BRUNEI
Terug
naar de kaart
Brunei - een onverwacht bezoek aan een rijke oliestaat 24 t/m 27 mei 2004
Totaal ongepland gaan we Brunei toevoegen aan het lijstje van landen die we
aandoen tijdens onze wereldreis. De vlucht naar Auckland blijkt het
goedkoopste
met Brunei Airlines te zijn en we maken van de gelegenheid gebruik om dit
land een paar dagen te gaan bekijken. Royal Brunei Airlines blijkt een prima
vliegtuigmaatschappij te zijn. Genoeg beenruimte en prima service, wat wil
je nog meer..... Grappig detail is dat voor we opstijgen we eerst een bandje
krijgen met een gebed om de vlucht te 'zegenen' en dat tijdens de vlucht
steeds de afstand en de richting naar Mekka wordt aangegeven. We zitten
gelijk in de sfeer van de Islamitische staat Brunei. We landen veilig op het
vliegveld van Bandar Seri Begawan. We hebben gelezen dat er een
toeristeninformatie op het vliegveld zit waar we een boekje emet hotels e.d.
kunnen krijgen, daar gaan we eerst maar eens naar op zoek. Na naar 5
verschillende hoeken van het vliegveld verwezen te zijn, vinden we geen
toeristenbalie, maar wel een heel vriendelijke, opvallend accentloos
sprekende dame van Brunei Airlines die zegt normaal de boekjes te hebben
maar nu helaas door de voorraad heen is. In plaats daarvan neemt ze
uitgebreid de tijd om ons te informeren bussen naar het centrum en ze doet
ons wat suggesties aan de hand voor hotels. En passant krijgen we ook nog
wat tips van een taxichauffeur. We hebben geen kaart of zo, dus we
vragen aan de buschauffeur of hij wil aangeven als hij stopt in het centrum
bij een hotel. Zo komen we uit in het Brunei hotel, een van de tips. Een
prima hotel, maar het is duidelijk dat het toerisme lange tijd niet
gepromoot is geweest. Het ruikt een beetje muffig....
De rest van de middag gebruiken we om de stad te bekijken. De stad is
opvallend schoon en de moskee is dominant aanwezig. Tegen onze verwachting
in rijden er nauwelijks luxe auto's en lopen er aardig wat vrouwen zonder
hoofddoek en sluier rond. De mensen zijn bijzonder vriendelijk, zien er goed
verzorgd uit en
veel spreken opvallend goed engels. Je ziet geen overdadig rijke mensen,
maar ook geen armoede. Dat is ook niet zo gek: inwoners van Brunei betalen
geen
belasting en de gezondheidszorg en onderwijs is gratis. Naast de 330.000
inwoners van Brunei wonen er nog 200.000 expats (die het werk doen waar de
Brunei-ers geen zin in hebben). Naast de moskee is er een Chinese tempel en
een katholieke kerk. Slecht spreken over een religie of over de sultan wordt
absoluut niet getolereerd. Ga niet met je voet op een munt of bankbiljet
staan, want dan sta je op de sultan en kun je een pak slaag van de
omstanders
verwachten. Je kunt niet in het openbaar een politieke discussie houden. Het
is een land waar je het heel goed kunt hebben, als je je maar wel
gedraagt....
In de buurt van de moskee ligt het waterdorp Kampung Ayer. Dit is een heel
dorp van houten huizen op palen in de rivier. De huisjes zien er simpel uit,
maar
hebben wel airco, tv en riolering. Je kunt met een speedboot naar de
overkant varen en het is een machtig gezicht om de felgekleurde boten over
de rivier te
zien scheuren tegen de achtergrond van het waterdorp en de jungle. We lopen
terug langs een winkelcentrum en liggen helemaal in een deuk als we zien dat
hier zelfs de winkelwagentjes goudkleurig zijn.'s Avonds gaan we eten in een
restaurantje in de buurt van het hotel. De stad lijkt nu wel uitgestorven.
Dat
is ook niet zo gek effe een borrel drinken is er niet bij, want er wordt in
het hele land geen alcohol geschonken.
De volgende dag gaan we een jungletocht maken. We worden al om 7 uur in ons
hotel opgehaald door 'jungle Dave'. We blijken een groep van 7 mensen te
hebben en de rest van de groep komt uit Nieuw Zeeland. Zo kunnen we mooi nog
wat tips voor Nieuw Zeeland meepikken. We stappen in een schoon, nieuw busje
met airco. Op de banken liggen zelfs verrekijkers voor ons klaar. Na een
uurtje rijden stoppen we voor het ontbijt. Het eten is in de excursie
inbegrepen, maar we gaan gelukkig niet naar een of ander toeristisch
gebeuren waar je zogenaamd 'lokaal eten wat stiekem toch aan de smaak van
toeristen is aangepast'
geserveerd krijgt. We gaan eten in een klein restaurantje waar we gewoon
iets kunnen bestellen. We krijgen een soort roti als ontbijt opgediend. Na
het
ontbijt gaan we naar het huis van de man die ons moet registreren als
'jungle gebruikers'. Die laat ons ook nog even wat lokale muziek instrumenten
zien - we
doen nog een rondje percussie - en dan gaan we eindelijk naar de jungle.
David heeft een paar kaplaken voor ons wat wel handig is omdat we dan niet
met
junglemodderschoenen de Nieuw Zeelandse quarantaine check bij de grens
hoeven te passeren. Iedereen krijgt zwarte laarzen, behalve Marc, die heeft
als enige
banane-gele laarzen. Staat 'm schattig. Nadeel van mijn laarzen is dat ze me
een maat te groot zijn. Het komt een paar keer voor dat ik wegzak in de
modder
en dat ik een stap wil doen, maar m'n laars blijft staan en ik dus op m'n
sokkevoet boven de modder sta te balanceren. De modder zuigt zo hard dat ik
de
laars er niet meer uitkrijg. Gelukkig loopt Marc achter me, dus die kan m'n
laars nog redden. We lopen een paar uur door de jungle en zien schitterende
bomen, bekerplanten, rubberbomen, eetbare planten, tarantula holen,
eierleggende hagedissen, gigantische mieren, vogels en een slang.
Onze
kleren kunnen we
uitwringen van het zweet en we drinken liters water om dit wat te
compenseren. Rond lunchtijd komen we aan bij Dave's 'kamp'. Wij kunnen
lekker met onze voeten in de koele beek gaan hangen, terwijl David voor ons
gaat koken voor de lunch. Helaas voor hem hebben onze voorgangers de
kookapparatuur meegenomen en de afwas laten staan. Maar Dave is niet voor
een gat te vangen.
De afwas is snel gedaan in de beek en hij graaft z'n reserve kookstel op uit
de grond. Ineens horen we gekraak en komt er een zwijn uit het bos
gewandeld. Het
blijkt Khumba te zijn, z'n moeder jong verloren en ooit gered en bijgevoerd
door David. Vandaar dat hij dicht bij het kamp durft te komen, maar het
blijft een
wild dier en dus op z'n hoede. Hij blijft wel de hele tijd in de buurt en
gaat zelfs lekker op z'n buik liggen. Geduldig wachtend op de resten van
onze lunch.
Na de lunch lopen we terug richting de auto en rijden we terug naar Bandar
Seri Begawan. Onderweg komen we langs een monument wat opvallend staat te
glinsteren in de zon. Logisch, want het blijkt van echt goud te zijn. Het
loopt al tegen vijven als David ons weer afzet bij ons hotel. We zijn wel
toe aan een douche
om alle modder en zweet van ons af te spoelen. We gaan heel decadent in bad
liggen met een verse kokosnoot. Die hebben we schoongemaakt en wel gekocht
in
de supermarkt en een paar rietjes bij de kfc meegepikt. We hebben er alleen
niet bij stilgestaan dat we het gat voor het rietje met een klein zakmes in
de
kokosnoot moeten zien te krijgen (zie het Rusland reisverslag wat er met
onze echte messen gebeurd is). Maar het lukt... We gaan vanavond lekker eten
op de
markt waar je heerlijk gebarbecued vlees, rijst en noedels kunt kopen.
Onze laatste dag bezoeken we de Sultan Omar Ali Saifuddin Moskee. Een
imposant gebouw met veel goud, marmer en mooie kleden. Om er in te mogen
moet je
uiteraard je schoenen uit doen en krijg je een speciaal zwart lang gewaad
met knopen en lange mouwen aan. De man bij de ingang geeft ons er ieder een.
Ik moet m'n mouwen 3 keer oprollen en heb het idee dat ik in een soepjurk
loop. De man besluit bij nader inzien dat Marc er geen een aanhoeft. Het is
maar een
(Aziatische) maat en hij ziet er uit alsof hij te heet gewassen is....
's Middags slenteren we door de Kampung Ayer. Het is een wirwar van huisjes
en
boardwalks en we hebben geen idee waar we heen moeten, maar we volgen gewoon
de de dikke blauwe waterleiding die langs de boardwalk ligt en als een
'blauwe draad' door het dorp loopt. We hebben goed gegokt. Dit is inderdaad
het 'hoofdpad' en het brengt ons van de een naar de andere kant van het
dorp. Vanaf een bepaald punt heb je een schitterend uitzicht op de moskee.
Je kijkt hier uit over een stuk van het dorp wat is verbrand (je zou denken
dat ze hier
genoeg water hebben om te blussen....) en dat maakt het een uitzicht met een
bijzonder contrast. afgebrande palen die boven het water uitsteken met de
gouden koepel van de moskee op de achtergrond. We komen langs een hutje wat
lijkt op een restaurantje en we hebben dorst, dus we besluiten hier te
stoppen. We vragen of we wat kunnen drinken, maar de giechelende dames
spreken geen Engels. We wijzen op het cola logo wat ze hebben hangen, maar ze
maken ons
duidelijk dat ze dat niet hebben. Er hangt een soort menukaart waar iets
opstaat wat lijkt op thee, dus dat wijzen we aan. Nu wordt er ijverig
geknikt, dus we gaan naar binnen. We lopen langst een emmer met dooie
vissen (the catch of the day...) en gaan aan een van de houten tafels
zitten. Na een tijdje krijgen we 2 glazen thee met ijs een gigantische
hoeveelheid suiker en gecondenseerde melk. Het smaakt vreemd, maar het is
wel goed voor de dorst.
Aan het einde van de middag wandelen we nog helemaal naar een park aan de
rand van de stad waar een schitterende waterval zou moeten zijn. Het is
nogal een
eind lopen door de stad. Het laatste stuk lopen we door een park waar mensen
aan het joggen zijn. Ze wijzen ons de weg naar het mooie natuurgeweld. We
gaan
een bocht om en komen uit bij de waterval... een paar zielige straaltjes
komen van de rotsen naar beneden... dit is dan de spectaculaire waterval...
We houden
het er maar op dat het wel een lekkere wandeling was...
De volgende ochtend ontbijten we in het hotel en pakken we de bus naar het
vliegveld. We vertrekken naar Nieuw Zeeland. Terug naar de Europese
standaards,
weg uit Azië met z'n aparte cultuur en tropisch klimaat.... Mensen hadden
ons gewaarschuwd dat 3 dagen Brunei wel eens saai zou kunnen zijn, maar we
hebben
ons geen seconde verveeld!