Nieuw Zeeland Terug naar de kaart
Kennismaking met de kiwi's en andere Nieuw Zeeland bewoners - 28 mei - 4 juni
Via de pinguïns naar het zuidelijkste puntje van het Zuidereiland - 4 t/m 9 juni
2004
Via
de westkust weer terug naar het noorden 10 t/m 17 juni 2004
Terug op het
Noordereiland 18 t/m 28 juni 2004
Praktische informatie Nieuw
Zeeland
We doen even een bliksembezoek aan Christchurch en zakken dan verder af naar het zuiden. We overnachten in Ashburton en gaan dan landinwaarts richting Mt Cook, het hoogste punt van Nieuw Zeeland. We hebben weer geluk, want het is strakblauw en helder en we kunnen dus de hele weg van letterlijk adembenemende uitzichten genieten. Je kijkt kilometers over een licht glooiend landschap met herfstkleuren met in de verte besneeuwde bergtoppen.... verder is er gewoon niets. Dit zijn van die landschappen die je als het ware kunt 'opzuigen' of inademen als je je daar iets bij kunt voorstellen.
Na iedere bocht is het weer anders en het wordt steeds mooier. De bergen komen steeds dichterbij. We maken een stop bij lake Tekapo. Over het smaragdgroene water heb je weer een schitterend uitzicht op de bergen. Er staat hier een klein kapelletje ' de kapel van de goede herder'. Hoewel de meeste kerken donker zijn van binnen, heeft deze kapel een groot raam achter het altaar met uitzicht over het meer en de bergen. Met zo'n uitzicht kan het niet anders dan dat de kerkgangers hier de meest serene en inspirerende gedachten zullen krijgen. We vervolgen onze weg naar lake Pukaki. Hier lunchen we met uitzicht op Mt Cook. In het Maori heet Mt Cook 'wolkenprikker', omdat hij meestal in de wolken ligt, maar wij zien hem helemaal wolkenvrij wat waarschijnlijk vrij uniek is. Op de weg naar Mt Cook stoppen we nog een keer bij een uitzichtpunt om een paar foto's te maken. We kunnen er geen genoeg van krijgen. De weg loopt langs lake Pukaki naar de voet van Mt Cook. De hele weg hebben we uitzicht over het gletscher meer en de bergen. De weg stijgt nauwelijks, maar als we in de buurt van Mt Cook komen blijkt de weg toch net genoeg te stijgen om de sneeuwgrens te passeren. We zitten maar zo'n 700 meter hoog en we rijden een witte wereld in. In het dorpje aan de voet van Mt Cook moeten we natuurlijk even door de sneeuw lopen en sneeuwballen gooien. Het is inmiddels het einde van de middag en we zitten in de schaduw van de berg, dus het knap fris. Voor het echt donker wordt gaan we een klein stukje terug naar Glentanner, waar we overnachten. Hoewel we hier weer net onder de sneeuwgrens zitten, is het maar goed dat er kachels in campers zitten! De volgende ochtend kijken we uit de raampjes van onze poppenkast (wij slapen in de ruimte boven de cabine van de auto en aangezien je die af kunt sluiten met gordijntjes, noemen we die de poppenkast...)... alles is wit! Het heeft vannacht flink gevroren. De wand van de berg waar we op uitkijken wordt half verlicht door de opkomende zon.. tijd om uit bed te komen en foto's te maken. Uit bed komen is altijd weer een hele expeditie, want daarvoor moet ik dus eerst over of langs Marc en dan een trappetje afklimmen. Dit trappetje is een sta-in-de-weg voor de keuken en de buitendeur, dus het is altijd weer een kwestie van goed timen als je met z'n vieren in een camper leeft.
's Avonds en 's morgens hebben we een heel ritueel: de overtollige bagage
moet van onze poppenkast naar de voorstoelen en vice versa en achterin wordt
de zithoek omgebouwd tot bed en weer terug. Natuurlijk is er tijdens al deze
activiteiten altijd wel iemand die even naar buiten of naar binnen wil en
wil er ook altijd wel iemand alvast water opzetten voor een kopje thee. Onze
kleren liggen 's nachts op het gasstel en als iemand zich wild omdraait in
z'n slaap (en ik geloof dat we allemaal wilde slapers zijn) dan schudt de
hele camper heen en weer. Persoonlijk vind ik dat dat kneuterige gedoe wel
iets heeft. Als er iemands 's nachts uit wil dan heeft die ook steevast
ruzie met het slot van de deur dat een eigen leven lijkt te lijden. Het zit
altijd op slot als je denkt dat het open is en andersom en heeft allemaal
verschillende palletjes waar je aan kunt draaien... net een puzzel. Het kan
dan ook gebeuren dat de deur wel open gaat, maar dan toch op slot blijkt te
zitten als je de deur achter je dicht doet en buiten staat.... ik spreek uit
ervaring. Marc ook, want ik moest hem wakker maken om de deur voor mij open
te doen.... We zouden natuurlijk ook ons tentje op kunnen zetten, maar
gezien de hoeveelheid regen en sneeuw houden we het toch maar op de
poppenkast.
Na heerlijk genoten te hebben van de zon, de bergen en de letterlijk frisse
lucht , gaan we verder afzakken naar het zuiden. Het landschap blijft mooi,
maar het weer niet. De lucht wordt grijs en het begint te regenen. We buigen
weer af naar de kust en passeren een paar interessante rotsen mer Maori
tekeningen. We bekijken ze in een druilerige regen. Aan de kust maken we een
stop bij de Mouraki boulders. Op het strand ligt een hele verzameling grote
ronde stenen kogels van een meter doorsnee die door een raar erosie
verschijnsel ontstaan. Sommige zijn in stukken uit elkaar gevallen, anderen
liggen nog helemaal intact in de branding. We moeten nog een aardig stukje
over het strand lopen, het waait flink en het begint weer te regenen. We
komen koud en hongerig aan bij de camper.. en dat is dan weer het voordeel
dat je je hele hebben en houwen bij je hebt, want we gaan ons even lekker
verwennen met gebakken eieren met bacon.
Na deze heerlijke, late lunch rijden we door naar Dunedin. Het begint al te
schemeren, maar we besluiten om toch door te rijden naar Otago Peninsula. De
weg is smal en bochtig en loopt pal langs het water. Het asfalt grenst
direct aan de oceaan, aan bermen doen ze hier niet. Af en toe spoelt het
water over het wegdek en in het donker en de regen is het zicht niet altijd
geweldig. Maar voor wie ooit wel een langs bijvoorbeeld de Reeuwijkse
plassen gereden heeft, is het nog steeds een 'peulenschilletje', dus we
komen zonder problemen aan in Portobello. We hebben de hele camping voor
onszelf De hele nacht en ochtend regent het, maar net als wij 's middags
besluiten om albatrossen en pinguïns te gaan kijken, klaart het weer op. Het
albatrossencentrum is geweldig. Dit is de enige plaats ter wereld waar
albatrossen broeden op bewoond land. Er zijn een stuk of 6 nesten waar
jonge, pluizige albatrosenkuikens inzitten. Af en toe doen ze een soort
ochtendgymnastiek met hun vleugels, wat er nogal komisch uitziet. Er landt
een vader of moeder albatros om een jong te voeren. Wat een gigantisch grote
beesten zijn dit, ze kunnen een spanwijdte tot 4 meter hebben!
Het opstijgen is een schitterend gezicht: hij loopt rustig tegen de wind in
naar de rand van de rotsen (neemt dus geen aanloop zoals in 'de
Reddertjes'), spreidt z'n vleugels uit en zweeft weg op de wind. Speciaal
voor ons cirkelt hij nog een keer boven ons hoofd en weg is hij....
Nu is het tijd voor pinguïns. Bij 'Penguin Place' kun je een rondleiding
boeken door een soort reservaat waar een kolonie geeloogpinguïns woont. De
kolonie woont in hun natuurlijk woongebied, maar doordat de bomen waarin ze
nestelden verdwenen, dreigden ook de pinguïns te verdwijnen. Nu hebben ze
nestplaatsen gemaakt in het gebied waardoor de kolonie is gered. In het
reservaat hebben ze een soort loopgraven aangelegd van waaruit je ze van
heel dichtbij kunt bekijken. We worden ontvangen door onze gids... een
ongelooflijk enthousiaste man met een wildgrijze haardos en een nog wildere
grijze baard. Hij straalt aan alle kanten uit dat hij gek is op de pinguïns
en trots is op het reservaat. In z'n lange groene regenjas en met z'n
verweerde gezicht en grijns van oor tot oor ziet hij er uit als een soort
'aardkabouter'. We worden eerst in een soort bestelauto met banken aan de
zijkant geladen. Het is een oud barrel, het piept en kraakt, maar wekt de
indruk hier nog jarenlang te zullen rijden. Eenmaal in het reservaat worden
we rondgeleid door het doolhof van gangen. Alles gaat op fluistertoon om de
pinguïns zo min mogelijk te storen. Onze gids rent zo ongeveer door de
gangen om ons zoveel mogelijk uitzichtpunten te laten zien waar 'er
waarschijnlijk een hele mooie zit'...
We staan echt op een meter afstand van de pinguïns. De meeste zijn vandaag
thuis gebleven, omdat het zo stormt vandaag. Ze staan lekker voor een hokje
met hun vleugels wijd om af te koelen (wij staan zo al te vernikkelen).
Eentje zwemt lekker rond in de vijver. Vanaf een afstandje zien we er een
uit de zee het strand opkomen. Hij waggelt door de branding en moet het een
paar keer opnieuw proberen, omdat hij door een golf omver wordt gegooid. De
pinguïn lijkt wat terughoudend om aan de kant de komen, waarschijnlijk omdat
er een enorme zeeleeuw op het strand ligt die zich uiteindelijk log naar de
rand van het strand beweegt en lekker de beschutting van een duinpan gaat
opzoeken.
Onze gids weet van geen ophouden en brengt ons van de een naar de andere
pinguïn, ondertussen de een na de andere pinguïn-anecdote fluisterend. Je
moet je nog behoorlijk concentreren om z'n Nieuw-Zeelandse engels te
verstaan. We staan naar een pinguïn te kijken die op een meter afstand van
ons met z'n vleugels wijd staat af te koelen. Hij staat met z'n rug naar ons
toe en wil natuurlijk niet even mooi voor de foto z'n kop opzij draaien en
z'n gele oog laten zien. Totdat de portofoon van de gids toevallig piept en
de pinguïn daarop reageert. Als we dit aan de gids vertellen, drukt hij op
het testknopje zodat er opnieuw een harde piep klinkt.
De pinguïn kijkt weer opzij en precies op tijd maken we een foto. Ondeugend
lachend zegt de gids dat onnodig geluid maken eigenlijk niet mag... Het is
al laat en alle andere rondleidingen zijn allang terug (waren nota bene
later begonnen dan die van ons) als onze gids ons uiteindelijk terugbrengt.
We hebben 18 pinguïns gezien en dat is meer dan gebruikelijk. Het was
geweldig om te zien, hoewel ik eigenlijk niet weer wat ik leuker vond: de
pinguïns of de gids.
Na nog een overnachting in Portobello gaan we naar Dunedin. Een gezellig
stadje in de ban van rugby en de 'All Blacks'. Dat is echt een soort mythe
hier. Het hele land lijkt All Blacks fan te zijn en er hangt een hele
sportieve sfeer omheen. Niets van de agressiviteit die je bij het voetbal
vaak ziet. Terwijl de 'Maori krijgers dans' (de Harka) waar de All Blacks
iedere wedstrijd mee beginnen er toch behoorlijk strijdlustig uitziet. Er
gaat een soort primitieve, indrukwekkende kracht van uit. Na een paar
uurtjes Dunedin, waarvan de halve tijd bezig waren een passend parkeerplekje
voor de camper te vinden, zakken we af naar 'the Catlins'. We lopen naar
Nugget Point een uitzichtpunt bij een vuurtoren. We staan een tijdje te
kijken naar de rotsen als we ineens beneden iets zien bewegen. Er zitten een
paar zeeleeuwen op de rotsen. We pakken de kijker erbij (op dit soort
momenten weet je weer waarom je dat ding al die tij
meesjouwt) en we zien nu pas dat de rotsen bezaaid liggen met zeeleeuwen en
pelsrobben. 10-tallen beesten spelen in de poelen of liggen lui op de
rotsen, soms zo hoog dat je je afvraagt hoe ze daar ooit gekomen zijn. Vlak
bij Nugget Point is een strand waar vaak vlak voor zonsondergang pinguïns
aan land komen.
We verstoppen ons in een schuilhut en na een tijdje wordt ons geduld
beloond: op de golven dobbert een pinguïn die probeert vaste grond onder de
voeten te krijgen. Hij wordt een paar keer omver gespoeld door een golf,
maar dan lukt het 'm om het strand op te dribbelen. Bij ieder obstakel...een
stuk zeewier of een schelp... stopt hij en springt hij er met 2 poten
tegelijk overheen, dan waggelt hij weer verder. Af en toe blijft hij een
tijdje staan met z'n vleugels wijd en dan waggelt hij weer verder richting
de duinen. Terwijl hij nog druk bezig is met waggelen duikt er een andere
pinguïn op in de golven die aan dezelfde waggeltocht begint. Bij de duinrand
aangekomen huppen de pinguïns een smal paadje op wat uiteindelijk leidt naar
hun nest boven in de duinen.
Blijkbaar lopen ze warm met al dat gehup omhoog, want ze blijven regelmatig
staan om te koelen. Inmiddels zijn ook pinguïn nummer 3 en pinguïn nummer 4
aan de uitdaging begonnen om uit de branding en vervolgens bij hun nest te
komen.
We blijven staan kijken tot de laatste op het favoriete koelplaatsje
halverwege het pad staan te koelen. Dan gaan we ervandoor. We zijn inmiddels
zelf te veel afgekoeld en het wordt bovendien te donker om ze nog te kunnen
zien. We hoeven nog maar een paar kilometer te rijden naar een camping in
Kakapoint. Maar als we hier aankomen blijkt het onmogelijk om hier te
overnachten. Als we tenminste de volgende dag weer weg willen... de hele
camping is zo drassig dat we er onherroepelijk tot onze assen in de grond
weg zouden zakken. Er zit niets anders op dan om 30 kilometer in het
stikdonker, onverhard door te rijden naar Papatowai, de dichts bijzijnde
camping die gelukkig wat droger blijkt te zijn.
Vanaf Papatowai wordt de weg door de Catlins onverhard, dus de kopjes en de
bordjes rammelen gezellig onderweg. Af en toe rijden we door dicht regenwoud
en dan weer langs de kust. Mc Lean forest is het mooiste stukje regenwoud
dat we ooit hebben gezien. We volgen de borden richting Slope Point, het
zuidelijkste punt van het Zuidereiland. De borden stoppen bij een hek aan de
rand van een weiland. We zullen door het weiland moeten lopen om er echt bij
te komen.
Natuurlijk willen we wel op het zuidelijkste puntje gestaan hebben nu we er
zo dicht bij zijn, dus we hijsen ons in regenkleding en bergschoenen. Bij de
eerste stap in het weiland zakken we al tot onze enkels weg in de modder. We
zoeken het beste 'pad', maar kunnen daarmee niet voorkomen dat de modder
opspat tot boven onze knieën. Onze broeken en schoenen zien er niet uit.
Maar dan zijn we er... een baken in een weiland aan de rand van een klif.
Een bord vertelt ons dat we bijna even ver van de evenaar als van de
zuidpool verwijderd zijn.
Als we naar het zuiden kijken zien we zee.... zee.... en zee.... het
einde van de wereld.
Via Queenstown trekken we langzaam weer naar het noorden. We willen via
de Crowns Range naar Wanaka rijden. Dit is de hoogst gelegen weg in Nieuw
Zeeland en het schijnt nogal een gevaarlijke, bochtige weg te zijn. De weg
is afgesloten voor verkeer met aanhangers. Borden waarschuwen ons voor
sneeuw, ijs en grind en we besluiten dus om niet tot laat in de middag te
wachten om ons niet onnodig in de problemen te brengen. We rijden tenslotte
met een zware, lompe camper. Direct vanaf de start begint de weg stijl te
klimmen en zitten er een paar scherpe haarspeldbochten in de weg, maar alles
is nog heel makkelijk te sturen. Langs de weg zijn havens gemaakt om je
sneeuwkettingen om te kunnen leggen, maar buiten wat ijs in de berm zien we
nog niets om ons zorgen over te maken. Dan maakt de weg een scherpe bocht
naar links en ...rijden we de volgende 50 kilometer over een volledig
rechte, vlakke weg. Iets spannenders kunnen we er niet van maken. We zijn
dan ook veel vroeger dan verwacht in Wanaka. We gaan naar een schitterende
camping aan de rand van het meer in Glendhu Bay. De lucht is blauw en de
bergen spiegelen in het meer, de zon schijnt nog niet op de rand van de
bergen. Het lijkt wel een ansichtkaart. Ze zeggen terecht dat Nieuw Zeeland
een van de mooiste landen ter wereld is. Vooral het Zuidereiland is geweldig
mooi. Steeds wisselende soorten landschap liggen op korte afstand van elkaar
en al die dieren maken het extra leuk.
De volgende dag ben ik jarig en dat vieren we helemaal in stijl. Als ik 's
morgens terugkom van de douche is de ontbijttafel gedekt, compleet met
feestmutsen, een verjaardagstaartkaart, cadeautjes en een 'happy birthday'
ballon over de hele breedte van de camper. 's Middags vinden we een gezellig
cafeetje met joekels van taartpunten en lekkere koffie en 's avonds gaan we
echte Nieuw Zeelandse lamsbout eten. Marc gaat ook nog voor de de echte
Bluff oesters en de groenlippige mosselen. De Nieuw Zeelandse wijn ontbreekt
uiteraard ook niet en na de koffie krijgen we nog een speciaal soort Nieuw
Zeelandse port van het huis. Het is wel een heel bijzondere verjaardag zo
aan de andere kant van de wereld.
Het is hier op het Zuidereiland en zeker in de bergen behoorlijk koel, dus
in de camper doen we 's avonds en 's morgens lekker de kachel aan. Maar
vanavond heeft de kachel er niet zo'n zin meer in... hij blaast alleen nog
maar koude lucht en heeft het verder opgegeven. Het is een ingebouwde
kachel/airco en we hopen niet dat we hiervoor een dag in een garage of zo
kwijt zijn. Eerst zijn we plan de volgende ochtend even met Maui (de
campermaatschappij) te bellen, aangezien het toch al 6 uur is geweest en we
vanavond toch uit eten gaan en warm in een restaurant zitten. Maar het is
toch wel heel erg koud, dus we besluiten maar even te proberen of ze
bereikbaar zijn. En dan blijkt het leven soms zo simpel te zijn...
natuurlijk zijn ze bereikbaar en de oplossing is simpel en eigenlijk voor de
hand liggend: We kunnen de volgende dag voor $40,- een draagbare elektrische
kachel kopen, het geld krijgen we van hun terug . Verder geeft de
telefoniste ons als tip om te kijken of we er voor vanavond een kunnen huren
op de camping. De vriendelijke mensen op de camping willen ons er geen een
verhuren maar er wel een lenen... en zo zitten we er 10 minuten later weer
lekker warm bij!
We trekken over de Haast Pass, absoluut een schitterende weg met het ene
mooie uitzicht na het anderen. We doen er lekker de hele dag over, omdat we
steeds uitstappen om door het regenwoud en naar watervallen te wandelen.
Uiteindelijk bereiken we de westkust en hebben we weer uitzicht op zee en op
zeeleeuwen. Onze laatste wandeling vandaag leidt naar een strand waar
mogelijk pinguïns zitten. Helaas zijn de pinguïns niet thuis, maar het
strand is erg mooi. Nadeel van naar Nieuw Zeeland gaan in de winter is dat
het erg vroeg donker is, dus we moeten een uur door het (schemer)donker
teruglopen. Vooral de wiebelende hangbrug in het donker doet het erg goed.
De lucht is vannacht helder, dus we kunnen lekker romantisch sterren kijken
en met behulp van onze sterrenkaart de sterrenbeelden van het zuidelijk
halfrond proberen te ontdekken. Tot het te koud wordt en we een stijve nek
krijgen. Dan is het weer tijd voor een glaasje wijn....
We zijn inmiddels aangekomen bij Fox Glacier. Een van de twee beroemde
gletschers die bijna tot aan de kust lopen. Het blijft altijd weer een
imposant en machtig gezicht zo'n gletscher, hoewel we heel eerlijk moeten
zeggen dat we die in Noorwegen en Canada eigenlijk mooier vonden. Het is wel
grappig om te zien dat veel mensen ongeveer dezelfde route rijden en we
komen nu alweer hetzelfde Japanse stel tegen dat we voor het eerst in de
buurt van Queensland zagen. We zwaaien naar elkaar als oude bekenden, we
hebben nooit een woord gewisseld. We doen een rondje Mirror Lake, waarin je
heel mooi gespiegeld Mt Cook kunt zien, maar Mirror Lake spiegelt helaas
weinig vandaag, vanwege de regendruppels. Het weer wordt weer echt slecht,
dus we besluiten Franz Josef Glacier maar voor morgen te bewaren. Het regent
niet alleen veel in Nieuw Zeeland, maar het weer is ook ongelooflijk
veranderlijk. Het kan van het ene moment in het andere omslaan... ook naar
goed weer gelukkig, want de volgende dag is het weer mooi. Geen strakblauwe
lucht, maar mooi genoeg om naar de gletscher te lopen.
We reizen verder naar het noorden. De uitzichten over het strand zijn
geweldig, ruig en open, ongerepte natuur. Er wonen maar zo weinig mensen
hier, dat alles nog lekker onbedorven is. We maken regelmatig een praatje
met 'praatgrage kiwi's' (waarschijnlijk zijn ze blij als ze weer iemand
zien...) en het is grappig om ze te horen klagen over het Noordereiland, met
name over Auckland.
Dat is zo'n grote drukke stad... ze noemen ze JAFA's (just another fucking
Aucklander). Wij staan ze in opperste verbazing aan te kijken. Er wonen 1,3
miljoen mensen in Auckland.... ze hebben geen idee waar ze het over
hebben...
Shantytown is een klein stadje wat een soort museumpje heeft gemaakt over de
tijd van de goudkoorts. Ze hebben hier een aantal huizen, winkels, bank,
ziekenhuis, Chinatown, e.d. uit die tijd en je kunt hier een stukje met een
stoomtrein meerijden. De machinist komt aanwaggelen... de man lijkt niet
bijster intelligent en ziet eruit alsof hij met een schoenlepel in de
locomotief geholpen moet worden. Hij is wel heel vriendelijk, zoals al het
personeel hier. De sfeer is heel gemoedelijk. Wat wel opvallend is dat om 5
voor 5 alle huizen dicht gaan en om 1 voor 5 al het personeel buiten staat.
Ach, het is tenslotte laagseizoen... Wij hebben het park overigens inmiddels
helemaal gezien en waren meer dan welkom om de volgende ochtend op hetzelfde
kaartje terug te komen als dat niet het geval was geweest. Om echt het
'goudzoekergevoel' te krijgen kun je hier ook 'goldpannen'. We krijgen een
bak met zand en steentjes en instructies hoe we dit moeten 'wassen' en
'schudden' en er steeds wat zand uit moeten laten lopen. Dat valt nog niet
mee. De goudzoekers van vroeger moeten engelengeduld en een vaste hand
hebben gehad. Als we het nodige zand hebben weggespoeld zien we goud
glinsteren, we beginnen de goudkoorts te begrijpen. Uiteindelijk houden we
een aantal goudschilfers over die we mee naar huis mogen nemen. Echt, zelf
gedolven goud! Marc heeft zelfs een klein granaatje gevonden.
Hierna zetten we koers richting Punakaiki, maar eerst gaan we in Greymouth
nog even boodschappen doen. Het parkeerterrein bij de winkel is druk en
onoverzichtelijk. Op zoek naar een plekje horen we ineens een luid geknars.
Shit, hier zitten we nou de hele tijd zo op te letten en dan in een
onbewaakt ogenblik gebeurt het toch.... we zijn met ons dak tegen de
overhang van de winkel gereden. Er staan hier ook geen paaltjes in de grond
die de overhang van de winkel aangeven en de profosorisch op de wand
getimmerde platen doen vermoeden dat we niet de eersten zijn die dit
overkomt. Omdat we zo rustig reden valt de schade gelukkig mee. Aan de
winkel valt niks te zien, maar wij hebben wel een gat in ons dak. Gelukkig
zijn we hier voor verzekerd, dus is er verder niets aan de hand, maar het is
toch effe schrikken. Na overleg met het camperbedrijf besluiten we het gat
tijdelijk te dichten met speciaal plakband, zodat we gewoon door kunnen
rijden. We hangen dus het trapje waar we normaal mee in de poppenkast
klimmen aan het zijraam en zo balancerend plakken we het gat dicht. Aan de
rand van het parkeerterrein zitten een paar meiden in schooluniform zich
waarschijnlijk vreselijk te vervelen en blijken hevig geïnteresseerd te zijn
in ons en onze camper. Ze vragen ons het hemd van het lijf: of het leuk is
in een camper, of het een automaat is, of we Greymouth leuk vinden, waar we
heen gaan, enz. enz. Ze roepen allemaal door elkaar heen en tussendoor wordt
flink gegiecheld. Ze vragen of ze de camper mogen bekijken en aangezien we
niet zouden weten waarom niet, staan er ineens 4 meiden te giechelen in de
camper. Ze vragen ook nog of ze een rondje mee mogen rijden, maar we hebben
niet voldoende zitplaatsen... dus dat doen we maar niet..
In Punakaiki zijn de pannenkoekrotsen. Het lijkt inderdaad net of er hele
stapels pannenkoeken aan de kust liggen. De zee beukt er wild tegenaan. Het
begint weer te regenen, dus we duiken gauw een restaurantje in om... hoe kan
het ook anders.... pannenkoeken te eten! We stoppen vandaag in Moana bij
lake Brunner. Dit is een van dé vismeren van Nieuw Zeeland, dus Marc gaat
z'n geluk beproeven. We staan net een half uurtje aan het meer als het
begint te druppen.. .harder begint te druppen...door begint te regenen...en
uiteindelijk
begint te plensen. Natuurlijk (?) laten we ons niet afschrikken door een
paar spetters, maar als we na een half uurtje volledig doorweekt zijn gaat
de lol er wel een beetje af. We druipen (letterlijk) af zonder vis. We maken
het ons gemakkelijk in de camper.. het wordt niet meer droog vanmiddag.
Hoewel er voor de volgende dag beter weer voorspeld wordt, rijden we Arthurs
Pass toch in een grijze lucht en regelmatig met buien.
Ondanks dat is het een schitterende route en door het weer zijn de
watervallen vol en wild en heeft het dus juist wel iets moois dat het
regenachtig is. Halverwege stoppen we bij een uitzichtpunt dat uitkijkt op
de bergen en de pas. Ineens zit er voor onze neus een kea. Een grondpapagaai
met hele mooie rode veren onder z'n vleugels. Hij zit ons vanaf een rotsblok
geïnteresseerd aan te kijken. Kea's zijn gek op rubber, dus hij wandelt
lekker eigenwijs onder de auto en begint aan de banden te knabbelen.
Gelukkig is hij wel zo slim om weer onder de auto vandaan te komen als we de
motor weer starten. We vervolgen onze weg over de pas en zitten weer met
onze neus tegen de ruit gedrukt om van het uitzicht te genieten. We
overnachten weer in de buurt van Kaikoura op de 'zeerobbencamping', zodat we
nog een keer van dichtbij naar de fur seals kunnen kijken. De volgende
ochtend rijden we in één keer door naar de boot. We hebben een half uurtje
over, dus terwijl andere mensen verveeld in hun auto in de wacht rij hangen,
gaan wij lekker eieren staan bakken in de camper. Dan gaan we de boot op en
laten we na 2,5 week het Zuidereiland achter ons... het was veel te kort
voor ons gevoel, maar wel onwijs gaaf!
TOP
Terug op het
Noordereiland 18 t/m 28 juni 2004
Op het Noordereiland loopt een weg
die 'desert road' wordt genoemd. Vanaf deze weg heb je uitzicht op het Tangariro
national park met z'n vulkanen. Dit heeft model gestaan voor 'Mordor' in 'the
Lord of the Rings', dus dat belooft een dramatisch uitzicht te worden. We hebben
al heel wat landschappen gezien die je doen denken aan de film en we kunnen ons
ook absoluut voorstellen waarom Peter Jackson er voor gekozen heeft om the Lord
of the Rings hier te filmen, buiten het feit dat het een trotse Nieuw Zeelander
is natuurlijk. Het landschap heeft iets feeërieks en oerachtigs. Alsof het leven
hier pas veel later begonnen is:
Glooiende graslanden met enorme keien, bergen, vulkanen, ruige kusten, fjorden,
watervallen en overal regenwouden met palmvarens. Je kunt hier 'middenaarde'
goed plaatsen. Vandaag rijden we 'desert road' en misschien kunnen we nog wel
even door Tangariro N.P. wandelen om de sfeer op te snuiven. Het is en mooie dag
vandaag, het zonnetje schijnt en we tuffen op ons gemak door het glooiende
landschap. Maar als we dichterbij desert road komen begint het steeds meer te
betrekken. We hebben al eerder gemerkt dat het weer hier snel kan veranderen...
tegen de rijd dat we desert road bereikt hebben is het noodweer. De regen
striemt bijna horizontaal over de weg en er staat zoveel wind dat ik (toevallig
rij ik een keer) flink moeite moet doen om de camper op de weg te houden. Het
spectaculaire uitzicht op 'Mordor' valt volledig in het water.. de lucht
is egaal grijs en we hebben niet meer dan 50 meter zicht... helaas.
Wandelen door Tangaririo N.P. zit er ook niet in. In plaats daarvan gaan we naar
het Tangariro National Trout Center in Turangi. Als een stel verzopen katten
staan we hier naar hele scholen forellen te kijken die hier in de stroompjes
zitten. Wat wel heel gaaf is dat ze hier een glaswand gemaakt hebben aan de
zijkant van een beek, zodat je de forellen onder water kunt bekijken. Ze liggen
daar lekker, ogenschijnlijk op hun gemak, maar moeten een enorme kracht hebben
om stil te kunnen blijven liggen in het hard stromende water. We rijden vandaag
tot Taupo, waar de camping heel mooi is, maar het thermale zwembad geen thermale
temperaturen heeft... Het thermale zwembad blijkt een 'gewoon' zwembad te zijn,
in de open lucht en met deze buitentemperaturen weinig aangenaam.
De volgende dag is het weer weer helemaal opgeklaard en gaan we wat vulkanische
bezienswaardigheden in de omgeving bekijken. Er komt hier overal stoom uit de
grond en het ruikt er naar zwavel. Ze maken hier handig gebruik van al die stoom
als energiebron. Een uitzichtpunt kijkt uit over een vlakte vol met stoomwolken
en kilometerslange buizen die over het terrein kronkelen, hier en daar in
poortjes gebogen zodat er een auto onderdoor kan rijden. Hoewel we bij een
uitzichtpunt een stuk woest natuurschoon verwachtten, is dit minstens zo
interessant. Een wandeling door 'Craters of the moon' leidt ons langs
pruttelende modderpoelen en eigenaardig dampende kraters. Om twee uur zijn we
bij de Aratiatia dam, een stuwdam die ze een paar keer per dag (ook om 2 uur
dus) openzetten. Het ene moment kijk je in een kale stenen kloof en dan wordt er
zoveel water ingelaten dat de hele kloof volstroomt.
Na de Huka Falls gaan we de modderpoelen bij Waiotapu bewonderen. Deze zijn wel
heel echt. Met luid geplof, gereutel en gepruttel, blubbert de modder hier in
bellen omhoog. Er ontstaan grote kringen in de trage moddermassa. Soms blubbert
de modder in dikke klodders omhoog, zodat er een soort plopperige modderfontein
ontstaat.
Het geheel lijkt wel een grote pan met dikke grijze moddersoep die begint te
koken. Probeer je daar de zwaveldampen bij voor te stellen en je hebt het
plaatje aardig te pakken. Toevallig komen we op een camping terecht hier vlakbij
(Waikite) die hoort bij thermale baden, waar je als camping gast gebruik van
kunt maken. Dit zijn de echte! Kokend heet water (niet letterlijk natuurlijk,
maar het warmste bad is toch wel tegen de 40 graden), waarin je iedere spier
voelt ontspannen en we heerlijk in poedelen tot het allang donker en etenstijd
is. Genieten! De dames nemen de de volgende ochtend ook nog even een duik in
alle vroegte, terwijl de heren voor het ontbijt zorgen.
Waiotapu is een vulkanisch gebied met modderpoelen, champagnemeren, vreemde
kraters en een echte geiser. De geiser gaat iedere dag rond kwart over 10, dus
we moeten er op tijd zijn. We volgen de bordjes naar de geiser en komen dan tot
onze verbijstering in een soort openluchttheater terecht. We staan op een open
plek in het bos, vol met banken die zo opgesteld staan dat ze naar boven oplopen
en allemaal uitkijken op een soort klomp druipsteen, de geiser dus. Vooraan de
banken staat een hek, zodat je niet bij de geiser zelf kunt komen. De banken
worden tussen 10 en kwart over 10 volgeladen met toeristen. Aan de zijkanten
hangt een geluidsinstallatie die ons het ergste doet vermoeden. En jawel... om
kwart over 10 komt er een man naast de geiser staan met een microfoon die ons
iets over de geiser gaat vertellen. Naïef denk ik nog dat hij z'n praatje dan we
heel strak moet timen om niet ineens onder het kokende water van de geiser te
staan, maar het wordt nog erger. Het verhaal wat hij vertelt is overigens wel
leuk. Hij vertelt dat de geiser is ontdekt door gevangenen die hier destijds in
een kamp zaten en hun kleren wasten in het natuurlijk hete water. Ze waren
lekker met zeep aan het kledderen, toen plotseling de geiser uitbarstte. Het
water spoot meters hoog, de kleren de lucht in en de gevangenen alle kanten op.
Hiermee was dus ook ontdekt dat de geiser reageert op zeep en ja hoor... de man
haalt een zak met een stuk biologisch afbreekbare zeep te voorschijn. Het is dus
helemaal geen geiser die voorspelbaar op een bepaalde tijd uitbarst (zoals
bijvoorbeeld Old Faithful in Yellowstone), maar ze wekken de uitbarsting gewoon
op door er een stuk zeep in te stoppen. De zeep wordt inderdaad in de kegel
gestopt en na een paar minuten begint er zeepsop over de rand te kolken. Dit is
het sein voor de man om z'n praatje te beëindigen en eerst even voorzichtig,
maar dan met volle kracht begint de geiser omhoog te spuiten tot zo'n 20 meter
hoog. We bekijken het geheel enigszins gedesillusioneerd vanaf de tribunes. Het
klinkt nogal blasé, maar als je de geisers in Yellowstone al hebt gezien, kun je
dit eigenlijk net zo goed overslaan. Hoewel we er ook wel weer de humor van
kunnen inzien. De rest van Waiotapu is zeker de moeite waard en we dwalen hier
dan ook 2 uur rond tot we vertrekken naar Rotorua, hét vulkanische hart van het
Noordereiland.
We gaan naar Whakarewarewa, een park waar je zowel geisers en andere vulkanische
natuurverschijnselen als een Maoridorp en Maorikunst kunt zien. De belangrijkste
geiser is hier de Pohutu, die ongeveer ieder uur uitbarst met een enorm geweld
en dan een hoogte van 30 meter kan bereiken. Daarnaast staat de Prince of Wales
Feathers, die bijna continu spuit, maar niet dezelfde hoogte haalt. Daarnaast
liggen nog een aantal geisers. Het is een heel plateau met geisers en dus een
hoop stoom en gesis en een natte bedoening. De Pohutu moet erg spectaculair
zijn, dus we besluiten om even te wachten. Tenslotte kan de uitbarsting ieder
moment beginnen als hij een keer in het uur gaat. Na een half uur is er nog
steeds niets gebeurd. Nu komt het dilemma... lopen we door met het risico dat
hij over 5 minuten uitbarst (als wij natuurlijk nét weg zijn) en we een half uur
voor niets gewacht hebben... of blijven we wachten met het risico dat het nog
een half uur kan duren....hmmm. We besluiten nog een minuut of 10 te wachten. Er
ligt een steen plateau tegenover de geisers dat vulkanisch verwarmd wordt. Hier
kun je lekker behaaglijk op zitten. Sommige stenen worden zo heet dat je er
zelfs je billen aan verbrandt.... De 10 minuten worden nog eens 10 minuten,
omdat we er anders echt al die tijd voor niks hebben zitten wachten en
vervolgens nog eens 10 minuten omdat het nu toch echt niet lang meer kan
duren.....maar nog steeds gebeurt er niets.... Prince of Wales Feathers spuit
trouw door, maar de krater bij het bord van de Pohutu geiser blijft stil. Dan
komt er een gids aangewandeld die een groep toeristen aan het rondleiden is. We
besluiten het maar eens aan haar te vragen. Tenslotte moeten ze in dat park toch
wel zo ongeveer weten hoe laat de geiser uitbarst. De Maorigids met vlechten
lacht vriendelijk en wijst behulpzaam naar het geiserplateau als we vragen naar
Pohutu. Wij lachen vriendelijk terug en leggen uit dat we willen weten wanneer
hij uitbarst. Nu kijkt ze ons verbaasd aan, wijst opnieuw naar de spuitende
geiser en zegt dat dat de Pohutu is. Nu is het onze beurt om verbaasd te
kijken... die geiser spuit al de hele tijd dat we hier staan en is zeker geen 30
meter hoog. In alle boeken en zelfs in hun eigen brochure en op de borden staat
toch dat hij eens in het uur uitbarst? "Oh ja", verklaart ze eenvoudig, "de
laatste paar maanden spuit hij continu, we moeten nodig de borden eens
aanpassen...". "Sorry about that..." zegt ze er nog achteraan als ze onze
gezichten ziet en zich realissert dat wij een uur voor niets hebben staan
wachten.... Dit moeten we even laten bezinken, dan klauteren we koud en stijf
geworden van de stenen af om vervolgens in ijltempo de rest van het park te
bekijken, want we zitten inmiddels een uur voor sluitingstijd... nou ja... we
hebben in ieder geval een uur naar een geiser kunnen kijken....
We laten de zwaveldampen van Rotorura achter ons en reizen verder naar het
noorden. We maken nog een stop in Matamata met de bedoeling om de hobbithuizen
te bekijken. Dit is de enige filmset van de "Lord of the Rings " die nog min of
meer intact is. Het blijkt dat de huizen op privé grond staan en je kunt ze
alleen met een tour bezoeken. Veel valt er blijkbaar niet aan te zien, want het
bezoek aan de set wordt gecombineerd met een demonstratie schapenscheren. Op de
foto's zien we dat van de huizen niet veel meer over is dan het kale skelet. Als
blijkt dat ze maar liefst $50,- p.p. vragen voor de tour, besluiten we Hobitton
te laten voor wat het is.... We verslinden flink wat kilometers vandaag en
rijden een heel eind naar het noorden, voorbij Auckland, tot we uiteindelijk
stoppen op een schitterende camping in het bos aan een riviertje bij Trounson
Kauri Park. Het is de hele dag schitterend weer gewest. We hebben zelfs buiten
zitten lunchen met uitzicht op zee. Marc besluit z'n geluk nog even te beproeven
en gaat nog even lekker vissen in het riviertje. Maar... de lucht betrekt en het
begint te stort regenen. Er lijkt wel een vloek te rusten op dat vissen....
We zijn hier speciaal gekomen voor de kauribossen en die gaan we dan ook
bekijken. Het Trounson Kauri Park is een mooi stuk (regen)woud, waar tussen
allerlei andere mooie planten en bomen ineens joekels van kauri's staan. We
hebben nog nooit eerder een boom gezien die lijkt op een kauri. Ze zijn oud,
hoog en dik en hebben een hele aparte stam. De bast is een soort gevlekt en ze
'vervellen' ook steeds om te voorkomen dat er klimplanten tegenaan groeien. Het
zijn een soort imposante reuzen in het woud. Het is niet zo moeilijk voor te
stellen dat deze bomen voor de maori's een speciale betekenis hebben. In het
National park Waipoua Kauri Forest zien we de dikste kauri van de wereld: Te
Matua Ngahere (father of the forest) een boom met een omstrek van ruim 16 meter
en maar liefst 2000 jaar oud en Tane Mahuta (god of the forest), de hoogste
kauriboom (51,5 meter). De four sisters (vier 'verenigde' kauri's), de Yakas
tree en een soort 'kauri kathedraal' aan de Yakas trail zijn ook heel imposant.
Het hele bos heeft iets speciaals en 'oerachtigs' en we lopen kilometers onder
de zilvervarens en tussen de kauribomen. Aan het einde van de dag rijden we het
bos uit en belanden we op een camping in Opononi. Het blijkt dat de
campingplaatsen op het gras niet bruikbaar zijn, omdat het de afgelopen weken
zoveel heeft geregend dat ze zijn veranderd in een zompig moeras. We worden dus
op het asfalt vlak voor de enige andere camper geparkeerd. Met een verlengsnoer
wordt er stroom geregeld. Het ziet er een beetje suf uit, maar het is maar voor
een nacht, dus we maken ons er verder niet druk om. We hebben wel een
schitterend uitzicht op de zee en aangezien het flink is gaan waaien rollen de
golven wild de baai in.
Hierna zetten we koers richting de Bay of Islands. We hebben helaas geen tijd
meer om hier lang te blijven. De kust is schitterend
hier: helder blauw water, grillige kusten en overal jachten. We gaan even kijken
bij het Treaty House in Waitangi. Hier is in 1840 een belangrijk verdrag
getekend tussen de engelsen en de Maori. Op de plaats waar het verdrag is
getekend staat een vlaggemast met de huidige en de oude Nieuw Zeelands vlag.
Je kunt het natuurlijk gewoon zien als een grasveld met een vlaggemast, maar wij
vinden dit soort plekken toch altijd interessant en indrukwekkend. Het werkt als
een soort 'geleide herinnering' de geschiedenis in. Je kunt je dus echt
voorstellen dat hier tentenkampen stonden en dat het een drukte van belang is
met Maori's en afgevaardigden van de engelse regering. Dit is de basis van het
huidige Nieuw Zeeland. Er is hier een overeenkomst gesloten tussen de Europeanen
en de Polynesiërs (Maori's) die er al veel langer woonden, zonder dat er ooit
een oorlog is gevoerd. Dat is op zich al heel bijzonder. Je kunt je natuurlijk
wel afvragen in hoeverre het verdrag is nageleefd.... Je wordt hier natuurlijk
ook wel helemaal in de sfeer gebracht door de expositie in het Treaty House,
waar een van de afgezanten van de Britse regering woonde. Je ziet hier ook nog
een kopie van het verdrag, vol met handtekeningen die ook later door het hele
land door verzameld zijn. Te Whare Runanga - een Maori ontmoetingshuis
- vol met Maorikunst en Maori Waka met de 35 meter lange kano Ngatoki Matawhaoru
zijn ook bepalend voor de sfeer. Vooral de kano is erg fotogeniek, dus we
blijven hier een tijde rondhangen om alle details te bekijken en op de foto te
zetten. Het is vandaag zulk mooi weer dat we lunchen aan het strand in Sandy Bay.
We nemen de tijd en met het idyllische geluid van een grasmaaier op de
achtergrond bakken we eieren (alweer...), lunchen we uitgebreid en genieten we
van de zon en het uitzicht. Het is allang donker als we aankomen op een camping
in Manukau, een voorstad van Auckland. Ons rondje zit er op.... (zucht).
Onze laatste dag met z'n vieren besteden we in Auckland. Het is ook wel weer
eens leuk om door een stad te dwalen na al die natuur. Om het af te sluiten gaan
we lekker uit eten in Bistro nr. 5 restaurant. Even denken we dat we verkeerd
zijn gelopen, want we staan midden tussen de nieuwbouwflats. Maar daar tussen
staat ineens een sfeervol oud pand. Binnen ziet het er supergezellig uit,
compleet met open haard en het eten en de wijn is heerlijk. De volgende ochtend
gaan we de camper inleveren en mijn vader en moeder naar het vliegveld brengen.
Nu moeten we weer voor een half jaar afscheid nemen en dat is toch weer even
slikken. We zwaaien ze uitgebreid uit en gaan dan bedenken wat we zelf de
laatste paar dagen in Nieuw Zeeland zullen gaan doen.....
We besluiten een autootje te huren om in ieder geval een beetje mobiel te zijn.
Volgens de jongen van het autoverhuurbedrijf is er goed weer voorspeld voor
Coromandel Peninsula en dat is maar 2 uur rijden, dus daar gaan we heen. We
rijden op ons gemakkie naar de kust. Onder weg stoppen we nog ergens om fruit te
kopen bij een stalletje. Niet dat er iemand is. Er staat een 'honesty box'
waar je geacht wordt geld in te stoppen. Heerlijk dat dat zo kan... We rijden
een prachtige route door een nationaal park, maar er blijken daar geen
overnachtingsmogelijkheden te zijn. Dus uiteindelijk rijden we naar de andere
kant van het schiëreiland, naar Whangamata, waar we een simpele cabin op een
camping nemen. De volgende dag kijken we rond in het stadje, picknicken we bij
de jachthaven en slenteren we uren over het strand. Zulk mooi weer hebben we nog
niet gehad in Nieuw Zeeland. We liggen zelfs in korte broek op het strand!
We hebben een heerlijke dag. We halen lekker chips zonder de fish bij de
plaatselijke snackbar (in een krant verpakt....) en eten die op voor de tv in de
recreatieruimte van de camping. Aangezien het vreselijk koud is en we de ruimte
voor onszelf hebben halen we de kussens van de bank en leggen ze voor de kachel.
Zo kijken we de rugbywedstrijd All Blacks - Wallibies (Nieuw Zeeland -
Australië). De volgende ochtend maken we een lange wandeling door het bos naar
een waterval. De waterval halen we alleen niet, omdat het pad een rivier kruist
die zo hoog staat dat we er echt doorheen moeten waden en daar hebben we vandaag
niet zo'n zin in. We rijden op ons gemak terug naar Auckland. Het is een
druilerige zondagmiddag...
De volgende ochtend vertrekken we vroeg naar het vliegveld. Het wordt nog een
strakke planning. Aangezien het autoverhuurbedrijf pas om 7 uur open is, gaan we
eerst inchecken voor onze vlucht om 9 uur. Maar er blijkt een enorme rij te
staan, dus dat duurt veel langer dan verwacht. Na het inchecken gaan we snel de
auto inleveren en het autoverhuurbedrijf rijdt ons weer terug naar het
vliegveld. We zijn een kwartier voor de boardingstijd terug, dus we hebben zelfs
nog even tijd om de lonely planet van Australië te kopen, zodat we in het
vliegtuig kunnen lezen waar we eigenlijk heen gaan. Daar komt niets van terecht,
want we hebben zoveel turbulentie dat lezen onmogelijk is. De stewardessen weten
nog net een ontbijtje te serveren tussen 2 luchtzakken in, maar koffie en thee
zit er niet in. Drie en een half uur uur later staan we op het vliegveld van
Sydney. We gaan eerst maar een een bak koffie drinken en op ons gemak bekijken
waar we zijn beland en waar we heen zullen gaan......
Visum
Je kunt als Nederlander 3 maanden zonder visum in Nieuw Zeeland blijven, als je
maar een ticket hebt om het land weer uit te gaan.
Wij hebben in Nieuw Zeeland ook ons ETA (electronic travel authority) voor
Australië geregeld. Hiermee kun je als Nederlander een laar lang Australië in en
uit reizen met een maximum van drie maanden per verblijf. Je hebt dan verder
geen visum nodig. Veel reisorganisaties doen dat voor je als je je ticket koopt,
maar wij hebben onze vlucht via internet geboekt. Je kunt je ETA voor
$20,- via internet regelen,maar het Australische consulaat in Auckland doet het
gratis, binnen 5 minuten en zonder papierwerk (houdt wel rekening met een lange
wachttijd voor je aan de beurt bent...)
Geld
De koers van de NZ$ lag rond de 47 eurocent en dus vergelijkbaar met onze oude
gulden (rekent lekker makkelijk...). Wij zoeken de meest recente koers altijd op
via www.gwk.nl. Je kunt in Nieuw Zeeland overal pinnen of met je credit card
betalen. De eerste ATM die je tegenkomt zit in de aankomsthal van het vliegveld
(in Auckland)
Vervoer
De goedkoopste manier om van Bangkok naar Auckland te vliegen bleek voor ons via
Royal Brunei Airlines te zijn. De vlucht van Auckland naar Sydney hebben we via
internet bij Air New Zealand geboekt (www.airnz.co.nz). Houd bij vliegen op
Nieuw Zeeland rekening met strenge quarantaine regels. Je mag geen fruit e.d.
invoeren en ze zijn niet blij met modderige tenten en schoenen e.d. In principe
geldt: bij twijfel alles aangeven. Dan wordt er meestal niet moeilijk over
gedaan. Als je niets aangeeft en ze vinden wat, dan loop je kans een boete te
moeten betalen. Als je het land weer uitvliegt moet je $25,- departure tax
betalen (kan zowel cash als met credit card)
Onze camper was van Maui; een goede camper en goede service van de organisatie.
Maui, Britz en Backpacker zijn van dezelfde organisatie, waarbij de laatste wat
oudere en dus goedkopere campers verhuurt.
Informatie over de ferry tussen Wellington en Picton (Noorder- en Zuidereiland)vind
je op www.interislandline.co.nz.
Auckland heeft een betaalbaar ov systeem. Wij kochten een groepsdagkaart voor
$16,- een konden daarmee met z'n vieren van de camping naar het centrum en
binnen het centrum reizen. Voor meer informatie: www.stagecoach.co.nz.
Accomodatie
Je kunt prima kamperen in Nieuw Zeeland. Campings variëren in kwaliteit, maar
zijn meestal goed en hebben ook vaak faciliteiten om te koken, tv te kijken,
boeken te ruilen, etc. Je betaalt ongeveer $10,- - 14,- per persoon voor een 'powered
site' Een overzicht van campings vind je op de volgende sites:
www.top10.co.nz
www.kiwiholidayparks.com
www.holidayparks.co.nz
www.aatourism.co.nz
www.doc.govt.nz (voor camperen in nationale parken)
Eten
Wij hebben meestal zelf gekookt, maar je kunt ook heerlijk uit eten in Nieuw
Zeeland. We kunnen 2 restaurants absoluut aanbevelen:
Capriccio in Wanaka (aan Ardmore street) Nr. 5 Restaurant in Auckland (5 City
Road, www.number5.co.nz)
Wat te zien en te doen
We hebben wat links verzameld van de dingen die wij hebben gezien en gedaan en
kunnen aanbevelen (we hebben niet de kwaliteit van de sites gecheckt...)
Zuidereiland:
Marlborough wineries www.winemarlborough.net.nz
Whale Watch Kaikoura www.whalewatch.co.nz
Dunedin en Otago Peninsula www.DunedinNZ.com
Royal Albatross Centre: www.albatrosses.com
Penguin Place - Otago (geen website)
The Catlins www.catlins-nz.com
Fox en Franz Josef Glacier www.glaciercountry.co.nz
Shantytown www.shantytown.co.nz
Noordereiland:
Wai-O-Tapu www.geyserland.co.nz
Waikite Valley Thermal Pools (met camping) www.hotpools.co.nz Rotorua
www.RotoruaNZ.com Rotorua webcam www.kiwicam.co.nz The NZ Maori Arts & Crafts
Institute www.nzmaori.co.nz Waitangi treatyhouse www.waitangi.net.nz
DOC (nationale parken) www.doc.govt.nz
Nieuw Zeeland in juni
Juni betekent herfst/winter in Nieuw Zeeland en dat heeft voor- en nadelen.
Nieuw Zeeland is verdacht groen en dat betekent dat je sowieso op regen moet
rekenen. In juni is met name het Noordereiland nog natter dan de zomer. Op het
Zuidereiland zijn sommige gebieden echter juist droger dan in de zomer. De
temperaturen zijn aangenaam voor de winter (15-20 graden), maar 's avonds kan ht
flink afkoelen. In een tent kamperen is niet erg aanlokkelijk in deze tijd van
het jaar. Een groot nadeel vonden wij dat het al vroeg donker wordt (tussen 5 en
6 uur). Omdat veel attracties in het laagseizoen ook nog een uurtje eerder
sluiten, is de tijd dat je op een dag ook echt iets kunt doen daardoor relatief
kort. Een groot voordeel vonden wij dat het niet zo druk is. Je ziet nog steeds
genoeg andere campers onderweg, maar je hebt de ruimte op campings en bij je
dingen die je onderweg bezoekt. En de herfstkleuren en de sneeuw op de bergen
zien er schitterend uit!