Cambodja
Terug
naar de kaart
Praktische informatie Cambodja
De sfeer is in Cambodja direct heel anders dan in Vietnam. Phnom Penh doet ons
heel anders aan dan de Vietnamese steden. Er zijn hier veel minder motoren en
veel meer auto’s en gek genoeg rijden er ook nog aardig wat redelijk nieuwe
auto’s rond ook. Ze hebben hier wel dezelfde handige stoplichten als in
Vietnam. Naast het verkeerslicht hangt een teller die aangeeft hoe lang het
licht nog rood of groen blijft. In Nederland zou dat waarschijnlijk een
heleboel gassende auto’s opleveren die dit als het startsein voor een
‚straatrace’ zouden opvatten. Hier is het gewoon alleen maar handig. De
gebouwen en de brede straten met bomen geven de stad een wat Frans karakter.
Dat Cambodja en daarmee Phnom Penh wel degelijk een arm land is wordt
duidelijk als de chauffeur de ‚backpackerswijk’ ingaat waar hij ons bij
een hotel zal afzetten. We komen terecht in een wirwar van smalle steegjes. De
straatjes zijn onverhard en voorzien van enorme kuilen. Het is 40 graden en al
tijden droog, wat alles lekker stoffig maakt. In de regentijd verandert het
hier ongetwijfeld in een modderpoel. Iedereen lijkt hier buiten te leven en er
wordt van alles en nog wat verkocht. Het hotel waar we worden afgezet ziet er
prima uit en heeft een restaurant op het dak met uitzicht op het meer. We
besluiten om hier te blijven. Het dakterrasrestaurant blijkt ook nog eens
uitstekend eten en heerlijke coconut-limeshakes te serveren. Bovendien is dit
een plek waar je de zeer schaarse zuchtjes wind kunt proberen op te
vangen.....genoeg redenen om hier neer te ploffen dus...
De volgende dag gaan we eerst eens een beetje internetten en de eerste
resultaten van onze digitale camera doorsturen. De belangrijkste reden
hiervoor is dat we dit kunnen doen in een ruimte met airco. We hebben te lang
gedaan over wakker worden en ontbijten, dus het is inmiddels midden op de dag
en als je alleen je neus al buiten de deur steekt begin je al te zweten. Tegen
het einde van de middag, als het theoretisch wat afgekoeld zou moeten zijn,
gaan we Phnom Penh maar eens bekijken. We wandelen zo langzaam mogelijk door de
straten. De straten zijn ruim, maar ondanks dat we duidelijk door een
ambassadewijk lopen ziet het er arm uit. Bij de Wat Phnom heuvel is het
gezellig
druk. Mensen hangen een beetje rond in het parkje om de heuvel. Op een muurtje
zit een aap de boel op z’n gemak te bekijken. Verder lopend langs de rivier
houden de sjofele huizen ineens op en komen we bij een grote open plek met
daaraan het Royal Palace. Dit is echt een schitterend gebouw. We zijn nu ook
in
een mooi stuk van de stad terecht gekomen. Nu we eenmaal lopen houden we ook
nog wel aardig vol. We zweten dus nog even door en dwalen verder... Het begint
net te schemeren als we terugkomen bij het hotel. Tijd voor het dakterras....
Marc heeft een paar jaar geleden is zijn werk iemand ontmoet van de
Cambodjaanse
ambassade. Ze heeft hem destijds haar kaartje gegeven met de uitnodiging om
haar beslist te bellen als hij ooit naar Cambodja zou gaan. Uit een eerder
telefoontje voor ons vertrek weten we dat ze nog weet wie Marc is en dat ze
inmiddels terug is naar Cambodja en woont en werkt in Phnom Penh. Marc heeft
haar telefoonnummer op haar werk gekregen. Het is nu maandagochtend en we zijn
in Phnom Penh, dus we gaan haar maar eens bellen.
In het hotel kunnen we niet bellen en de openbare telefoon waar we naar worden
verwezen blijkt de mobiele telefoon van iemand achter een van de stalletjes
buiten te zijn. Daar hebben we niet zo’n zin in, dus we gaan terug naar het
hotel. We laten bij de receptie het visitekaartje zien om duidelijk te maken
dat we alleen maar lokaal willen bellen en als hij ziet dat we iemand willen
bellen die op een ambassade werkt zijn we ineens ‘special guests’.
Natuurlijk
mogen we de telefoon gebruiken en hij geeft ons ook nog gratis een reisgidsje
van Angkor mee.... Het is half 10 als we haar aan de telefoon krijgen. Ze
vindt
het leuk om te horen dat we in Phnom Penh zijn en ze nodigt ons uit om om 11
uur bij haar langs te komen op haar werk. We weten dat ze bij buitenlandse
zaken werkt, maar we hebben geen idee wat ze precies doet. We plukken de meest
fatsoenlijke kleren die we bij ons hebben uit onze rugzak en gewapend met
deodorant en een lapje om het zweet af te vegen gaan we op weg naar het
ministerie. We lopen er zo traag als we kunnen heen om met zo min mogelijk
zweetplekken aan te komen. Op de hoek van de straat werken we de
onvermijdelijke symptomen van plakkerigheid zo goed en zo kwaad als het kan
nog
even weg met de deo en het lapje, tot groot vermaak van het meisje dat daar
fruit staat te verkopen. Bij de ingang moeten we onze paspoorten afgeven in
ruil voor een bezoekerspas. Vervolgens worden we naar binnen begeleid. Het
bordje op de deur van het kantoor waar we worden binnengelaten maakt duidelijk
wat haar huidige functie is. We zijn gewoon op bezoek bij de ‚under
secretary
of state’..... Ze verontschuldigt zich voor het feit dat dat ze maar een uur
de
tijd heeft, omdat ze nogal druk is met de voorbereidingen van het officiële staatsbezoek van de minister president van Pakistan van de volgende dag. Wij
vinden het nogal wat dat ze dan binnen anderhalf uur tijd heeft voor
ons....Het
wordt een bijzonder bezoek. We praten onder het genot van een kopje thee over
van alles en nog wat. Van koetjes en kalfjes tot de situatie in Cambodja. Van
de problemen met de landmijnen en het gebrek aan scholing tot toeristische
tips. Tegen lunchtijd biedt ze aan om ons naar het nationaal museum te rijden.
Als we onze paspoorten hebben opgehaald worden we door haar opgehaald in haar
auto met chauffeur. Ze laat ons nog wat van Phnom Penh zien en koopt voor ons
een typisch Cambodjaans gerecht, sticky rice in bananenbladeren. Voor de deur
van het nationaal museum nemen we afscheid en wisselen we e-mail adressen uit.
Dit was wel een heel bijzondere manier om de ochtend in Phnom Penh door te
brengen.
Het nationaal museum is een heerlijke plek om op je gemak rond te kijken. Het
is
niet al te groot, maar zowel de kunstvoorwerpen als het gebouw zelf zijn de
moeite waard. De rest van de middag dwalen we nog een beetje door Phnom Penh
en
bezoeken we onder andere een paar zeer interessante supermarkten (airco!!). De
volgende dag gaan we door naar Siem Reap. We worden vroeg opgehaald voor de
bus
wat er op neerkomt dat iemand ons lopend op komt halen bij het hotel en dat we
samen met een aantal andere rugzakkers achter de jongen aansjokken naar het
begin van de wijk. Hier staat een oud minibusje in twijfelachtige staat op ons
te wachten. Het is niet te hopen dat we in dit ding helemaal naar Siem Reap
moeten. De bagage wordt voor in het busje opgestapeld. De jongen pakt Marc z'n
rugzak aan, maar die is duidelijk iets zwaarder dan verwacht en door het
gewicht valt hij letterlijk om en tuimelt hij achterover de voorstoelen en
belandt hij met rugzak en al op het dashboard. Het minibusje blijkt ons
gelukkig niet verder te brengen dan het busstation, waar we overstappen in een
grote lokale bus. Weliswaar een oude, maar wel met airco. De weg is slecht,
maar we hebben in China erger meegemaakt, dus onze botten blijven keurig op
volgorde dit keer. Halverweg stopt de bus voor lunch. Als we terugkomen in de
bus moeten we nog even wachten en de airco staat nog niet aan.... het zweet
loopt langs onze armen naar beneden en het druppelt via onze vingertoppen op
de
grond... het is nog steeds lekker warm. Onderweg passeren we urenlang dorre,
kale vlaktes met een enkele boom. Vroeg in de middag arriveren we in Siem Reap.
Het trottoir waar de bus stopt staat vol met Cambodjanen die om het hardst
schreeuwen om hun hotel of tuk tuk aan te prijzen (inclusief onszelf stappen
er
3 buitenlandse toeristen uit de bus....). Het lijkt wel een kippenhok. Midden
in deze chaos worden onze rugzakken uitgeladen. We sluiten ons stoïcijns af
voor al het gekakel, hangen onze rugzakken op en lopen in de richting van een
hotel. Eén tuk-tuk chauffeur is erg volhardend en volgt ons. Nu we uit het
gekakel zijn, kunnen we rustig kijken wat hij in de aanbieding heeft. Het
hotel
ziet er goed uit en het is een aardige vent, dus we stappen in z'n tuk-tuk en
checken in.
De rest van de middag en de volgende ochtend kijken we een beetje rond in de
omgeving van de oude markt. En dan gaan we doen waarvoor we gekomen zijn....
naar Angkor! We willen een driedaagse pas kopen, maar als je die 's middags na
half 5 koopt mag je er al in, terwijl ze je pas de volgende dag in laten gaan.
Op die manier krijg je als het ware een zonsondergang extra. We maken een
goeie
deal met onze tuk-tuk chauffeur voor de zonsondergang en de komende drie dagen
en we spreken af aan het einde van de middag bij ons hotel. Als we klaar zijn
om
te vertrekken blijkt dat onze tuk-tuk chauffeur er niet is, maar dat hij een
vriend heeft gestuurd. Hij weet van de afspraken en de prijs en hij is een
stuk
bescheidener en sympathieker dan z'n vriend, dus we stappen in de tuk-tuk van
Mr. Ohda. Nadat we onze passen hebben gekocht brengt hij ons naar Angkor Wat,
zodat we dat kunnen zien in het avondlicht. We lopen langzaam richting de
rempel, het beeld als het ware in onze opzuigend. Dit is werkelijk schitterend,
de tempel lijkt wel energie uit te stralen. Je kunt hier echt uren naar
kijken.
We maken ons met moeite los van het beeld en gaan terug op op tijd voor de
zonsondergang bij Phnom Bakheng te zijn. Het is een flinke klauterpartij, waar
we worden beloond met een schitterend uitzicht op de jungle en Angkor Wat. We
blijven hier zitten kijken tot het donker begint te worden. Onze tuk-tuk
brengt
ons terug naar het hotel. We bruisen van de energie en kunnen niet wachten tot
we aan onze drie dagen tempelen kunnen beginnen.
De volgende dag staan we vroeg op (5 uur) om de zonsopgang bij Angkor Wat te
kunnen zien. Op die manier kunnen we gelijk mooi de vroege uren benutten,
wanneer het nog relatief koel en het fotolicht het mooist is. We zitten uren
in Angkor Wat, gewoon te zitten en te kijken en de sfeer te beleven. Mr. Ohda
rijdt voor ons vandaag de 'kleine ronde', dus na Angkor Wat volgt Angkor Thom
met de Bayon, Ta Phrom en de een na de andere mooie tempel. We dwalen door de
ruïnes en beklimmen de oude steile stenen trappen. Ik heb op meerdere plekken
gedacht dat het eigenlijk niet slim was om naar boven te klimmen, omdat ik
waarschijnlijk nooit meer naar beneden zou durven (normaal al niet, dus laat
staan met een gare knie...), maar je bent nou eenmaal maar één keer in
Angkor
en vraag niet hoe... maar we zijn overals weer veilig beneden gekomen.... Op
het heetst van de dag bewegen we van schaduw naar schaduw en we drinken liters
water. We moeten ons haasten om de zonsondergang bij Angkor Wat niet te
missen.
Het is al weer donker als terugrijden naar Siem Reap. We nemen Mr. Ohda mee
uit
eten. Daarna gaan we terug naar ons hotel. We zijn gesloopt en dat is niet
alleen omdat we meer dan 12 uur lang bij 40 graden tempels hebben lopen
kijken.
We zijn ook moe van de indrukken. De tempels zijn geweldig, maar ook de mensen
die je tegenkomt maken een enorme indruk. Je ziet hier vreselijk veel armoede
en je komt nogal wat mensen tegen die een of meerdere ledematen missen omdat
ze
op een landmijn zijn gelopen. We geven dan ook ons halve dagbudget uit aan
dingen die de we absoluut niet nodig hebben of we geven het gewoon stomweg
weg.
Je wordt hier de hele dag geconfronteerd met bedelaars en kinderen die je van
alles willen verkopen. En hoewel ze het stuk voor stuk goed kunnen gebruiken,
kun je onmogelijk iedereen wat geven. Zelfs monniken vragen om geld als je met
ze staat te praten en politieagenten proberen je hun badge te verkopen als
souvenir. Terug bij het hotel komen we een stel Zuid-Afrinkenen tegen die we
in
Vietnam hebben ontmoet. We drinken nog wat en dan storten we echt in bed.. na
een verfrissende douche. Ondanks de sirco is het warm. Ik slaap hier zelfs met
m'n haar in een staart, omdat het gewoon te warm is om het los te laten.
We hebben om 7 uur de volgende ochtend afgesproken met Mr. Ohda. Om 6 uur
s'morgens worden we wakker van de t.v. We hebben gisteravond nog even de tv
aangezet, maar zijn al zappend in slaap gevallen.... Vandaag doen we de
'grote
ronde'. We gaan onder andere naar de verafgelegen Banteay Srey tempel. Naast
het feit dat dit een mooie tempel is is het ook een leuk ritje. Zo zien we nog
wat van het landschap en de mensen. Onderweg stoppen we nog even bij een huis
waar ze suikersnoepjes maken. Natuurlijk kopen we een stapel. Iedere keer als
Mr. Ohda bij de volgende tempel stopt hebben we moeite om ons uit de tuk-tuk
te
hijsen (deels door vermoeidheid, deels omdat er zoveel verkopers om de tuk-tuk
heen staan), maar iedere keer krijgen we weer energie van het zien van de
tempels. Vooral de tempels waar de bomen op groeien (Ta Prohm en Preah Khan)
zijn schitterend en erg fotogeniek. Vroeg in de middag zijn we klaar met ons
rondje en we besluiten om even een pauze in te lassen. we gaan terug naar Siem
Reap voor een late lunch en een uurtje nietsdoen. Daarna neemt Mr. Ohda ons
mee
naar Phnom Krom om daar de zonsondergang bij het meer te bekijken. Alleen de
rit erheen is al geweldig. We rijden over een soort dijk langs huizen op palen
en 'gluren; in het dagelijks leven van de gezinnen hier. In het natte seizoen
schijnt dit hele gebied onder water te staan. Het is bijna niet voor te
stellen. We moeten weer een flinke heuvel beklimmen om de zonsondergang te
kunnen zien. De zonsondergang is niet erg spectaculair, maar het is een
lekkere
wandeling. Weer terug beneden neemt Mr Ohda ons mee naar een typisch
Cambodjaans restaurant waar geen toeristen komen. Volgens Mr Ohda kun je hier
een speciale soep eten, dus dat willen we wel eens proberen. Het restaurant
is
een verzameling plastic tafeltjes en stoeltjes waar het behoorlijk druk is,
maar waar inderdaad geen toerist te vinden is. Mr Ohda heeft een zeer beperkte
engelse vocabulaire en de soep blijkt een hot pot te zijn. We krijgen een pot
pruttelende bouillon geserveerd die ze op een brander in het midden van de
tafel zetten. Het is er ook echt weer voor om gezellig bij een brander te
zitten... maar dat hebben we er wel voor over om typisch Cambodjaans te kunnen
eten. Er worden allemaal schaaltjes geserveerd met groente , vlees en eieren
(nog rauw, maar wel uit de schaal) die in de bouillon moeten worden
klaargemaakt. Mr Ohda begint enthousiast de inhoud van de schaaltjes in de
hete bouillon te gooien. Als we vragen wat het allemaal is dan blijken zojuist de
koeietenen en de hersenen in de hotpot verdwenen te zijn. We gaan er maar
vanuit dat we alles veilig kunnen eten zolang die hot pot zo kokend heet is...
Het smaakt niet verkeerd, maar het is ook geen culinair hoogstandje. Het is
wel
een gave ervaring.
De volgende dag is onze laatste Angkor dag. We hebben besloten om niet nog
meer kleinere tempels te gaan bezoeken, maar om terug te gaan naar de tempels die
we
het mooist vonden en daar nog rond te kijken. Eerst gaan we naar Angkor Thom.
De
Bayon is een van onze favorieten en we hebben een aantal dingen in Angkor Thom,
zoals het olifantenterras nog niet echt goed bekeken. Hierna gaan we op ons
gemak ontbijten bij een van de stalletjes. We bestellen brood met ei van de
engelse kaart (die ze zelf niet kunnen lezen..), maar dat is er niet. Na een
paar minuten komt de vrouw teruglopen en maakt ons duidelijk dat we het toch
kunnen krijgen als we een paar minuten willen wachten. Haar man wordt op de
motor weggestuurd en komt een paar minuten later terug met broodjes. De vrouw
begint ijverig te kokkerellen en uiteindelijk krijgen we 3 broodjes met warm
vlees geserveerd. Het smaakt prima en de glimlach van de vrouw is onvergetelijk. Er blijkt een heel gezien met kinderen te bivakkeren. Aan de
kinderen delen we pluche beestjes uit die we bij ons hebben. Nu blijkt dat de
kinderen die als zo jong worden geleerd om gehaaid geld te verdienen aan de
toeristen, toch nog wel echt kinderen zijn gelukkig. Hun oogjes lichten
helemaal op. We gaan door naar Ta Prohm, een andere favoriet. Dit is een van
de
tempels waar bomen op de tempelruïnes groeien. Tomb Raider is hier opgenomen.
We zitten hier gewoon een tijdje te zitten en te kijken. Een vrouw met twee
kinderen loopt beeldjes te verkopen. We kopen er een en geven ons laatste
pluchebeestje aan het meisje. Ze is er helemaal gelukkig mee, maar desondanks
geeft ze 'm aan haar kleine broertje. Van een paar andere toeristen horen we
dat
het meisje ons door de jungle naar de 'verborgen' north gate kan brengen. Ze
brengt ons naar een plek die we zelf nooit gevonden zouden hebben en komen uit
bij een gigantische stenen kop die overwoekerd wordt door bomen. Schitteren.
Na
de lunch gaan we nog even naar Angkor Wat om de sfeer op te snuiven. We loper
en nog een keer om heen en bekijken het complex vanaf de bibliotheek. Dan
besluiten we dat het mooi is geweest. Het is vandaag een feestdag en Mr Ohda
heeft zich laten ontvallen dat hij graag met z'n vrouw naar de zonsondergang
bij Angkor zou willen. Het is inmiddels 4 uur, we zijn moe en uitgetempeld....
we gaan terug naar het hotel. Angkor was absoluut een van de hoogtepunten van
onze wereldreis!!
De volgende dag doen we lekker niks. 's Avonds gaan we nog een laatste keer
eten
in 'Good Kharma, ons favoriete restaurant. We kopen nog een stapeltje
ansichtkaarten bij een van de invaliden. Niet dat we die nodig hebben, maar
deze mensen werken tenminste en proberen er iets van te maken. Ze hebben een
bordje op hun kaartstalletje met "ik wil niet bedelen, ik wil
werken" en dat
spreekt ons erg aan. Het blijkt dat we dit keer bij Sem Sovantha zijn terecht
gekomen, de oprichter van een organisatie die zich er hard voor maakt om de
invaliden die armen of bene verloren zijn door de landmijnen weer aan het werk
te krijgen. Deze organisatie heeft een aantal hele goede initiatieven gestart.
Als je nog een goed doel zoekt om een gift aan te geven, dan is dit een goede
bestemming voor je geld. Ze kunnen het goed gebruiken! (We zullen de gegevens
bij de praktische informatie opnemen).
De volgende dag gaan we door naar Thailand. De bus haalt ons 's morgens vroeg
op
bij het hotel. Het is een klein minibusje met barsten in de ruiten. We
verwachten dat deze bus ons net las in Phnom Penh naar het busstation zal
brengen, maar als we de 'highway' opdraaien, blijkt dat we met deze bus naar
de
grens gaan. Na twee uur hobbelen en stofhappen stopt de bus voor een
plaspauze.
Na 20 minuten gaan we allemaal weer in de bus. Tot onze verbazing draait de
bus
het terrein op wat naast het restaurant ligt, in plaats van de weg op te
rijden. Het blijkt een garage te zijn. Er is iets niet goed aan de vooras wat
moet worden gerepareerd en we moeten allemaal de bus weer uit. Waarom dit niet
tijdens de pauze kon ontgaat ons.... Gelukkig is de boel snel
"gerepareerd'. Er
wordt wat op het metaal gebeukt en we kunnen weer verder... We rijden weer
verder over de hobbelige weg. Na een goed uur rijden stoppen we voor een brug.
Het blijkt dat de brug kapot is en dat ze 'm aan het lassen zijn. We moeten de
bus weer uit en wachten tot de brug is gerepareerd. De buschauffeur doodt de
tijd met z'n lunch... uit een plastic zakje op het dashboard haalt hij een
gegrilde kakkerlak en begint 'm lekker op te eten.... We kunnen weer verder.
Om
half 12 stoppen we weer bij een restaurant. Ze verdienen een hoop provisie
tijdens dit ritje... Hierna is het nog maar een korte rit naar de grens.
"Gelukkig" houden de Cambodjanen van zingen, dus ze beginnen
spontaan een
karaoke sessie om de tijd te doden. We kunnen onze neiging om 'een potje met
vet' of 'we gaan nog niet naar huis' te gaan zingen nog net onderdrukken. Deze
bus stopt bij de grens. We krijgen een soort badge op waarmee we aan de andere
kant van de grens in de bus naar Bangkok kunnen stappen. In de brandende zon
hangen we onze rugzakken op en gaan we de nodige stempels halen bij de douane.
Dan wandelen we de grens over.... Thailand in.
Top.
Praktische informatie Cambodja
Angkor Association for the Disabled
Wij vonden dit een hele goede organisatie die probeert om de vele invaliden in
Cambodja weer aan het werk te krijgen. Veel mensen zijn invalide, missen een
of meerdere ledematen of zijn blind doordat ze op een landmijn zijn gelopen,
en zijn aangewezen op bedelen. Sem Sovantha is zelf allebei z'n benen kwijt
heeft de 'Angkor Association for the Disabled' opgericht (zie ook het Cambodja
reisverslag).
Deze organisatie heeft als doel om gehandicapten weer aan het werk te krijgen
in plaats van ze te laten bedelen. Projecten zijn bijvoorbeeld het bouwen van
'sales carts', waar ze souvenirs van verkopen, een project met de gemeente
waarbij invaliden de stad schoonhouden, training om invaliden beroepen aan te
leren die ze ondanks hun handicap kunnen uitvoeren, huisvesting, enz. enz. Het
lijkt ons een zeer goed initiatief. Als je dit leest en je wilt nog geld kwijt
aan een goed doel, dan zouden we je willen vragen te overwegen om een gift te
doen aan deze organisatie. Ze kunnen het geld goed gebruiken!
Angkor Association for the Disabled
No 111, group 4, Slakamreok Commune
Siem Reap District, Siem REap Province, Cambodia
Union Commercial Bank PlC, Cambodia
Angkor Association for the Disabled
Tax decuctible organization id: 062 SCHN
Angkor
Je kunt natuurlijk niet in Cambodja geweest zijn zonder Angkor te hebben
gezien. Toegang: Je moet een toegangspas kopen om Angkor in te mogen. Je pas
wordt gecontroleerd bij de ingang en bij iedere grote tempel. Een pas voor een
dag kost $20,-, een pas voor drie dagen $40,- en een pas voor een week kost
$60,-. Als je echt alles wilt zien dan heb je zeker een week nodig. Maar met
drie dagen kun je de belangrijke tempels en een groot deel van de kleinere
tempels op je gemak bekijken. Wij vonden drie dagen dus genoeg. Een dag is
echt te weinig als je Angkor een beetje behoorlijk wilt bekijken. Als je de
dag van tevoren je pas na half 5 koopt kun je er al in, terwijl je pas pas de
volgende dag ingaat. Dit levert je een extra zonsondergang op. Je hebt een
pasfoto nodig voor je pas. Je kunt die bij de ingang gratis laten
maken, maar het scheelt een hoop tijd als je er zelf een bij je hebt. Er zijn
verschillende goede boeken van Angkor te koop. Ook op de oude markt vind je
voor een paar dollar goede boeken met interessante informatie en goede foto's.
De 'Siem Reap Angkor' visitor guide heeft heel handige kaartjes en een
overzicht van de tempels met een klein fotootje erbij.
Vervoer:
Wij hebben voor drie dagen en de voorafgaande zonsondergang een tuk-tuk
geregeld die ons overal heenreed waar we wilden en steeds op ons bleef wachten
als we een tempel aan het bekijken waren. Een normale prijs voor een tuk-tuk
is $8-10 voor een dag. Als je naar de verafgelegen tempels wilt, moet je
meestal iets meer betalen. Wij betaalden voor onze drie-en-een-halve dag $29,-
inclusief de Banteay Srey (37 km verderop). We kunnen Mr. Ohda van harte
aanbevelen: (855) 12 614 702.
Hotels:
In Phnom Penh hadden we voor $3,- een kamer in het Grand View Guest House in
de buurt van het meer. E-mail:
Grand-view-gh@hotmail.com
In Siem Reap verbleven we in het Rytherin Villa. Hier hadden we voor $8,- een
kamer met airco.
Geld:
De munteenheid in Cambodja is de Riel. Het is niet nodig om ergens riel bij
een bank op te nemen. Je kunt in heel Cambodja met Us dollars betalen. Je
krijgt dan vanzelf wat riel terug. 1US$=4000 riel. Er zijn in Cambodja geen
pinautomaten. Je kunt geld opnemen op je creditcard of contant of traveller
cheques wisselen bij banken in Phnom Penh of Siem Reap. Je traveler cheques of
bankbiljetten moeten wel in prima staat zijn. Ze wilden onze traveller cheques
niet accepteren omdat er een heel klein scheurtje in zat. De Canadian bank in
Siem Reap (bij de oude markt) berekent geen provisie als je dollars opneemt op
je credit card.
Vervoer:
Je kunt in Cambodja bij de hotels heel makkelijk bus of bootkaartjes kopen. In
het droge seizoen is het geen doen om met de boot te gaan, omdat het water dan
veel te laag staat. In het natte seizoen is het vaak wel weer slim om met de
boot te gaan, omdat de wegen dan in zeer slechte staat zijn. Wij betaalden
voor een buskaartje van Phnom Penh naar Siem Reap $4,- per persoon. De rit
duurt ongeveer 6 uur. In Siem Reap kochten we een buskaartje wat je gelijk in
een keer doorbrengt naar Bangkok. Je moet bij de grens dan wel overstappen in
een andere bus.
Internet:
In Phnom Penh en Siem Reap zijn voldoende internetcafé's. Een uur internetten
kost je meestal een dollar (4000 riel). Op veel plaatsen kunnen ze ook cd's
branden.
Top.