De volgende dag gaan we de Chinese muur bekijken. Hoewel Badaling het meest
toeristische gedeelte van de muur is, besluiten we hier toch naar toe te gaan.
We verwachten dat het met de toeristen in de winter wel zal meevallen, het is
te koud voor een klim- en klautertocht over de muur en dit deel van de muur is
makkelijk zelf te bereiken met de bus. Als we het goede busnummer gevonden
hebben, maakt de buschauffeur ons duidelijk dat de bus niet naar Badaling
gaat. Een vriendelijke man die engels spreekt stapt uit de bus (hij mist
hierdoor zelfs z'n bus en moet de volgende nemen) om ons uit te leggen dat we
beter een taxi kunnen nemen, omdat de bus wel de goede richting op gaat, maar
het nog een eind lopen is en moeilijk te vinden. Hij werkt bij de overheid en
laat z'n kaartje zien aan een taxichauffeur en regelt een hele goede prijs
voor ons. Zeker met z'n vieren is dit geen slechte deal, dus we besluiten om
ons maar te verwennen. In Badaling mogen er dan weliswaar niet al te veel
toeristen zijn,
afschuwelijk toeristisch is het wel. We worden met een soort achtbaan de muur
op getransporteerd en een paar torens verderop is een kabelbaan. Je kunt met
een kameel op de foto en overal staan souvenirstands. Aangezien veel toeristen
blijkbaar gaan al te ondernemende wandelaars zijn, kun je vrij gemakkelijk uit
het toeristische gebeuren lopen, maar in de zomer moet je hier volgens mij
niet zijn.... Het is jammer genoeg wat mistig, dus de foto's zullen niet
spectaculair worden, maar verder is het geweldig. Hier staan we dan op één
van de 7 wereldwonderen. We lopen drie uur over de muur en dan begint
het te sneeuwen. Tijd om terug te gaan naar Beijing en een warm restaurant op
te zoeken. Je kunt hier echt heerlijk eten en het is nog spotgoedkoop ook. We
gebruiken geloof ik wel allerlei bordjes of kommetjes verkeerd, want ze staan
om ons te giechelen in de keuken.
De volgende dag moeten we afscheid nemen van Dan en Annika. Zij reizen veel
korter rond dan wij en willen dus wat sneller naar het warme zuiden. Wij
hebben inmiddels besloten Chinees Nieuwjaar in Beijing te vieren. We gebruiken
de dag om even tot rust te komen en gewoon heerlijk door de stad te lopen. Het
is schitteren weer en er heerst een gezellige drukte. De Chinezen bereiden
zich duidelijk voor op een feestdag. Chinees Nieuwjaar is een echt
familiefeest. De treinen en vliegtuigen zitten overvol met naar familie
reizende Chinezen. We nemen ook even de tijd om wat dingen te regelen. We
maken een grove planning van de rest van de reis door China en gaan een visum
voor Vietnam en treinkaartjes naar Xian regelen. 's Morgens slapen we lekker
uit en volgens Marc ben ik een echte " verwende bedorven
westerling", want 's avonds kijk ik naar de Chinese televisie ook al
versta ik er geen bal van. We gebruiken regelmatig de internetcomputer om even
onze mail en het gastenboek te checken
en de reisverslagen door te sturen. De computer staat in de hal van het hotel
en die is niet al te best verwarmd, dus we zitten met dikke truien en
handschoenen aan achter de computer. In de ruimte ernaast doen ze aan Karaoke
met de volumeknop helemaal open....alles bij elkaar een apart sfeertje.
Op maandagmiddag gaan we naar de zijdemarkt. Hier verkopen ze allemaal
merkkleding die in China wordt gemaakt en daardoor erg goedkoop wordt
verkocht. Er gaan verschillende verhalen voer de echtheid. Na flink afdingen
kopen we voor Marc een North Face fleece met windstopper voor 350 yuan
(ongeveer 35 euro) en een jack voor 450 yuan (45 euro). Het lijkt ons toch
behoorlijk echt. De buurman wil nog eens onder de prijs door, dus hier kopen
we voor 190 yuan nog een windstopper fleece voor mij. Zelfs als het niet echt
is is het geen geld. Terug in het hotel gaat Marc met z'n jas onder de douche
staan om de waterdichtheid te testen en het lijkt allemaal goed te werken. Ze
hebben hier nog veel meer gave kleding, maar we kunnen het allemaal niet
meesjouwen. Als het echt is, is het goedkopen om een stedentrip Beijing te
boeken en hier flink
Dinsdag gaan we naar het zomerpaleis. Het weer is niet erg zomers. Het is
zonnig en helder, maar het vriest en er staat een ijskoude snijdende wind.
Eerst zijn we van plan om vanaf het metrostation te gaan lopen, maar het is
nogal ver en het is zo vreselijk koud dat we besluiten om toch maar een bus te
nemen. In de lonely planet staat welke bussen die kant op gaan en het
zomerpaleis is makkelijk te herkennen, dus de halte kan niet missen. Het
zomerpaleis is ontzettend mooi. Op een zonnig plekje uit de wind, tussen
bonsai bomen en prachtige, kleurrijke Chinese gebouwen, met op de achtergrond
het zachte geklingel van de chimes in de wind en het geluid van rustige Chinese
muziek in de verte, kun je je voorstellen dat Het hier in het voorjaar rustig
een paar uur met een boek zou kunnen gaan zitten. Hoewel het dan
waarschijnlijk vreselijk druk is. Nu zijn er maar een handjevol mensen die
zich wagen in de kou. We dwalen de hele middag door het park en de gebouwen.
In de zomer kun je hier bootjes huren en over de vijver varen. Die is nu
bevroren. Er schaatst zelfs iemand op. Na een kop warme chocomel bij de
marmeren boot besluiten we dat we
het nu toch echt te koud vinden worden. Het is inmiddels vier uur geweest en
het koelt nu snel nog verder af. Na een niet al te warme busrit komen we
inmiddels behoorlijk verkleumd terug in het hotel. Na een beetje opgewarmd te
zijn gaan we op zoek naar het Liqun Roast Duck restaurant om authentieke
Peking eend te gaan eten. Het restaurantje ligt midden in de hutongs van
Beijing, dus dat betekent dat we het in een wirwar van donkere steegjes zonder
straatnaambordjes moeten zien te vinden. We hebben een visitekaartje en
daarmee vragen we steeds de weg. De lokale mensen zijn heel vriendelijk en
wijzen ons graag de weg, maar ze spreken geen engels. Dus ze wijzen wel naar
rechts en dan naar links, maar welke steeg we nou moeten afslaan...?
Uiteindelijk vinden we het en het was de moeite van het zoeken waard. Het
restaurant was eigenlijk vol, maar er wordt voor ons nog ergens een tafeltje
en een paar stoelen neergezet. De stoelen zijn een beetje oude en bovendien
gebouwd op Chinezen.
snel terug naar het hotel om warm te worden...
Wij verblijven in het Feiying Hotel een internationaal youth hotel. We betalen
180 yuan voor een 2 persoonskamer met bad, douche en toilet op de kamer. De
kamers zijn ruim en schoon, alleen wat gehorig. Je kunt hier voor 10 yuan per
uur internetten en voor redelijke prijzen kun je excursies boeken en
treinkaartjes of vluchten laten boeken. Het hotel ligt op 150 meter van de
metro, waarmee je binnen 10 minuten in het centrum staat
(3 haltes, een kaartje kost 3 yuan). Het is ook goed te lopen. In een half uur
sta je op het plein van de Hemelse Vrede. Rond het hotel liggen allemaal
restaurantjes en winkeltjes. Er is een warenhuis met supermarkt war je prima
brood, fruit, yoghurt en noedels kunt kopen, zodat het heel goed mogelijk is
om zelf een maaltijd klaar te maken. De restaurantjes zijn overigens prima en
niet duur.
Even een korte update! We waren van plan deze week een nieuw reisverslag op de
site te zetten, aangezien we min of meer vast zouden zitten in Chengdu (geen
treinkaartjes te krijgen tot in de loop van volgende week... aangezien alle
Chinezen na het chinees nieuwjaar nu weer naar huis gaan), maar de plannen
zijn sinds vanmiddag gewijzigd en aangezien we verwachten de komende week niet
of nauwelijks toegang tot internet te hebben doen we nu maar even een kort
updateje..
We zitten dus nu in Chengdu en het wordt hier eindelijk een beetje
voorjaarsachtig. Hoewel het net een graad of 6 is, schijnt de zon en kun je
makkelijk buiten zitten. We hebben een schitterend hotel met een grote kamer
in Ming dynastie stijl, compleet met hemelbed en tweepersoonsbad (niet gek
voor zo'n twaalf euro....). Alleen de verwarming ontbreekt... dus vul zelf
maar in hoe romantisch dat hemelbed is met lange onderbroeken, truien en
sokken aan in bed....
Vandaag hebben we uitgebreid thee gedronken in een theehuis in een stadspark.
Je kunt hier uren mensen kijken. Omdat het nog steeds spring festival is
(chinees nieuwjaar) trekken hele Chineze gezinnen naar buiten om lekker met
z'n allen te schaken, majhongen of kaarten. Zo liepen we vandaag ook tegen een
bekende Chinese gids aan (Mr Lee, wordt aanbevolen in de lonely planet) en we
hebben besloten om in plaats van te wachten op de trein naar Kunming en een
week in een stad te gaan zitten, deze Mr Lee als gids in te huren en in 7
dagen per lokale bus door allemaal kleine stadjes in de richting van Dali
(zelfde provincie als Kunming) te gaan reizen. Morgenochtend gaan we
vertrekken en we hebben er enorm veel zin in. Mr Lee is een leuke vent,
betrouwbaar en spreekt heel goed engels. Hij heeft veel contacten, kent het
gebied goed en spreekt
uiteraard Chinees wat erg handig is als je hier met de lokale bus gaat reizen.
Marc en Anja
CHINEES NIEUW JAAR
Op 21 januari vieren we het Chinees oudjaar. We hadden ons een voorstelling
gemaakt van een groot feest op het plein van de Hemelse Vrede met aftellen
naar 12 uur en dan een gigantisch Chinees vuurwerk….maar het blijkt een echt
familiefeest te zijn, wat gezellig thuis gevierd wordt. Bovendien
is vuurwerk officieel verboden in Beijing…Wij vieren het dus in stijl op
onze hotelkamer met een biertje achter de t.v. De Chinese zender vermaakt ons
met een met een soort galashow, waar alleen de reclame en de trekking van de
staatsloterij aan ontbreken. Om 12 uur blijken veel mensen zich weinig van het
verbod aan te trekken en kunnen we dus wel vuurwerk kijken. Het is maar goed
dat er op het Plein van de Hemelse Vrede niets te doen is, want het is veel te
koud om naar buiten te gaan. In tegenstelling tot wat wij gewend zijn, vieren
de Chinezen meer het nieuwe jaar dan oudejaarsavond, want de volgende dag is
het gezellig druk in de straten. Het is schitterend weer en iedereen gaat er
met de familie op uit, de stad in. Overal staan kraampjes die de meest rare
dingen aan satéstokjes verkopen en de kinderen eten geglazuurde appeltjes aan
een stokje en suikerspinnen. We hopen nog ergens de traditionele drakendansen
te zien, maar helaas kunnen we die niet vinden. Geen Chinees kan ons vertellen
waar dit zou moeten zijn. In plaats daarvan gaan we naar de tempel van de
hemel, waar ook veel Chinezen nieuwjaarsdag doorbrengen.
Daarna
moeten we ons klaar gaan maken voor onze treinreis naar Xian. Omdat veel
Chinezen voor het Spring Festival -
nieuwjaar – naar familie reizen, zijn de treinen vlak voor het festival
overvol en is er geen treinkaartje te krijgen. Daarna ligt het land een week
tot 10 dagen plat. De 22e is dus een goede dag om te reizen. We kunnen
makkelijk onze trein vinden. Gelukkig hebben de Chinezen voor getallen geen
Chinese tekens, dus we kunnen het treinnummer, de tijd en het perronnummer
gewoon lezen. Nu maar hopen dat ze ons ook het goede treinkaartje hebben
verkocht, want de plaatsnaam is voor ons niet te herkennen.... Het is lekker
rustig in de trein en na wat geruil met handen en voeten en 3 woorden engels
hebben we allebei een benedenbed en de coupe voor onszelf. Lekker uitgerust
komen we de volgende ochtend vroeg in Xian aan.
XIAN:
We gaan dezelfde dag nog naar het Terra Cotta leger. Enorm imposant en terecht
het 8e wereldwonder genoemd. Het is altijd een beetje gekke ervaring al je
ergens komt wat je al zo vaak op een plaatje hebt gezien. De verrassing is er
dan een beetje af. Dit duurt een paar minuten en dan begin je het werkelijk te
beleven en wordt het pas echt. Al dwalend door de hallen blijven we ons
verbazen over al die rijen beelden van krijgers en strijdwagen, allemaal met
andere gezichten. Gek dat dit pas zo kort geleden is ontdekt en dat mensen
hier dus honderden jaren overheen hebben gelopen zonder te weten dat dit er
was. De ontdekker van het Terra Cotta leger leeft nog en zit boeken te
signeren. Het is wel heel leuk om die man in levende lijve te zien. Jammer
genoeg wil hij niet op de foto. Na een paar uur hebben we echt ieder beeld
gezien en pakken we de bus terug naar Xian. Hoewel erg toeristisch, mag je dit
eigenlijk niet missen als je in China komt.
CHENGDU:
Xian trekt
ons verder niet erg en veel winkels en restaurants zijn gesloten in verband
met het Spring Festival. Bovendien hebben we wel zin in voorjaar, dus we nemen
de volgende dag gelijk de nachttrein naar Chengdu. Het is inmiddels al weer
een stuk drukker, dus de trein zit gewoon vol. Dit keer hebben we een trein
met 3 bedden boven elkaar. Ik heb het bovenste bed en Marc het onderste in de
coupe ernaast. Je kunt trouwens nauwelijks spreken van een coupe, want deuren
zijn er niet. Alles ligt al vol met bagage van de Chinezen, dus onze rugzakken
kunnen nergens meer bij. We beginnen ons mentaal voor te bereiden op een nacht
in en smal bed, samen met een rugzak, als de Chinezen zo ongeveer de hele
wagon gaan herinrichten om onze rugzakken nog een plekje te kunnen geven. Wie
zei dat Chinezen buitenlanders niet zouden willen helpen...? Er ontstaat weer
een hele ruilhandel over de bedden en dit keer zonder de 3 woorden engels,
maar alleen met handen en voeten, belanden we uiteindelijk in twee bedden
boven elkaar in dezelfde coupe. We slapen prima. De
volgende ochtend komt iemand van het personeel gezellig een praatje maken. Hij
spreekt 4 woorden engels – hallo, voetbal, Gullit en van Basten – en half
in het engels en half met Chinees woordenboek voeren we een gesprek. Er komt
nog een meisje bij ons zitten die haar engels wil oefenen. Wij weten inmiddels
wat Holland in het Chinees is en we horen nu als een lopend vuurtje door de
wagon gaan dat wij uit Nederland komen. Uiteindelijk zit er een hele groep om
ons heen en gaan ze ons proberen in het Chinees tot 10 te leren tellen ......
tot groot vermaak van de hele wagon. Om 2 uur zijn we in Chengdu. Het is maar
goed dat ze hier je treinkaartje innemen en weer teruggeven als je er bijna
bent, want zo weten we tenminste waar we eruit moeten.
In Chengdu hebben we een schitterend hotel. Het ligt midden in een
hutong, waar iedereen op straat leeft en zit te kaarten, schaken of mahjongen.
We hebben een kamer met marmeren vloer en het meubilair is in Chinese Ming
dynastie stijl: kasten met honderden laatjes en een echt hemelbed met een
trapje ervoor waarop onze slippers klaar staan. We hebben een gigantisch
balkon met grote planten en houten banken langs de randen. De
badkamer heeft een tweepersoonsbad. Leuk
detail is de rand cement waarmee ze kansloos de voegen hebben proberen af te
smeren en er zit een bubbelinstallatie in die niet is aangesloten. Maar je
hoort ons niet klagen, want we passen er samen in en het water is heerlijk
warm en dat is zalig na een zweterige treinreis. Kom je ooit in het Dragon
Town hotel...vraag naar kamer... Het enige minpuntje is de verwarming. Die is
er dus niet. In de kamers zit een soort airconditioner die warme lucht zou
moeten blazen, met de nadruk op zou moeten. Hoewel het hier overdag heerlijk
voorjaarsachtig aanvoelt, daalt de temperatuur ‚s nachts naar het vriespunt
en dat betekent dat we uiteindelijk met extra dekbedden, truien en lange
onderbroek in het romantische hemelbed liggen.... Het personeel is erg aardig
en probeert zo goed mogelijk om ons te helpen, maar soms ontstaat er wat
spraakverwarring door hun niet vlekkeloze engels. Zo
vroegen we bijvoorbeeld of we in het restaurant iets konden eten. De
restaurantruimte was nog dicht, maar geen probleem, ze gingen direct voor ons
het restaurant opendoen en de verwarming aandoen. Toen
we eenmaal goed en wel zaten, bleek er wel "restaurant" boven de
deur te staan, maar eten kon je er niet…. In plaats daarvan werd er een
beamer geïnstalleerd en werd er een stapel dvd’s te voorschijn gehaald. Nou
ja.. ook leuk.
Treinkaartjes kopen vanuit Chengdu wordt lastiger. Lennerd van het hotel gaat
met ons mee naar het station om ons te helpen en uiteindelijk blijkt een
treinkaartje naar Kunming voor over ruim een week de beste optie te zijn. We
zullen ons hier moeten zien te vermaken. Nu we toch de tijd hebben gaan we
naar het Panda Breeding Center om naar de panda’s te kijken. Het is nog heel
vroeg en de panda’s zijn nog lekker actief. Op een meter afstand, tegenover
ons aan de andere kant van een greppel, zitten er twee naast elkaar op hun
kont lekker bamboe te eten. Volgens mij vinden ze ons ook wel vermakelijk...
‚s Middags gaan we naar het Rin Min
park. Het Vondelpark van
Chengdu. Na een bezoek aan het schitterende bonsai gedeelte zakken we lekker
lui in een stoel op het terras van het theehuis. Je kunt hier uren zitten met
een kopje thee – je krijgt er warm water bij om het steeds weer op te
schenken – en het is de plek om mensen te kijken. Toeristen zijn er niet en
de Chinezen vermaken zicht weer met kaarten of mahjong – om geld - , het
eten van zonnebloempitten en met oormassage waarbij ze stokjes in je oor
stoppen en hier met een stemvork tegenaan tikken. Na een tijdje komt er een
Chinees die in het engels vraagt of hij bij ons aan tafel mag komen zitten.
Het blijkt Mr. Lee te zijn. Zoals de lonely planet
omschrijft „in the park you may well encounter Mr. Lee” zo lopen wij dus
ook tegen Mr. Lee aan. Mr.
Lee is een gids die jaren voor allerlei reisorganisaties heeft gewerkt als
gids, maar op een gegeven moment voor zichzelf is begonnen omdat hij het
leuker vond om mensen iets van het echte China te laten zien. We raken aan de
praat en het wordt een gezellig gesprek. Hij vertelt ons van alles over de
provincie Sichuan wat we niet wisten – staat in geen enkele reisgids – en
het begint een beetje bij ons te kriebelen. We zouden veel liever deze dingen
zien dan een week in een stad te blijven. We hadden zelf al gekeken naar een
alternatieve route per bus naar het zuiden langs de grens met Tibet, maar de
wegen zitten dicht door de sneeuw en het is te gevaarlijk. De route van Mr.
Lee kennen we niet en wordt nergens beschreven. Het zal niet meevallen om dit
zelf te vinden. Bovendien kan Mr. Lee ons een
heleboel over de regio en de mensen. Hij
heeft ook de contacten om ons treinkaartje naar Kunming om te ruilen en ons
geld volledig terug te krijgen. Dit geeft de
doorslag. We besluiten om Mr. Lee een paar dagen als gids in te huren en de volgende
dag te vertrekken naar een China wat nog weinig toeristen hebben gezien. .
We vertrekken ‚s morgens met de bus naar Zi Gong, een leuk plaatsje
ten zuiden van Chengdu. Mr. Lee neemt ons mee naar een authentieke
zoutwinnerij die nog steeds in gebruik is. Daarna lopen we door allemaal
kleine straatjes waar je een glimp van het Chinese leven kunt opvangen. Veel
mensen bekijken ons nieuwsgierig. Ze zijn hier niet veel toeristen gewend. Wij
kunnen ook niet nalaten de mensen en het straatbeeld te bekijken. Vrouwen
lopen op straat te breien, mannen rijden op motoren met een helm die verdacht
veel lijkt op wat bij ons een bouwhelm zou zijn, boven de deuren hangen
spiegeltjes en op de deur plaatjes van draken om de boze geesten buiten te
houden en overal hangt groente te drogen. Het verkeer toetert continu en de
mensen lopen continu te rochelen en te spugen op straat. Vuilnisbakken zie je
niet, al het afval wordt gewoon op straat gegooid. Verder zijn er altijd wel
een paar mensen met grote takkenbezems de straat aan het vegen. Het lijkt wel
of de ene helft van de mensen steeds bezig is de boel op te ruimen die de
andere helft op straat gooit. We eten in een restaurantje wat wij niet als
zodanig herkend zouden hebben. In de keuken staan schaaltjes met allemaal
soorten vlees, van nieren en darmen tot normaal rundvlees. Wij houden het op
het laatste en een paar groentegerechten. In een mum van tijd staan de meest
heerlijke gerechten op tafel. Koken kunnen ze wel in China. En dan te bedenken
dat we gemiddeld voor 2 euro met z’n drieën eten... op de markt kijken we
onze ogen uit: Specerijen die we niet herkennen, groente, vlees, drogende
kippen en eenden, decoratief geschilde ananassen, je kunt het zo gek niet
bedenken of het ligt er. 's Avonds gaan we naar
het lantaarn festival. Dit is typisch voor het Spring Festival. Van
doek worden gigantische lantaarns gemaakt in de vorm van bloemen, draken,
budha, dinosauriërs, verzin het maar. Om 7 uur worden alle lampjes aangestoken
en er ontstaat een zee van licht. Kitsch, maar toch mooi door de combinatie van dingen en de hoeveelheid licht. We hebben ruim een uur nodig om alleen al
langs alle lantaarns te lopen. Ieder jaar worden alle lantaarns nieuw gemaakt.
Het idee heeft wel wat weg van een bloemencorso.
De volgende
dag gaan we via Yi Bin naar Luo Biao. Hoewel het in afstand niet zo ver is,
doen we er de hele dag over. Het lijkt wel of we na Yi Bin de beschaafde
wereld uitgaan. De bus is aanzienlijk ouder dan waar we tot nu toe in gezeten
hebben. We hebben twee mooie plaatsen helemaal voorin de bus, dus dat betekent
mooi uitzicht en beenruimte, maar ook dat we ons vast moeten houden om niet
van de stoel te glijden of met stoel en al om te kieperen. Terwijl we de stad
uitrijden moet de chauffeur om voor ons onduidelijke redenen 5 keer stoppen
bij een controlepost en formulieren af laten stempelen met grote rode stempels.
Daarna komt er ook nog een onverwachte controle van de undercover politie. Het
schijnt dat ze controleren of de bus niet overladen wordt. Daar hebben ze 4
serieus kijkende mensen in uniform voor nodig (hoezo undercover...). De
chauffeur krijgt nog wel even op zijn hart gedrukt dat hij voorzichtig moet
rijden, omdat er buitenlanders in de bus zitten. Hij heeft vooral al zijn
rijkunsten nodig om om de gigantische kuilen heen te sturen. Er heeft ooit
asfalt op deze weg gelegen, maar daar zijn nu alleen nog wat brokstukke van
over waar de bus lekker over heen hotst. En laten we zeggen dat de
schokbrekers niet helemaal meer zijn wat wat ze geweest zijn..... De raampjes
staan open om te compenseren voor de verwarming die blijkbaar niet meer uitkan,
waardoor dikke stofwolken naar binnen waaien. We hebben uitzicht op een
schitterende rivier en op rijstvelden. Het gebied wordt steeds bergachtiger.
We rijden langs flinke afgronden. Aan vangrails doen ze hier niet.... De
plaatselijke bevolking werkt op het land en heeft het duidelijk niet breed. Ze
zijn heel vriendelijk en als ze lachen ontbloten ze een rij scheve, bruine
tanden in hun verweerde gezicht. Mensen komen de bus in met manden op hun rug
gevuld met groente. Terwijl we tientallen jaren in de tijd terug lijken te zijn,
klinkt in de bus af en toe het geluid va een mobiele telefoon. Dit is echt een
land met enorme contrasten. Iedere bus heeft een „charmante assistente“,
een soort hulpje van de chauffeur die zorgt voor de kaartverkoop en de
logistiek van de bagage. Meestal komt dit er op neer dat er luidkeels in het
Chinees gekakeld wordt, er verhitte discussies ontstaan door de geopende deur
en er voorin de bus naast de chauffeur een steeds grotere stapel manden,
zakken, dozen en tassen ontstaat met ergens daartussen onze rugzakken. Iemand
zet een soort aardappelzak voorin de bus. Na een tijdje lijkt het of de zak
begint te bewegen. Als een kind wat de bus binnenkomt bovenop de zak gaat
zitten, klinkt er een klaaglijk geluid uit de zak. Dit bevestigt ons vermoeden
dat er een paar kippen in zitten. Onderweg moeten we nog een keer overstappen
naar een andere bus. In dit plaatsje gaan we eerst even lunchen. In een
restaurantje wat op een garagebox lijkt, maar opvallend schoon is, koken een
paar giechelende vrouwtjes het lekkerste maal voor ons wat we hier hebben
gegeten. Ze doen wonderen met een aubergine en je zou niet denken dat soep uit
een wasteil zo lekker is. Het ‚toilet“ is in de
hoek van het kolenhok.
LUO BIAO:
De bus naar Luo Biao is zo mogelijk
nog ouder dan hiervoor. Mr. Lee laat de bus halverwege stoppen om ons een of
andere poort te laten zien. Het is een beetje genante vertoning. Wij
staan buiten met Mr. Lee de poort te bekijken en in de bus zitten alle Chinezen
met hun neus tegen de ruit gedrukt naar ons te kijken. We kruipen weer lekker
knus op de achterbank naast een mannetje wat af en toe een lekkere rochel
richting het middenpad van de bus lanceert... Tegen de tijd dat we aankomen
ligt het middenpad van de bus bezaaid met schillen en rochels en glibberen we
naar de uitgang.
Luo Biao is overweldigend. In
verband met het Spring Festival is er een podium in het dorpscentrum gebouwd
waar mensen uit het dorp gaan zingen en dansen. Het lijkt ons wel leuk om hier
naar te gaan kijken, dus we gaan in de buurt aan een tafeltje zitten om een
biertje te drinken. In een mum van tijd staan er minstens 50 kinderen om ons
heen. Er komen er steeds meer en langzaamaan komen ook de volwassenen naar
ons toe. Ze willen weten waar we vandaan komen, maar niemand weet waar
Nederland ligt. In onze ‚point it’ staat een landkaartje, dus we wijzen
aan waar het ligt. De kinderen willen nu gelijk alle plaatjes in het boekje
bekijken en zijn volledig in de ban van een plaatje van een wielklem. Dat is
ook wel een enorme cultuurshock voor mensen die wonen in een dorpje waar een
keer per dag een bus komt en de meeste mensen moeten lopen, omdat ze de bus
niet eens kunnen betalen. Kinderen komen met papiertjes aandragen en vragen om
onze naam of handtekening. Alsof we wereldberoemd zijn zitten we de hele avond
smoezelige blaadjes en soms zelfs kassabonnetjes te signeren. Wij krijgen in
ruil van een paar Chinese meisjes hun naam op een papiertje van 1 bij 2 cm. De
volwassenen komen ook een praatje maken en ons welkom heten in hun dorp. Het
geheel voelt een beetje dubbel. Aan de ene kant is het geweldig... al die
vriendelijke mensen en het gastvrije gevoel. Aan de andere kant geven ze je
het gevoel dat ze tegen je opkijken en wij zijn ook maar twee gewone
stervelingen die toevallig op een gunstige plek op aarde zijn geboren. We
kunnen die nacht moeilijk slapen. We hebben het gevoel dat onze zintuigen
overbelast zijn.
De volgende
dag gaan we naar de ‚hangende doodskisten“. Duizend jaar geleden leefde
hier een volk dat zijn doden begroef in houten doodskisten. In de rotswand
werden gaten gehakt en daar werden houten dragers in gedaan. Hierop werden de
doodskisten geplaatst, als het waren hangend tegen de rotswand. Het bijzondere
is dat ze op 50 meter boven de grond hangen. Niemand weet hoe ze daar bij
konden komen. Het hout is nooit verrot, dus de kisten hangen er nog steeds.
Echt heel bijzonder om te zien. Hierna lopen we over de markt in het dorpje.
We hebben weer steeds een hele stoet nieuwsgierige dorpsbewoners achter ons
aan. We nemen een kijkje bij de plaatselijke dokter die uitgebreid de pols
voelt van zijn patiënt en bij de acupuncturist die met een warmtebehandeling
iemands hoofdpijn probeert weg te halen. Een aantal mensen komt vragen of ze
met ons op de foto mag. Een meisje wil zelfs een officiële foto laten maken
bij een fotograaf. We lopen met haar mee naar een soort openluchtstudio waar
ik met haar moet poseren voor een wand met een vreselijk kitscherig Zwitsers
berglandschap. Als we in de bus stappen om terug te gaan krijg ik van een
meisje waarmee we op de foto zijn
gegaan een gelukskettinkje. Dit moet me beschermen op onze reis door China en
ze verzekert me dat ze mijn vriendin is. We zullen dit dorp niet snel vergeten.
YI BIN / XIN SHI:
We reizen
dezelfde weg terug naar Yi Bin. De bus is overvol met mensen die naar de markt
gaan. Marc zit helemaal voorin de bus en halverwege begint er iets vanuit een
zak aan zijn schoen te pikken. Een Chinees vrouwtje kan nog net voorkomen dat
ik mijn rugzak op haar zak met kippen zet..... In Yi Bin zien we voor het
eerst iets van de verhalen dat het als buitenlander moeilijk is om door China
te reizen. Hoewel er kamers genoeg zijn, willen de hotels ons geen kamer geven.
We moeten maar naar een duur toeristenhotel. Zelfs mr. Lee weet ze niet te
overtuigen. Pas bij het zesde hotel lukt het ons om een kamer te krijgen.
Hier vandaan
reizen we naar Xin Shi. Een hotserige, letterlijk misselijkmakende rit. Als je
hier misselijk wordt in de bus, doe je gewoon net als de Chinezen: je schuift
het raampje open en hangt naar buiten. Eens in de zoveel tijd stopt de bus bij
een benzinepomp om een grote watertank bij te vullen. Dit dient om de remmen
te koelen. Als ze toch met de waterslang bezig zijn, spuiten ze de resten misselijkheid
gelijk van de zijkant af... In Xin Shi is op zich niets te
beleven. Het is een klein stoffig plaatsje, waar iedereen op doorreis is.
Bizar detail is dat dit plaatsje aan een rivier ligt die uitkomt in de Yangzi.
Ze gaan hier net als de beroemde drieklovendam een dam bouwen waardoor de hele
vallei onder water komt te staan. Over ene paar jaar zal het hele dorp worden
verplaatst. Het huidige dorp verdwijnt onder water. Daar zie je niets meer van
terug.
NOG EEN LANGE BUSREIS:
We staan
heel vroeg op om aan een busreis van 7 uur te beginnen. Hemelsbreed
hoeven we niet zo ver, maar we moeten een bergje van 4000 meter over. Deze
rit is echt schitterend. De weg slingert zich omhoog en al snel rijden we in de
sneeuw. We zitten nu echt midden in het yi gebied en we komen langs kleine
dorpjes waar de mensen nog in traditionele kleding lopen. De vrouwen dragen
kleurrijke pakken en schitterende hoeden en zowel de mannen als de vrouwen
dragen lange wollen mantels over hun kleding. Jonge vrouwen hebben vaak een kind
op hun rug gebonden die ook weer schitterende kleurige hoedjes op hebben. De
huisjes zijn heel eenvoudig, gemaakt van een soort klei. Overal lopen grote
zwarte varkens te scharrelen met een kudde biggetjes er achteraan gedribbeld.
Bovenop de pas kijken we boven de wolken uit op besneeuwde bergtoppen. De
roodgekleurde rotsen tekenen scherp af tegen het groene gras
en de strakblauwe lucht. Dit is helemaal geweldig. De bus zit afgeladen
vol. In het begin bekijken de mensen ons wat argwanend, totdat Marc opstaat
voor een oud vrouwtje in klederdracht en haar zijn zitplaats aanbiedt. Het
vrouwtje is er erg blij mee, ze had anders de hele weg moeten staan en Marc
maakt zich onsterfelijk bij de andere mannen in de bus. Er wordt direct een
andere plaatsvoor hem vrijgemaakt, waardoor een toch al misselijke Chinees op
een kap naast de chauffeur moet gaat zitten in plaats van op een stoel bij het
raam.
Mei Gu is
wel een leuk plaatsje, met veel authentieke yi-mensen, maar de sfeer is hier
heel anders dan in Luo Biao. De mensen zijn hier wat argwanender en
afstandelijker en er wordt meer over ons gepraat dan tegen ons. Van Mei Gu
reizen we naar Xi Chang. Weer een schitterende rit door de bergen en langs Yi
dorpjes. We komen aan in Xi Chang wat tot onze verrassing een grote stad
blijkt te zijn met een paar miljoen inwoners. Hier hebben we verder niets te
zoeken denken we. Maar de oude stad blijkt toch nog absoluut de moeite waard
te zijn. Omdat deze plaats aan aan meer ligt, verkopen ze hier op de markt ook
veel vis. Die verkopen ze hier allemaal levend. Soms in gigantische bassins
met maar 15 cm water, helemaal volgepropt met vissen die zich nauwelijks
kunnen bewegen en met hun ruggen boven water uitkomen, maar vaak ook in
wasteiltjes. Een vrouwtje verkoopt haar vissen vanuit de goot....ik stond er
bijna bovenop.
De bus naar
Panzhihua blijkt zich ook als vrachtvervoerder te hebben opgeworpen. De
bagagerekken liggen vol, onder de stoelen liggen zakken en het halve gangpad en
de ruimte voorin bij de chauffeur staat volgepakt met dozen. Wij zitten op
onze plaatsen op de derde rij nog net goed. De mensen achter ons moeten eerst
oer de dozen klimmen om bij hun stoelen te komen. Na een half uur ompakken
heeft de charmante assistent de beste opstelling gevonden en kunnen we
vertrekken. We hebben broodjes meegenomen voor onderweg, maar dat blijkt niet
nodig, want deze bus stopt gewoon voor een half uur lunchpauze bij een
restaurantje. Hier kunnen we dan gelijk ook weer even naar het „toilet“.
Het is dat je door het stof toch wel wat wil drinken onderweg en dus af en toe
gewoon nodig moet..... Het toilet bestaat uit een gleuf in de grond waar je
boven hurkt. Meestal loopt de gleuf schuin naar beneden een grote vergaarbak
in. Doorspoelen kan niet, dus in die gleuf ligt van alles wat ik hier niet
nader zal beschrijven... Meestal zijn er een paar van die gleuven naast elkaar,
gescheiden door muurtjes van hooguit een meter hoog. Dit geeft nog een beetje
privacy zolang je op je hurken zit, maar effe lekker rustig je broek ophijsen
zit er dus niet in. Overigens zit er ook geen deur voor, dus die privacy had
je toch al niet...
In de buurt van Panzhihua wordt het
tijd om wat pakketjes af te leveren. We stoppen in de middle of nowhere en er wordt druk getelefoneerd. Er worden
een paar zakken T7000 (wat dit ook moge zijn) onder onze stoelen vandaan
gehaald. Na een kwartiertje komt er een mannetje aangelopen, blijkbaar degen
voor die de zakken bestemd zijn. Er ontstaat een verhitte discussie over geld.
Het mannetje heeft geen geld bij zich en er moet nog wel betaald worden voor het vervoer van de T7000. Er worden een paar voorbij rijdende auto’s
aangehouden en in een daarvan zit blijkbaar een dorpsgenoot die bereid is het
mannetje geld te lenen, want de vrouw in de auto betaalt de charmante assistent
van de bus en we kunnen weer verder.
In Panzhihua
eindigt onze reis met Mr. Lee. Hij neemt een trein terug naar Chengdu en wij
zullen de volgende dag een bus nemen naar Dali. Het waren 7 interessante
dagen met Mr Lee. Hij heeft ons dingen laten zien waar we zelf nooit gekomen
waren, regelde het beste eten, hotelkamers tegen goede prijzen en goede
plaatsen in de bus en kon vertalen wat er gebeurde en wat mensen ons probeerden
te zeggen. Het was absoluut een heel bijzondere ervaring en een
geweldige week. Mr Lee is ook een aardige vent, maar weer niet iemand die je
beste vriend zou worden, dus na 7 dagen in zijn gezelschap vinden we het ook
wel weer mooi om het af te sluiten en samen verder te gaan. We hebben een
eenvoudige hotelkamer naast het busstation, die tot onze verrassing ene
complete massage douchecabine heeft. Dit kunnen we wel gebruiken na 7 dagen
stofhappen.
DALI:
De volgende
ochtend nemen we vroeg de bus naar Dali. Als we onze buskaartjes laten zien
worden we helemaal naar de bus begeleid. Daar laten we nog een keer de
kaartjes zien en we checken zelf nog een keer het nummer. Dit moet de goede
bus zijn, maar het is een klein oud busje. Onze stoelen zitten boven de
wielkasten waardoor we onze benen niet eens naar beneden kunnen doen. Deze busrit gaat 10 uur duren, dit wordt een hele lange zit.... We snappen het ook
niet helemaal, want gisteravond hebben we de buschauffeur ontmoet, die zei de
7.30 uur bus naar Dali te rijden, maar dit is een andere chauffeur. We zitten
toch wel goed? Nou ja, we hebben het drie keer nagekeken... we zien het wel. De
bus zit gelukkig niet vol, dus we pikken de nog lege achterbank in. Als de bus
vertrekt blijkt dat we niet harder gaan dan een gangetje of 30-40 km per uur.
Het klinkt als een kapotte versnellingsbak. De chauffeur is druk aan het
bellen. De bus is blijkbaar kapot en de chauffeur vraagt om een nieuwe. Nog
een geluk dat dit zo kort na vertrek gebeurt. Tot onze verbazing blijft de
chauffeur na het telefoontje toch gewoon doorrijden. Hij is toch niet van plan
om met 30 km/uur naar Dali te gaan rijden? We verbazen ons nergens meer over
en stellen ons maar in op een hele hele lange rit. Na een uurtje zo
doorgehobbeld te hebben (we zijn de stad nog niet eens uit) stopt de bus en
begint de chauffeur weer druk te bellen. Iemand voor in de bus telt de mensen.
Blijkbaar zijn ze nu toch een andere bus aan het regelen. De chauffeur keert
de bus en rijdt terug richting het busstation. He hè, eindelijk. Halverwege
keert hij de bus weer en stopt voor de supermarkt. Nu snappen we er helemaal
niets meer van. Na een kwartiertje komt er een andere bus aanrijden die achter
ons stopt. In deze bus zit de chauffeur die we gisteravond hebben ontmoet. Nu
is het ons weer helemaal duidelijk, denken we.... Er gaan gewoon 2 bussen op ongeveer dezelfde tijd naar Dali en we worden nu
overgeladen in de andere bus, omdat deze kapot is. Onze mond valt open als er
mensen uit de bus achter ons en uit een taxi stappen en in onze bus stappen.
De deuren gaan dicht en de bus rijdt weg, niks kapotte versnellingsbak, de bus
doet het prima en rijdt op normale snelheid door de stad.... Het blijkt dat de
bus ‚gewoon’ nog op deze mensen moest wachten die blijkbaar de bus hadden
gemist en moesten worden nagebracht. Daar gingen dan blijkbaar al die
telefoontjes ook over. Nou ja, we rijden en we hebben nog steeds onze plaatsen
op de achterbank, de omgeving is erg mooi, het is lekker weer en er ligt een
gloednieuwe laag asfalt op de weg. De rit naar Dali kan nog wel eens wat
soepeler worden dan gedacht. Om 12 uur stopt de chauffeur voor een lunchpauze
en achteraf snappen we waarom hij hier stopt. Dit is de laatste plek waar dit
kan. Hierna houdt de mooie asfaltweg op, sterker..... hierna houdt de weg
op.... Uren rijden we door het stof, langs grote vrachtwagens volgeladen met
stenen en mensen die aan de weg aan het werk zijn. De bus neemt af en toe
routes die wij met onze Landrover die zonder meer gedurfd hadden. We
stoppen nog twee keer onderweg. Een keer omdat we niet verder kunnen, omdat een graafmachine een
aardverschuiving aan het opruimen is e een keer omdat we niet verder kunnen
omdat er een vrachtwagen gekanteld is. Alles is bedekt met een dikke laag stof
en we komen regelmatig los van onze stoel door de hobbels. Als we eindelijk in
een zonnig Dali aankomen beloven we onszelf dat we even een paar dagen niks
gaan doen en onze botten weer op volgorde gaan leggen en een douche en een
wasmachine gaan opzoeken......
In Xian verblijven we in het hostel. Op zich een prima plek, schone kamers,
maar wel wat afgelegen en een trage internetverbinding. Wat wel erg handig is,
is dat ze je gratis bij het station komen ophalen. In Kane’s Cafe hebben ze
lekkere banana pancakes, maar wij moesten er wel 3 kwartier op wachten... Met
de bus ben je in een half uur bij het station en vandaar kun je heel makkelijk
met een lokale bus naar het Terra Cotta leger.
Het Dragon
town hostel in Chengdu is absoluut een aanrader (zie het reisverslag0. wij
betaalden 120 yuan voor onze kamer. Er zit nogal verschil in de kamers, maar
ook met een eenvoudige kamer of een dormbed heb je hier nog steeds een gaaf
hostel met leuk personeel op een perfecte locatie.
In Dali
hebben we weer zo’n geweldig hostel . Hier hebben we in het MCA guesthouse
gezeten. Wat ons betreft echt de beste optie in Dali. Het ligt twee minuten
lopen buiten de stadsmuren e de sfeer en de prijzen zijn veel beter dan de
guesthouses in de buurt van de commerciële ‚foreigner street’. Het MCA
guesthouse heeft een schitterende binnenplaats met tuin en zwembad. Het
personeeln is erg aardig, je kunt er gratis internetten en ze serveren een
heerlijke Tibetaans ontbijt (yak yoghurt met vers fruit en muesli). Wij
betaalden 80 yuan voro een kamer met badkamer. Een dormbed kost hier maar 15
yuan. Dit is echt een plek om even een paar dagen te relaxen.
Zoals je kunt lezen in ons reisverslag hebben wij Mr Lee een paar dagen
als gids ingehuurd. Je vindt Mr Lee terug in de
lonely planet onder travel agencies in Chengdu. We
zijn zelden een chinees tegengekomen die zo goed engels spreekt als Mr Lee.
Hij heeft veel contacten en weet goed dingen te regelen. Veel mensen gaan een
middagje met hem naar de operal in Chengdu, waar hij je ook van alles achter
de schermen laat zien. Je komt hem vanzelf tegen in het Rin Min park en zo
niet dan kun je hem emailen: lee@rt98.com
Treinkaartjes
Wij hebben
nooit problemen gehad om treinkaartjes te kopen, maar we hebben het dan ook
steeds via het hostel geregeld waar we op dat moment verbleven. Soms betaal je
hier provisie voor (in Chengdu helemaal niets), maar het scheelt heel wat
uurtjes wachten en ergernis.
Wat wij ook erg handig vonden als we snel wilden doorreizen of als onze trein
laat in de volgende plaats aankwam, is om door het hostel al een hosel in de
volgende plaats te reserveren voor een nacht. Het kost je niets extra en ze
komen je nog ophalen van het station ook.
China in de winter
Op zich is
het prima te doen om in januari door China te reizen. Het was in Beijing wel
erg koud, maar het is ook minder druk en goedkoper, omdat je buiten het
seizoen reist. Wij vonden het wel een beetje tegenvallen hoe ver we naar het
zuiden moesten om mooi weer te krijgen. Pas in het zuiden van Sechuan en in
Yunnan kregen we temperaturen van 20 graden. Waar je ook rekening mee moet
houden is dat het ‚s nachts ook in deze streken nog behoorlijk afkoelt.
Omdat ze maar zo’n korte koude periode hebben in deze streken zijn de hotels
hier niet echt op ingericht, wat her moeilijk maakt om het ‚s avonds lekker
comfortabel warm te krijgen. Over de weg naar Tibet reizen is moeilijk en soms
zelfs gevaarlijk. Je kunt wel vliegen naar Lhasa.
Geld
Gemiddeld
kun je aanhouden dat een euro ongeveer 8 yuan is. Door de gunstige koers (met
name als je pint) op dit moment, komen wij zelfs uit op 10 yuan per euro. Wij
hebben overals steeds makkelijk kunnen pinnen bij de Bank of China en dus nog
geen traveller cheque of credit card nodig gehad. Wij proberen het gebruik van
onze credit card hier sowieso zo veel mogelijk te beperken, omdat China (heel Azië
eigenlijk) er om bekend staat dat je credit card nog wel eens
‘gescimmed’wordt.
China is
geen duur land. Het zuiden is nog veel goedkoper dan het noorden. Als een
restaurantje er schoon uitziet kun je er makkelijk gaan eten en gewoon wat
groente of vlees aanwijzen. Je eet dan heerlijk voor 10 – 15 yuan met z’n tweeën.
In de kleine plaatsjes kun je nog goedkoper overnachten dan in de genoemde
hostels. Tijdens onze busreis door Sichuan betaalden we 40 tot 80 yuan voor
een tweepersoonskamer met badkamer. De kwaliteit van het sanitair wisselde van
een lekkend sta toilet tot een super-de-luxe massagedouche.
DALI
- VAN LEKKER RELAXEN TOT NOODGEDWONGEN RUST (4 februari tot 16 februari
en verder)
top
Dali is een gezellig, relaxed plaatsje en dat is precies waar we zin in
hebben. We hebben hier weer een heerlijk hotel. We hebben een kamer op de
begane grond aan de rand van de binnenplaats en tuin met zwembad (het water
is nog te koud jammer genoeg, maar het staat wel leuk). De eerste dag doen
we eigenlijk niet veel anders dan luieren, de was en een beetje schrijven
voor de site. Min of meer gedwongen door een verkoudheid van Marc en diarree
van mij komen we de volgende dag ook nog niet al te ver van het hotel (en
het toilet....). We vinden het allebei niet erg. We hebben de laatste weken
en vooral de laatste dagen zoveel gezien dat het heerlijk is om even niets
te doen en we genieten van het heerlijke weer hier. Na een week tussen
alleen maar Chinezen die ons steeds staan aan te gapen is het ook wel lekker
om af en toe een gesprek te kunnen voeren met een andere toerist. Het hotel
is niet druk, maar er komen net genoeg andere mensen om het gezellig te
maken. Zo ontmoeten we een aardige
Israëliër die hier lange tijd blijft omdat hij Chinese medicijnen studeert
(handig, hij weet de goede restaurantjes in Dali inmiddels te vinden) en een
leuk Frans stel.
De volgende dagen gaan we Dali en omgeving verkennen. Het stadje is
gezellig, wat toeristisch maar niet te en is na Beijing de eerste schone
stad die we zien. Ze hebben hier zowaar zelfs vuilnisbakken staan. We
ontdekken nu ook waar het vreselijk irritante muziekje vandaan komt wat we
steeds horen. Iedere morgen worden we wakker met een "happy birthday"
deuntje dat klinkt als een slechte kwaliteit speeldoos of een hele goedkope
gsm ringtone (maar dan een die niet ophoudt zodra iemand 'm opneemt, maar
uren door blijft gaan...) We hadden al zitten gissen waar het geluid vandaan
zou komen, maar dit hadden we nooit geraden..... het wordt gespeeld door de
plaatselijke vuilniswagen.... op zich al een uniek voorwerp in een Chinese
stad ..... misschien willen ze daarom de aandacht er op vestigen? Door
heel Dali lopen ook kleine kanaaltjes met water, wat de stad een heel
fris uiterlijk geeft. Hoewel... ze gebruiken die waterkanalen ook om
de groente in te wassen en de was in te doen..... De was wordt vervolgens te
drogen gehangen over de pagode. In de omgeving van Dali kun je heerlijk door
de velden dwalen over hele smalle
paadjes langs allerlei gewassen die we niet altijd kunnen thuisbrengen. We
lopen langs de grote pagodes (we gaan er niet in.... we vinden de
entreeprijs belachelijk) en helemaal door de velden naar het meer (Erhai
Hu). Mensen zijn hard aan het werk op het veld met een hak. Ze geven de
planten water met een soort grote soeplepel.
FIETSEN
Na 5 dagen Dali besluiten we dat het genoeg is. We zijn uitgerust,
de site is bij en de was is droog. We willen alleen nog iets meer van de
omgeving van Dali en het meer zien, dus we besluiten om nog een dag te
blijven, een fiets te huren en lekker rond te fietsen en de dag daarna door
te reizen. Het loopt uiteindelijk iets anders.....
We huren twee mountainbikes en zetten koers richting Xizhou. De weg is van
slechte kwaliteit asfalt en nogal hobbelig en we worden regelmatig ingehaald
door stinkende bussen en vrachtwagens. Maar het uitzicht op de velden en het
meer is schitterend en het voelt heerlijk om lekker wat te doen na die luie
dagen. We hebben net een half uurtje of zo gefietst en we hobbelen een licht
aflopend stuk met kuilen af, als ik ineens voel dat er iets niet klopt. M'n
fiets doet niet wat ik wil. M'n achterwiel lijkt opzij te schuiven en ik kan
het niet corrigeren. In een fractie van een seconde realiseer ik me dat ik
m'n fiets niet ga houden en dat stoppen niet lukt. Terwijl m'n achterwiel
steeds verder uitbreekt heb ik nog de tegenwoordigheid van geest om te
kijken of er geen vrachtwagen achter me rijdt (gelukkig niet...) en dan houd
ik 'm echt niet meer en glijd ik in een spectaculaire sliding onderuit en
nog een paar meter door over het asfalt. Op de een of andere manier verdraai
ik hierbij op een lelijke manier mijn knie. Wonderbaarlijk genoeg heb ik
verder alleen wat schaafwonden op m'n elleboog en hand. Marc helpt me
overeind te krabbelen. Ik
kan staan, maar daar heb je 't dan ook mee gehad. M'n knie wordt al dik.
Francois en Emanuelle fietsen vlak achter ons en komen gelijk helpen. Hun
flesje cola en vochtige doekjes (voor de schaafwonden) zijn meer dan welkom.
Er stopt een bus die naar Dali gaat en daar kunnen we met fiets en al in. De
buschauffeur is zo vriendelijk om ons voor de deur van het hotel af te
zetten. Als we m'n fiets wat beter bekijken, blijkt dat er een schroefje is
los getrilt, waardoor het achterspatbord is losgeschoten en om de band onder
het wiel is terechtgekomen. Ik heb dus als het ware geskied op m'n spatbord.
Geen wonder dat ik m'n fiets niet kon houden.
Ik wordt geïnstalleerd in een luie stoel met ijs op m'n knie. M'n
knieblessure lijkt serieus genoeg om hier een paar dagen vast te zitten en
waarschijnlijk nog wel een tijdje last van te houden, maar gelukkig niet zo
erg dat we naar een ziekenhuis moeten of zelfs onze reis moeten afbreken.
Marc is altijd op z'n best als hij voor mij kan zorgen en zorgt dat ik alles
heb wat ik nodig heb. Hij zorgt voor een lekker dik boek,
zodat ik niet in de verleiding kan komen om te vroeg te gaan lopen. Het
beste wat hij kan krijgen om m'n knie wat te steunen is een volleybal
kniebeschermer die wij 30 jaar geleden gebruiken (aanbevolen door een man in
een winkel waar ze zelfs rolstoelen verkopen, dus het moet echt wel het
beste zijn wat er in de stad te koop is....). En als het dan toch moest
gebeuren, dan is dit de beste plek! We zitten lekker in het zonnetje in de
hoteltuin en we kunnen hier heerlijke yoghurtshakes en
vruchtensapjes bestellen. De mensen van het hotel zijn superaardig en halen
alles wat we nodig hebben. We krijgen zelfs bloemen en een schaal fruit van
ze.
Inmiddels zit ik alweer de 6e dag met m'n been omhoog, is m'n knie nog maar
half zo dik, m'n boek half uit, worden we al lekker bruin en hebben we een
paar hele aardige Canadezen, Amerikanen (de roos op Valentijnsdag was erg
lief) en een Oostenrijker leren kennen die ons af en toe gezelschap houden.
Gisteren vertelde een toevallig passerende fysiotherapeut dat ik m'n knie
wel weer voorzichtig kon gaan belasten. Ik heb inmiddels m'n eerste rondje
rond het zwembad gestrompeld, dus het gaat de goede kant op. Willem-Jan is
zo lief om ons een kniebrace op te sturen (ok, het was handiger geweest als
we de maten gelijk in centimeters hadden doorgeven, in plaats van in
inches...) en daarmee hopen we weer een beetje uit de voeten te kunnen. De
Tiger Leaping Gorge zit er niet in, maar ach, we halen de schade wel weer
in. Voorlopig luieren we gewoon nog lekker een weekje door......
ALS JE VAST ZIT IN
DALI 4 maart 2004 e.v.
top
We hadden nooit gedacht zo lang in Dali te blijven. Mijn knie herstelt, maar
het gaat langzaam. Doorreizen is absoluut nog geen optie. Maar het voordeel
van op wereldreis zijn is dat we helemaal geen haast hebben. En als we dan
toch gedwongen lui moeten zijn, dan kunnen we dat net zo goed hier doen. Er
zijn maar weinig van dit soort relaxte hotels in China. Bovendien ontmoeten
we hier een aantal geweldige mensen, waardoor we nog steeds een heerlijke
tijd hebben, ook al kan ik niet lopen.
We ontmoeten Jakob uit Oostenrijk. Hij studeert chinees in China en spreekt
het al heel aardig. Hij zit hier ook min of meer vast, omdat zijn pinpas
gestolen is en z'n bank een nieuwe pas naar dit adres opstuurt en hij daar
dus op moet wachten. We noemen hem de 'austrian farmerboy'. Hij is verliefd
geworden op China en op de Chinese vrouwen. Een duidelijk geval van 'yellow
fever' dus. Jason is een Chinese jongen uit Sjanghai. Hij heeft al
vier keer besloten om door te reizen, maar hij blijft toch steeds, omdat het
hier zo gezellig is. We weten nog steeds niet zeker of hij nou een 'mystery
girl' had of echt voor de televisie in het hotel in slaap gevallen is. Peter
en Anna, vader en dochter uit Duitsland, zijn heel sympathieke mensen met
een goed gevoel voor humor (we hebben vreselijk gelachen om de 'don't
mention the war' aflevering van 'fawlty towers') en een goede keus in
rijstwijn (hoewel mijn maag daar anders over dacht). Met Anja (handige naam)
kunnen we weer eens heerlijk in het Nederlands
kletsen en we vermaken ons tijdens een zeldzame regenachtige middag prima
met vragen uit de wetenschapsquiz. Diego is een erg grappige Italiaan die
drie woorden Engels spreekt, een soort van verbaasd de wereld in kijkt en
zich alles laat overkomen. Hij wordt uiteindelijk aangestoken door de yellow
fever. Ryan woont in Sjanghai en is een Canadese fotograaf die het liefst
drie keer per dag het Tibetaanse ontbijt bestelt. We ontmoeten nog een
heleboel andere mensen uit allemaal verschillende landen. De een blijft wat
korter, de ander wat langer, maar het is steeds supergezellig. Het is net
een grote familie.
SLIJMBALLENCOMPETITIE
Anna en ik vermaken ons uitstekend tijdens de slijmbalcompetitie die
Peter begint. Jakob, Marc en Peter doen twee dagen lang hun uiterste best om
indruk op ons te maken. We krijgen bloemen, chocola, ontbijt en de meest
geweldige complimentjes. Anna en ik houden de score bij. Jakob pikt zelfs
een kaars me kandelaar uit het hotel mee om ons een diner bij kaarslicht te
bezorgen in het verder weinig sfeervolle restaurant. Stel je voor:
tl-buizen, plastic kleedjes, 1 brandende kaars en heerlijk eten.... Jammer
genoeg voor hem moeten we wel weer punten aftrekken als hij z'n bier over
mijn broek morst. Het is een nek aan nek race, maar uiteindelijk laten we
Jakob winnen, omdat hij wel de meest gladde praatjes heeft en dus een echte
slijmbal is. Maar Jason wint de echte prijs. Zonder mee te doen in de
competitie gedraagt hij zich als een echte gentleman, dus hij wint de
'gentleman award'.
ETEN
Onze dagelijkse routine bestaat uit ontbijten met Tibetaanse yoghurt, vers
fruit en muesli en met z'n allen lunchen bij "big mamma's" of het
restaurant er tegenover. Omdat Jason en Jakob chinees spreken bestellen zij
meestal het eten wat er op neer komt dat ze het een en ander aan verse
groente uitkiezen die voor het restaurant ligt uitgestald. Dit wordt dan
gecombineerd met vlees en heerlijke rijst en noedels. De meest heerlijke
gerechten komen op tafel en na zo'n lunch heb je meestal voor de rest van de
dag genoeg gegeten. Het kost nog geen euro per persoon, belachelijk gewoon.
Big mamma's wordt gerund door een Chinese dame die, gezien haar omvang, haar
eigen kookkunst ook wel kan waarderen. Ze lacht altijd van oor tot oor. Door
haar wiegende heupen en kroezige haar doet ze ons denken aan Midden of
Zuid-Amerika. Vandaar "big mamma"..... niet dat het restaurant
verder een naam heeft. (zie ook de praktische informatie). Ze vindt Marc's
postuur en haardracht erg vermakelijk en ik krijg steeds rijstwijn van haar,
omdat dat goed zou zijn voor mijn knie. Het restaurant er tegenover heeft
minstens zulk lekker eten en de mensen zijn
ook erg aardig, dus we wisselen de restaurants eerlijk af.
Verder kunnen we hier gratis gebruik maken van de computer en internet, dus
we vermaken ons met het downloaden van muziek en internetten. Iets anders
wat we iedere dag doen is worstjes voeren aan de puppies. We nemen zelfs een
'doggy bag' mee als we zijn wezen eten bij big mamma's. Dit heeft wel tot
gevolg dat we niet meer uit onze kamer kunnen komen zonder dat er een kudde
kwispelende hondjes voor de deur staat en we soms onze sandalen moeten
redden van spelende puppies (en het is nou niet echt dat ik er even
achteraan kan rennen....)
Tussen alle 'activiteiten' door zit ik in een luie stoel met een stapel
kussens en dekbedden met mijn been omhoog (zoals een prinses, zoals Jakob
zegt).
DE KNIE en EEN BEZOEK AAN HET ZIEKENUIS
Na 2,5 week beginnen we ons een beetje zorgen te maken om mijn knie. De
verbetering lijkt een beetje te stagneren en ik kan mijn knie nog steeds
niet verder dan 90 graden buigen. We weten dat zo'n knieblessure lang kan
duren, maar we zouden toch wel graag zeker willen weten dat het niet iets
ernstigs is. We horen van iemand dat er in een stadje dichtbij een
ziekenhuis is waar ze moderne apparatuur hebben zoals een ct en mri scan. We
besluiten om dus toch maar even naar het ziekenhuis te gaan. We vinden dit
behoorlijk spannend. Ik moet in Nederland al niets hebben van ziekenhuizen,
laat staan een ziekenhuis in een land waar we de taal niet spreken en niet
goed weten wat de kwaliteit van de gezondheidszorg is..... Bovendien zijn we
zenuwachtig voor de uitslag. Stel dat het bijvoorbeeld toch mijn meniscus
is? Dat betekent opereren en mogelijk het einde van onze wereldreis.
Gelukkig bieden Jason en Jakob aan om mee te gaan. Zij spreken genoeg
chinees en engels om voor ons te kunnen vertalen. Aangezien een minibusje
net zo duur is als een taxi, vragen we het meisje van het hotel een
minibusje voor ons te regelen. Op deze manier is er
plek voor ons allemaal en kan ik mijn been op de achterbank leggen. Er is
zelfs nog plek voor Diego die ook wel zin heeft om mee te gaan. Het lijkt
wel een schoolreisje (Jakob haalt zelfs ijs als we even moeten wachten in het
ziekenhuis). We moeten een heel apart gezelschap zijn dat het ziekenhuis
komt binnenlopen. Jason regelt alles bij de registratiebalie en we kunnen
gelijk doorlopen naar de dokter. Het ziekenhuis ziet er oud maar schoon uit.
In de hoeken staan prullenbakjes en een soort po's waar mensen in kunnen
spugen. Rochelende chinezen maken hier dankbaar gebruik van. We worden
binnengelaten bij de dokter. We komen in een kamertje met 2 bureaus
tegenover elkaar en een klein krukje naast ieder bureau. Tegen de wand staat
een behandeltafel met een niet al te groezelig laken erop. Aan ieder bureau
zit een arts. Een van hen is druk in gesprek met een chinees die op een van
de krukjes zit en een aantal andere chinezen staan er omheen. Ik mag op het
andere krukje plaatsnemen. Hoezo
privacy? Ach, zolang ik geen gynaecologisch onderzoek nodig heb, zal het me
een zorg zijn... De verpleegster vindt onze groep van 5 toch iets te groot
voor de toch al volle kamer, dus Jakob en Diego gaan naar de wachtkamer. We
weten haar ervan te overtuigen dat Jason en Marc mogen blijven. Als Jason
heeft uitgelegd wat er gebeurd is doet de arts een paar functietesten. Hij
lijkt absoluut te weten waar hij mee bezig is, dus dat geeft een goed
gevoel. Hij wil een röntgenfoto laten maken, dus hij schrijft iets op een
briefje en we worden geacht zelf onze weg te vindwen in het ziekenhuis. Geen
probleem, Jason regelt een een rolstoel en we scheuren door de gangen naar
de röntgenkamer. We moeten wel eerst even betalen. Het kost maar liefst
19,50 yuan (ofwel 2 euro) en daarvoor zijn dan 3 mensen aan het werk... Na
20 minuten komt iemand ons een
briefje brengen waarop staat dat alle botten er goed uit zien. Met dit
briefje wandelen (en rijden) we weer terug naar de dokter. Die begint gelijk
allerlei recepten uit te schrijven, maar wij willen graag een scan laten
maken, omdat je daar veel meer op kunt zien. Als Jason hierom vraagt vindt
de arts het wel best. Hij begint zonder verder iets te zeggen een ander
briefje te schrijven. Dit keer voor de ct-kamer. We scheuren weer met
rolstoel door het ziekenhuis naar het loket om te betalen voor de scan. We
snappen nu ook waarom de arts dit niet gelijk voorschreef. De scan kost 690
yuan (70 euro) en dat is voor de meeste mensen hier een compleet
maandsalaris. In tegenstelling tot de röntgenapparatuur ziet de scan er
modern en gloednieuw uit. De man die over de scan gaat is erg vriendelijk en
moet vreselijk lachen als hij de instelling van het apparaat moet
veranderen, omdat ik er te lang voor ben. Hij neemt de tijd om ons alles uit
te legen en we kunnen meekijken met de scanfoto's. Hij heeft
waarschijnlijk in z'n hele carrière nog nooit zoveel vragen gehad. We zijn
erg opgelucht om te horen dat er niets ernstigs aan de hand is. Van de
dokter krijgen we een hele tas met pillen en smeersels mee die de genezing
moeten versnellen. Terwijl we nog even op Jason wachten proberen een paar
oude Chinese mannetjes Marc's gewicht te raden. Blijkbaar diende al dat
gewicht als contragewicht, want als Marc opstaat om de medicijnen te
betalen, kiept de bank door het plotselinge gebrek aan tegenwichten kunnen
de mannetjes zich nog net vastgrijpen om niet op de grond te vallen. Ze
vinden het zelf erg vermakelijk. Het hele gezelschap gaat weer in de minibus
terug. We gaan de goede afloop vieren met een dineetje. Met die prijzen hier
kun je nog eens trakteren! De volgende dag kunnen we de officiële uitslag
van de scan ophalen. We krijgen de foto's ook mee. Dat wordt een mooi
souvenir om te bewaren naast het Russische proces verbaal. Volgens de arts
kan het nog wel drie weken duren voor m'n knie
hersteld is, maar ach... we vermaken ons hier al bijna vier weken en nu we
zeker weten dat het niet ernstig is houden we het nog wel drie weken vol....
Het is inmiddels twee en een halve week na het ziekenhuisbezoek en we zitten
nog steeds in Dali. Hoewel we af en toe gek worden van die knie,
hebben we het nog steeds naar ons zin en vliegen de dagen gewoon voorbij.
Omdat dit zo'n lekker plek is om te relaxen blijven veel mensen hier wat
langer (hoewel niet zo lang als wij.....) en we blijven dus leuke mensen
ontmoeten. Inmiddels wordt onze lijst met uitgewisselde e-mailadressen
steeds langer en hebben we twee kaartspellen bijgeleerd. Verder heeft
dankbaar gebruik gemaakt van de gratis computer en zo'n 600 nummers
gedownload van Kazaa. Na de Chinezen met hun rustige muziek opgeschrikt te
hebben met de Red Hot Chili Peppers kunnen we nu
zelfs naar Blof en Acda en de Munnik luisteren. Buiten dat horen we niet al
te veel Nederlands. Een enkele keer ontmoeten we hier andere Nederlandse
toeristen, maar meestal is het een gemêleerd, internationaal gezelschap.
Laatst zaten we met zeven mensen in een minibusje naar een restaurant (het
was te ver voor mij om te lopen en we hadden toch echt een keer zin in een
pizza) en het was echt geen gehoor. Op de achterbank zaten 2 Zwitsers met
elkaar Frans te praten, met Diego de Italiaan spraken ze Spaans. In het
midden zat een Amerikaanse in het chinees te telefoneren. Marc en ik riepen
iets in het Nederlands en allemaal samen spraken we Engels. Het was een
complete talenkakofonie.
Maya, een Amerikaanse die ook wat langer in MCA blijft en vloeiend chinees
spreekt, vertelt ons dat ze iedere dag een Chinese massage neemt, omdat ze
zo'n last heeft van haar rug. Nou is Maya op zich heel aardig, maar het
toonbeeld van een Amerikaan uit Californie (voor zover je kunt generaliseren
natuurlijk......) en als zij in 25 superlatieven vertelt hoe geweldig die
massage wel niet is, dan zegt ons dat niet zo veel. Maar als ze de masseuse
na een paar dagen na het ziekenhuisbezoek in het hotel uitnodigt, besluiten
we het toch ook maar eens te proberen. Volgens Maya is ze gecertificeerd in
de Chinese geneeskunde, dus zou ze ook wat aan m'n knie kunnen doen, maar ik
weet niet of dat nou wel zo'n goed idee vind. Als iemand aan m'n knie gaat
staan kneden die er geen verstand van heeft, dan doet dat meer kwaad dan
goed. We houden het dus op een 'gewone' massage. Het lijkt meer op een
slachting. Ze gaat hardhandig met haar ellebogen onze ruggen te lijf en pakt
een paar gemene drukpunten stevig aan. Het klinkt wat masochistisch, maar
het voelt heerlijk. Als we het over mijn knie hebben stelt ze dezelfde
vragen die een fysiotherapeut zou
stellen. Ze komt over alsof ze weet waar ze het over heeft, dus we besluiten
het maar eens te proberen... ze mag m'n knie aanraken.... De eerste keer dat
we naar haar praktijk gaan zien we dat er zelfs fysiotherapie in het engels
op de etalage staat (niet dat ze dit zelf uit kan spreken) en ze doet exact
wat je thuis van een fysio behandeling zou verwachten. Dit is echt perfect.
We gaan hier om de dag heen en m'n knie gaat zienderogen vooruit.
Het is wel raar om hier naar de fysio te gaan. In de praktijkruimte staan
een paar massagetafels naast elkaar, waar ook rustig meerdere mensen
tegelijk gemasseerd worden. Bovendien staan de tafels voor een groot raam.
Het is dat er een vrij zware vitrage hangt, anders had je echt het idee
gehad dat je in de etalage lag. Je houdt hier dus een korte broek en een
hemdje aan als je je laat masseren. Gisteren lag er een man naast me die met
overhemd en stropdas aan z'n rug liet masseren. De fysio is een geweldig
leuk mens. We gaan zelfs samen met haar en Maya hotpot eten. Heel gezellig
en heel erg lekker. Alleen de communicatie tijdens de behandelingen is wat
lastig. Zij spreekt geen engels en ik geen chinees. Zij roept dus
"pain?" en ik "no" of "auw" en dat maakt de
essentie ook wel duidelijk. Tijdens de massages leren we haar wat woorden
engels en zelfs wat Nederlands en zij ons chinees. Ik weet dus nu dat "tongku"
pijn betekent en zij weet wat een "jankert" is (geloof me, die
kniebehandelingen kunnen behoorlijk pijn doen en Marc vindt het natuurlijk
nodig om mij een jankert te noemen als hij mij op komt halen, dit natuurlijk
tot groot vermaak van de fysio). Af en toe past ze ook wat technieken uit de
Chinese geneeskunde toe. Zo heb ik al een hele zak met kruiden meegekregen
waarmee ik ieder dag een voetenbad moet nemen. Laatst kwam ze ineens
aandragen met een grote doos, waar ze een aantal klokvormige glaasjes uit
haalde. Die werden op m'n knie gezet en met een apparaatje vacuüm gezogen.
Dit moest zo een kwartier blijven zitten. Daar lag ik dan met een soort rare
glazen vastgezogen uitstulpingen op m'n knie, waaronder je m'n huid helemaal
zag opbollen. Marc kwam al binnen om me op te halen. Hij ging nog even
zitten op een stoel naast de massagetafel en zat iets op te zoeken in een
chinees woordenboekje. Het leek wel of hij de laatste sacramenten zat voor
te lezen. Maar gelukkig gingen de glaasjes er weer veilig af. Ik weet niet
wat het allemaal doet, maar inmiddels kan ik m'n knie weer bijna net zo ver
buigen als mijn gezonde knie, dus je hoort mij niet klagen.
Inmiddels loop ik al wat verder dan rondjes rond het zwembad en 'big mamma's
restaurant', dus we kunnen ook weer wat dingen gaan doen. De eerste keer dat
ik verder liep dan het restaurant was toen er hier een festival was. Ik ben
ongeveer 100 meter gelopen naar een muurtje waar Marc een mooi plekje had
georganiseerd. Daar heb ik me geïnstalleerd en uren zitten kijken naar oude
vrouwtjes in klederdracht die hoeden aan het uitzoeken waren. Marc verdween
in de menigte en kon z'n hart ophalen met al die fotogenieke mensen. Een
paar dagen later zijn we stap voor stap, uiterst geconcentreerd naar de
pagoda in de hoofdstraat gelopen. Het is niet meer dan een paar honderd
meter lopen, maar we
waren zo blij toen ik het gehaald had. Ongelooflijk hoe blij je kunt zijn
met normaal vanzelfsprekende dingen. Zo denk je er bijvoorbeeld ook niet
over na dat zo'n chinees toilet erg onhandig is als je niet kunt hurken. Nu
dus wel.... Een paar was er echt geen andere optie. Het westerse toilet (wat
ze hier 'invalide mannetjes toilet' noemen) in het hotel was met mijn
looptempo echt te ver, dus dan moet je wat. De details mogen jullie verder
zelf invullen, maar het komt er op neer dat je je gevoel voor humor moet
bewaren, je nergens voor moet schamen als er iemand anders de toiletten
binnen komt lopen en je na afloop je handen goed moet wassen......
Het lopen gaat steeds iets beter en we kunnen dus af en toe het stadje in,
waar we heerlijk mensen kunnen kijken en souvenirs kunnen kopen. Meestal in
gezelschap van een Chinese jongen die klanten ronselt voor de plaatselijke
schoenmaken en helemaal onder de indruk is van Marc. Hij is niet de enige.
Sommigen komen zelfs een winkel binnenlopen om te vertellen dat Marc
er zo 'cool' uitziet. De krantenjongen en een aantal winkeliers zwaaien
enthousiast als ze ons zien. Ze beginnen ons al te kennen (ook als we
er nooit iets hebben gekocht).
Met de puppies in het hotel gaat het ook goed. Hoewel we er bijna eentje
kwijtraken. Een puppy is duidelijk kleiner dan de rest. Waarschijnlijk heeft
'ie een groeiachterstand, omdat hij de jongste is. We noemen het 'Teddy
Xiong', Teddy beer in het chinees. Omdat de honden hier met de pot mee-eten
en ook die kleintjes voornamelijk rijst met groente te eten krijgen, voeren
wij ze af en toe een paar worstjes. Op een dag zijn ze zo hongerig dat ze
als gekken de worst naar binnen schrokken. Opeens zien we Teddy Xiong onder
de tafel liggen, terwijl de rest nog loopt te vechten. Als Marc hem optilt
is hij helemaal slap en buiten bewustzijn, z'n tong is al helemaal wit. Er
zit een groot stuk worst in z'n keel en als we niet heel snel iets
doen dan haalt hij het niet. Marc z'n vingers zijn te dik voor het kleine
keeltje, maar met een chopstick lukt het om er wat stukken worst uit te
peuteren. Inmiddels hebben de mensen van het hotel en Maya door wat er aan
de hand is, dus we staan met z'n zevenen gespannen om
de tafel waar we de hond opgelegd hebben. Hij ademt nog steeds niet, dus
Marc geeft hem mond-op-mond beademing.
Dit helpt. Hij blaast op als een ballonnetje en langzaam wordt z'n tong weer
rood. Voorzichtig peuteren we de rest van de worst eruit. Hij ademt weer,
hij heeft het gered! Hij is nog een beetje in shock, dus we houden hem nog
een paar uur warm bij ons. Dan wil hij zelf gaan drinken begint ie weer
voorzichtig rond te stappen. Een paar uur later loopt 'ie weer te knokken
met z'n broertjes alsof er nooit iets gebeurd is. Marc is de held van de
dag. Nu maar hopen dat hij niet alle moeite gedaan heeft, opdat een of
andere chinees hem later op kan eten....
Een week geleden zijn hier een stel Amerikanen aangekomen, vrienden van
Maya, waar we het erg goed mee kunnen vinden. Maandag besluiten we met z'n
allen een boot te huren en over het meer naar Wase te varen. Het is heerlijk
om lekker lui in het zonnetje op de boot te zitten. In Wase is het markt en
het blijft leuk om naar de mensen, de uitgestalde groente, afgehakte
varkenskoppen en levende biggetjes in manden te kijken. Na een stevig
robbertje onderhandelen over een paar yuan zijn we weer een leuk souveniertje
rijker en wordt het tijd om weer terug te varen. Woensdag huren we met z'n
vijven een taxi voor een dag. Een jongen uit het hotel gaat mee als onze
gids. Gene en Alicia hebben een erg goed
gevoel voor humor en het wordt een behoorlijk melige bedoening in het busje.
De tranen lopen over onze wangen van het lachen om niets. We doen een rondje
meer en komen door authentieke Chinese dorpjes, bekijken Chinese huizen van
binnen, bezoeken markten en een batik fabriek en mogen uiteindelijk het huis
van een kunstenaar van binnen bekijken. Het huis is schitterend, vooral het
design en de ligging aan de rand het meer zijn waanzinnig, maar het is een
schril contrast met de armoedige huisjes waar de rest van het dorp in woont.
Een contrast wat je in een communistisch land niet zou verwachten.
Omdat we onze winterkleren niet meer nodig hebben en we ook nog aardig wat souveniertjes
hebben gekocht, besluiten we een pakketje naar huis te sturen. We willen
straks zo licht mogelijk reizen, dus alles wat we niet echt nodig hebben
gaat in het pakket. Marc is eerder al naar het postkantoor gegaan om te
informeren hoe het werkt. Het blijkt dat ze op het postkantoor pakketdozen
hebben, maar die mag je niet meenemen. Het is de bedoeling dat je met je
spullen naar het postkantoor gaat en het daar in een doos doet. We stoppen
dus alles in een rugzak en wandelen naar het postkantoor. De dame achter het
loket is heel streng, maar wel vriendelijk en spreekt geen woord engels. We
moeten ons
dus zien te redden met handen en voeten en een woordenboekje, maar dat zijn
we inmiddels wel gewend. We krijgen een mooie, stevige doos en we pakken
alles zorgvuldig in. Als we hem helemaal ingepakt hebben, blijkt de strenge
dame van het postkantoor er nog even in te willen kijken voor ze hem dicht
plakt. Ze wil echt alles controleren wat er in zit, dus we kunnen onze
zorgvuldig ingepakte doos weer uitpakken. En daarna weer opnieuw inpakken
natuurlijk. Nu moeten we met een pen het adres op de zijkant van de doos
schrijven. Als dit gebeurd is krijgen we een formulier wat we moeten
invullen. Op het formulier staat dat je een lijst moet opgeven met alles wat
er in het pakket zit. We vragen nog even
of het echt nodig is dat dit een volledige lijst is en jawel, dus we pakken
opnieuw de doos nog een keer uit en weer in om een lijstje te maken. Nu mag
de doos dan eindelijk dicht. Hij wordt keurig dichtgeplakt en verzegeld. Nu
moeten we
nog de waarde opgeven van alles wat er in de doos zit. We weten niet zeker
of het voor de douane of voor de verzekering is, dus of we hoog of laag
moeten schatten. Uiteindelijk slaan we er een slag naar, maar het blijkt dat
je toch niet hoger dan RMB 1000,- mag opgeven, dus de dame van het
postkantoor verandert het bedrag gewoon weer naar 1000. Bijna twee uur later
is het allemaal geregeld en lopen we het postkantoor weer uit. Nu maar hopen
dat het allemaal goed aankomt in Nederland.....
M'n knie houdt zich redelijk goed onder alle activiteiten van afgelopen
week. Het herstel gaat langzaam en hij kan zeker nog een paar fysio
behandelingen gebruiken, maar heel voorzichtig beginnen we over vertrekken
na te denken. Het wordt in ieder geval tijd om wat plannen te gaan maken.
Wie weet komt ons volgende reisverslag niet meer uit Dali.... we zullen het
nog gaan missen.
Praktische informatie Dali
We zijn zolang in Dali gebleven dat we wel wat praktische tips
hebben...
Hotel
Zoals eerder gezegd verbleven wij in het MCA guesthouse aan de Wen Xian
Road (zie de lonely planet). Een heerlijk hotel met prima sfeer, een mooie
binnenplaats met tuin en zwembad, gratis internet en gratis wasservice,
vriendelijk en behulpzaam personeel en heerlijke yoghurt en
chocoladetaart. Een dormbed kost 15 yuan. Kamers varieren van 80-160 yuan,
afhankelijk van seizoen en kamer. Wij betaalden zelfs nog minder, omdat we
zo lang bleven en hadden daarvoor een ruime kamer met eigen badkamer en
uitzicht op het zwembad.
Restaurants en bars
Big mamma's (zie het reisverslag) vind je op Wen Xian Road no. 7. Vlak bij
MCA. Officieel heet het Heai Restaurant, maar dat staat verder nergens.
Het restaurant schuin er tegenover (links van nummer 6) vinden wij zelfs
nog iets beter. Als je gewoon aanwijst wat je wilt eten, krijg je
heerlijke gerechten voorgeschoteld voor minder dan 10 yuan per persoon. Er
zitten nog veel meer van dit soort restaurantjes in Dali. De kwaliteit is
wisselend. Heb je zin in westers eten, dan vind je genoeg leuke
restaurantjes in Foreigner Street. en Boai Road. Stella's is aan te raden
voor de pizza's, maar verwacht geen Italië. Voor een gezellige, kleine
bar met huiskamersfeer ga je naar Bad Munchee in Ren Min Road. De eigenaar
Scot en zijn vriendin zijn geweldige mensen. En voor de liefhebbers....
het is ook het equivalent van een Nederlandse koffieshop.
Schuin er tegenover in het Bamboo Cafe serveren ze lekkere koffie en
shakes. Aan Boai Road (tussen de kruising met Ren Min Road en de kruising
met Foreigner Street) vind je ook nog wat leuke restaurants en bars. Wij
vonden de 'koekjesshake' in de Black Lodge en de koffie en vruchtensappen
in het Salvador Cafe erg lekker.
Massage/fysiotherapie
HEb je ergens een fysiotherapeut voor nodig of het je gewoon zin in een
lichaamsmassage? Ga dan naar Ming Hong Health Care Massage Center, YuEr
Road 112, Old Dali, tel. 0086-872-2665070. Voor 40 yuan wordt je een uur
lang heerlijk gemasseerd. De mensen zijn geweldig (zie ook het
reisverslag). Er zitten meer masseurs in Dali, maar pas op: er zitten
kwakzalvers bij..
Winkelen
Winkels genoeg in Dali. Aan FuXing Road en omliggende straten zijn leuke
souvenirs te koop: gebatikte kleden, marmer, jade, sieraden, thee,
kleding, cd's, enz. enz. Je moet wel overal onderhandelen, ook in winkels.
Het is niet gek om op een kwart of een derde van de vraagprijs uit te
komen. Op nummer 101 in de hoofdstraat zit een leuke theewinkel. Je kunt
alles proeven en de prijzen zijn hier redelijk. Overigens is het prettig
onderhandelen in China. Ze zullen in eerste instantie proberen teveel te
vragen, maar een deal is een deal. Buiten een akkefietje bij de
schoenmaker hebben wij achteraf nooit gezeur gehad over de prijs. De
schoenmaker op de hoek bij het hotel is trouwens wel te vertrouwen. Marc
heeft daar voor 2 yuan zijn schoenen laten repareren. Als je geld nodig
hebt dan kun je bij de Bank of China aan FuXing Road pinnen.
Vervoer
Veel in Dali is lopend te bereiken. Bij het hotel kun je fietsen huren voor
10 yuan per dag (kijk wel na of alle schroefjes goed vastzitten....). Een
taxi van MCA naar Foreigner Street kost je ongeveer 5 yuan. Een minibusje
is net zo duur. Je kunt je ook met paard en wagen laten rondrijden. Wij
regelden een taxi meestal via MCA. Zij werken samen met een paar heel
vriendelijke chauffeurs, spreken een goede prijs voor je af en vertellen
de chauffeur gelijk waar je heen moet. Het hotel kan trouwens allerlei
bus- en treinkaartjes en vliegtickets voor je regelen. De bus naar Lijiang
pikt je zelfs bij het hotel op.
Excursies
De lonely planet geeft een goed beeld van wat er te doen is in en rond
Dali. En anders wordt en je vanzelf op straat de 'boats', 'horserides', 'comeran
fishing' of 'cable cars' aangeboden. Wij hebben met een groep een boot
gehuurd op het Erhai meer voor 250 yuan. Een hele dag een minibusje huren
kostte ons 150 yuan. De wandeling de berg op is volgens zeggen niet al te
zwaar en het uitzicht schijnt mooi te zijn. Ervaren bergwandelaars vonden
het niet heel bijzonder. Wij hebben het zelf niet kunnen uitproberen door
problemen met mijn knie. Zie voor meer ideeën ons reisverslag.
Telefoon
Je kunt internationaal bellen in het postkantoor en verschillende
'telefoonwinkeltjes'. Je herkent ze aan het bord met 'IP' er op. Wij
belden in
de telefoonwinkel aan Wen Xian Road nr. 10. Vlak bij MCA en schuin
tegenover Big Mamma's. We betaalden 3,6 yuan per minuut. In de stad (lees:
tussen de stadsmuren) betaal je 4,6 yuan. In MCA hebben ze gratis
internet, een webcam en een headset. Via MSN kun je dus gratis naar huis
bellen.
top
We hebben besloten dat we Dali gaan verlaten. M'n knie is nog niet
helemaal hersteld, maar dat kan ook nog wel even duren en hij lijkt goed
genoeg te zijn om te reizen. We kijken nog even aan de binnenkant van ons
geweten of we echt denken dat mijn knie goed genoeg is of dat we gewoon zo
graag verder willen en voor de zekerheid overleggen we nog even met de fysio.
Zij denkt ook dat het verantwoord is, dus we besluiten dinsdag te
vertrekken. Best spannend en gek om hier uiteindelijk weg te gaan. We zijn
hier bij elkaar 7 weken geweest, dus het
is een raar idee om afscheid van iedereen te nemen. Het voelt ook een beetje
alsof we helemaal opnieuw met onze reis beginnen. Tegelijkertijd hebben we
er natuurlijk enorm veel zin in om door te gaan reizen.
Zondagavond gaan we nog hotpot eten met Maya en een Chinese jongen die we in
het hotel hebben ontmoet. Het heet niet voor niets hotpot, dus we drinken er
de nodige biertjes bij, maar het smaakt heerlijk. Volgens goed Chinees
gebruik maken we na afloop ruzie wie de rekening zal betalen. Uiteindelijk
geven wij het op en laten we ons maar trakteren. Maandag is bijna net zo'n hectische
dag as de dag voor we van huis vertrokken. We pakken onze rugzakken zo in
dat die van Marc over de 25 kilo weegt en die van mij bijna niets. We gaan
afscheid nemen van ons favoriete lunchrestaurant en we zijn uitgenodigd om
bij een meisje van het hotel thuis thee te komen drinken. Zij heeft een van
de puppies
gekocht. Die zal in ieder geval niet in een of ander chinees gerecht
verdwijnen. Dan gaan we nog een laatste keer naar de fysio en worden we na
de laatste heerlijke massage, uitgebreid uitgezwaaid. We zijn
uitgenodigd voor een diner door de eigenaars van het hotel. Hier moeten
natuurlijk de nodige glaasjes (het lijken eigenlijk meer op eierdopjes...) 'MCA
medicine' bij gedronken worden. Dit is een soort pruimenlikeur.... hopen dat
onze maag het houdt met 3 dagen treinen in het vooruitzicht.... Het gaat
gelukkig goed.
De volgende ochtend kunnen we nog een keer genieten van het lekkere ontbijt
en dan vertrekken we naar het station, uitgezwaaid door de hele staf. Er
worden druk handen geschud en Atjin geeft Marc nog een stevige omhelzing. We
zullen deze mensen waarschijnlijk nooit meer zien..... De eerste knie test -
met een rugzak op in een rij dringende en duwende chinezen door de
kaartcontrole - leggen we met goed gevolg af. De tweede test is het
trappetje op de trein in. Ook dat gaat goed, we zijn in ieder geval binnen!
Hoewel we de dagtrein hebben naar Kunming, heeft deze trein alleen maar
sleepers en geen zitplaatsen. We hebben geen treinkaartje meer kunnen
krijgen voor een benedenbed, maar we mogen
gelukkig bij onze benedenburen op het bed zitten. Na een tijdje hebben de
chinese dames toch zin om even languit op hun bed te gaan liggen en hoewel
ze ons verzekeren dat we mogen blijven zitten, vinden we dat toch vervelend,
dus wordt het tijd voor knie test 3: het trapje op het bovenbed in. Het
trapje zit aan de rechterkant van het bed en het is mijn linkerknie, dus het
wordt nog een interessante actie om van het trapje op het bed te komen. Op
de een of andere manier lukt het me om met een gestrekt been op het bed te
schuiven, zodat ik niet op m'n knie hoef te steunen. Een paar Chinezen staan
me appelig aan te staren, maar dat doen ze toch wel.... dus test 3 is ook
geslaagd. Voor we in
Kunming aankomen lukt het ook nog om test 4 - het hurktoilet- goed te
doorstaan, dus met die knie gaat het wel lukken. We zullen julie dan ook
voorlopig niet meer met knieverhalen vermoeien.
De 6 uur wachttijd in Kunming op onze volgende trein zitten we stomweg uit
met een fles water en een spel kaarten op keiharde plastic stoeltjes in een
betonnen wachthok. Af en toe vindt een Chinese dame het nodig om met een
megafoon langs te lopen en een Chinese krant aan te prijzen.... verstand op
nul, het wordt vanzelf tijd om in de trein te stappen..... De 30 uur in de
trein naar Guangzhou is lekker relaxed en gezellig. Het lijkt ons leuk om
met de boot naar Hong Kong te gaan, dus we nemen een taxi naar een hotel
waar ze daar kaartjes voor verkopen. Het is nog vroeg, dus het kantoortje
waar ze de kaartjes verkopen is nog niet open. We wachten in de lobby van
het super-de-luxe hotel. Daar zitten we dan met onze enigszins zweterige
outdoor outfit en slaperige hoofden in een paar chique Chinese stoelen van
hout, ingelegd met marmer. Het is wel grappig om op deze stoelen te zitten.
Ze worden namelijk gemaakt in Dali. De meubelwerkplaatsen zitten naast het
hotel in Dali, dus we
hebben de afgelopen weken genoeg van dit soort stoelen in de maak gezien.
Een groot voordeel van zo'n super-de-luxe hotel is dat ze ook een heerlijk
schoon westers toilet hebben. Daar maken we dankbaar even gebruik van.....
Na het kopen van de kaartjes brengt een shuttlebus ons gratis naar de boot.
Niemand neemt de boot meer tegenwoordig. Er zit een handjevol mensen op de
boot. Inclusief een oud vrouwtje wat moeilijk kijkt en de hele weg boven een
papieren zakje hangt. Maar goed, er zitten zeker 20 lege rijen stoelen
tussen ons en haar... Naar Hong Kong gaan betekent wel douaneformaliteiten.
Hong Kong mag dan wel bij CHina horen tegenwoordig, maar ze houden een eigen
status. Dat betekent dus ook dat als we terug China in willen, we een nieuw
visum nodig hebben. Voorlopig gaan we eerst Hong Kong maar eens onveilig
maken. Na een heerlijke boottocht - jammer genoeg met weinig uitzicht door
het bewolkte weer - zetten we voet aan wal in Hong Kong.
top
Terug
naar de kaart