Australië Terug naar de kaart
Sydney - genieten van de stad en op zoek naar een auto - 28 juni t/m 8 juli
Door
New South Wales naar het noorden - 8 juli t/m 18 juli 2004
Fraser Island - 19 juli t/m 9 augustus 2004 (inderdaad... 3 weken....)
Verder naar het noorden langs de oostkust - 9 augustus - 25 augustus 2004
Door de outback naar Darwin - 29 augustus -
22 september 2004
Sydney - genieten van de stad en op zoek naar een auto - 28 juni t/m 8 juli
Sydney voelt gelijk goed! Het is zonnig, droog, zo'n 20 graden en de stad
heeft iets vriendelijks, relaxed, en tegelijkertijd een atmosfeer alsof 'het
hier allemaal gebeurt'. Vanaf het vliegveld regelen we een hostel in Kings
Cross, de backpackerswijk. Ze komen ons ophalen van het vliegveld en we checken
in in het sfeervolle oude pand met binnenplaats, grote keuken, allemaall gekke
hoekjes en trappetjes, leuke mensen en een prima sfeer. Dezelfde middag lopen we
nog even over de automarkt waar backpackers hun auto verkopen. De automarkt is
niet meer dan een stuk van een parkeergarage, 5 verdiepingen onder de grond,
verlicht met t.l.-buizen. Er staan een stuk of wat oude Holdens en een paar
busjes te koop. De eigenaren zitten er in campingstoeltjes bij of hangen wat
rond.
Sommigen lijken niet ver van een depressie, ofwel door het feit dat er
nauwelijks potentiele kopers te zien zijn of door de inspirerende omgeving waar
ze misschien al dagen in zitten. Vermoedelijk een combinatie van beiden. Er
staat één 4x4 (de enige op de hele markt) die ons wel wat lijkt, maar we hebben
verder helemaal nog niets gezien, weten niet wat het aanbod is en hoe de prijzen
liggen, dus we besluiten nog wat verder rond te kijken. Achteraf jammer, want er
blijken niet veel betaalbare, behoorlijk 4x4's te zijn, maar goed... dat weet je
van tevoren niet. De dag daarna gaan we eerst nog even wat andere dingen regelen
(bergschoenen laten verzolen en zo...) en nu we toch naar het centrum zijn
gelopen gaan we gelijk Sydney maar eens bekijken. We slenteren door de
winkelstraten richting de haven. De beroemde Sydney Harbour met z'n Harbour
Bridge en natuurlijk het Opera House is een heerlijke plek. Je kunt hier rustig
gaan zitten en je een middag vermaken met alleen maar om je heen te kijken. De
sfeer is relaxed, tegelijkertijd werelds en sprankelend en er is een hoop te
zien. Toeristen met zonnebrillen op terrasjes, lunchende expats strak in het
pak, af en aan varende bootjes, mannen in abseiluitrusting op het dak van de
opera en ver weg klink het verkeer wat hoog boven je over de Harbour Bridge
kruipt. We hangen hier een paar uur rond, nemen de brug en het operahuis van 25
verschillende hoeken op de foto en wandelen dan op ons gemak terug via het park.
Na deze relaxte dag vinden we dat we toch echt op autojacht moeten. We hebben
inmiddels op internet wat advertenties gevonden van mogelijk interessante
auto's, allemaal bij garages aan Parramatta Road. Dit zou een weg moeten zijn
met een aaneenschakeling van autohandelaren, dus we besluiten hier maar eens
naar toe te gaan. We nemen de trein naar de omgeving van de eerste dealer. Het
aanbod hier is echter niet veel, de olie druipt onder de auto's vandaan.... De
'aaneenschakeling' van autobedrijven blijkt hier te bestaan uit een paar
officiele merkdealers ...Porsche, Lotus....en dat is toch niet helmaal onze
prijsklassse. Na een tijdje rondegelopen te hebben gaan we dus een paar
treinstations verder ons geluk beproeven (Parramatta rd is kilometers lang....).
Wat even lastig is, is dat de brug over het spoor afgesloten is bij het station
waar we uitstappen en we dus aan de verkeerde kant van de spoorbaan uitkomen.
Een stukje verderop zien we een brug, maar het is niet helemaal duidelijk hoe we
daar kunnen komen. We gaan het maar eens vragen en we worden helemaal de andere
kant op verwezen naar een brug die daar het spoor oversteekt. Het blijkt een
flink eind lopen te zijn, het is warm en we hebben - stom genoeg - onze
wandelschoenen niet aangetrokken, dus er beginnen zich een paar blaren te
ontwikkelen. Eindelijk (na kilometers...) komen we bij Parramatta Rd. Het aantal
autobedrijven is hier wel een stuk groten, maar een auto in de prijsklasse die
wij zoeken staat er niet bij. We vinden nog wel de auto waar we een advertentie
van hadden gezien, maar die is in wel heel slechte staat en de mensen van het
bedrijf kijken ons aan alsof we marsmannetjes zijn in plaats van naar ons toe te
komen. Hier zijn we dus snel weer vertrokken. We zijn het gesjok langs auto's
aardig zat (zelfs Marc...), slaan op goed geluk ergens linksaf en komen dan op
een brug uit vlak bij het station. Dit was de brug die we in eerste instantie
zagen liggen. Via deze brug was het een paar honderd meter lopen in plaats van
de kilometers die we nu omgelopen zijn! (bedankt meneer de winkelier aan wie we
de weg gevraagd hebben....). Om even helemaal wat anders te doen gaan we 's
avonds lekker in de bioscoop de nieuwste Harry Potter film kijken...
's Morgens staan we vroeg op (5 uur) om Nederland-Portugal te kijken. Tot nu toe
hebben we nog geen wedstrijd van het EK gezien door het tijdsverschil en het
gebrek aan een t.v. Een stel Nederlanders in het hostel heeft ons overgehaald om
in de t.v.ruimte met z'n allen de halve finale te kijken. Dat hadden we beter
niet kunnen doen.. ondanks Marc z'n oranje broek en de oranje dingen die we
kunnen vinden (borden en kopjes) en op de t.v. zetten, wordt Nederland
uitgeschakeld..zoals jullie allemaal weten natuurlijk. Later blijk ik wel de
voetbalpoule thuis gewonnen te hebben... da's dan weer niet slecht...
We hebben nog één automarkt in de buurt niet gehad, dus daar gaan we vandaag ons
geluk maar eens beproeven. Bij het ontbijt hebben we al stapels advertenties in
de nieuwe Autotrader doorgeworsteld, maar alles is verspreid over heel New South
Wales en zonder eigen vervoer is dat niet zo handig. De automarkt dus maar
eerst.... Deze werd ons ook aanbevolen door een plaatslijke monteur, dus wie
weet. In ieder geval ziet het er netjes uit en worden we niet als marsmannetjes
behandeld. De eigenaar is een leuke vent en heeft een goed verhaal en een paar
handige tips. Hij heeft een auto die mogelijk in aanmerking komt, maar die heeft
hij hier momenteel niet staan. We spreken af om morgen naar die auto te komen
kijken. De rest van de middag doen we leuke dingen...
zwerven door Sydney en eindigen in een pub met 90 soorten Australisch bier in
The Rocks...
De auto blijkt te zijn wat we zoeken! Een 20 jaar oude Mitsubishi L300 4WD.
Shaun gaat er voor ons een bed en gordijntjes in maken en de nodige technische
checks doen en dan kunnen we 'm maandag ophalen. Dan zijn we de trotse eigenaars
van een echt 4x4 busje, compleet met kampeeruitrusting. Nu we (gelukkig) niet
meer op autojacht hoerven, kunnen we het weekend nog lekker van Sydney genieten.
We boeken 2 nachten bij in ons hostel. Hier blijken we weer een mazzeltje te
hebben. Toen we aankwamen hebben we een tijdje staan praten over het aantal
nachten, korting voor langer verblijf, etc. Wij wilden niet langer blijven dan
nodig, maar wel lang genoeg om op ons gemak een auto te kunnen kopen en Sydney
te zien en het hostel is nogal volgeboekt. Uiteindelijk hebben we toen 5 nachten
geboekt en betaald, waarbij we na 3 nachten naar een andere kamer moesten
verkassen. Nu we 2 nachten extra willen, blijkt hij die er al als optie ingezet
te hebben, maar we blijken pas voor 3 nachten betaald te hebben. Nu we er over
nadenken klopt het bedrag wat we betaald hebben ook beter voor 3 nachten, maar
wij dachten echt dat het voor 5 was. De jongen bij de receptie herinnert zich
het gesprek, geeft ons direct gelijk en... geeft ons de 6e en 7e nacht ook voor
die prijs. Als we maar wel onze mond houden, want onze 2-persoons kamer is nu
goedkoper dan een dormbed....
Het weekend in Sydney is heerlijk. We slenteren door de stad, drinken koffie op
een terras, lopen over de Harbour Bridge, maken stapels foto's en belanden weer
op een terras met een biertje. Op zondag hangen we net als de bewoners van
Sydney rond in het park en de botanische tuinen. Het zit hier vol met kakatoe's,
vliegende vossen en ibissen. Het is nog steeds een graad of 20. En die Aussies
maar klagen over de koude winter...
Terwijl Shaun maandag hard werkt om de auto op tijd in orde te krijgen, gaan wij
nog wat inkopen doen... een paar nieuwe kussens, jerrycans en een paar Australie
stickers om wat roestplekken op de neus weg te werken. Dan regelen we al het
papierwerk - auto op naam zetten, verzekeringen en we moeten nog wat dingen
regelen omdat er een kentekenplaat mist. We vullen een formulier in dat we die
zijn verloren en laten nieuwe opsturen naar Shaun. Hij zal die dan later naar
ons opsturen. Om 7 uur is alles rond en kunnen we op pad. We rijden over de
Harbour Bridge (!) naar een camping aan de rand van de stad en slapen in ons
eigen autotje!
We rijden naar de Blue Mountains, net buiten Sydeny om de auto eens goed uit te
testen. Hoewel je je hier zelfs in de bergen nog steeds in de buitenwijken van
Sydney waant, is het uitzicht mooi en zijn we toch lekker echt op weg. De auto
doet het prima, behalve dat hij nogal wat benzine verbruikt en in de bergen last
krijgt van naverbranding. We rijden dus met luid geknal over de weg. We zullen
Shaun vragen de afstelling na te kijken. Verder is het een heerlijk bakkie...
Ongemerkt zijn we toch aardig gestegen, want als we op een picknickplaats
stoppen om te lunchen, blijkt het een stuk kouder te zijn dan in Sydney. We eten
met ons jassen aan....
We overnachten op een camping in
Katoomba. We zitten inmiddels op zo'n 1000 meter en zeker nu de zon weggaat is
het hier gewoon koud. Bovendien is de stroom uitgevallen en het is dus
pikkedonker. Koken in de gezamenlijke ruimte is niet mogelijk... het licht (en
het elektrische kacheltje) doen het niet. Het bed is onze auto is te hoog om
rechtop te kunnen zitten, wat betekent dat als je niet lekker buiten op je
stoeltjes kunt zitten... zoals wij ons hadden voorgesteld... er maar een plaats
is waar we kunnen zitten en dat is voorin achter het stuur. Het is te koud om
buiten op ons gasstelletje te koken.... dus daar zitten we dan... We vinden
onszelf nu wel heel erg zielig, dus we rijden naar een winkel in een deel van de
stad waar ze nog stroom hebben en halen een fles cola en nacho chips, vinden in
het donker met moeite de camping terug, pakken een spel kaarten en maken het ons
gemakkelijk achter het stuur.... Na een paar uur gaat het licht weer aan en gaan
we alsnog koken in de keuken, waarbij we zo ongeveer in het elektrische
kacheltje kruipen. Het vriest buiten! 's Nachts word ik een paar keer wakker van
de kou. Als ik Marc de volgende ochtend vertel dat ik het koud heb gehad, kijkt
hij me verbassd aan en zegt: " Oh, ik vond het hier nogal benauwd, dus ik het
het raarm lekker opengezet". In het zonnetje is het overdag weer lekker, hoewel
er een enorme wind staat. We wandelen naar 'the three sisters' een paar
rotspilaren en bekijken watervallen en uitzichtpunten. De watervallen zijn op
deze tijd van het jaar niet zo spectaculair, omdat er een grote droogte heerst
hier. We rijden een route wat meer noordelijk en minder druk terug richting
Sydney. Ineens zien we een afslag naar bigalow camping. De weg ernaar toe is
alleen geschikt voor 4WD en is 10 km lang. Dat is een mnooie manier om onze 4x4
uit te proberen. Na 10 hobbelige kilometers door het bos komen we uit op een
grote vlakte. Er staan een paar auto's met mensen die hier gepicknickt hebben,
maar die gaan net vertrekekn. De hele 'camping' is nu voor ons. Het is een
terrein van het natioanl park met plaatsen waar je kampvuur kunt maken en
eenvoudige toiletten. Je bent hier echt in 'the middle of nowhere'. We zien hier
ook onze eerste Kukkaburra, een eigenwijze vogel die je continu in de gaten
lijkt te houden en als ze met een paar zijn het geluid maken van een troep apen.
Ik duikel m'n thermoondergoed diep uit m'n rugzak vandaan op, zodat ik geen last
meer heb van de kou en we slapen hier lang en heerlijk. De volgende ochtend
bakken we bacon en eieren in het frisse ochtendzonntje. Er gaat niet boven een
stevig ontbijt in de buitenlucht. M'n stoel staat een klein beetje in de schaduw
van een boom, maar dat geeft niet want daar draait hij zo wel achter vandaan (ik
denk hier niet eens echt bewust over na)... tot ik me een half uur later
realiseer dat ik alleen maar meer in de schaduw zit. Soms wordt je er ineens aan
herinnert dat op het zuidelijk halfrond de dingen allemaal precies andersom
gaan... de zon draait dus de andere kant op. Aan het einde van de ochtend rijden
we terug naar Sydney waar we Shaun nog wat dingetjes laten aanpassen aan de auto
en dan zijn we er helemaal klaar voor. We vertrekken naar het noorden, richting
de Pacific highway!
TOP
Het overnachten in nationale parken is ons goed bevallen, dus we willen graag
overnachten in Myall Lakes N.P. We stoppen in Bulahdelah om bij het visitor
center te informeren naar de mogelijkheden. De man achter de balie is super
enthousiast. Hij heeft zelf een fotoboek aangelegd met mooie plekjes in de
omgeving en aan de hand daarvan en met behulp van een kaart geeft hij ons een
uitgebreide omschrijving van het gebied. Zijn enthousiasme werkt zo aanstekelijk
dat we besluiten om hier maar een paar dagen te blijven. Eerst overnachten we
aan Bombah point. We hebben het rijk alleen in het bosgedeelte van de camping,
pal aan het meer. Je kunt hier vissen vanaf je campingplek en het zit hier vol
pelikanen en possums. 's Avonds spelen we een partijtje poolbiljart en drinken
we een biertje. De volgende ochtend nemen we het veerbootje en rijden we met aan
de ene kant het meer en de andere kant de duinen en direct daarachter de zee.
Bij Hawks Nest gaan we een stuk over het strand lopen. In de branding zwemt een
troep van zo'n 20 dolfijnen. Ze jagen door de golven, je snapt niet dat ze zo
mooi kunnen blijven zwemmen in het geweld van de golven. Zo te zien hebben ze er
nog lol in ook! Als we terugkomen bij de auto roept er ineens iemand iets en
wijst op de struiken. Het blijkt dat er vlak bij de auto roept er ineens iemand
iets en wijst op de struiken. Het blijkt dat er vlak bij de auto een flinke
slang opgerold ligt te zonnen. Hij is niet erg actief, maar lijk toch wel
degelijk te leven. We maken er een foto van en laten 'm verder met rust. Vanaf
de vuurtoren bij Seal Rocks hebben we uitzicht over de oceaan. Het is
walvissenseizoen, dus we hebben onze lunch meegenomen, zodat we hier op ons
gemakkie kunnen gaan zitten wachten tot er een walvis voorbij komt zwememn. En
jawel.... we hebben geluk, na een uurtje zien we een hoop gespuit uit het water.
Er zwemt op z'n gemakkie een bultrug voorbij.... We overnachten vannacht op een
primitieve camping aan het meer. Op het weggetje naar de camping zien we ineens
iets huppen...onze eerste kangaroe!
Nu zijn we echt in Australië! Het water in het meer is nog behoorlijk koud.
Jammer voor Marc, want z'n vishaak blijft vastzitten achter de rotsen, dus hij
moet het koude water in om z'n aas te redden. We staan te kletsen met een
Australisch stel (het enige andere stel dat hier kampeert) als de ranger
langskomt. Dat komt mooi uit, want dan kunnen we hem mooi even vragen welke
slang we een paar dagen geleden hebben gezien (weer een voordeel van een
digitale camera...). Het blijkt een carpetsnake te zijn, familie van de python
en (gelukkig) niet een van die 8 supergiftige slangen die in Australië wonen.
Automatisch komt het gesprek op giftige slangen en spinnen. Ze vertellen ons dat
er een miniscuul klein spinnetje is dat vooral veel voorkomt in toiletten en
douches. Ze hebben het met name voorzien op toiletbrillen. Een beet van dit
kleine spinnetje kan een volwassen mens in 10 minuten doden. Je begrijpt dat ik
vanaf nu zeer omzichtig het toilet bezoek.....
Via Port Macquarie en Macksville rijden we door richting Bellingen. Het is rond
koffietijd als we hier aankomen en dat blijkt een uitstekende tijd te zijn.
Bellingen is een klein gezellig plaatsje met aantrekklijke terrasjes en
uitstekende cappucino. Terwijl wij lekker van ons bakkie genieten oefent iemand
(met succes!) het spelen op een didgeridoo. Relaxter kan het bijna niet. We
maken ons met moeite los uit deze oase en rijden door naar het informatiecentrum
van het regenwoud van Dorrigo N.P. We staan een tijdje te praten met het meisje
achter de balie. Zij heeft zelf veel gereisd en is nu weer bezig zich aan te
passen aan het 'normale leven'. Dat lukt haar aardig door haar omgeving te
bekijken en dingen te ondernemen alsof ze op vakantie is. Die tip gaan we
maar onthouden...
Ze geeft ons tussen het uitwisselen van reisverhalen door ook nog de nodige tips
over de omliggende nationale parken en campings. Een van de campings is Platypus
Flats in Nymboi Binderang N.P. Op onze vraag of dit zomaar een naam is of dat je
hier inderdaad een Platypus (vogelbekdier) kunt zien, zegt ze dat die kans
absoluut aanwezig is. Meer overtuiging hebben we niet nodig. Het is 14 km
onverhard rijden en we moeten zelfs door een kreek waden (wat zijn we blij dat
we een 4x4 hebben gekocht), maar onze moeite wordt beloond. Platypus flats is
een groen open stuk in het bos, aan de rand van een rivier met picknickbanken en
een sceptictank toilet en verder helemaal niets.... en beter nog: helemaal
niemand... we hebben de plek voor onszelf.
De rest van de middag lees ik een boek en vist Marc in de rivier, wat een
ongecompliceerd leven! Dit deel van Australië is heel anders dan we hadden
verwacht. Ondanks de droogte nu is alles heel groen. Ze hebben hier prachtig
regenwoud en schitterende vogels in allerlei kleuren. Als het begint te
schemeren zie t Marc ineens iets bewegen in het water en ja hoor...daarzwemt een
vogelbekdier!
We hadden nooit gedacht die in het echt te zien. Hij duikt steeds weer onder en
dan staan we langs de waterkant te turen tot een van ons enthousiast roept dat
hij 'm weer ziet en dan volgen we 'm langs de kant van de rivier. Alsof hij een
show voor ons opvoert zwemt hij een paar keer ter hoogte van de camping heen en
weer. Dan wordt het te donker om nog wat te kunnen zien en gaan we wat te eten
klaarmaken. De volgende ochtend lummelen we wat rond tot de lunch... Inmiddels
hebben andere mensen dit mooie plekje ook ontdekt. Iemand loopt achter ons langs
terwijl we zitten te eten en zegt terloops: "pas op voor die grote zwarte slang
daar aan de waterkant". De waterkant is niet meer dan 2 meter van ons vandaan...
Voorzichtig gaan we kijken, maar de slang is als weg, ver kan hij niet zijn...
We vertrekken naar Cathedral Rock N.P. een droog steppelandschap met rotsen. Het
begint al wat te schemeren en dat betekent kangoeroetijd. Eerst stoppen we
enthousisast omdat we een kangoeroe zien, dan blijkt dat ze met z'n tweeën zijn.
Terwijl we proberen ze op te foto te zetten komt er nog een aangehopt.. en nog
een en nog een... het krioelt ervan! Van kleine rednecked wallibies tot grote
grijze kangoeroes. Eentje heeft een joey (een jonkie) dat nieuwsgierig z'n
koppie uit z'n moeders buidel steekt. Dat is echt een schattig gezicht.
Langszaam rijden we door het park, elkaar steeds weer aanstotend als er een
kangoeroe achter een rots vandaan springt. We vinden de overnachtingsplaats niet
zo mooi, dus rijden door naar New ENgland N.P. Ook hier weer tussen de
kangoeroe's.
We camperen weer van alles en iedereen verlaten. We maken snel nog een maaltijd
met 'baked beans' voor dat we voor de kou vluchten en de auto in kruipen.
Terwijl we staan te koken horen we een geluid en blijkt dat er een Spotted Tail
Quoll - zoals de ranger ons later vertelt achter ons zit. Een vrij zeldzame
verschijning. Er zijn er maar 30 van in het park. We zitten hier boven de 1000
meter en het koelt 's nachts weer flink af. De volgende ochtend worden we wakker
in een wereld bedekt met rijp...
Na een schitterende wandeling in alle vroegte met veel geklim en geklauter en
een praatje pot met een stel rangers die we later tegenkomen, vertrekken we weer
naar de beschaving... via Armidale naar Glen Innes.
We volgen nu de New England highway in plaats van de weg langs de kust en kunnen
daarmee een glimp opvangen van het pioniersleven. Glen Innes is een wat
slaperig, maar vrienlijk stadje waar we een beetje rondwandelen en overnachten.
Dan vervolgen we onze weg via Tenterfield en dan terug naar de kust om
uiteindelijk uit te komen bij Byron Bay. Byron Bay is een typisch
backpackersplaatje met terrasjes, kroegen, hostels, souvenirswinkels en
internetcafés en een hoop gezelligheid. Een heel andere wereld dus dan waar we
de laatste paar dagen in hebben rondgereisd. We lopen langs het strand het pad
omhoog naar de vuurtoren. Intussen bij het uitzichtpunt turend over de zee, op
zoek naar walvissen. Helaas zien we die vandaag niet, maar wel volop dolfijnen
en een zwarte vlek wat volgens de man naast ons een schildpad is. Er komt al een
tijdje een dreigende donkere lucht aandrijven, maar nu wordt de lucht ineens
pikzwart en barst open in een stortbui. We rennen de laatse 100 meter omhoog
naar de vuurtoren. Jammer genoeg is die dicht, maar als we ons plat tegen de
vuurtoren aandrukken aan de kant uit de wind, blijven we net droog.
Daar staan we dan samen met de 15 andere mensen die hetzelfde hebben bedacht
(natuurlijk zijn wij niet van die watjes, maar ging het ons er alleen maar om
onze camera te beschermen...). Gelukkig houdt de regen net zo snel weer op als
het begonnen is en wandelen we weer terug naar de auto.
De volgende dag besluiten we om maar eens wat kilometers te maken, dus we rijden
de grens over Queensland in en in een keer door naar Rainbow Beach. We komen
door het stadje Gympie, het moet een Nederlander met gevoel voor humor zijn
geweest die deze stad zijn naam heeft gegeven. We belanden op een camping aan
het strand. De kampeerplaasten zijn tussen de bomen en aangezien het al donker
is, zetten we onze auto op goed geluk ergens neer. Voor de toiletgebouwen moet
je een klein stukje terug lopen, het bos weer uit. Dat is op zich niet zo erg,
maar als je dan terug wilt zie je alleen maar een donker bos met hier en daar
lichtjes van tenten of campers en kampvuren... niet herkenbaar als onze eigen
kampeerplek natuurlijk... Op goed geluk volg ik wat paden en lichtjes en vind
redelijk snel na wat omwegen onze auto weer terug.... Het is alweer tijd om te
gaan slapen en na te denken wat we in Queensland allemaal zullen gaan doen...
Rainbow Beach is het vertrekpunt naar Fraser Island, een zandeiland waar je
alleen met een 4x4 kunt komen. Het lijkt ons onwijs gaaf om hier naartoe te
gaan, maar we willen eerst nog wel even wat informatie en advies. Tenslotte is
onze auto 20 jaar oud en een vierwiel aangedreven busje en geen grote stoere
terreinwagen met een enorme vrijloop. We moeten er nog wel een paar duizend
kilometer verder mee en we hebben geen idee wat we op Fraser kunen verwachten.
Dus we vragen het aan de campingeigenaar, bij de supermarkt, de viswinkel, de
toeristeninformatie en aan de ranger. Iedereen vertelt ons dat het makkelijk
kan, zolang je maar een 4WD hebt. De ranger voegt er nog aan toe dat we het
beste op de 'tourist tracks' en het strand kunnen blijven, dan hebben we
vrijloop genoeg. We zijn overtuigd, we gaan!
We slaan proviand in voor een paar dagen, kopen nog wat simpel gereedschap om
ons uit te kunnen graven en halen een permit en een reservering voor de boot. We
wachten nog even tot het tij laag genoeg is om op het eiland op het strand te
kunnen rijden en dan gaan we...
We hebben er onwijs veel zin en tegelijkertijd vinden we het ook wel spannend.
Het is nog een paar kilometer rijden naar Inskip Point waar de boot vertrekt.
Het is ons plan om op de boot onze bandenspanning te laten aflopen, want je
schijnt aan de ander kant zo het strand op te rijden. We naderen Inskip Point en
zien de boten al liggen en zitten te kijken welke we moeten hebben, als ineens
het asfalt eindigt en overgaat in een zandpad. We stoppen en schakelen over in
4WD. Het pad gaat vrij plotseling over in een diep zandspoor wat naar een van de
boten leidt, het strand op. Er liggen 3 boten en op allemaal staan ze te zwaaien
en naar ons te wenken. Opeens zien we dat we een reservering hebben voor de
meest rechtse boot. Dat hebben zij ook in de gaten en iedereen wijst nu naar de
rechter boot, terwijl het spoor naar de linker boot leidt. Nu moeten we uit het
diepe spoor zien te rijden, terwijl onze banden nog keihard zijn. Stoppen om
naar laag 4 te schakelen betekent ook dat we snelheid verliezen, dus we gokken
het erop. Dat gaat natuurlijk niet meer lukken... we staan muurvast in het mulle
zand. Dat begint goed! We laten onze bandenspanning aflopen en met een duwtje
van de jongens van de boot rijden we de boot op. We zijn de enige en de boot
vaart speciaal voor ons naar de overkant. We zijn er in 20 minuten... Nu de boot
af.. kijken of dit beter gaat.. De boot legt aan op het strand, de klep zakt, we
rijden voorzichtig de boot af en ja... we rijden op het strand! Dit is geweldig!
Het strand is breed en na het eerste mulle stuk, rijden we zoveel mogelijk op
het harde gedeelte van het strand. Af en toe komt ons een andere 4x4 tegemoet,
allemaal grote stoere wagens en wij rijden hier met ons eigen busje!
Er staat aardig wat wind, het zand waait over het strand, de branding buldert
woest naast ons en de zon schijnt. Dit is een spectaculair gezicht. Mensen zie
je bijna niet op het strand, met uitzondering van wat vissers die staan te
vissen in de branding of in het zand op zoek zijn naar aas. Niemand zwemt, de
stroming is te gevaarlijk en er zitten hier gevaarlijke haaien. We rijden in een
keer door naar Eurong. Als we er bijna zijn weten we niet wat we zien. Voor ons
landt een vliegtuig op het strand! Dit is echt een andere wereld. Na even
rondgekeken te hebben in Eurong- niet dat er veel te zien is- en een pie gegeten
te hebben bij de bakery, nemen we een van de paden die dwars over het eiland
gaan. Dit is echt terrein rijden (bedankt Kees en Mieke voor al jullie lessen!).
Het zand is mul en de sporen zijn diep uitgesleten en er zitten flinke kuilen in
het pad. Waar het pad omhoog loopt hebben ze wel matten ingegraven zodat je
makkelijk omhoog komt. Onze Wombat (zo noemen we de auto) houdt zich uitstekend
en brengt ons moeiteloos naar Central Station, waar we midden in het bos
overnachten. De volgende dag rijden we een toeristische route langs meren en
door het bos. Het is maar 30 km, maar we doen er 3 uur over. Het is compleet
duidelijk waarom je hier alleen met een 4x4 kunt komen.
Eerst komen we langs lake McKenzie. Het is hier werkelijk schitterend. Het
strand is spierwit en het glasheldere water azuurblauw. Het strand wordt omzoomd
door regenwoud. Lake Wobby is heel anders. Dit water is smaragd groen en het
grenst aan een enorme zandduin. We zitten een tijdje aan de rand van het meer te
kijken naar een stel roofvogels boven het meer. Een van de vogels vangt een vis
uit het meer. Met onze verrekijker zien we ze met de vis in hun nest in de bomen
verdwijnen. We wandelen terug naar de auto, dit keer omhoog de zandduin op...
Het zandpad eindigt uiteindelijk op het strand. We komen daar precies aan op het
moment dat het tij goed is om op het strand te rijden. We gaan naar het noorden,
passeren voorzichtig de diep in het zand uitgesleten Eli Creek en een
scheepswrak en camperen uiteindelijk bij Dundubara.
De volgende ochtend kunnen we nog niet het strand op met de auto, het tij is pas
laag genoeg na de lunch, dus gaan we eerst een stuk wandelen door het bos en dan
dwars over een zandduin. Het lijkt wel alsof we door een woestijn lopen. We
springen van duintoppen, glijden op ons kont van opgewaaide zandhopen en
gedragen ons als kleine kinderen in een enorme zandbak. Na de lunch rijden we
het strand weer op. Althans.. dat is de bedoeling, maar de diep uitgesleten
sporen zijn te diep voor onze arme Wombat, dus we lopen vast. Gelukkig zijn de
mensen achter ons bereid om even te helpen graven - ze kunnen weinig ander, we
blokkeren de doorgang... en een andere auto sleept ons eruit. Toch goed dat we
een sleeplint en een schep hebben gekocht!
We rijden over het strand terug naar het zuiden. Het plan is om in de buurt van
Dilli Village te overnachten en dan morgenochten vroeg, als het tij nog laag is,
terug te rijden naar de barge en over te varen naar het vastland. We stoppen nog
even in Eurong bij de rangerspost om een nacht camping permit bij te boeken,
maar er is niemand dus we doen het telefonisch (we hebben zowaar ontvangst met
onze mobiele telefoon hier..)
Als alles geregeld is rijden we weer door, maar na een paar honderd meter begint
de motor ineens een onheilspellend geluid te maken. Je kunt natuurlijk wel af en
toe een gek geluid verwachten bij een 20 jaar oude auto, maar dit geratel klinkt
als serieuze shit.
Daat staan we dan midden op het strand... niemand te zien en over twee uur komt
het tij op... We besluiten om Shaun maar eens te bellen, tenslotte heeft hij ons
gezegd dat we 'm moesten bellen als er iets was. Hij bevestigt ons vermoeden....
hoewel hij telefonsch natuurlijk niet precies kan vaststellen wat er aan de hand
is, klinkt dit als een serieus probleem en moeten we zien dat we van het strand
afkomen en niet meer rijden met de auto. Het is inmiddels tegen vijven en we
kunnen ons vandaag toch niet meer van het eiland laten slepen. De rangers die
inmiddels op hun post zijn en de ik om hulp ga vragen verwijzen ons vriendelijk
naar de 'tow-service'. Maar die bewaren we maar even voor morgen... we hoeven nu
alleen maar van het strand af en slepen kost waarschijnlijk kapitalen.
Heel langszaam en voorzichtig rijden we naar de strandopgang bij Eurong, maar
door het mulle zand de strandopgang op wordt onherroepelijk te veel voor ons
autootje. Gelukkig is er een vriendelijke backpacker die ons een klein stukje
wil slepen... Nu staan we in ieder geval veilig voor het tij. Het blijkt dat er
een monteur is op het eiland, zo vertellen ze ons in Eurong. Als we 'm opbellen
zegt hij dat we naar hem toe moeten komen rijden... terug het strand op en een
afrit verder er weer af... kunnen we weer terug! Er zit niets ander op, dus heel
voorzichtig rijden we de auto naar de monteur.
De 'garage' is niet te missen. Langs het zandpad vinden we een soort schuur van
golfplaten naast een huis, omgeven door autowrakken en een hoop oude rommel.
Peter, de monteur, komt naar buiten en mompelt iets onverstaanbaars. In z'n
kleren zitten scheuren en vlekken die er nooit meer uit gaan. Z'n haar ziet
eruit alsof ze op Fraser geen kapper hebben en hij geen zin heeft de moeite te
nemen daarvoor naar het vaste land te gaan. In z'n ene hand heeft hij een
sigaret en in de andere een blikje bier in een 'stubby cooler' - geen Aussie
schijnt zonder te kunnnen. Er hangt een lucht om hem heen die doet vermoeden dat
dit niet z'n eerste biertje is vandaag. Hij werpt een snelle blik in de motor
maar zegt, terecht, dat het te donker is geworden om iets te kunnen zien. We
parkeren de auto bij het huis er tegenover, wat zijn vakantiehuis blijkt te zijn
dat hij verhuurt. We mogen het huis gebruiken om te douchen en te koken. We
kunnen er zelfs blijven slapen als we willen - hij heeft alles net
schoongemaakt... Maar we slapen eigenlijk net zo lief in de auto, we weten nog
niet zo goed wat we van deze Peter moeten denken... We lopen het huis binnen om
daar even een boterham met pindakaas te eten... we hebben absoluut geeen zin om
te koken. We zijn moe en maken ons zorgen om de auto. Het huis wordt verlicht
met 'gezellige' t.l.buizen en staat vol met bedden en banken die eruit zien
alsof er best een een familie bedluis in zou kunnen wonen. Er liggen
ondefinieerbare kruimels (of muizekeutels) op de grond en er hangen de nodige
spinnewebben. Achter de koelkast zit een enorme gecko... We blijven hier niet al
te lang, maar gaan vroeg slapen...
Tegen onze verwachting in staat Peter de volgende ochtend om 9 uur klaar om aan
onze auto te beginnen. Dat valt dan weer mee! Eerst worden de voor de hand
liggende dingen nagekeken, die steeds niet het probleem blijken te zijn., Meer
en meer onderdelen worden uit de motor gehaald en Peter verdwijnt dieper en
dieper onder de motorkap - of eigenlijk onder de voorstoelen, want daar ligt de
motor - om de juiste diagnose te stellen. Af en toe vloekend en tierend vanuit
de diepte. We weten nog steeds niet hoe dit gaat aflopen en worden er niet
vrolijker van, maar we leggen ons gelaten neer bij de situatie en wachten
geduldig af. Het huis blijkt er bij daglicht een stuk beter uit te zien dan we
in eerste instantie dachten. Het is hier en daar wat stoffig, maar zeker niet zo
ranzig als onze eerse indruk was. Dat is maar goed ook, want tegen de avond ligt
onze hele auto open en er is dus geen sprake van dat we in onze auto kunnen
slapen. We nemen dus onze intrek in het huis. Eigenlijk best relaxed... onze
eigen slaapkamer, keuken, badkamer, woonkamer....
Vrijdagochtend (de volgende dag) stelt Peter definitief vast wat er met de auto
aan de hand is.. de motor heeft het volledig begeven. Eén van de lagers is
helemaal versleten en heeft een groef gesleten in de krukas. Er is eigenlijk
maar één manier om dit probleem te verhelpen en dat is de complete motor
vervangen. Het zal niet makkelijk worden om een motor te vinden, want de meeste
Mitsubishi's L300 zijn motorisch niet geweldig volgens Peter (hij drukt het nog
iets sterker uit...). We zijn niet de eerste die hier gestrand zijn met
een L300. Zijn garage ziet eruit als een Mitsubishi-museum. Maar als er
een goede motor te vinden is, is de reparatie nog steeds goedkoper dan de auto
afschrijven en een nieuwe kopen, dus het is het proberen waard. Wij zijn allang
weer in een goed humeur, zeker nu we weten waar we aan toe zijn. Je weet dat je
dit risico loopt als je een oude auto koopt en het is tenslotte maar geld (klint
blasé, maar het is wel zo.) We moeten eigenlijk wel om de situatie lachen. We
lijken hier een tijdje vast te zitten en weer gekke dingen mee te gaan maken.
Dit is het verschil met gewoon op vakantie zijn.
We hebben inmiddels ook kennis gemaakt met Peter's buurman Tuk. Dit is eigenlijk
zijn achternaam, maar niemand kan zich zijn voornaam herinneren. Tuk heeft een
enorme baard en haardos, loopt altijd op blote voeten, woont in een soort schuur
en heeft een tafel buiten staan vol met serviesgoed wat nooit afgewassen wordt,
maar af en toe schoongespoeld wordt door de regen. Tuk helpt Peter af en toe met
z'n garage wat er in de praktijk op neer komt dat ze contnu 'discussiëren' over
de beste oplossing en lopen te bekvechten als een stel oude wijven. Peter gaat
wat telefoontjes plegen om te zien of iemand een L300 motor heeft. Hij heeft
snel geluk! In Hervey Bay heeft iemand een L300 staan waarvan de motor nog goed
is. Na wat onderhandelen kunnen we die voor $1000,- kopen, als we 'm meenemen
met auto en al, cash betalen en 'm dezelfde middag nog op komen halen. Dat wordt
'n strakke planning. De boot naar het vastland gaat om 2 uur en om half 4 weer
terug. Dat geeft ons drie kwartier om geld te pinnen en de koop te sluiten als
de verkoper kan zorgen dat hij met de auto bij de haven staat. We hebben nog een
half uur voor we weg moeten om de boot te halen, dus om meer tijd te hebben op
het vastland gaan wij kijken of we bij het resort in Eurong geld kunnen halen op
onze credit card. Normaal kun je maar $200,- opnemen, maar we leggen uit waar
het voor is, het meisje vraagt het aan de manager en het is goed. Maar ze hebben
niet zoveel geld in kas, dus ze moeten het een en ander verzamelen bij het
restaurant, winkel, enz. Precies om 1 uur hebben we ons geld en komen Peter en
Tuk aanrijden. Tuk gaat mee om te helpen de L300 terug te rijden. Marc stapt in
en daarmee is de auto vol. Ik wandel terug naar Peter's huis. Peter vraagt nog
of ik 'n oogje op z'n moeder wil houden terwijl ze weg zijn. Z'n moeder is bijna
80 en vanmorgen gearriveerd voor een weekje vakantie bij haar zoon. Het is een
aparte vent die Peter... maar kom niet aan zijn moeder.
Na een uur of 2 komt Peter's auto aanrijden., Blijkbaar heeft hij Tuk en Marc op
de boot gezet en is hij zelf al teruggekomen. Tot mijn verbazing zitten ze alle
drie in de auto. Hebben ze de boot gemist? Het blijkt dat de verkoper belde toen
ze bijna bij de boot waren. Hij had geen Mitsubishi, maar een Toyota! Een garage
die niet weet welk merk hij heeft staan, dat verzin je niet! Ons mooie, strak
uitgewerkte plan was dus voor niets! Inmiddels is het te laat om nog verder te
bellen op zoek naar motors, dus we zullen tot na het weekend moeten wachten.
Peter wordt gebeld door 'n stel backpackers die vaststaan bij Eli Creek. De auto
wil niet meer starten. Peter en Tuk gaan ze redden en ze vragen of wij zin
hebben om mee te gaan. Allerlei gereedscahp wordt achterin Tuk's auto - een oude
Lada Niva - geladen. Wij kruipen op de bank achterin. De startmotor van de auto
is kapot, dus om te starten - je gelooft het niet- wordt de auto aangezwengeld.
Als de auto loopt en we allemaal goed en wel in de auto zitten, roept Peter
ineens dat hij iets belangrijks vergeten is en springt de auto weer uit. Zeker
nog wat gereedschap nodig of zo... Een paar tellen later is hij terug met een
klein koeltasje (zo te ruiken normaal gebruikt voor visaas) vol met blikjes
bier.... Tenslotte is Eli Creek zeker een half uur rijden over het strand, dus
stel dat je dat zonder bier zou moeten doen... We rijden met ieder een blikje
bier in ons hand en zo komen we aan bij het stel met autopech. Ze staan wat
vreemd te kijken als dit de monteurs blijken te zijn waar ze op staan te
wachten, maar Peter en Tuk krijgen snel en handig de auto weer aan de praat. Ze
staan nog vreemder te kijken als Tuk z'n auto weer moet aanzwengelen om weer weg
te kunnnen... Het is ook geen gezicht! Op de terugweg drinken we een biertje uit
de koeltas... de blikjes ruiken heerlijk naar vis!
Vanaf vandaag delen we het huis met Peter's moeder. Peter drukt ons op het hart
dat dat alleen mag als we geen herrie maken als z'n moeder naar bed gaat (om 7
of 8 uur). We zijn allang blij dat we een plek hebben om te slapen, bovendien is
z'n moeder een aardige vrouw, bijzonder actief voor d'r 80 jaar en enorm goed
verzorgd (Peter lijkt dus niet erg op z'n moeder). Als je eenmaal met haar
begint te praten houdt ze niet meer op! Het weekend gebruiken we om alvast de
motor uit de auto te sleutelen. Niemand trekt zich hier iets aan van normale
werktijden. Ze leven hier op 'Fraser time', wat ook betekent dat ze overal de
tijd voor nemen..... Marc helpt Peter met sleutelen. We hebben toch niets anders
te doen en zo houden we de gang erin.
Maandag wordt er druk gebeld, op zoek naar een motor, maar zonder resultaat. We
roepen de hulp van Shaun weer in, die ons dinsdag terugbelt met een
telfoonnummer van iemand met een motor beschikbaar. We laten Peter bellen om de
technische details door te nemen. De motor blijk prima, geïmporteerd uit Korea,
pas 70.000 km gedraaid en zelfs met garantie. De creditcard wordt getrokken, de
nodige details uitgewisseld en de motor gaat onderweg richting Fraser Island.
Tussen al het wachten en bellen door helpt Marc Peter met een verbouwing aan z'n
huis, ik maak het vakantiehuis een beetje leefbaar, we maken kennis met de halve
eilandbevolking, kletsen over niets en drinken de nodige biertjes (je moet je
een beetje aanpassen aan de lokale bevolking). We breiden ook ons Aussie
vocabulaire flink uit. Zo is er 'heaps of food' in the fridge, roept iedereen
'no worries mate', 'no drama', 'she'll be 'right', 'see yous later', is het te
pas en te onpas 'beer o'clock', is een 'bloke' getrouwd met een 'sheila', gaat
de vis in een Esky (ook al die is van een ander merk), zijn beginnende surfers
'sharkbiscuits', komen 's avonds de 'mozzies', terwijl we het vlees op de
'barbie' doen en halen we boodschappen bij 'Woolies' (Woolworths).
We maken ook nader kennis met de dingo's. Dingo's zijn wilde dieren, maar lijken
uiterlijk op honden. Fraser is de enige plek waar nog raszuivere dingo's
voorkomen. Je wordt over het hele eiland voor ze gewaarschuwd. Ze hebben het
gemunt op je eten en kunnen gevaarlijk zijn voor kleine kinderen. In de buurt
van Peter's huis zitten ze volop. Af en toe komen ze een kijkje nemen, maar
zolang je niets te eten voor ze hebt laten ze je met rust. Wij vinden het
eigenlijk wel leuke beesten. 's Avonds lopen ze aan de rand van het bos, te azen
op voedsel. Af en toe zie je hun ogen oplichten in het bos, net wolven...
Ze zijn wel vreselijk brutaal. Op een nacht gaan ze er met onze vuilnisbak
vandoor en ze bijten hele stukken uit een matras dat Peter op de veranda heeft
liggen. Bij Peter lopen ze zelfs op klaarlichte dag door de openstaande deur
naar binnen en jatten ze het eten uit de keuken. Schooiers zijn het!
Woensdag gaan we met Daryll en Wendy een dag vissen. We moeten vroeg op om
optimaal van het tij te kunnen profiteren. Eerst moeten we op het strand aas
zien te vinden. We dachten dat ze een geintje maakten toen ze zeiden dat ze dat
met vissekoppen deden, dus we staan enigszins raar te kijken als Daryll een
ongelooflijk stinkende emmer te voorschijn haalt met daarin een soort
sinaasappelnet vol met visafval. Aan het net zit een touw, zodat je de zak door
de branding kunt bewegen. Dit trekt een soort zandpieren aan, die hun kop boven
het zand uitsteken als ze de vis ruiken. Daryll houdt ze een stukje vis voor en
als hij 'beet' heeft, grijpt hij ze achter hun kop en trekt ze uit het zand. Die
beesten blijken een halve meter lang te zijn! Het vangen is niet zo makkelijk,
want de wurmen zijn supersnel, maar na een tijdje hebben we genoeg om te kunnen
vissen. De eerste visstek levert niet zoveel op, dus we rijden helemaal naar
Indian Head. Hier zoeken we een comfortabel plekje op de rotsen waar Wendy en ik
op ons gemak toekijken hoe Daryll en Marc de ene vis na de andere binnentakelen.
Het water onder ons is zo helder dat je de scholen vissen kunt zien zwemmen. We
zien een Spanish Makrel van 2 meter en een paar Eagle Rays (roggen). Het tij
komt op en de golven onder ons slaan tegen de rotsen. Wendy en Daryll worden
blij (?) verrast door een koude golf water net als Daryll voor de camera staat
te pronken met z'n net gevangen vis. Ze zijn tot op hun ondergoed nat... Nu we
toch bij Indian Head zijn klimmen we naar boven. Het uitzicht over het eiland en
de zee is geweldig. Jammer dat er net een groep andere toeristen op de rotsen
zit, waaronder een Amerikaans meisje dat duidelijk maakt waarom er shirts zijn
als 'I have too much brains to be a backpacker' als ze zegt "is there another
place in the world where the horizon is round?"..... We rijden snel terug om te
lunchen met onze vers gevangen, gebarbecuede vis.
Donderdagochtend horen we dat onze motor is gearriveerd in Hervey Bay. Toevallig
gaat Tuk vandaag naar het vasteland, dus we kunnen met hem mee. We halen de
motor op en doen gelijk wat boodschappen. Dat is maar goed ook, want op het
eiland is niet veel meer te koop dan een witbrood , dus we waren aardig aan het
eind van ons proviand. We komen met de laatste boot terug op het eiland. Tijd
voor de barbie! De dagen hierna zijn Marc, Peter, Tuk en Daryll druk met het
aanpssen van de motor om 'm pasklaar te maken. Het werk schiet niet altijd op,
je moet hier geduld hebben. Regelmatig komt er iemand langs om 'n praatje te
maken of belt er iemand dat 'ie ergens met autopech staat. Peter's moeder
vertrekt vrijdag naar huis en nu hij haar gezelschap 's avonds moet missen
nodigt hij ons en Tuk uit om bij hem te komen eten. Peter's huis ziet er uit
zoals je van hem kunt verwachten. Bij gebrek aan een tafel eten we aan het
biljart.
De dag daarna eten we oesters bij Peter. Die halen ze hier gewoon zelf vers van
de rotsen. We barbecuen ook regelmatig zelfgevangen vis. Marc vist de wijting
uit de branding met een hengel die zo licht is dat je er thuis niet over zou
denken om er mee op zee te gaan vissen en ik verzamel het aas. Als er een
bobbeltje op het zand zit, zit op die plek vaak een pipi, een schelp die je kunt
opgraven en als aas kunt gebruiken (de inhoud dan natuurlijk). Zaterdagavond
gaan we in de pub rugby kijken. Australië speelt tegen Zuid-Afrika. Een
spannende wedstrijd en een supersfeertje.
De motor is inmiddels klaar om teruggehangen te worden in de auto. Dat valt nog
niet mee. We werken nou eenmaal niet in een geavanceerde garage me een brug.
Alle onderdelen liggen verspreid over een betonplaat, direct grenzend aan het
zand. Om de motor weer terug onder de voorstoelen te krijgen wordt 'ie aan een
paal bevestigd, die wordt door de deuren van de auto heen gestoken en met 4 man
wordt de motor in het gat getild. Peter sluit alles weer aan. Alle werkt, maar
de motor lekt olie. Dat kan komen doordat de motor een tijd op de plank heeft
gestaan. Peter gaat spul bestellen wat je door de olie kan gooien en mogelijk
het probleem kan verhelpen. Maar bestellen kan pas maandag en dan moet het met
het vliegtuig komen, dus dat wordt dinsdag. Wachten dus maar weer... In de
tussentijd helpt Marc Peter met de verbouwing en lig ik vooral veel op het
strand...
We maken ook nog even kennis met de Australische bureaucratie. Shaun belt
maandag dat er iets niet goed is gegaan met het overschrijven van de auto. We
hebben en kopie van Marc's paspoort bijgevoegd, maar die had getekend moeten
worden door een politieagent o.i.d. als bewijs dat we zijn wie we zeggen dat we
zijn. Dit moet nu alsnog gebeuren en er moeten wat formulieren worden ingevuld.
Opsturen zou veel te lang duren, dus we gaan op zoek naar iemand met een
faxmachine. Het taxibedrijf verderop heeft er een dus we vragen of we daar een
fax mogen ontvangen. Als de papieren binnen zijn vullen we ze in en gaan op zoek
naar de enige politieagent van het eiland. Hij is niet op z'n post, maar aan het
einde van de dag zien we 'm rijden en hij belooft de volgende dag langs te
komen. Dat doet hij inderdaad. Hij ziet de stapels papier, kijkt ons eens aan en
vraagt "waar moet ik tekenen zonder alles te hoeven lezen?". Dat is dan ook weer
geregeld... We regelen bij Peter een envelop en een postzegel en gooien alles op
de post. Het kan even duren voor het bij Shaun is, want de brievenbus wordt hier
maar 2 keer per week geleegd.
Dinsdag zou ons pakketje met oliesmeersel en een v-snaar in het vliegtuig moeten
zitten, maar er is niets afgegeven bij de winkel. Ze heben het echt weggestuurd
van het vastland, dus gaan maar eens op zoek naar de piloten om te zien waar het
gebleven is. We vinden het pakketje bij de piloten in het pilotenhuis, nu kennen
we geloof ik echt iedereen op het eiland! De maat van de v-snaar blijkt niet
goed. Peter zei dat je de binnenmaat moest opmeten, maar het moet de buitenmaat
zijn. Er zit niets ander op dan 'n nieuwe te bestellen. Intussen leggen we er
een oude band om, zodat we kunnen proefrijden. De auto loopt prima! Maar de olie
blijft lekken... na een paar dagen gutst het eronder uit... het lijkt alleen
maar erger te worden! Dit kan echt niet, dus Peter gaat het nog maar eens van
dichtbij bekijken. Het blijkt dat Daryll en Tuk de carterbak hebben vastgelijmd
met lijm die wordt opgelost door olie! De hele carter moet er dus weer onderuit
(gelukkig hoeft de motor er niet opnieuw uit!) en opnieuw gelijmd met siliconen.
Intussen pik ik een nieuwe v-snaar op bij de piloten. Weer de verkeerde maat! We
besluiten om dat maar te laten zitten en de v-snaar zelf te vervangen op het
vastland. Nog een paar rondjes testrijden over het strand en we verklaren de
auto voor gerepareerd. Niet te geloven, we zitten hier inmiddels bij 3 weken. En
het waren bijzondere weken....
We blijven nog 2 dagen om Peter te helpen het dak op zijn huis te bouwen en dan
kunnen we eindelijk vertrekken. Peter rekent een heel schappelijk bedrag voor
alles. Hij rekent het uurloon voor de 'locals' en we krijgen extra korting omdat
Marc geholpen heeft met het huis. Maandag vertrekken we naar de boot. In plaats
van over het strand naar Rainbow Beach, gaan we dwars over het eiland naar de
boot naar Hervey Bay. Dit is iets langer varen, maar het scheelt ons over land
heel wat kilometers rijden. We hebben nog een retourtje van Rainbow Beach, maar
dat kunnen we gewoon gebruiken als we iets bijbetalen. We moeten weer afscheid
nemen als we vertrekken... er mogen hier dan de nodige aparte types wonen, maar
stuk voor stuk hebben ze het hart op de goede plaats. De weg naar de boot is
zwaar en de auto maakt een paar flinke klappen. Hij loopt niet helemaal mooi als
we bij de haven aankomen, als dat maar goed gaat... We rijden de boot op - ons
kaartje wordt niet gecontroleerd - en we genieten van de zon, de zee en het
uitzicht. Na een half uurtje leggen we aan. Terug in de bewoonde wereld!
Het is vreemd om weer in de bewoonde wereld te zijn. De auto loopt niet echt
lekker, dus we kopen maar wat eenvoudig gereedschap, je weet maar nooit. Na drie
weken op Fraser Island gezeten te hebben, willen we graag een beetje kilometers
maken, dus we rijden in ee paar dagen via Childers en Rockhampton naar MacKay.
Het landschap verandert en het weer wordt steeds warmer. Bij Rockhampton
passeren we de keerkring en rijden we de tropen in. De wegen zijn hier minder
druk dan in New South Wales, de vogels zien er tropisch uit (felgekleurde
papagaaien) en het landschap bestaat uit suikerriet, suikerriet en nog meer
suikerriet. Langs de weg verkopen ze mango´s en watermeloenen. De auto had wat
kuren, maar Marc heeft ´m zelf(!!!) opnieuw afgesteld en nu loopt ´ie weer
prima. We hebben besloten weer lekker op ons gemak te gaan doen.
Waarschijnlijk halen we het dan niet helemaal teug naar Sydney, maar dat is dan
maar zo. We zien wel....
Vlak na MacKay ligt Cape Hillsborough National Park en daar gaan we vannacht
overnachten. We draaien net van de hoofdweg af als het olielampje ineens gaat
branden. Shit, wat nu weer! Het blijkt dat alleen de sensor losgeschoten is,
niets aan de hand dus. Maar nu zien we gelijk dat de nulkabel van de accu
loshangt en dat de bewuste v-snaar die we op Fraser in diverse maten hadden
besteld en uiteindelijk niet hadden vervangen, gebroken is. Stom dat we nog geen
nieuwe hebben gekocht. Deze is gelukkig alleen om de accu op te laden, dus het
kan niet direct kwaad. We rijden verder naar Cape Hillsborough, een schitterend
National Park aan het strand.
´s Avonds maken we een groot kampvuur. ´s Morgens huppen de wallibies over de
camping. We zullen terug moeten rijden naar MacKay om een v-snaar te kopen. Als
we het nationaal park uitrijden, rijden we ineens in een wolk van vlinders. Er
fladderen letterlijk duizenden schitterende blauwe vlinders om ons heen. We
kunnen niet harder rijden dan 30, anders zouden ze tegen de voorruit te pletter
vliegen. En dit gaat zo een paar kilometer door. Het lijkt wel of we door een
sprookjeswereld rijden! In MacKay kopen we een v-snaar die we op het
parkeerterrein van de winkel vervangen. We zien er lekker a-sociaal uit zo, maar
ach... met al die ploffende, piepende, krakende backpackersbusjes hier kijken ze
volgens mij nergens meer van op.
De volgende stop is Airlie Beach, uitvalsbasis voor de Withsunday Islands. We
zitten een beetje in twijfel wat we zullen doen, je kunt hier zeilen en
snorkelen, maar het echte rif is nog te ver uit de kust. Je kunt je af laten
zetten op een ´onbewoond´ eiland en daar kamperen, maar we hebben net 3 weken op
een eiland gezeten.... We zijn direct verkocht als we zien dat er een
mogelijkheid is om een middag te gaan zeilen op een originele America Cup
zeilboot. En dus stappen we de volgende middag op de ´Steak-n-Kidney´ en zeilen
we een ´echte´America cup race tegen de Australia. We zeilen volgens de America
cup regels. De enige uitzondering is dat de rakken ingekort zijn. De bemanning
is fanatiek en het is een eer om van de andere boot te winnen, ook al zeilen ze
dagelijks op deze boten. Als je meevaart mag je relaxed toekijken of fanatiek
meedoen, net wat je wilt. Gelukkig is iedereen bij ons op de boot (ongeveer 10
mensen) lekker fanatiek; we willen winnen! Dus dat betekent 3 uur lang in de zon
en de wind, verzuurde armspieren van het draaien als de monkey grinders, stomweg
luisteren naar de commando´s van de bemanning en op momenten van rust genieten
van het uitzicht. Het is moeilijk te bepalen wat helderder blauw is, de lucht of
het water. Ons harde werk wordt beloond... we liggen ruim voor op de Australia.
Jammer genoeg blijkt bij het laatste rak dat iemand van de bemanning die die dag
vrijheeft de verkeerde spinaker heeft ingepakt (tot grote ergernis van de
huidige bemanning...) Dit kost ons zoveel tijd, dat we toch nog verliezen. De
tweede race nemen we revanche en winnen we ruim. Onze prijs is eeuwige roem. Wat
een heerlijke dag!
We trekken weer verder naar het noorden en stoppen bij een gehucht zo´n 60 km
onder Townsville: Alva Beach. Er is hier geen toerist te bekennen, alleen
vissers en Australische vutters die gevlucht zijn voor de koude winter in het
zuiden (grey nomads noemen ze die hier). Het strand is hier schitterend met
aparte meren die zich achter de laatste zandstrook vormen. We lummelen hier
lekker een dagje rond. We staan alleen wat raar te kijken als ´s morgens
ladingen roet naar beneden komen dwarrelen.. zelfs onze theekopjes zijn niet
veilig. Het blijkt dat er een nabijgelegen suikerrietveld in brand is gezet. Dat
is normaal voordat ze het riet kunnen oogsten. We vluchten met ons ontbijt onder
een afdak en wachten tot de roetbui weer over is...
Via Townsville gaan we dan naar Paluma Ranche National Park. We picknicken aan
een prachtige plek bij een beek in de bergen met een aantal heerlijke koele
´waterholes´ waar we lekker even onze voeten in laten hangen. Na de lunch dalen
we het slingerende bergweggetje weer af. We zijn net weer beneden als we zien
dat de temperatuur van de auto oploopt. Wat nu weer! Het blijkt dat de slang van
de radiator losgeschoten is. Het is dus gelukkig niet meer dan een kwestie van
de slang vastzetten, even af laten koelen en opnieuw vullen met water, maar we
worden er wel een beetje moe van. We camperen vanavond in Paluma Ranch N.P. op
een schitterende plek in het bos. Het mooie is dat ze hier in de nationale
parken plekken hebben waar je kunt camperen waar eigenlijk nauwelijks
faciliteiten zijn. Maar wat ze wel bijna altijd heben is een barbecue plaat. We
grillen dus lekker een paar steaks. Altijd lekker, barbecuen in de vrije natuur.
Alleen die muggen waren niet uitgenodigd.....
De volgende ochtend lopen we naar de waterval. Het pad loopt steil omhoog en
kruist de rivier via keien en boomstronken. Er loopt nu bijna geen water door,
maar in de natte periode schijn je hier tot je knieën in het water te staan.
Het is een flinke klim en de zon brandt behoorlijk, maar we worden beloond met
een schitterende uitzicht. Op de terugweg luieren we lekker een tijdje bij de
waterholes. Dit zijn gaten in de rotsen die uitgeslepen zijn door het water en
die steeds volstromen. We klimmen en klauteren over de rotsen en genieten van
het zonnetje. Hierna gaan we naar Mission Beach een stuk verder naar het noorden
aan de kust. We stoppen nog wel even bij een theehuis met een waanzinnig
uitzicht over de kust en de mangrove wouden langs de stranden. We verwennen ons
met een Devonshire Tea... een flinke pot thee met scones..
Mission Beach is iets anders dan we hadden verwacht. Het is er vol toeristen, de
campings zijn overvol en iedereen staat hutje mutje op elkaar. Er is geen plaats
voor ons en eigenlijk willen we hier ook helemaal niet zijn. We rijden een dorp
door naar het noorden: Kurrimine. En dat is dan weer typisch Australië..hier is
helemaal niemand. Het dorp is verlaten, op de camping is plaats genoeg en de
andere campinggasten zijn hoofdzakelijk Australische vutters. Iedereen maakt
hier een praatje met iedereen. Achter die bruingebrande hoofden met grijs haar
blijkt vaak een interesaant verhaal te zitten. Hier zitten van voormalige
eigenaars van mega farms tot projectmanagers. De meesten hebben ´no worries´en
de tijd. Na onze gebruikelijke pastamaalijd in de gezamenlijke keuken is het
inmiddels donker geworden. We besluiten om nog een romantische wandeling over
het strand te gaan maken. In het pikkedonker vinden we de standopgand. Toevallig
schijnen we met onze zaklantaarn op een waarschuwingsbord. Toch maar even kijken
wat daar op staat. We richten onze zaklaantaarn op het bord en het licht valt op
een gevarendriehoek die waarschuwt voor krokodillen op het strand! We zijn bij
daglicht nog niet op het strand geweest en we weten dus nog niet waar de
boomstammen liggen. Om te voorkomen dat we een krokodil voor een boomstam
aanzien, besluiten we de strandwandeling maar tot morgen uit te stellen.... De
volgende dag gaan we inderdaad naar het strand, maar om lekker een dagje te
zonnen. Aan de rand van het strand staan palmbomen, het zand is lichtgeel, de
lucht en het water blauw (het wordt saai, ik weet het....) en we hebben het
strand voor onszelf. Het leven van een wereldreiziger is zwaar.... ´s Avonds
doen we mee aan de barbecue die door de camping georganiseerd wordt. De barbecue
is, typisch Australisch, byo (bring your own).
Ofwel iedereen neemt z´n eigen drankjes mee en de camping verzorgt het vlees en
de salades. Een kwartier va te voren zien we d eeerste mensen al vboorbij lopen
met hun bordje sen bestek en een minikoelbox met blikjes bvier. Sommigen hebben
een fles wijn en glazenbij zich. Grapig dat het hier niet alleen de gwoonte is
om je eigen drinken bij ej te hebben. Niemand deelt hier ook iets. Iedereen
drinkt z´n eigen bier of wijn een niemand is een ander iets verschuldigd. Wij
komen hi een interessant stel uit Melbourne aan tafel te zitten en verbeteren de
rest van de avond de wereld.
De volgende dag is het tijd voor een heel andere wereld: Cairns. We hebben lang
getwijfeld om met name budgettaire redenen, maar we hebben de knoop doorgehakt.
We staan aan de rand van het Great Barrier Reef en dat kun je maar op een plaats
bekijken en dat is onder water: We gaan in Cairns ons PADI halen. De rest van de
dag besteden we aan het zoeken naar een gerenomeerde duikschool en we schijven
ons direct voor de volgende dag in bij Down Under Dive. We worden de volgende
dag vroeg opgehaald om aan onze eerste theorie/zwembad dag te beginnen. Na alle
formaliteiten en de medische keuring (we zijn gelukkig nog steeds gezond) kunnen
we eindelijk beginnen. De theoriecursus is wel ok, maar het wordt pas echt leuk
als we ´s middags het zwembad ingaan. Niet dat we zo lang in het water zijn,
want eer iedereen al z´n materiaal heeft en we weten hoe het allemaal werkt zijn
we wel effe verder. De theorie wordt in een grote groep gegeven, maar nu zijn we
met de groep van 8 waarmee we uiteindelijk zullen gaan duiken. We hebben een
aardige, serieuze instructeur, Geoff, van begin 50 die al 40 jaar duikt. We zijn
dus in goede handen. De rest van de groep komt uit Engeland en Schotland en is
half zo oud als wij, maar het lijken aardige mensen. Nu komt het spannende
moment: voor het eerst onder water en ademen uit je luchtflessen...
we voelen ons gelukkig allebei direct op ons gemak onder water. We vinden het
helemaal geweldig en hebben nu al zin in morgen. En hoezo de wereld is klein..
een van de assistent instructeurs, een Schot, heeft een tijd in Moordrecht
gewoond en een ander uit Engeland heeft een uitwisselingproject met de Goudse
brandweer gedaan. We moeten dus wel opletten wat we zeggen, we kunnen
vermoedelijk niet ongestraft Nederlands met elkaar smoezen... De volgende
ochtend liggen we een paar uur in het zwembad om oefeningen te doen. Hoewel het
op zich wel goed gaat, hebben we niet echt het idee dat we klaar zijn voor de
open zee, maar dat zal altijd wel zo zijn. Volgens Geoff moeten we een naam
hebben voor onze groep, dus daar gaan we tijdens de lunch eens over nadenken.
Marc komt met het idee om ons Sneeuwwitje en de zeven dwergen te noemen, met het
idee dat Ip (oorspronkelijk uit India en behoorlijk donker gekleurd) dan mooi
Sneeuwwitje kan zijn. Maar dat gaat niet door. De hele groep vindt de naam een
goed idee, maar dan moet Marc wel Sneeuwwitje zijn. Hij komt er niet meer
onderuit. Als we de naam van de groep aan Geoff vertellen, roept hij gelijk dat
hij dan wel Prince Charming is die Sneeuwitje mag kussen. Hij kijkt nogal
beteuterd als hij hoort wie Sneeuwwitje is... We krijgen onze laatste theorie in
de winkel, omdat de stroom uitgevallen is en doen dan het examen, wat iedereeen
haalt.
Nu gaat het serieuze werk beginnen. We gaan 3 dagen naar de Atlantic Clipper
waar we ook overnachten en waar we vanaf gaan duiken. Onderweg naar de Clipper
is er nog tijd om te snorkelen en kunnen we voor het eerst het rif zien. Al die
kleuren! Het wemelt er van de vissen, groot en klein en in alle kleuren die je
maar kunt bedenken. Vooral de randen van het rif hebben spectaculaire vormen.
We kunnen hier wel uren naar blijven kijken. Vlakbij de boot zien we een enorme
Napoleonvis. Jammer dat we nu nog aan het snorkelen zijn en niet dichterbij
kunnen komen. ´s Middags komen we aan op de Clipper, gooien we onze spullen in
onze hut en gaan we ons mentaal voorbereiden op onze eerste duik. De sfeer in de
groep is enorm goed. We hebben elkaar inmiddels een beetje leren kennen en het
blijkt verrassend goed te klikken. De sfeer aan boord is heerlijk ongedwongen.
De bemanning is super: enthousiast, gezellig en regelt alles voor je (ook
ongevraagd). Tussen de duiken door hangen mensen een beetje op het dek in het
zonnetje en de sfeer is erg relaxed. De eerste duik vinden we allemaal best een
beetje spannend. Maar het blijkt geweldig! Alles gaat goed en iedereen voelt
zich op z´n gemak. En het is schitterend onder water. Al die vissen en het
rif...! We moeten alleen nog een beetje uitvogelen hoeveel gewicht we nodig
hebben... Marc wil eerst niet zinken... En we blijken zo druk om ons heen aan
het kijken te zijn dat we ongemerkt schuin naar boven zwemmen en ineens weer aan
de oppervlakte zitten! Aan het einde van de duik komt er zelfs een haai
langszwemmen, maar wij zien slechts een schaduw in de verte. Dezelfde middag
doen we nog een duik, compleet met oefeningetjes op de bodem en weer is het
geweldig. Na iedere duik zitten we met het hele team in het bubbelbad op het dek
en de sfeer wordt steeds gezelliger. De hele bemanning kent ons als Snowwhite en
de Dwarves....
De volgende dag worden we al om 6 uur wakker gemaakt en de gedachte om in de
koude zee te springen lijkt niet erg aangemaan, maar na een kop koffie zijn we
er klaar voor en wagen we de sprong. Het water is overigens 25 graden, dus over
de temperatuur hebben we niet te klagen. Dit keer duiken we naar 18 meter en
uiteindelijk zelfs naar 20 meter om een schildpad van dichtbij te bekijken. Uit
het zand zien we een rog wegschieten. We hebben zo´n 20 meter zicht en genieten
weer van het onderwaterleven. Na de duik hebben we ons ontbijt verdiend en vaart
de Clipper naar een ander deel van het rif. Daar volgt onze laatste duik om
gecertificeerd te worden. Ongelooflijk dat je hiermee je PADI hebt, want met
zo´n instructeur erbij is het allemaal wel leuk, maar of we er nou klaar voor
zijn om zelf te gaan...? Om het te vieren springen we allemaal van de hoge plank
die leidt naar het duikplatform in het water. De eerste duik met z´n tweeën gaat
eigenlijk best goed. Ik heb inmiddels wat last van m´n oren gekregen en daardoor
wat moeite om te klaren, maar verder gaat het prima. Het is best lastig om
tussen het rif te onthouden waar je bent ,. maar we komen vlak bij de boot naar
boven. Alleen op een diepte blijven hangen valt nog niet mee. We hangen als een
jojo in het water... een beetje oefenen nog! Marc gaat ´s avonds mee met de
nachtduik. Ik heb inmiddels zoveel last van m´n oor dat ik besluit om ´m over te
slaan om niet de rest van m´n duiken te verpesten. Naast het duikplatform zwemt
een grote school vissen en daartussen zwemmen vier haaien!
Je
stapt dus direct naast de haaien in het water! Dit ziet er redelijk spectaculair
uit. Overigens zijn het onschuldige rifhaaien (blacktips). De duikers zwemmen
met hun zaklaantaarns weg. Er is een zeer ervaren duiker bij met geavandeerde
videoapparatuur. Op een gegeven moment richt hij zijn licht op een punt onder
Marc. Er blijkt een haai vlak onder ´m te zwemmen! Vanaf de boot zie je de
haaien tussen de school vissen doorschieten met hun vinnen boven water... het
lijkt wel jaws!
De volgende dag hebben we nog 3 duiken, die we duiken met Lorne. De rest van de
groep is inmiddels terug naar het vasteland. Net als met autorijden leer je pas
duiken nadat je je duikbrevet hebt gehaald, want het gaat iedere duik beter. We
zien nog een haai en een heleboel andere vissen, zeesterren, gt´s,
trompetvissen, etc. etc. en we zijn inmiddels ook geen jojo´s meer, maar hangen
keurig neutraal in het water. We nemen afscheid van de bemanning. Het is niet te
geloven dat we hier maar 3 dagen zijn geweest. Het lijkt wel 3 weken. De snelle
boot brengt ons in 2 uurtjes terug naar het vasteland. ´s Avonds gaan we met de
hele groep uit eten en daarna de kroeg in, om het af te sluiten. Om 1 uur moeten
we echt afhaken, we staan zowat te slapen... De volgende dag besluiten we maar
gewoon een dagje niks te doen, net als onze gezellige buren Jos en Charlotte,
waar we lekker mee kletsen en ´s avonds een doos wijn mee leegdrinken (en dus
weer pas om half 2 ons bed ingaan). We gaan nog wel een didgeridoo kopen. We
hebben een paar dagen geleden een winkeltje ontdekt waar een aboriginal
didgeridoo´s zit te maken en te verkopen. De didgeridoo´s zijn helemaal
geweldig. Schitterend om te zien en ze klinken geweldig. Iedere didge heeft z´n
eigen karakter en hij heeft in allemaal iets persoonlijks gelegd. Het is ook een
hele aardige vent. Hij heeft foto´s staan van zichzelf samen met Eddy Van Halen.
Hij blijkt een didge voor hem gemaakt te hebben en samen met hem op het podium
gestaan te hebben. Er staat een didge bij waar we helemaal verliefd op zijn, dus
we gaan nog maar een keer geld uitgeven... We krijgen er zelf nauwelijks geluid
uit, maar dat gaan we als we thuiszijn oefenen.. Als het niet lukt kunnen we de
didge de schuld niet geven, want hij speelt er een stuk op en het klinkt
schitterend.
De volgende ochtend verzamelen we al onze fut bij elkaar en vertrekken we naar
Daintree national park. Na het eten kruipen we in de auto om vervolgens om 10
uur ´s avonds wakker te worden om te ondekken dat we met onze kleren nog aan in
slaap zijn gevallen.... Vermoeiend dat duiken! We slapen eerst maar effe lekker
bij!
Daintree Park is schitterend. Het regenwoud loopt tot aan het strand en er zijn hele stukken met mangrovewoud. We maken een wandeling door het mangrovewoud als net de vloed opkomt. Je hoort de grond pruttelen als langszaam het water tussen de wortels van de bomen loopt. We bezoeken schitterende stranden, bekijken het uitzicht vanaf Cape Tribulation en kamperen in het regenwoud. ´s Morgens horen we ineens iets ritselen, komt er een guana uit de struiken lopen. Een guana is een soort varaan die op zich ongevaarlijk is, maar als hij zicht bedreigd voelt in het eerste de beste vertikale object klimt, mogelijk je benen! Deze loopt lekker rond en onder de auto, met z´n gespleten tong de bumper onderzoekend. Het blijken er twee te zijn en ze lopen de hele ochtend rond in het bos. Eén klimt in een boom, omdat hij schrikt van een auto (gelukkig niet in onze benen dus) en zit daar een tijdje op z´n gemak de boel te verkennen. We varen de rivier weer over om terug te komen op de doorgaande weg. De rivier is dé plek voor crocspottings, maar we zien er jammer genoeg geen een. We nemen afscheid van de oceaan en rijden landinwaarts door de Atherton Tablelands. We rijden over schitterende bergweggetjes met mooie uitzichten. We stoppen nog ergens om een waterval en een volgelopen krater te bekijken. Aan het begin van het pad ernaar toe staan ineens een heleboel mensen te kijken. Tussen de bomen staat een casuari, een loopvogel met een prachtige rode met blauwe kop. Hij houdt ons angstvallig in de gaten en wij hem ook, want helemaal ongevaarlijk zijn ze niet. Ze kunnen je doodtrappen met hun enorme poten. Niet te geloven dat we dit dier nu ook weer in het echt zien... We slaan nog even flink wat boodschappen en water in als voorbereiding op de outback en overnachten aan de rand van de bewoonde wereld.
De volgende dag vertrekken we op tijd richting Normanton, we heben zo´n 40 km te gaan. De weg gaat al snel over in een asfaltstrook, breed genoeg voor één auto. Als er een tegenligger komt ga je de gridstrook aan de kant in. Niet dat er veel tegenliggers zijn, maar je komt nog steeds regelmatig andere auto´s tegen. De echt afgelegen wegen zijn onverantwoord voor ons om te rijden. Daarvoor heb je op z´n minst een betrouwbare auto nodig, het liefst rijd je met meerdere auto´s en heb je reserveonderdelen, liters water en een sateliettelefoon of radio bij je. Deze weg heet de Savannah Highway en het landschap is inderdaad net de Savannen. Alles is kurkdroog, langs de kant van de weg zie je wel bomen, maar ook die zien er droog uit. Tussen de bomen staan enorme termieten heuvels, rode en gele, afhankelijk van de kleur grond. En het is hier ongenadig heet. Zelfs zonder autopech heb je hier liters water nodig om niet uit te drogen.
We komen al snel onze eerste roadtrain tegen. Dit zijn vrachtwagens met 2 of 3 aanhangers die per stuk zo´n 1,5 keer zo lang zijn als de aanhangers die achter de vrachtwagens hangen die wij kennen. In totaal zijn ze 50 meter lang en ze hebben een enorma bullbar op hun neus, klaar om alle kangoeroes en koeien op te scheppen die op hun weg komen. Stoppen kunnen ze niet. Regel bij het rijden door de outback is dan ook: altijd aan de kant als er een roadtrain aankomt. En geloof me, je hebt weinig overtuiging nodig als er een op je af komt rijden..... Een gigantisch gevaarte komt ons tegemoet en we gaan dus keurig aan de kant. Na zo´n 150 km niks komen we bij ons eerste ´dorpje´. Er staan een paar huizen, 3 benzinestations die gelijk functioneren als restaurant en winkel. Iedereen stopt hier om te tanken en de meesten zoeken een (schaars) plekje in de schaduw om te picknicken. Het is pas 11 uur en het begint al flink warm te worden. In en cirkel van een paar honderd km om dit dorp is helemaal niets. Wie ooit heeft bedacht om hier te gaan wonen....onbegrijpelijk. Later wordt het nog erger als we stoppen bij roadhouses. Daar is niet eens meer een dorp, maar in de middle of nowhere staat één huis met benzinepomp, hotel, camping en winkel en verder helemaal niets.... Je kunt steeds van roadhouse naar roadhouse rijden en zo steeds op tijd tanken. Daartussen is niets, niets en helemaal niets en we vinden het schitterend! Via Croydon en Normanton komen we uiteindleijk bij Karumba aan de Savannah Gulf. ´s Avonds zien we de zon als een rode bal in de zee zakken. Voor ons een normaal idee, maar voor veel mensen hier van de oostkust iets bijzonders. We bekijken de zonsondergang vanaf het terras achter een biertje. We blijven een dag hier om tot de ontdekking te komen dat ook hier helemaal niets is, behalve steppeland, strand met mangrove en een barramundimuseum. ´s Middags zitten we lekker op het terras van de camping een bak koffie te drinken als blijkt dat daar het happy hour gaat beginnen. Dit hebben we alleen nog maar in Australië gezien: een ´bring your own´ happy hour. De camping zorgt voor zoutjes en iedereen neemt z´n eigen drankjes mee. Het terras stroomt vol met ´grey nomads´ met hun koelboxen en wij zitten er tussen. We snoepen natuurlijk wel mooi wat van de zoutjes mee..... Als het begint te schemeren komen de kangoeroes te voorschijn. Ze zitten vlak bij onze kampeerplek. Twee geven zelfs een boksshow weg. Er zitten ook een heleboel bijzondere grote vogels, zoals kraanvogels en zadelbekooievaars.
De volgende ochtend vertrekken we heel vroeg, als he tnet licht wordt. We heben weer een lange weg te gaan. HEt wordt niet zo heel erg wam vandaag, want he tis bewolkt. Er vallen zelfs een paar spetters regen wat vrij uitzoncerlijk si voro de tijd van het jaar. We ontbijten in stijl bij Burke´s en Wills Roadhouse met gebakken eieren. Iets verder op de weg moeten we stoppen, omdat er vee op de weg loopt. Op zich is dat niet zo gek, want ze laten het vee hier gewoon los rondlopen. De farms zijn honderden vierkante kilometers groot en één keer per jaar wordt al het vee bij elkaar gedreven en geteld. Dat zijn ze nu blijkbaar aan het doen, want er staan honderden koeien op en naast de weg. Er omheen staan echte ´cowboys´ te paard en op crossmotoren die een poging doen om al het vee de goede kant op te krijgen. De koeen laten zich niet echt makkelijk sturen, maar dan komt de helicopter en die krijgte ze in beweging in de goede richting. Dit betekent wel dat alles vlak om onze auto heen loopt. Aangezien ons busje geen neus heeft, zitten we oog in oog met luid loeiende koeien.
Aan het einde van deze weg komen we weer een beetje in de bewoonde wereld en buigen we af naar het westen. We stoppen op een camping in Mt Isa. Ze hebben hier zelfs gelegenheid om je auto te wassen en dat komt goed uit, want alles zit onder rood stof. Bij het inchecken vragen ze ons of we zin hebben om mee te gaan met de citytour die de camping organiseert om 18.00 uur. Aangezien het gratis is, zeggen we daar als echte Nederlanders natuurlijk geen nee tegen. Het blijkt een briljante tour te zijn. Voor we vertrekken krijgen we van de eigenar ieder een zakje met zelfgemaakte popcorn voor onderweg. Onze charmante tourguide blijkt een boom van een vent te zijn, die zo gek is als een deur. Hij rijdt ons rond door de stad en laat ons met name de mijn uitgebreid zien. Hij rijdt op weggetjes vlak achter de mijn waar je eigenlijk niet mag komen, maar ach ´we kunnen hooguit worden weggestuurd´. Hij laat ons bijvoorbeeld zien dat ze een kar vol met hete, vloeibare koper in een afkoelbak storten. Omdat de koper zo heet is, zie je het als een gloeiende dikke vloeistof de bak inlopen. Een heel gaaf gezicht. Verder weet hij alle interessante achtergronden van de mijn te vertellen. Ook tijdens zijn rondrit door de rest van de stad vermaakt hij ons met de een na de andere idiote anekdote.
Na Mt Isa vervolgens we onze tocht door de outback. Hoewel we over de enige grote verbindingsweg met de Northern Terretories rijden, verandert ook hier de weg al snel in een enkele asfaltstrook. Het verkeer wordt steeds schaarser, de omgeving steeds droger en de zon brandt steeds feller. Na de grens met NT lijkt er nog wel minder verkeer te zijn, maar nu zijn wel weer overal tweebaans wegen. We overnachten bij Banka Banka station, een groot cattle station. Op onze camping plaats wandelt gezellig een emu rond en als de koeiebel luidt ter aankondiging van het happy hour, drinken we gezellig een biertje met een stel wat op een motor door Australië reist. ´s Avonds is er een diashow in de open lucht over het leven op een cattlestation. Dat is een wereld op zich. We zien foto´s van honderden koeien die worden verkocht en worden vervoerd in in 17 roadtrains van 100 meter lang, branden blussen in de ´onweersperiode´aan het begin van de regentijd, koeien slachten voor eigen gebruik, een compleet wagenpark aan graafmachines voor het onderhoud van de wegen op hun eigen terrein, bewerkelijke watervoorziening voor de dieren, enz. enz.
De volgende ochtend vertrekken we weer redelijk op tijd met de bedoeling om de laatste paar honderd kilometers niks naar Katherine te gaan rijden. Het loopt iets anders. Net voorbij het eerste roadhouse begint de auto raar te schokken nadat we in een enorme muur van lucht reden toen een roadtrain ons tegemoet kwam. De auto had de afgelopen dagen wel vaker kuren met al die kilometers, maar niet zoals dit. We kunnen ´m nog net in de berm parkeren en dan kapt ´ie ermee. We kunnen ´m wel weer starten, maar zodra we gas geven slaat ´ie gelijk weer af. Daar staan we dan.... We hebben zelf geen idee wat het is , dus er zit niets ander op dan de Australische wegenwacht te bellen. Niet dat we hier ontvangst hebben met onze mobiele telefoon, dus we stoppen een auto (gelukkig komt er vrij snel een langs) om te vragen of die bij het roadhouse voor ons de wegenwacht willen waarschuwen. Twee meisjes beloven plechtig dat ze dat zullen doen. Ze heben maar twee zitplaatsen, anders hadden ze ons een lift kunnen geven en hadden we zelf kunnen bellen, maar ze zien er wel uit alsof ze hun woord zullen houden, dus we gaan geduldig in de auto zitten wachten. Buiten de auto is het eerst goed uit te houden met alle gordijntjes dicht, maar zodra de zon op de voorkant van de auto komt te staan wordt het ongelooflijk heet. We hebben twee badlakens in de auto liggen die we voor de ramen hangen. Dit houdt de warmte aardig buiten. We hebben gelukkig veel water bij ons. We gaan maar een spelletje doen om de tijd te doden. We weten niet waar de hulp helemaal vandaan moet komen en we willen niet ongeduldig zijn, maar na een paar uur wachten beginnen we ons toch af te vragen of de boodschap wel is doorgekomen. Het wordt later en later. Inmiddels is het drie uur en er is nog steeds niemand. Gelukkig komt er een paar keer per uur een auto langs, dus zorgen maken we ons niet, maar het is ook geen erg aanlokkelijk vooruitzicht om hier te moeten overnachten. We besluiten om nog maar een auto te vragen om ons te helpen. Tenslotte weten we niet eens zeker of de meisjes hebben gebeld en of ze de goede plaats heben doorgegeven. Er stopt vrij snel een auto en deze vriendelijke mensen beloven dat ze bij het roadhouse zullen bellen. Ze heben zelfs een gps bij zich en ze schrijven de exacte coördinaten op van waar we zijn. Dat kan in ieder geval niet fout gaan. Ik geef ze alle gegevens mee die ze mogelijkerwijs nodig kunnen hebben en we gaan weer rustig zitten afwachten. Dit keer staat er binnen een half uur een auto naast ons. Het blijkt iemand van het roadhouse te zijn die het bericht heeft ontvangen. Hij had het bericht vanmorgen ook al van de twee meisjes gekregen, maar ze hadden gezegd dat we op 6 km weg stonden. hij was tot 10 km gereden, maar zag niemand en was ervan uitgegaan dat het probleem al opgelost was. Nu blijkt dat we op 16 km afstand stonden....
De man kijkt even naar de motor, maar het is geen probleem wat hij even snel kan verhelpen, dus hij gaat de takelservice voor ons bellen. Die moet uit een plaats 60 km verderop komen. Hij noteert de gegevens van onze ANWB pas en belooft zo senl mogelijk een bericht door te geven over wat er gaat gebeuren. Binnen een half uur stopt er een auto met een man die ons doorgeeft dat er voor 5 uur een takelservice bij ons zal zijn en jawel om half 5 komt er een monteur met takelwagen aan! Het blijkt dat de benzineleiding verstopt zit en nadat hij de leiding wat heeft schoongeblazen en de benzine heeft aangezogen lijkt hij het weer redelijk te doen. Op eigen kracht rijden we naar Elliot. Met de monteur achter ons aan, just in case.... We krijgen de auto in Elliot, maar niet van harte...hij blijft netaan lopen. We spreken met de monteur af dat we morgenochtend terugkomen en dat hij ´m dan zal repareren. Intussen komt de vrouw van de eigenaar naar buiten lopen, die zich verontschuldigd, maar zegt dat ze net bericht heeft gehad dat wij alleen maar een standaard ANWB pas hebben die geldig is binnen 25 km van een stad. Aangezien dit verder was moeten we betalen. Dat geintje kost maar liefst 175 dollar.. Maar goed, we hadden ook niet kunnen blijven staan... De camping waar we deze nacht blijven ziet er niet uit, dus we eten wat en gaan vroeg slapen. De volgende ochtend staan we al weer vroeg bij de garage. Hij doet eigenlijk niet meer dan het benzinefilter vervangen en daar rekent hij een uur arbeidsloon voor (hij is 10 minuten bezig!) Hij twijfelt een beetje of de brandstofpom nog wel goed is en daar kan hij wel eens gelijk in heben, want degene die er nu in zit hebben we op Fraser uit een Landrover van 30 jaar oud gesloopt. We vertrekken vol goede moed richting Katherine, maar na 63 km begint de ellende weer. De auto stopt ermee! Het filter was dus duidelijk niet het probleem. Maar we kennen un de truc, dus de motorkap (ofwel de stoelen) gaan weer open en Marc lurkt lekker even aan de benzineleiding en we kunnen weer. Dit geintje herhaalt zich nog twee keer. Zo komen we in de loop van de middag, inmiddels in een iets minder goed humeur, in Katherine aan. We gaan naar een automaterialenzaak om een brandstof pomp te kopen, maar na een tijdje met de verkoper gesproken te heben bedenkt Marc dat het ook wel eens aan de plaats van de brandstofpomp kan liggen. We rijden naar een camping en 20 meter van onze plek kapt de auto er weer mee! Voor die laatste para metersmoet Marc dus toch nog een keer met z´n hoofd in de motor om benzine op te zuigen! Op de camping verplaatst Marc de brandstofpomp en ....eureka.... nu loopt de motor als een zonnetje. Alle eerdere problemen als de auto niet lekker liep werden hier mogelijk door veroorzaakt. Jammer dat we daar niet eerder achter gekomen zijn, maar nu kunnen we in ieder geval de auto met goed fatsoen verkopen. ... We vinden onszelf erg zielig en aangezien het hier vaderdag is, is de chocolade mudcake in de aanbieding. We kopen een hele en eten ´m met z´n tweeën op!
In Katherine is het met name warm en er hangen een hoop Aboriginals rond in het gras in de bermen. Dit zijn ook de enige groene plekjes en er moet flink gesproeid worden om die plekken ook groen te houden. Er is hier verder niet zoveel te doen, dus we gaan de volgende ochtend gelijk door naar het noorden, naar Litchfield N.P. De weg ernaar toe is al mooi. Vanaf hier wordt het landschap weer iets minder droog en zie je af en toe weer een rivier of beek waar water in staat, ook al is het het droge seizoen. We stoppen onderweg bij velden met termieten heuvels die groter zijn dan wij en eruit zien als kastelen. In Litchfield staan termietenheuvels van ´magneet termieten´. Deze zijn plat en precies in de goede richting gebouwd om optimaal warm en koel te zijn wanneer nodig. Ongelooflijk! Je hebt hier in het park geweldige watervallen en waterholes, waar je in kunt poedelen, maar met zo´n 10 auto´s op de parkeerplaats (het is weekend) lijkt ons dat niet erg aantrekkelijk. We kamperen in het park en bekijken de waterholes de volgende ochtend vroeg, als er nog niemand is. Dat is beter! Hierna trekken we verder door het park en rijden uiteindelijk de onverharde weg naar Darwin. Alles zit weer lekker vol met rode stof, maar het is wel echt!
We heben inmiddels definitief besloten de auto in Darwin te verkopen. Over 3 weken loopt ons visum (eta) af en we hebben geen zin om onder tijdsdruk te moeten verkopen. Bovendien hebben we gehoord dat Darwin een goede plaats is om je 4x4 te verkopen. We zoeken dus een camping in Darwin en gaan ons voorbereiden op de verkoop. We maken de auto helemaal schoon van binnen en buiten, bedenken wat voro prijs we gaan vragen en gaan mooie flyers maken en overal ophangen. We bellen Shaun nog even ons adres door, zodat hij ons eindelijk de autopapieren kan opsturen. Per express zou het er in 2 dagen moeten zijn. Het aanvragen van nieuwe kentekenplaten laten we maar zitten, dus we zetten hem te koop met onze handgeschilderde kentekenplaat op de voorkant. Er is een automarkt in Darwin waar je kunt gaan staan om je auto te verkopen. We gaan hier maandagmiddag eens een kijkje nemen en het ziet er goed uit. Er staan meerdere backpackers, maar geen met een 4x4 en er lopen een aantal geïnteresseerden rond die ook gelijk belangstelling tonen voor onze auto. We besluiten om hier de volgende dag te beginnen. Om 9 uur zijn we klaar voor de stroom van bezoekers. Maar helaas.... er komt de hele dag niemand! We hebben we wel veel lol. We zitten hier samen met 2 duitse meisjes en een fransman, die hier allebei al meer dan een week staan en de hele dag doen we niets anders dan een streepje schaduw zoeken op het enerverende terrein tussen 2 betonnen muren en ouder auto´s en slap ouwehoeren.... wat moet je anders.... De tweede dag is niet veel anders. De derde dag zijn er een hoop klanten, maar geen die een auto zoeken in de prijsklasse van onze auto. Marc kletst lekker met wat Nederlanders die de automarkt bezoeken en verkoopt op die manier de auto van de duitse meisjes van van de fransman! Dit is reden voor een feestje, dus ze zullen de volgende dag traditiegetrouw trakteren op bier. Het wordt nog een gezellige boel op de automarkt! Gelukkig zijn er inmiddels ook weer nieuwe auto´s te koop bijgekomen, want het was voor ons een beetje een anticlimax om nu nog maar als enige over te zijn. We zijn nog wel vol goede moed. We heben er pas 3 dagen op zitten en de auto ziet er pico bello uit, hoewel de meeste klanten (als er al klanten zijn) een auto zoeken in een lagere prijsklasse. De vierde dag is een gekke dag met een hoop bier en gezelligheid en een hoop bezoekers ook, maar geen gegadigden voor onze wombat. In de loop van de middag komt er een Australisch stel aanwandelen op zoek naar een 4x4. Ze zijn gelijk weg van onze bus, laten ´m technisch keuren en doen een proefrit en willen ´m graag hebben, maar de prijs die ze bieden is ons te laag, dus ze vertrekken weer. Binnen een half uur zijn ze terug. Ze willen ´m heben voor de prijs die wij hebben genoemd en hebben het geld al cash bij zich. De koop is in een paar minuten gesloten. Dit is perfect! Op de vierde dag al onze auto verkocht! We krijgen er A$ 5000,- voor wat betekent dat we er onze aanschaf en de reparatie op Fraser uitheben. De auto heeft ons dus uiteindelijk niets gekost! Wat nog even lastig is, is dat onze papieren nog steeds niet aangekomen zijn in Darwin. Die lijken ergens zoek te zijn in de post.... Maar we hebben alle gegevens om de auto over te kunnen schrijven en ze doen er gelukkig niet moeilijk over. We spreken af alles later langs te brengen of op te sturen. Om het te vieren gaan we lekker Barramundi eten, een van de lekkerste vissen die we ooit gegeten hebben!
We blijven nog een week in Darwin om de nodige dingen te regelen voor het vervolg van onze reis. We moeten trouwens toch even wachten met vliegen, want ik heb nog steeds last van m´n oor en een dokter vertelt me dat ik een ´teruggetrokken trommelvlies´ heb. Gaat vanzelf weer over, maar vliegen is niet echt ideaal. We worden nog zeker 10 keer gebeld door mensen die interesse hebben in onze auto! Onze Wombat blijkt populair! We gaan hier op zoek naar een vliegticket naar Zuid-Amerika, maar het blijkt goedkoper om hier vandaan een round-the-world ticket te kopen, zodat we gelijk een ticket naar huis heben. Dat geeft ons gelijk de gelegenheid om een tussenstop op Tahiti en Paaseiland t emaken!
De laatste dagen zijn we vooral erg lui. Het is te warm (35 graden) om veel te doen en we hebben geen eigen vervoer meer en zijn dus afhankelijk van de bus. In Darwin is ook niet al te veel te doen. We kletsen vooral veel met leuke mensen die we hier ontmoeten, gaan vissen met een engels/zweeds stel, drinken een biertje met een stel ieren en Marc helpt Tim wat met de voorbereidingen van zijn bus, terwijl ik met Tanja en Frida (hun dochtertje) naar de markt op het strand ga. Het is wel duidelijk dat we hier in het gebied zitten van de giftige dieren. Tanja en Tim vinden een slang naast hun tent en een Australiër heeft er zelfs één ´s nachts in z´n tent die in zijn slaapzak begint te bijten. Maar hij had dan ook de deuren van zijn tent open laten staan. Hoewel de deuren van onze tent hermetisch gesloten zijn, ga ik ´s avonds toch weer zeer omzichtig de tent in... Op sommige momenten denken we dat we terug zijn in Azië hier. Neem bijvoorbeeld het openbaar vervoer: soms betalen we niets omdat de kaartautomaat kapot is, een andere keer betalen we een zone te weining , omdat de buschauffeur op het verkeerde knopje heeft gedrukt en als Tanja en ik naar de markt gaan vertelt de chauffeur dat we bij het busstation over moeten stappen van bus 8 naar bus 4. Op het busstation vragen we het nog een keer en de man zegt dat we hier inderdaad moeten uitstappen. Zijn we net helemaal met wandelwagen en al uit de bus gestapt, draait de chauffeur doodleuk zijn bordje naar nummer 4 en moeten we dus dezelfde bus weer in.... Nou ja, ze rijden in ieder geval op tijd! Een ander voorbeeld is de express post die zoek is. Bij navraag blijkt dat er helemaal geen express post naar de Northern Terretories gestuurd kan worden.... Niemand die je dat in Sydney vertelt als je het verstuurd. Na 1,5 week komt onze post retour terug bij Shaun... waarom weet niemand. We gaan het uiteindelijk maar zelf bij hem ophalen....
Op vrijdag moeten we uitchecken. We vertrekken vanavond naar Sydney. Het is smoorheet in de tent en het is een zooitje, omdat we al onze spullen vanuit de auto de tent in hebben gegooid en nu moeten we alles in onze rugzakken zien te krijgen. We spreiden dus maar 2 handdoeken uit en beginnen alles naar buiten te dragen. We hebben net een mooie stapel gecreëerd als we ineens iets nattigs voelen en elkaar verbaast aankijken. Uit de grond zijn 6 sproeiers omhoog gekomen die het veldje beginnen te sproeien waar onze tent op staat! Ze staan precies op onze mooie stapel gericht en onze kleren, slaapzakken en alle spullen worden dus kleddernat! We rennen van sproeier naar sproeier om ze de andere kant op te richten, maar ze draaien vanzelf weer terug. Marc rent naar de receptie, terwijl ik probeer het een en ander te redden en in ieder geval de donzen slaapzakken uit de stralen weer te redden. De camera ligt gelukkig droog. Marc komt na een paar minuten terug met iemand van de camping die beteuterd en verbaasd naar het gebeuren staat te kijken. Hij roept iets via z´n walky talky naar de receptie en eindelijk gaan de sproeiers uit. Onze spullen staan zielig na te druppen... Het blijkt dat alles computergestuurd gaat en dat ze per ongeluk veld 1 in plaats van veld 10 hebben aangezet..... Gelukkig zijn er geen waardevolle spullen nat geworden en in deze enorme hitte is de rest ook snel weer droog. We kunnen er un eigenlijk best om lachten.... We gaan maar even ontbijten tot alles droog is en dan pakken we de boel alsnog in.
´s Avonds eten we pizza en drinken we wijn met een Australiër en een stel Tsjechen. We vliegen pas midden in de nacht. De Tsjech, waarvan ik de naam niet eens weet, is zo vriendelijk om ons een lift naar het vliegveld aan te bieden en de volgende ochtend zijn we weer terug in Sydney. Hier dwalen we lekker rond en regelen nog het een en ander en we brengen nog een bezoek aan het Sydney Aquarium. Heel leuk om hier nu nog weer de dieren van dichtbij te zien die we in het echt hebben gezien, zoals de Platypus en de visssen op het rif. Op de 22e worden we om 5 uur ´s morgens opgehaald van ons hostel om naar het vliegveld te gaan. Tahiti we komen eraan!