Chili                                                                                                                                             Terug naar de kaart

 

Paaseiland/Rapa Nui - een mytische plek 26 september - 2 oktober 2004
 

 

Paaseiland/Rapa Nui - een mytische plek 26 september - 2 oktober 2004

We landen ´s morgens op Paaseiland. Als we over het vliegveld naar de aankomsthal lopen snuiven we de sfeer op en het voelt direct goed aan. Er hangt hier een typische eilandsfeer.... gemoedelijk, vriendelijk, iedereen kent elkaar en de mensen hebben geen haast. Je zou het kunnen omschrijven als eenvoudig en puur. Ook hier worden we weer onthaald met Polynesische muziek. Bij de douane krijgen we een echte stempel van Paaseiland (Chili) in ons paspoort. De kleine aankomsthal bestaat uit een bagageband, een röntgenapparaat en een hele rij met getimmerde hokjes waar vertegenwoordigers van hotels met foto´s hun kamers staan aan te prijzen. We informeren bij wat verschillende hokjes en kiezen er een uit die ons leuk lijkt. De man propt onze bagage, ons, z´n nichtje en zichzelf in z´n vitara en rijdt ons naar z´n familiehotel. Het blijkt een eenvoudig huis in de hoofdstraat te zijn met een grote tuin ervoor.  Een deel van het huis is hotel en we blijken de enige gasten te zijn. In de hal (eigenlijk meer een overdekte binnenplaats) staat allemaal Polynesisch houtsnijwerk en op de muur staan muurschilderingen. Onze kamer is ruim en heeft ook overal muurschilderingen van Polynesische symbolen. Volgens de eigenaar is dit de power room. En we hebben een eigen badkamer met douche én ligbad. Het is voor het eerst sinds 4 maanden dat ik weer eens gewoon ergens m´n tandenborstel kan laten liggen en m´n shampoo op de badrand kan laten staan. Het is nog een lekkere douche ook met kokend heet water!

Na een kort dutje om het tijdsverschil weg te werken en een heerlijk uitgebreide douche, dwalen we lekker door het enige dorpje op het eiland, Hanga Roa. Het is heerlijk weer, een graadje of 22, zonnetje, een beetje wind. We hebben geluk, want het heeft de dagen hiervoor enorm gegoten. De hoofdstraat is betegeld met grote keien en de meeste andere straten zijn gewoon zandwegen. De bewoners groeten ons allemaal vriendelijk. De meeste bewoners hebben wel een auto (die ze ook allemaal proberen te verhuren), maar een paard lijkt toch ook altijd nog een favoriet vervoermiddel te zijn. Op straat lopen opvallend veel honden en katten, allemaal schooieren ze bij de 101 kleine supermarktjes (hoe die allemaal overleven is ons volslagen onduidelijk) en restaurantjes. Er zijn wel andere toeristen, maar het is geen hoogseizoen en bovendien zijn het mensen van een heel ander slag dan de toeristen op Tahiti. Iedereen is op z´n minst geïnteresseerd in de beroemde beelden op Paaseiland en je vindt hier ook de nodige archeolgen, antropologen en aanverwante wetenschappers. We gaan eerst eens wat Chileense pesos regelen. Gelukkig kunnen we die hier zonder problemen uit de muur trekken. Je kunt hier zelfs dollars pinnen. We neuzen lekker rond op de articraft markt waar ze een ontelbaar aantal souvenirs verkopen, van vreselijk kitsch to schitterend houtsnijwerk en we maken kennis met heerlijke Chileense broodjes en worst die we lekker op een muurtje op gaan zitten eten.

´s Avonds gaan we eten in een restaurant dicht bij het hotel. Ik eet voor het eerst Cebiche, rauwe tonijn gegaard in citroensap en Marc eet een typische lokale vis, waavan we de naam vergeten zijn. Het eten is prima. De bediening is op z´n minst eigenaardig te noemen.
De 'ober' is een grote vent met een gezellig schort voor en een kleurig hoofddoekje opgeknoopt. Daaronder vandaan komen 2 zwarte vlechten. Hij is heel vriendelijk, maar raakt bijzonder geïrriteerd als hij meerdere dingen tegelijk moet doen. Hij is net van plan onze besteling op te komen nemen als een meisje van een ander tafel iets wil vragen. Dat is teveel voor hem, dus hij zucht diep en dramatisch en hij snauwt haar toe dat ze moet wachten. Het meisje komt even later aangelopen dat ze toch eigenlijk wel zeer dringend wil weten waar het toilet is..... Ik heb 'm ook een keer vreselijk beledigd door te vragen of de salade die ik krijg geserveerd met kip is. 'Natuurlijk is die met kip, dat heb je toch besteld....' Op de een of andere manier is het meer grappig dan storend...

De volgende dag is het weer schitterend weer en is het tijd voor onze eerst Moai, de beroemde beelden. Je kunt de sites op het eiland grofweg opdelen in een groot noordoostelijk rondje, een kleiner noordwestelijk rondje en de vulkaan ten zuiden van het dorp. We willen vandaag de grote ronde gaan doen en daarvoor een motor huren. In mijn beste Spaans (en dat blijkt behoorlijk roestig) en heel veel gebaren kunnen we de dame van het verhuurbedrijf duidelijk maken dat we een motor willen huren. Als alle papieren zijn ingevuld en alles is uitgelegd, kunnen we eindelijk vertrekken, maar dan blijkt de motor niet te starten.... De buurman komt langs en draait aan van alles en dan doet hij het, maar.... na een paar minuten slaat hij steeds weer af. Marc rijdt nog een paar meter om hem te testen, maar na Australië hebben genoeg van onbetrouwbare gemotoriseerde voertuigen. Het is bovendien al laat geworden, dus we besluiten om het plan maar om te gooien en 2 mountainbikes te huren en de kleine ronde te gaan doen.

Voorzien van broodjes, worst en water gaan we onderweg. Al snel blijkt dat, hoewel het eiland niet hoog is, ze toch een paar zeer gemene heuvels hebben. En wij hebben ook duidelijk lang niet meer gefietst. Dat wordt zweten dus. Maar toch komen we al snel bij Ahu Huri A Urenga, onze eerste echte moai. Hier staan we dan, aan de voet van een écht paaseilandbeeld! Het is geweldig. Imposant, intrigerend en mystiek tegelijkertijd. Omdat we nog geen hap gegeten hebben vandaag, gaan we heel oneerbiedig onder het beeld een broodje zitten eten. We fietsen weer verder over onverharde wegen met enorme kuilen en gigantische plassen van de afgelope dagen. De zon brandt genadeloos. Paaseiland is bekend om z'n gebrek aan beschutting en dat is duidelijk. We zweten dan ook lekker en staan stijf van de zonnebrand. We komen onderweg bijna niemand tegen. Paaseiland is niet alleen mooi om z'n beelden, het landschap is ook geweldig.  Ruig, groen en heuvelachtig....

We fietsen langs Puna Pau, een vulkaan met rode grond waar de hoeden van de moai van werden gemaakt en verder langs Ahu Akivi, waar 7 beelden naast elkaar staan. Terwijl we hier lekker een broodje zitten te knagen komt er ineens een hele kudde paarden langs galopperen. Hun manen en staarten wapperen, niets zou hier beter in het plaatje passen. We genieten van het plaatje en vergeten er helemaal een foto van te maken. We volgen het pad verder langs een grot en nog veel meer sites met omgevallen moai. De beelden zijn niet zo oud als je denkt. De eilandbewoners hebben ze tot 4 eeuwen geleden nog gemaakt. Toen zijn de beelden in een oorlog omver geworpen. Veel beelden zijn gerestaureerd en weer overeind gezet. Van de rest kun je nog duidelijk de resten zien. Ze liggen omgevallen naast hun ahu (altaar) soms in stukken, soms nog intact. Op het hele eiland zijn er zo'n 800 moai te vinden. Hoewel er minder mysterie omheen hangt dan wij dachten, ze weten bijvoorbeeld precies wie ze hebben gemaakt en hoe, alleen niet hoe ze ze op hun plek kregen, hangt er toch een aparte sfeer omheen. De beelden stralen een bepaalde kracht uit. Alsof ze echt de oude nederzettingen konden beschermen. Het pad voert ons verder naar de kust, waar de zee spectaculair op de klippen slaat. Zo langszamerhand worden we steeds minder enthousiast om van onze fietsen af te stappen, want het wordt een steeds pijnlijker bedoening om weer op te stappen..... Maar we zien steeds weer plekken die gewoon te mooi zijn om voorbij te rijden, dus onze billen moeten afzien! Tegen het einde van de middag bereiken we de laatste moai aan de rand van het dorp. Hier staat er één compleet met hoed en ogen. De ogen zijn van koraal en het rode gesteente waar ook de hoed van is gemaakt. De volgende stop is het dorp en een groot glas vruchtensap! We zitten onder het zweet en modderspetters, dus de volgende stop wordt duidelijk die overheerlijke douche... 's Avonds gaan we eten in een klein restaurantje met heerlijk eten, een lekker Chileens wijntje en een superaardige serveerster die zo gek is als een deur en ons gebrekkige spaans compenseert met de meest idiote geluiden en gebaren.

De volgende dag wordt het dan toch tijd voor onze motor. Ergens anders gehuurd weliswaar.... Deze doet het gelukkig wél en is ook twee keer zo zwaar (250 cc). Eerst rijden we over een van de weinig geasfalteerde wegen naar de ander kant van het eiland, Anakena. Hier is ook het enige strand van het eiland en dat is dan ook gelijk spierwit. We bekijken de interessante moai hier, waarvan een opnieuw is opgericht door Thor Heyerdahl en dan scheuren we de onverharde weg op, langs moai en en uitzichten over zee. Uiteindelijk komen we uit bij Ahu Tongariki, waar we weer een tijdje gaan zitten genieten. Je kunt hier duidelijk zien hoe groot die beelden eigenlijk zijn. We komen zelf niet eens halverwege de ahu waar ze op staan. Er moeten honderden mensen nodig zijn geweest om de beelden te verplaatsen. Hierna komen we bij een van de highlights van het eildand, de Rano Raraku vulkaan. Hier werden de beelden gemaakt en er liggen er nog steeds zo'n 400 halfafgemaakt achtergelaten. Sommige steken alleen met de koppen boven de grond uit. Je kunt langs de vulkaanwand omhoog klimmen en dan kom je uit bij de krater. Ook hier liggen een hoop onafgemaakte moai. De binnenwand van de krater werd dus ook gebruikt om de enorme stenen beelden uit te houwen. De krater zelf is een meer geworden. Wij klimmen langs de kraterwand omhoog tot het hoogste punt. Hier hebben we een 360 graden uitzicht over het eiland. We zijn net twee roofvogels in hun nest met onder ons uitzicht op al die moaihoofden en om ons heen het hele eiland. Het is al weer uren later als we bij de vulkaan vertrekken. We rijden langs de kust terug richting het dorp. Halverwege hebben we nog een 'klein' probleempje' Er staat namelijk een enorme stier midden op de weg die absoluut niet van plan is om aan de kant te gaan. Na een tijdje kijkt 'ie ons bedenkelijk aan en begint onverstoord voor ons uit te sukkelen, nog steeds midden op de weg. Pas als er een splitsing komt in de weg loopt 'ie het gras op tussen de 2 wegen in en kunnen we 'm eindelijk passeren.

We verlaten de asfaltweg weer en via allerelei bochten en kuilen bereiken we onze laatste site voor vandaag, Ahu Vinapu. Deze heeft allemaal keurig in elkaar gepaste stenen, zoals Inca's bouwden. Dus of de Inca's zijn op Paaseiland geweest of, meer waarschijnlijk, de Polynesiërs zijn op het vasteland van Zuid-Amerika geweest en hebben de techniek van de Inca's afgekeken. Het leuke van dit soort ruïnes is dat je gewoon in het gras kunt gaan liggen en er naar kunt gaan liggen kijken. Het is alweer aan het einde van de middag, dus het wordt tijd om de motor terug te gaan brengen. En weer is het tijd voor een uitgebreide douche..... 's Avonds begint het ineens te plenzen. Tot zover hebben we geluk gehad, want het regent hier regelmatig en wij hebben tot nu toe schitterend weer. Nu hebben we ook weer geluk, want we moeten weliswaar door de regen naar ons favoriete restaurant rennen, maar de volgende dag is het weer droog en staat de zon weer te stralen.

Vandaag gaan we lopen naar de Rano Kau vulkaan ten zuiden van het dorp. Het is een stevige wandeling van een uur of twee naar de top, maar de uitzichten onderweg zijn weer geweldig. We kijken uit over de zee en het eiland en alles lijkt hier groen, blauw en fris te zijn. Boven komen we uit bij een schitterende krater waar in een moeras groeit en een stukje verder bij Orongo.
Dit was een dorpje waar allerlei heilige ceremonies werden gehouden. Je kunt hier huizen zien waar de mensen in leefden en hele mooie petroglyfen, in steen uitgehakte symbolen van bijvoorbeeld de 'birdman'. Je hebt ook een mooi uitzicht op 2 kleine eilandjes voor de kust. Als we alles uitgebreid bekeken hebben volgen we een pad naar de ander kant van de krater door een bos. We komen hier
1 andere wandelaar tegen en verder is er helemaal niemand. We hebben het hele gebied voor onszelf. Uiteindelijk volgen we het pad weer naar beneden, terug naar het dorp. We gaan nog even lekker in de tuin van het hotel in het zonnetje zitten en dan is ook deze dag alweer om....

Onze laatste volle dag op Paaseiland breekt aan en die gebruiken we om nog even lekker in het dorpje rond te kijken en souvenirs te kopen. Aan het einde van de ochtend willen we naar het museum, maar dat gaat net dicht voor een vroege lunch, dus gaan we de moai en een gerestaureerde haven in de buurt van het dorp maar eens bewonderen. Een heel bijzondere plek om op het gras te liggen luieren (en stiekum je ogen even dicht te doen). Als we uit geluierd zijn is het museum weer open en kunnen we dus nog even cultureel doen en wat van de achtergronden van de moai en Polynesië leren. Daarna wandelen we op ons gemak terug naar het dorp. Op het voetbalveld spelen kinderen rugby en voetbal in meerdere groepen. Een trainer probeert wat orde in de chaos te brengen, zonder al te veel succes.
Er komt een jongetje aanrijden op z'n paard die ook graag mee wil doen, dus het paard wordt aan de rand van het voetbalveld vastgebonden en het jochie wordt in het spel opgenomen. Hier kunnen we uren naar kijken. Hierna doen we nog even cultureel (maar dan anders) door in de hoteltuin neer te strijken met een karton van het plaatselijk chipsmerk en een plaatselijk vaag drankje gemaakt van vruchtenwijn en chocola. We toasten op Ellen en Hans die trouwen vandaag.... en wij zitten aan de andere kant van de wereld op de meest afgelegen en mystieke plek die je kunt bedenken.... We gaan nog één keer eten in ons favoriete restaurant en dan zit het er op....

De volgende ochtend pakken we onze rugzakken weer in en worden we door de eigenaar van het hotel naar het vliegveld gebracht. De familie zwaait ons uit ... Op het vliegveld blijkt dat het vliegtuig vertraging heeft, dus we hebben wat tijd te doden. Geen probleem, het vliegveld is hier niet meer dan een landingsbaan met daarnaast een gebouw wat dienst doet als aankomst en vertrekhal. We checken onze bagage in, wat betekent dat onze bagage op een hoop gegooid wordt achter het gebouw. Ze hebben er nog wel een hek omheen gezet...  Zelf lopen we weer naar buiten om in het zonnetje een boek te gaan zitten lezen. Twee uur voor vertrek begint de 'boardingstijd', wat betekent dat je door een deur loopt naar een ander gedeelte van het gebouw waar je dan weer verder gaat met wachten. Je kunt kiezen, binnen zitten of in de tuin van het vliegveld. Als het vliegtuig aankomt staat iedereen buiten om het te zien landen. De afscheiding tussen het vliegveld en de tuin bestaat uit een paar heggen en schattige rozenstruiken. Als we uiteindelijk in mogen stappen gaat het tuinhekje open en wandelen we naar het vliegtuig. Het is in ieder geval geen vervelend vliegveld om te moeten wachten... Dan vertrekt uiteindelijk ons vliegtuig naar Santiago en door naar Lima. Jammer.... we hebben het hier prima naar ons zin gehad. Een van de hoogtepunten van onze reis!
 

top