lekker eieren staan bakken in de camper. Dan gaan we de boot op en laten we na 2,5 week het Zuidereiland achter ons... het was veel te kort voor ons gevoel, maar wel onwijs gaaf!

TOP  

Terug op het Noordereiland 18 t/m 28 juni 2004

Op het Noordereiland loopt een weg die 'desert road' wordt genoemd. Vanaf deze weg heb je uitzicht op het Tangariro national park met z'n vulkanen. Dit heeft model gestaan voor 'Mordor' in 'the Lord of the Rings', dus dat belooft een dramatisch uitzicht te worden. We hebben al heel wat landschappen gezien die je doen denken aan de film en we kunnen ons ook absoluut voorstellen waarom Peter Jackson er voor gekozen heeft om the Lord of the Rings hier te filmen, buiten het feit dat het een trotse Nieuw Zeelander is natuurlijk. Het landschap heeft iets feeërieks en oerachtigs. Alsof het leven hier pas veel later begonnen is:
Glooiende graslanden met enorme keien, bergen, vulkanen, ruige kusten, fjorden, watervallen en overal regenwouden met palmvarens. Je kunt hier 'middenaarde' goed plaatsen. Vandaag rijden we 'desert road' en misschien kunnen we nog wel even door Tangariro N.P. wandelen om de sfeer op te snuiven. Het is en mooie dag vandaag, het zonnetje schijnt en we tuffen op ons gemak door het glooiende landschap. Maar als we dichterbij desert road komen begint het steeds meer te betrekken. We hebben al eerder gemerkt dat het weer hier snel kan veranderen...  tegen de rijd dat we desert road bereikt hebben is het noodweer. De regen striemt bijna horizontaal over de weg en er staat zoveel wind dat ik (toevallig rij ik een keer) flink moeite moet doen om de camper op de weg te houden. Het spectaculaire uitzicht op 'Mordor'  valt volledig in het water.. de lucht is egaal grijs en we hebben niet meer dan 50 meter zicht... helaas.

Wandelen door Tangaririo N.P. zit er ook niet in. In plaats daarvan gaan we naar het Tangariro National Trout Center in Turangi. Als een stel verzopen katten staan we hier naar hele scholen forellen te kijken die hier in de stroompjes zitten. Wat wel heel gaaf is dat ze hier een glaswand gemaakt hebben aan de zijkant van een beek, zodat je de forellen onder water kunt bekijken. Ze liggen daar lekker, ogenschijnlijk op hun gemak, maar moeten een enorme kracht hebben om stil te kunnen blijven liggen in het hard stromende water. We rijden vandaag tot Taupo, waar de camping heel mooi is, maar het thermale zwembad geen thermale temperaturen heeft... Het thermale zwembad blijkt een 'gewoon' zwembad te zijn, in de open lucht en met deze buitentemperaturen weinig aangenaam.

De volgende dag is het weer weer helemaal opgeklaard en gaan we wat vulkanische bezienswaardigheden in de omgeving bekijken. Er komt hier overal stoom uit de grond en het ruikt er naar zwavel. Ze maken hier handig gebruik van al die stoom als energiebron. Een uitzichtpunt kijkt uit over een vlakte vol met stoomwolken en kilometerslange buizen die over het terrein kronkelen, hier en daar in poortjes gebogen zodat er een auto onderdoor kan rijden. Hoewel we bij een uitzichtpunt een stuk woest natuurschoon verwachtten, is dit minstens zo interessant. Een wandeling door 'Craters of the moon' leidt ons langs pruttelende modderpoelen en eigenaardig dampende kraters. Om twee uur zijn we bij de Aratiatia dam, een stuwdam die ze een paar keer per dag (ook om 2 uur
dus) openzetten. Het ene moment kijk je in een kale stenen kloof en dan wordt er zoveel water ingelaten dat de hele kloof volstroomt.

Na de Huka Falls gaan we de modderpoelen bij Waiotapu bewonderen. Deze zijn wel heel echt. Met luid geplof, gereutel en gepruttel, blubbert de modder hier in bellen omhoog. Er ontstaan grote kringen in de trage moddermassa. Soms blubbert de modder in dikke klodders omhoog, zodat er een soort plopperige modderfontein ontstaat.
Het geheel lijkt wel een grote pan met dikke grijze moddersoep die begint te koken. Probeer je daar de zwaveldampen bij voor te stellen en je hebt het plaatje aardig te pakken. Toevallig komen we op een camping terecht hier vlakbij (Waikite) die hoort bij thermale baden, waar je als camping gast gebruik van kunt maken. Dit zijn de echte! Kokend heet water (niet letterlijk natuurlijk, maar het warmste bad is toch wel tegen de 40 graden), waarin je iedere spier voelt ontspannen en we heerlijk in poedelen tot het allang donker en etenstijd is. Genieten! De dames nemen de de volgende ochtend ook nog even een duik in alle vroegte, terwijl de heren voor het ontbijt zorgen.

Waiotapu is een vulkanisch gebied met modderpoelen, champagnemeren, vreemde kraters en een echte geiser. De geiser gaat iedere dag rond kwart over 10, dus we moeten er op tijd zijn. We volgen de bordjes naar de geiser en komen dan tot onze verbijstering in een soort openluchttheater terecht. We staan op een open plek in het bos, vol met banken die zo opgesteld staan dat ze naar boven oplopen en allemaal uitkijken op een soort klomp druipsteen, de geiser dus. Vooraan de banken staat een hek, zodat je niet bij de geiser zelf kunt komen. De banken worden tussen 10 en kwart over 10 volgeladen met toeristen. Aan de zijkanten hangt een geluidsinstallatie die ons het ergste doet vermoeden. En jawel... om kwart over 10 komt er een man naast de geiser staan met een microfoon die ons iets over de geiser gaat vertellen. Naïef denk ik nog dat hij z'n praatje dan we heel strak moet timen om niet ineens onder het kokende water van de geiser te staan, maar het wordt nog erger. Het verhaal wat hij vertelt is overigens wel leuk. Hij vertelt dat de geiser is ontdekt door gevangenen die hier destijds in een kamp zaten en hun kleren wasten in het natuurlijk hete water. Ze waren lekker met zeep aan het kledderen, toen plotseling de geiser uitbarstte. Het water spoot meters hoog, de kleren de lucht in en de gevangenen alle kanten op. Hiermee was dus ook ontdekt dat de geiser reageert op zeep en ja hoor... de man haalt een zak met een stuk biologisch afbreekbare zeep te voorschijn. Het is dus helemaal geen geiser die voorspelbaar op een bepaalde tijd uitbarst (zoals bijvoorbeeld Old Faithful in Yellowstone), maar ze wekken de uitbarsting gewoon op door er een stuk zeep in te stoppen. De zeep wordt inderdaad in de kegel gestopt en na een paar minuten begint er zeepsop over de rand te kolken. Dit is het sein voor de man om z'n praatje te beëindigen en eerst even voorzichtig, maar dan met volle kracht begint de geiser omhoog te spuiten tot zo'n 20 meter hoog. We bekijken het geheel enigszins gedesillusioneerd vanaf de tribunes. Het klinkt nogal blasé, maar als je de geisers in Yellowstone al hebt gezien, kun je dit eigenlijk net zo goed overslaan. Hoewel we er ook wel weer de humor van kunnen inzien. De rest van Waiotapu is zeker de moeite waard en we dwalen hier dan ook 2 uur rond tot we vertrekken naar Rotorua, hét vulkanische hart van het Noordereiland.

We gaan naar Whakarewarewa, een park waar je zowel geisers en andere vulkanische natuurverschijnselen als een Maoridorp en Maorikunst kunt zien. De belangrijkste geiser is hier de Pohutu, die ongeveer ieder uur uitbarst met een enorm geweld en dan een hoogte van 30 meter kan bereiken. Daarnaast staat de Prince of Wales Feathers, die bijna continu spuit, maar niet dezelfde hoogte haalt. Daarnaast liggen nog een aantal geisers. Het is een heel plateau met geisers en dus een hoop stoom en gesis en een natte bedoening. De Pohutu moet erg spectaculair zijn, dus we besluiten om even te wachten. Tenslotte kan de uitbarsting ieder moment beginnen als hij een keer in het uur gaat. Na een half uur is er nog steeds niets gebeurd. Nu komt het dilemma... lopen we door met het risico dat hij over 5 minuten uitbarst (als wij natuurlijk nét weg zijn) en we een half uur voor niets gewacht hebben... of blijven we wachten met het risico dat het nog een half uur kan duren....hmmm. We besluiten nog een minuut of 10 te wachten. Er ligt een steen plateau tegenover de geisers dat vulkanisch verwarmd wordt. Hier kun je lekker behaaglijk op zitten. Sommige stenen worden zo heet dat je er zelfs je billen aan verbrandt.... De 10 minuten worden nog eens 10 minuten, omdat we er anders echt al die tijd voor niks hebben zitten wachten en vervolgens nog eens 10 minuten omdat het nu toch echt niet lang meer kan duren.....maar nog steeds gebeurt er niets.... Prince of Wales Feathers spuit trouw door, maar de krater bij het bord van de Pohutu geiser blijft stil. Dan komt er een gids aangewandeld die een groep toeristen aan het rondleiden is. We besluiten het maar eens aan haar te vragen. Tenslotte moeten ze in dat park toch wel zo ongeveer weten hoe laat de geiser uitbarst. De Maorigids met vlechten lacht vriendelijk en wijst behulpzaam naar het geiserplateau als we vragen naar Pohutu. Wij lachen vriendelijk terug en leggen uit dat we willen weten wanneer hij uitbarst. Nu kijkt ze ons verbaasd aan, wijst opnieuw naar de spuitende geiser en zegt dat dat de Pohutu is. Nu is het onze beurt om verbaasd te kijken... die geiser spuit al de hele tijd dat we hier staan en is zeker geen 30 meter hoog. In alle boeken en zelfs in hun eigen brochure en op de borden staat toch dat hij eens in het uur uitbarst? "Oh ja", verklaart ze eenvoudig, "de laatste paar maanden spuit hij continu, we moeten nodig de borden eens aanpassen...". "Sorry about that..." zegt ze er nog achteraan als ze onze gezichten ziet en zich realissert dat wij een uur voor niets hebben staan wachten.... Dit moeten we even laten bezinken, dan klauteren we koud en stijf geworden van de stenen af om vervolgens in ijltempo de rest van het park te bekijken, want we zitten inmiddels een uur voor sluitingstijd... nou ja... we hebben in ieder geval een uur naar een geiser kunnen kijken....

We laten de zwaveldampen van Rotorura achter ons en reizen verder naar het noorden. We maken nog een stop in Matamata met de bedoeling om de hobbithuizen te bekijken. Dit is de enige filmset van de "Lord of the Rings " die nog min of meer intact is. Het blijkt dat de huizen op privé grond staan en je kunt ze alleen met een tour bezoeken. Veel valt er blijkbaar niet aan te zien, want het bezoek aan de set wordt gecombineerd met een demonstratie schapenscheren. Op de foto's zien we dat van de huizen niet veel meer over is dan het kale skelet. Als blijkt dat ze maar liefst $50,- p.p. vragen voor de tour, besluiten we Hobitton te laten voor wat het is.... We verslinden flink wat kilometers vandaag en rijden een heel eind naar het noorden, voorbij Auckland, tot we uiteindelijk stoppen op een schitterende camping in het bos aan een riviertje bij Trounson Kauri Park. Het is de hele dag schitterend weer gewest. We hebben zelfs buiten zitten lunchen met uitzicht op zee. Marc besluit z'n geluk nog even te beproeven en gaat nog even lekker vissen in het riviertje. Maar... de lucht betrekt en het begint te stort regenen. Er lijkt wel een vloek te rusten op dat vissen....

We zijn hier speciaal gekomen voor de kauribossen en die gaan we dan ook bekijken. Het Trounson Kauri Park is een mooi stuk (regen)woud, waar tussen allerlei andere mooie planten en bomen ineens joekels van kauri's staan. We hebben nog nooit eerder een boom gezien die lijkt op een kauri. Ze zijn oud, hoog en dik en hebben een hele aparte stam. De bast is een soort gevlekt en ze 'vervellen' ook steeds om te voorkomen dat er klimplanten tegenaan groeien. Het zijn een soort imposante reuzen in het woud. Het is niet zo moeilijk voor te stellen dat deze bomen voor de maori's een speciale betekenis hebben. In het National park Waipoua Kauri Forest zien we de dikste kauri van de wereld: Te Matua Ngahere (father of the forest) een boom met een omstrek van ruim 16 meter en maar liefst 2000 jaar oud en Tane Mahuta (god of the forest), de hoogste kauriboom (51,5 meter). De four sisters (vier 'verenigde' kauri's), de Yakas tree en een soort 'kauri kathedraal' aan de Yakas trail zijn ook heel imposant.
Het hele bos heeft iets speciaals en 'oerachtigs' en we lopen kilometers onder de zilvervarens en tussen de kauribomen. Aan het einde van de dag rijden we het bos uit en belanden we op een camping in Opononi. Het blijkt dat de campingplaatsen op het gras niet bruikbaar zijn, omdat het de afgelopen weken zoveel heeft geregend dat ze zijn veranderd in een zompig moeras. We worden dus op het asfalt vlak voor de enige andere camper geparkeerd. Met een verlengsnoer wordt er stroom geregeld. Het ziet er een beetje suf uit, maar het is maar voor een nacht, dus we maken ons er verder niet druk om. We hebben wel een schitterend uitzicht op de zee en aangezien het flink is gaan waaien rollen de golven wild de baai in.

Hierna zetten we koers richting de Bay of Islands. We hebben helaas geen tijd meer om hier lang te blijven. De kust is schitterend
hier: helder blauw water, grillige kusten en overal jachten. We gaan even kijken bij het Treaty House in Waitangi. Hier is in 1840 een belangrijk verdrag getekend tussen de engelsen en de Maori. Op de plaats waar het verdrag is getekend staat een vlaggemast met de huidige en de oude Nieuw Zeelands vlag.
Je kunt het natuurlijk gewoon zien als een grasveld met een vlaggemast, maar wij vinden dit soort plekken toch altijd interessant en indrukwekkend. Het werkt als een soort 'geleide herinnering' de geschiedenis in. Je kunt je dus echt voorstellen dat hier tentenkampen stonden en dat het een drukte van belang is met Maori's en afgevaardigden van de engelse regering. Dit is de basis van het huidige Nieuw Zeeland. Er is hier een overeenkomst gesloten tussen de Europeanen en de Polynesiërs (Maori's) die er al veel langer woonden, zonder dat er ooit een oorlog is gevoerd. Dat is op zich al heel bijzonder. Je kunt je natuurlijk wel afvragen in hoeverre het verdrag is nageleefd.... Je wordt hier natuurlijk ook wel helemaal in de sfeer gebracht door de expositie in het Treaty House, waar een van de afgezanten van de Britse regering woonde. Je ziet hier ook nog een kopie van het verdrag, vol met handtekeningen die ook later door het hele land door verzameld zijn. Te Whare Runanga - een Maori ontmoetingshuis
- vol met Maorikunst en Maori Waka met de 35 meter lange kano Ngatoki Matawhaoru zijn ook bepalend voor de sfeer. Vooral de kano is erg fotogeniek, dus we blijven hier een tijde rondhangen om alle details te bekijken en op de foto te zetten. Het is vandaag zulk mooi weer dat we lunchen aan het strand in Sandy Bay. We nemen de tijd en met het idyllische geluid van een grasmaaier op de achtergrond bakken we eieren (alweer...), lunchen we uitgebreid en genieten we van de zon en het uitzicht. Het is allang donker als we aankomen op een camping in Manukau, een voorstad van Auckland. Ons rondje zit er op.... (zucht).

Onze laatste dag met z'n vieren besteden we in Auckland. Het is ook wel weer eens leuk om door een stad te dwalen na al die natuur. Om het af te sluiten gaan we lekker uit eten in Bistro nr. 5 restaurant. Even denken we dat we verkeerd zijn gelopen, want we staan midden tussen de nieuwbouwflats. Maar daar tussen staat ineens een sfeervol oud pand. Binnen ziet het er supergezellig uit, compleet met open haard en het eten en de wijn is heerlijk. De volgende ochtend gaan we de camper inleveren en mijn vader en moeder naar het vliegveld brengen.
Nu moeten we weer voor een half jaar afscheid nemen en dat is toch weer even slikken. We zwaaien ze uitgebreid uit en gaan dan bedenken wat we zelf de laatste paar dagen in Nieuw Zeeland zullen gaan doen.....

We besluiten een autootje te huren om in ieder geval een beetje mobiel te zijn.  Volgens de jongen van het autoverhuurbedrijf is er goed weer voorspeld voor Coromandel Peninsula en dat is maar 2 uur rijden, dus daar gaan we heen. We rijden op ons gemakkie naar de kust. Onder weg stoppen we nog ergens om fruit te kopen bij een stalletje. Niet dat er iemand is. Er staat een 'honesty box'
waar je geacht wordt geld in te stoppen. Heerlijk dat dat zo kan... We rijden een prachtige route door een nationaal park, maar er blijken daar geen overnachtingsmogelijkheden te zijn. Dus uiteindelijk rijden we naar de andere kant van het schiëreiland, naar Whangamata, waar we een simpele cabin op een camping nemen. De volgende dag kijken we rond in het stadje, picknicken we bij de jachthaven en slenteren we uren over het strand. Zulk mooi weer hebben we nog niet gehad in Nieuw Zeeland. We liggen zelfs in korte broek op het strand!

We hebben een heerlijke dag. We halen lekker chips zonder de fish bij de plaatselijke snackbar (in een krant verpakt....) en eten die op voor de tv in de recreatieruimte van de camping. Aangezien het vreselijk koud is en we de ruimte voor onszelf hebben halen we de kussens van de bank en leggen ze voor de kachel. Zo kijken we de rugbywedstrijd All Blacks - Wallibies (Nieuw Zeeland - Australië). De volgende ochtend maken we een lange wandeling door het bos naar een waterval. De waterval halen we alleen niet, omdat het pad een rivier kruist die zo hoog staat dat we er echt doorheen moeten waden en daar hebben we vandaag niet zo'n zin in. We rijden op ons gemak terug naar Auckland. Het is een druilerige zondagmiddag...

De volgende ochtend vertrekken we vroeg naar het vliegveld. Het wordt nog een strakke planning. Aangezien het autoverhuurbedrijf pas om 7 uur open is, gaan we eerst inchecken voor onze vlucht om 9 uur. Maar er blijkt een enorme rij te staan, dus dat duurt veel langer dan verwacht. Na het inchecken gaan we snel de auto inleveren en het autoverhuurbedrijf rijdt ons weer terug naar het vliegveld. We zijn een kwartier voor de boardingstijd terug, dus we hebben zelfs nog even tijd om de lonely planet van Australië te kopen, zodat we in het vliegtuig kunnen lezen waar we eigenlijk heen gaan. Daar komt niets van terecht, want we hebben zoveel turbulentie dat lezen onmogelijk is. De stewardessen weten nog net een ontbijtje te serveren tussen 2 luchtzakken in, maar koffie en thee zit er niet in. Drie en een half uur uur later staan we op het vliegveld van Sydney. We gaan eerst maar een een bak koffie drinken en op ons gemak bekijken waar we zijn beland en waar we heen zullen gaan......
 

TOP  

 

Praktische informatie Nieuw Zeeland

 

Visum
Je kunt als Nederlander 3 maanden zonder visum in Nieuw Zeeland blijven, als je maar een ticket hebt om het land weer uit te gaan.
Wij hebben in Nieuw Zeeland ook ons ETA (electronic travel authority) voor Australië geregeld. Hiermee kun je als Nederlander een laar lang Australië in en uit reizen met een maximum van drie maanden per verblijf. Je hebt dan verder geen visum nodig. Veel reisorganisaties doen dat voor je als je je ticket koopt, maar wij hebben onze vlucht via internet geboekt. Je kunt je ETA voor
$20,- via internet regelen,maar het Australische consulaat in Auckland doet het gratis, binnen 5 minuten en zonder papierwerk (houdt wel rekening met een lange wachttijd voor je aan de beurt bent...)

Geld
De koers van de NZ$ lag rond de 47 eurocent en dus vergelijkbaar met onze oude gulden (rekent lekker makkelijk...). Wij zoeken de meest recente koers altijd op via www.gwk.nl. Je kunt in Nieuw Zeeland overal pinnen of met je credit card betalen. De eerste ATM die je tegenkomt zit in de aankomsthal van het vliegveld (in Auckland)

Vervoer
De goedkoopste manier om van Bangkok naar Auckland te vliegen bleek voor ons via Royal Brunei Airlines te zijn. De vlucht van Auckland naar Sydney hebben we via internet bij Air New Zealand geboekt (www.airnz.co.nz). Houd bij vliegen op Nieuw Zeeland rekening met strenge quarantaine regels. Je mag geen fruit e.d. invoeren en ze zijn niet blij met modderige tenten en schoenen e.d. In principe geldt: bij twijfel alles aangeven. Dan wordt er meestal niet moeilijk over gedaan. Als je niets aangeeft en ze vinden wat, dan loop je kans een boete te moeten betalen. Als je het land weer uitvliegt moet je $25,- departure tax betalen (kan zowel cash als met credit card)

Onze camper was van Maui; een goede camper en goede service van de organisatie.
Maui, Britz en Backpacker zijn van dezelfde organisatie, waarbij de laatste wat oudere en dus goedkopere campers verhuurt.

Informatie over de ferry tussen Wellington en Picton (Noorder- en Zuidereiland)vind je op www.interislandline.co.nz.

Auckland heeft een betaalbaar ov systeem. Wij kochten een groepsdagkaart voor
$16,- een konden daarmee met z'n vieren van de camping naar het centrum en binnen het centrum reizen. Voor meer informatie: www.stagecoach.co.nz.

Accomodatie
Je kunt prima kamperen in Nieuw Zeeland. Campings variëren in kwaliteit, maar zijn meestal goed en hebben ook vaak faciliteiten om te koken, tv te kijken, boeken te ruilen, etc. Je betaalt ongeveer $10,- - 14,- per persoon voor een 'powered site' Een overzicht van campings vind je op de volgende sites:
www.top10.co.nz
www.kiwiholidayparks.com
www.holidayparks.co.nz
www.aatourism.co.nz
www.doc.govt.nz (voor camperen in nationale parken)

Eten
Wij hebben meestal zelf gekookt, maar je kunt ook heerlijk uit eten in Nieuw Zeeland. We kunnen 2 restaurants absoluut aanbevelen:
Capriccio in Wanaka (aan Ardmore street) Nr. 5 Restaurant in Auckland (5 City Road, www.number5.co.nz)

Wat te zien en te doen
We hebben wat links verzameld van de dingen die wij hebben gezien en gedaan en kunnen aanbevelen (we hebben niet de kwaliteit van de sites gecheckt...)

Zuidereiland:
Marlborough wineries www.winemarlborough.net.nz
Whale Watch Kaikoura www.whalewatch.co.nz
Dunedin en Otago Peninsula www.DunedinNZ.com
Royal Albatross Centre: www.albatrosses.com
Penguin Place - Otago (geen website)
The Catlins www.catlins-nz.com
Fox en Franz Josef Glacier www.glaciercountry.co.nz
Shantytown www.shantytown.co.nz

Noordereiland:
Wai-O-Tapu www.geyserland.co.nz
Waikite Valley Thermal Pools (met camping) www.hotpools.co.nz Rotorua www.RotoruaNZ.com Rotorua webcam www.kiwicam.co.nz The NZ Maori Arts & Crafts Institute www.nzmaori.co.nz Waitangi treatyhouse www.waitangi.net.nz

DOC (nationale parken) www.doc.govt.nz

Nieuw Zeeland in juni
Juni betekent herfst/winter in Nieuw Zeeland en dat heeft voor- en nadelen.
Nieuw Zeeland is verdacht groen en dat betekent dat je sowieso op regen moet rekenen. In juni is met name het Noordereiland nog natter dan de zomer. Op het Zuidereiland zijn sommige gebieden echter juist droger dan in de zomer. De temperaturen zijn aangenaam voor de winter (15-20 graden), maar 's avonds kan ht flink afkoelen. In een tent kamperen is niet erg aanlokkelijk in deze tijd van het jaar. Een groot nadeel vonden wij dat het al vroeg donker wordt (tussen 5 en 6 uur). Omdat veel attracties in het laagseizoen ook nog een uurtje eerder sluiten, is de tijd dat je op een dag ook echt iets kunt doen daardoor relatief kort. Een groot voordeel vonden wij dat het niet zo druk is. Je ziet nog steeds genoeg andere campers onderweg, maar je hebt de ruimte op campings en bij je dingen die je onderweg bezoekt. En de herfstkleuren en de sneeuw op de bergen zien er schitterend uit!
 

TOP